Auteur Topic: Mara, een verkennend onderzoek  (gelezen 10471 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Mara, een verkennend onderzoek
« Gepost op: 05-02-2017 11:03 »
Mara, een verkennend onderzoek

Inleiding

“Zoals een vis die uit zijn waterrijke verblijf gehaald is en op het land geworpen is, net zo spartelt deze geest wanneer Mara's koninkrijk verlaten wordt”
(Dhp34).

Het vers geeft beeldend aan dat wie bezig is met beoefening en streeft naar bevrijding, die kan ook (innerlijk en uiterlijk) verzet verwachten. Wie of wat is die tegenstand(er) of zijn die tegenkrachten of is dat verzet?
Je zou dit alles onder één noemer kunnen brengen, namelijk, Mara. Er wordt wel over Mara gesproken als een soort boeddhistisch duivel. Dit verkennend onderzoek wil aan de hand van de teksten een antwoord proberen te geven op de vraag wie of wat Mara is.

Ik heb hiervoor een groot deel van de Sutta-Pitaka van de Pali Canon doorzocht. De geraadpleegde bronnen worden in de volgende post weergeven. Bij het verwijzen naar sutta’s is de nummering aangehouden zoals die ook gebruikt wordt in de bronnen.

Ik heb eerst teksten verzameld waarin Mara een rol speelt. Vervolgens heb ik dit ondergebracht in de volgende thema’s die ik de komende tijd zal posten:

-1. Mara als een apart wezen,
-2. De Troepen van Mara,
-3. Mara’s Activiteiten,
-4. Mara’s domein/bereik,
-5. Buiten Mara’s bereik,
-6. Hoe wordt Mara overwonnen?

Enkele bijnamen van Mara: Heer van het Rijk van de Hartstochten, De Duistere, de Kwaadaardige.

Ik hoop dat jullie het verkennend onderzoek leerzaam en inspirerend vinden.

Hartelijke groet,
Siebe
Februari 2017


Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Re: Mara, bronnen en gebruikte afkortingen
« Reactie #1 Gepost op: 05-02-2017 11:09 »
Bronnen:

Digha Nikaya: The Long Discourses of the Buddha, A translation of the Digha Nikaya by Maurice Walshe, 1996.
Majjhima Nikaya: The Middle Length Discourses of the Buddha, A new translation of the Majjhima Nikaya, original translation by Bhikkhu Nanamoli, translation edited and revised by Bhikkhu Bodhi, 1995.
Samyutta Nikaya: The Connected Discourses of the Buddha, A New Translation of the Samyutta Nikaya, Bhikkhu Bodhi, Volume I+II, 2000.
Anguttara Nikaya: The Numerical Discourses of the Buddha, A Translation of the Anguttara Nikaya by Bhikkhu Bodhi, 2012.
Khuddakapatha: The Supplementary Reading, edited and translated by Anandajoti Bhikkhu.
Dhammapada, A Translation, Ven. Thanissaro Bhikkhu, Buddha Dharma Education Association Inc, 1997; www.sleuteltotinzicht.nl
Udana: A Translation With an Introduction & Notes by Thanissaro Bhikkhu, 2012; Verses of uplift, in Minor Anthologies of the Pali Canon, volume II, F. L. Woodward, PTS, Bristol, 1935.
Itivuttaka: This was said by the Buddha, A Translation by Thanissaro Bhikkhu, revised edition 2013; As it was said, in Minor Anthologies of the Pali Canon, volume II,  F. L. Woodward, PTS, Bristol, 1935.
Sutta Nipata: The Sutta Nipata, A Collection of Discourses Being One of the Canonical Books of The Buddhist, Translated from Pali by V. Fausböll, Oxford, 1881.
Petavatthu: Stories of the departed, Henry S. Gehman, in Minor Anthologies of the Pali Canon, volume IV,  PTS, Bristol, 1942.
Jataka: The Jataka or Stories of the Buddha’s Former Births, translated from the Pali by various hands, under the editorship of Professor E. B. Cowell, Vol. I translated by Robert Chalmers, Cambridge, 1895; Idem, Vol. II, translated by W.H.D. Rouse, Cambridge 1895; Idem, Vol. III, translated by H.T. Francis, Cambridge 1897; Idem, Vol IV, translated by W.H.D. Rouse, Cambridge 1901; Idem, Vol. V, translated by H.T. Francis, Cambridge 1905; Idem, Vol. VI, translated by W.H.D Rouse, Cambridge 1907.
Cariyapitaka: Chronicle of Buddhas, The Minor Anthologies of the Pali Canon, Part III, Chonicle of Buddhas (Buddhavamsa) en Basket of Conduct (Cariyapitaka) I.B. Horner, Oxford, 1975.
Nettippakarana: The Guide (Netti-ppakaranam), according to Kaccana Thera, translated from the Pali by Bhikkhu Nanamoli, The Pali Text Society, London, 1977.
Milindapañha: The Questions of King Milinda, translated from the Pali by T.W. Rhys Davids, Part I (1890) en II (1894), Oxford.

