Wat wordt er bedoeld met het Absolute?
Om de verwarring rond het begrip van het Absolute te vermijden, om duidelijk te maken wat het betekent dat er absoluut gezien geen sprake is van lijden, en om het verschil met de neo-advaita manier van spreken hierover scherp te krijgen, is het belangrijk eerst helder te zijn over wat Mahayana eigenlijk bedoelt.
In het Mahayana boeddhisme verwijst het Absolute niet naar een verborgen substantie, geen hoogste toestand en geen achterliggende werkelijkheid. Het wijst naar de werkelijkheid zoals ze is wanneer ideeën over vastheid, zelfstandigheid en afgescheidenheid wegvallen. Verschillende Mahayana tradities gebruiken andere woorden, maar ze wijzen allemaal naar hetzelfde inzicht.
Leegte als kern
De kern daarvan is leegte. Alles is leeg van een onafhankelijk, vaststaand zelf. Leegte betekent niet dat er niets is, maar dat alles afhankelijk ontstaat. Het Absolute is dus niet iets achter de verschijnselen, maar precies de verschijnselen gezien zonder de projecties die we er normaal op leggen.
In andere Mahayana contexten, zoals Yogacara en tathagatagarbha teksten, kom je termen tegen als dharmakaya, zoheid of boeddhanatuur. Ook daar gaat het niet om een metafysische kern, een universeel Zelf of een verborgen essentie. Het is dezelfde leegte, alleen in een andere taal verwoord.
Het Absolute overstijgt tegenstellingen
Vanuit dat perspectief overstijgt het Absolute alle tegenstellingen. Zelf en ander, bestaan en niet bestaan, samsara en nirvana. Wanneer leegte werkelijk wordt doorzien, blijken samsara en nirvana niet twee verschillende werkelijkheden te zijn. Het verschil zit dan niet in welke werkelijkheid je bent, maar in hoe je naar de werkelijkheid kijkt.
Bestaat er lijden in het Absolute?
Het Mahayana beantwoordt dit met de leer van de twee waarheden.
Ultiem gezien is alles leeg van vaste aard. Lijden bestaat daar niet als een onafhankelijk, absoluut ding. Er is geen vast subject dat lijdt en geen object van lijden. In die zin zegt de Hartsoetra dat er in leegte geen lijden, geen oorzaak, geen ophouden en geen pad is.
Conventioneel is dat anders. In het dagelijkse leven ervaren we pijn, verlies en verlangen. Oorzaak en gevolg werken gewoon en lijden is reëel en functioneel. Daarom zijn oefening, ethiek en mededogen essentieel. Wie dat negeert haalt de twee zienswijzen door elkaar.
Een eenvoudige manier om het te begrijpen
Stel je de zee voor. Van ver lijkt het één rustige, eindeloze blauwe vlakte, zonder golven, zonder schuim, gewoon zee. Dat is het absolute: alles is al vrij, niets is gebroken, niets hoeft veranderd. Kom je dichterbij, dan zie je de golven. Sommige bewegen zacht, andere botsen hard en sommige doen pijn als je erin valt. Dat is de wereld van verschijning.
Bevrijding is niet de zee meer zee maken — ze is al wat ze is. Het gaat erom de golven te leren kennen, hun kracht niet tegen te werken, maar ook geen schade toe te brengen aan de golven die wel degelijk verschijnen, of het nu de golf is die zichzelf als de zee herkent (jouw conventionele zelf) of de andere golven (de conventionele anderen).
Het absolute en het relatieve zijn twee manieren om dezelfde werkelijkheid te zien. Het absolute toont vrijheid, het relatieve toont hoe lijden en handelen verschijnen. Echte wijsheid is beseffen hoe beide werkelijkheden tegelijk bestaan.
Filosofisch perspectief: Nagarjuna
Alles wat bestaat, bestaat afhankelijk. Wat afhankelijk bestaat, is leeg. Wat leeg is, heeft geen ultieme aard. Daarom kan lijden niet ultiem bestaan. Niet omdat het er niet is, maar omdat het nooit een vaste kern heeft gehad.
Het verschil met neo-advaita
Veel verwarring ontstaat doordat Mahayana taal gelezen wordt door een neo-advaita bril. De woorden lijken soms op elkaar, maar wat ermee bedoeld wordt is fundamenteel verschillend.
Neo-advaita vertrekt vaak van uitspraken als: er is alleen het Absolute, de wereld is een illusie, er is niemand die lijdt, niemand doet iets, en er valt niets te doen. Alles is al perfect zoals het is. Dat klinkt radicaal, maar impliciet wordt hier wel degelijk een absoluut principe aangenomen dat op zichzelf bestaat en onaangetast blijft door de verschijning. De wereld, het lichaam en lijden worden vervolgens gereduceerd tot er niet toe doend.
In Madhyamaka wordt elke vorm van absolute grond ontkend. Er is geen ultieme substantie, geen blijvende kern, geen eenheid achter de veelheid en geen achterliggende werkelijkheid waarin alles oplost. Leegte betekent hier niet dat alles verdwijnt in iets hogers, maar dat niets ooit een zelfstandige aard heeft gehad. Alles verschijnt afhankelijk van oorzaken, voorwaarden, relaties en begrippen.
Daarom waarschuwt Nagarjuna dat wie van leegte een standpunt maakt, haar volledig mist. Leegte is geen nieuwe metafysica, geen verborgen werkelijkheid en geen universeel bewustzijn. Ze ondergraaft juist elk standpunt dat zich als absoluut wil vestigen.
Het echte verschil zit in hoe met de twee waarheden wordt omgegaan. Neo-advaita trekt de ultieme/absolute ontkenning naar het conventionele/relatieve niveau en concludeert dan dat lijden, oefening en ethiek er uiteindelijk niet toe doen. Madhyamaka doet dat niet. Conventioneel bestaan lijden, oorzaak en gevolg, verantwoordelijkheid en mededogen volledig. Ultiem bestaan ze niet als iets met een eigen aard. Die twee mogen niet door elkaar gehaald worden.
Daarom wordt lijden bij Nagarjuna niet ontkend, maar ontgrond. Het is reëel in ervaring, functioneel in het leven, en tegelijk leeg van elke ultieme status.
Conclusie
Het Absolute in het Mahayana is geen hoogste werkelijkheid, geen bewustzijn, geen eenheid en geen grond. Het is een manier van zien waarin blijkt dat niets zelfstandig bestaat en juist daardoor kan verschijnen, functioneren en bevrijding mogelijk wordt.
Neo-advaita georienteerden lijken in Mahayana wel zaken te herkennen als gelijkaardig aan neo-advaita, maar die misleidende herkenning is er maar wanneer leegte toch weer tot iets absoluuts wordt gemaakt. En precies dat is wat Madhyamaka van begin tot eind tracht te ontmantelen.