Gebruikte afkortingen:

DN: Digha Nikaya            Sn: Sutta Nipata
MN: Majjhima Nikaya      Mil: Milindapanha
SN: Samyutta Nikaya      Dhp: Dhammapada
AN: Anguttara Nikaya

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Mara, Hoofdstuk 1, Mara als een apart wezen
« Reactie #2 Gepost op: 06-02-2017 11:01 »
Hoofdstuk 1: Mara als een apart wezen

Algemeen

Bijnamen van Mara die ik tegenkwam: Heer van het Rijk van de Hartstochten (Jataka 40); Namuci (AN4.13; SnIII.2), wat letterlijk schijnt te betekenen: ‘de niet-bevrijder’; De Duistere (MN50§30); Eind-maker (MN50§31; SN4.1+15); De Oorlogsheer (DN20, vers 21); de Kwaadaardige (MN19§26 e.a.); bloedverwant van de onachtzamen (SN4.24 vers 499); vriend van de tragen (SnIII.2).

Uit de teksten kun je wel opmaken, vind ik, dat Mara (ook) wordt behandeld als aan apart wezen. Het onderstaande belicht dit.

Een wereld met diens mara’s

In veel sutta’s komt een vergelijkbaar fragment voor als het volgende: “Hij [de Boeddha] verkondigt de wereld met diens goden, mara’s en Brahma’s, de wereld van asceten en brahmanen met diens prinsen en mensen na er zelf kennis van genomen te hebben” (DN6§1, DN8§18-10, DN9§7 en vele andere). Dit lijkt een aanwijzing dat mara’s worden gezien als aparte wezens. De Boeddha had kennelijk directe kennis van het bestaan van zulke wezens. Hij verkondigde hun bestaan aan de wereld.

Er is altijd maar één Mara (Mil. boekIV H.6, dilemma 52). Die ene Mara heeft ook een soort gevolg/hofhouding van mara's. De positie van Mara kan kennelijk niet worden ingenomen door een vrouw (MN115§15). Mara is ook niet een eeuwig wezen.

Net als Maha-Brahma, die zichzelf ziet en wordt gezien als de Schepper en Vader van wezens, is Mara een soort functie/rol die in de loop der tijd door verschillende wezens afhankelijk van hun kamma wordt bekleed (zie MN, noot 517). Kennelijk kunnen zelfs latere heilige wezens de functie van een mara (niet de Mara?) bekleden. Majjhima Nikaya 50 verslaat bijvoorbeeld hoe Maha Moggallana, toch één van de voornaamste leerlingen van de Boeddha, zelf ook eens een mara was genaamd Dusi (MN50§8). Mara was toen de neef van Dusi, dus Maha Moggallana was destijds diens oom. Ook uit deze sutta blijkt wel dat Mara wordt gezien als een apart wezen wat een afzonderlijk leven leidt. In deze sutta (MN50) gaat Mara de buik in van Maha Moggallana die hem daar opmerkt. Hij gaat er dan ook weer uit en gaat dan bij een deurpost staan. Maha Moggallana kan hem zien. Hoewel er kennelijk steeds maar één Mara is, zijn er dus wel meerdere mara’s onder die ene Mara, die een soort hofhouding of gevolg vormen (zie volgende kopje). 

Een samenscholing/bijeenkomst van mara’s

“Ananda, [er zijn] deze acht [soorten] samenscholingen. Wat zijn ze? Ze zijn de samenscholing van Khattyas (kaste van regeerders/krijgers), de samenscholing van Brahmanen, de samenscholing van huishouders, de samenscholing van asceten, de samenscholing van de deva’s van het rijk van de Vier Grote Koningen, de samenscholing van de Drieëndertig Goden, de samenscholing van mara’s, de samenscholing van Brahma’s. (DN16§3.21)

“Sariputta, er zijn deze acht samenscholingen. Welke acht? Een samenscholing van edelen, een samenscholing van Brahmanen, een samenscholing van huishouders, een samenscholing van kluizenaars (recluses), een samenscholing van goden van het rijk van de Vier Grote Koningen, een samenscholing van de goden van de hemel van de Drieëndertig, een samenscholing van Mara’s hofhouding/gevolg, een samenscholing van Brahma’s (MN12§29)

Ook in AN8.69 wordt deze achtvoudige indeling besproken. In deze sutta wordt ook aangegeven dat de Boeddha zulke bijeenkomsten bezocht. Ook de bijeenkomst van “honderden onder Mara” bezocht hij. Telkens verscheen hij onder hen als één van hen. Hij inspireerde ze met een dhamma-gesprek en verliet dan die bijeenkomsten, de luisteraars in verwondering achterlatend. Was dit nu een deva of een mens?

Mara in de Kama-loka

Volgens het theravada boeddhisme zijn er 31 bestaanssferen of rijken. De zintuiglijke wereld wordt de kama-loka genoemd. Deze beslaat de eerste 11 rijken. Het mensenrijk is hierin het vijfde rijk. Volgens deze indeling leeft Mara als een apart wezen ook in de kama-loka en wel in het 11e en hoogste rijk van de kama-loka. Hij leeft hier met de zogenaamde paranimmita-vasavatti deva’s. Ik heb begrepen dat dit deva’s zijn die andere wezens, zoals mensen, dingen kunnen laten doen en dan van hun creaties genieten.
Overigens ook Mara kan andere wezens, zoals mensen, in bezit nemen. Hij kan wezens zowel dingen laten denken, laten uitspreken en laten doen. Dat komt in hoofdstuk 3 uitgebreid aan bod. Je zou dus wel kunnen zeggen dat dit 11e en hoogste rijk van de kama-loka, een bestaanssfeer is die, bijvoorbeeld, mensen sterk kan beïnvloeden. Voor een overzicht van alle 31 rijken van samsara, met Mara in het elfde rijk, zie: http://www.accesstoinsight.org/ptf/dhamma/sagga/loka.html
Overigens, ik ben zelf in de fragmenten niet tegengekomen dat Mara leeft in het 11e en hoogste rijk van de kama-loka maar ik vermeld dit hier toch omdat dit volgens mij de theravada doctrine beschrijft. Het geeft ook aan dat Mara wordt gezien als een apart wezen.

Dus het beeld uit de sutta’s is dat Mara een soort vaste kosmologisch positie of rol is die altijd wordt ingenomen door een man afhankelijk van het kamma. Mara is een wezen dat een bepaalde hofhouding onder zich heeft. Kennelijk had de Boeddha directe kennis van het bestaan van deze wezens en maakt hij dit ook bekend aan de wereld. Hij bezocht ze  en gaf ze zelfs les. Later meer over de activiteiten van Mara.

Mara als een apart wezen is echter zeker niet de enige manier waarop over Mara wordt gesproken in de teksten. Dit zal wel duidelijk worden uit het vervolg van het verkennend onderzoek.

hartelijke groet,
Siebe

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Mara, Hoofdstuk 2, de Troepen van Mara
« Reactie #3 Gepost op: 07-02-2017 12:39 »
Hoofdstuk 2. De Troepen van Mara

Ik heb dit hoofdstuk de 'Troepen van Mara' genoemd omdat de teksten spreken over bijvoorbeeld 'de hordes van Mara', 'het leger van Mara' en 'Mara's dochters'. Een Boeddha of arhat is iemand die het leger of de hordes van Mara heeft verslagen. Een overwinnaar van Mara (MN92§19, SnIII.6, SnIII.7, AN4.13, Dhp37). Wat zijn deze ‘hordes van Mara’? Waar verwijst Mara’s leger naar? Wat zijn Mara's dochters?

Een gezelschap/samenscholing van vele honderden onder Mara

Diverse sutta’s (AN8.69, DN16§3.21 en MN12§29) geven aan dat er acht soorten samenscholingen/gezelschappen zijn: Een gezelschap van khattiyas/edelen, van brahmanen, van huishouders, van deva’s geregeerd door de Vier Grote Koningen, een gezelschap van de Tavatimsa deva’s, een gezelschap van Mara, een gezelschap van Brahma. AN8.69 beschrijft verder dat de Boeddha deze gezelschappen bezocht. Hij deed zich steeds voor als één van hen en onderrichtte ze in de Dhamma. Verder wordt er aangegeven dat er een gezelschap is van “vele honderden onder Mara”. Er is echter steeds maar 1 Mara (zie vorige post). Uit de fragmenten die ik geselecteerd heb, heb ik niet kunnen opmaken wat dit gezelschap van honderden onder Mara nou precies doet. Dienen ze alleen Mara of beïnvloeden ze ook, net als Mara, actief de levens van andere wezens? Het is me niet duidelijk geworden. Ik reken ze toch maar tot de hordes van Mara. 

Het leger van Mara

In SnIII.2, Padhana sutta, wordt beschreven hoe Mara zich aan de ijverige en sterk vermagerde Boeddha vol mededogen presenteert. Mara probeert de Boeddha weer eens van het Pad te brengen. De Boeddha zwicht niet en beschrijft hier dat hij bekend is met de legers van Mara:...“je eerste leger wordt begeerte genoemd, ontevredenheid je tweede, je derde honger, je vierde verlangen. Je vijfde wordt luiheid en slaperigheid genoemd, je zesde lafheid, je zevende twijfel, je achtste hypocrisie en verdwazing, voordeel, faam, eer en elke befaamdheid op valse wijze verkregen; en hij die zichzelf verheerlijkt en andere veracht”. Dit is Mara’s vechtende leger en niemand anders dan een held overwint dit leger en verkrijgt vreugde.

Je ziet hier duidelijk dat het “leger van Mara” verwijst naar (overwegend) psychologische of mentale verschijnselen/staten. Dit leger van Mara overwinnen betekent dus al deze ongunstige of onheilzame staten in jezelf overwinnen. De strijd tegen dit leger van Mara is dus een innerlijke strijd. Overigens sluit dat de mogelijkheid van externe beïnvloeding door een wezen genaamd Mara niet uit.

Mara’s dochters

In Samyutta Nikaya 4.24 wordt beschreven hoe Mara zeven jaar lang geprobeerd heeft om de Boeddha van koers te brengen maar hij vond gedurende al die jaren geen ingang bij de Boeddha. Toen benaderden de drie dochters van Mara de Gezegende. De drie dochters zijn: tanha (begeerte), arati (aversie tegen het heilige leven) en raga (hartstocht). Te lezen valt dat de Boeddha niet zwichtte voor hun verleidingen, ook niet toen ze zich manifesteerden als honderd maagden en in allerlei andere vrouwelijke vormen die misschien zouden aansluiten bij Boeddha’s smaak. De Boeddha schonk geen aandacht aan ze, aangezien ‘hij bevrijd was in de onovertroffen uitdoving van aanwinsten/gehechtheden (acquistions)”, volledig onthecht. De Boeddha heeft de legers van Mara verslagen, de legers van het plezierige en genoeglijke overwonnen. De Boeddha is voorbij Mara’s rijk en bereik.

Ook Jataka 132 verwijst naar de poging van Mara’s dochters om de Boeddha te verleiden. Ze worden daar vertaald als hunkering (craving), haat (hate) en begeerte (lust).
De drie bovengenoemde dochters van Mara worden ook genoemd in SnIV.9. Magandiya biedt zijn dochter aan als vrouw voor de Boeddha. Maar de Boeddha zegt dat zelfs na het zien van tanha (begeerte), arati (aversie tegen het heilige leven) en raga (hartstocht) er niet de geringste wens tot seksueel verkeer in hem opkwam. Voor de Boeddha is het lichaam van zijn dochter enkel iets vol water en uitwerpselen.

Het leger van Mara en de dochters van Mara staan dus voor innerlijke ongunstige verschijnselen of staten die ontwaken hinderen. Het is door zulke staten dat iemand niet ontsnapt aan Mara's domein. Het streven zulke staten te overwinnen komt ook met verzet. Hier zie je dus dat de strijd met Mara's leger een innerlijke strijd is maar de sutta's illustreren ook dat dit niet betekent dat er geen externe beïnvloeding is.

In de volgende post wordt aan de hand van de teksten een indruk gegeven van Mara’s activiteiten waarbij verwarring stichten, angst inboezemen, verleiden, vermommen en anderen in bezit nemen, enkele thema’s zijn die aan de orde komen.

hartelijke groet,
Siebe

Henk Mönlam Tarchin

  • Gast
Re: Mara, een verkennend onderzoek
« Reactie #4 Gepost op: 08-02-2017 07:33 »
Ik heb gisteravond toch maar even voor alle zekerheid gekeken of er een Mara onder m'n bed zat... maar niks, hoor. ;) Ik ben nog steeds benieuwd of we mara nou moeten zien als het equivalent van Satan. Verder onderhoudend geschreven, Siebe.

Groeten,
Henk

Offline Ujukarin

  • Actief Lid
  • Sangha Ouderling
  • **
  • Berichten: 818
    • Triratna Boeddhistisch Centrum Amsterdam
Re: Mara, een verkennend onderzoek
« Reactie #5 Gepost op: 08-02-2017 09:15 »
Ik heb gisteravond toch maar even voor alle zekerheid gekeken of er een Mara onder m'n bed zat... maar niks, hoor. ;) Ik ben nog steeds benieuwd of we mara nou moeten zien als het equivalent van Satan. Verder onderhoudend geschreven, Siebe.

Groeten,
Henk
Tja, de tegenvraag die je kon verwachten is dan natuurlijk 'hoe definieer jij Satan'. Want daarover verschillen de meningen onder Joden, Moslims en Christenen ook nogal.

Indien de definitie bij de Theïsten in de richting gaat van 'Mijn eigen innerlijke neigingen tot verward zijn, korte termijndenken, Haat-Begeerte-Onwetendheid etc. die als een stemmetje opspelen wanneer er andere innerlijke neigingen gericht op het Goede wat sterker worden' - ja dan zijn er best wel wat parallellen  :D

With folded palms,

<Ujukarin>

Henk Mönlam Tarchin

  • Gast
Re: Mara, een verkennend onderzoek
« Reactie #6 Gepost op: 08-02-2017 10:33 »
Ja, die parallelen zijn evident. Maar Boeddha heeft het ook uitgebreid gehad over parafysische verschijnselen, en omdat ik absoluut geen Sutra-kenner ben vraag ik me af of Mara hier als een echte, bestaande entiteit gezien wordt.

Groet,
Henk

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Mara, Hoofdstuk 3, Mara's activiteiten, deel 1
« Reactie #7 Gepost op: 08-02-2017 10:54 »
Hoofdstuk 3: Mara’s Activiteiten, deel 1

(Dit hoofdstuk wordt in drie delen gepost)

Algemeen

Het beeld in de sutta’s is dat Mara eigenlijk constant in de weer is om beoefenaars die streven naar bevrijding van koers te brengen. Mara weet bijvoorbeeld op de zwakheden van mensen in te spelen zoals de wellust voor zintuiglijke genoegens en de gevoeligheid voor twijfels en angst. Mara zaait verwarring. Dit komt duidelijk naar voren in een apart hoofdstuk in Samyutta Nikaya dat speciaal aan Mara is gewijd, SN4, en ook in SN5 dat gewijd is aan de bhikkhuni’s. Ik heb hieronder een aantal voorbeelden verzameld van activiteiten van Mara.

Aan Mara als verleider heb ik een aparte paragraaf gewijd (deel 2, volgende post). Soms verschijnt Mara in vermomming aan iemand, bijvoorbeeld als een dier of mens. Deze fragmenten heb ik ook in de hoofdstuk bij elkaar verzameld. De teksten verslaan ook dat Mara andere wezens in bezit kan nemen, dus een vorm van bezetenheid kan veroorzaken. Mara in vermomming en Mara die anderen in bezit neemt volgt in deel 3.

Dit alles wordt de komende tijd in drie delen gepost. Alles tezamen geeft denk ik een goed beeld van Mara’s activiteiten. 

Voorbeelden van Activiteiten van Mara

In het kort samengevat:

SN4.1: Vlak na de verlichting van de Boeddha overweegt de Boeddha dat het goed is dat hij bevrijd is van dat slopende ascetisme. Mara vangt dit op en wil de Boeddha verwarren en zegt dat de Boeddha juist het pad naar zuiverheid heeft gemist door te stoppen met diens strenge ascese. De Boeddha laat zich echter niet gek maken, herkent Mara en Mara druipt beteuterd af. Mara wilde hier dus twijfel zaaien. Het beeld is dat Mara altijd bezig is een ingang proberen te vinden bij iemand.
SN4.2: Vlak na diens volledige verlichting wil Mara de Boeddha angst inboezemen en manifesteert zich als een enorme olifant. De Boeddha herkent dit meteen als Mara en doorziet de truc. Mara druipt af.
SN4.3: Mara probeert de Boeddha weer angst in te boezemen en vertoont zich in diverse vormen, zowel mooi als afschuwelijk. De Boeddha herkent dit weer als de activiteiten van Mara. De Boeddha kent deze trucs nou wel. Mara druipt af.
SN4.4+5: Mara verschijnt aan de verlichte Boeddha. Hij vertelt de Boeddha dat hij nog altijd gebonden is aan Mara’s valstrik, zowel hemels als menselijk. De Boeddha zal niet aan hem ontsnappen, aldus Mara. De Boeddha realiseert echter dat hij bevrijd is en dat Mara, de Eind-maker, verslagen is. Mara druipt beteuterd af wanneer hij merkt dat hij geen voet tussen de deur krijgt.
SN4.6: Mara verschijnt aan de Boeddha als een enorme angstaanjagende slang maar de Boeddha beseft dat dit Mara is. De Boeddha geeft aan dat hem geen enkele vrees kan worden ingeboezemd want hij neemt zijn toevlucht niet in bezittingen (acquisitions).
SN4.11: Mara probeert de Boeddha schrik aan te jagen door een aantal rotsen vlak bij hem te laten neervallen. De Boeddha blijft onverstoord, beseffend dat dit Mara’s activiteit is. Mara beseft dat ie doorzien is en druipt af.
SN4.12: Mara verschijnt aan de Boeddha en zijn gemeenschap om hen te verwarren. Hij beweert dat ie diens gelijke is. Hoezo denkt dat de Boeddha dat hij een zegevierende is? De Boeddha geeft aan dat hij dit is omdat hij voorbij is aan gehechtheid aan de wereld. Mara beseft dat ie weer geen kans maakt en druipt beteuterd af.
SN4.13: Mara verschijnt aan de Boeddha en zijn gemeenschap weer om ze te verwarren. De Boeddha is niet geschikt om anderen te instrueren, zo zegt Mara, want de Boeddha raakt zo betrokken in aantrekken en afstoten. De Boeddha geeft aan dat hij daarvan volledig bevrijd is. Hij instrueert anderen vanuit mededogen, met het welzijn van anderen altijd in beeld.
SN4.17: De Boeddha onderwijst weer de gemeenschap die aandachtig luistert. Dit bevalt Mara niet en hij wil de boel weer verwarren. Hij benadert de Boeddha en vlakbij hem maakt hij een angstaanjagend geluid, alsof de Aarde openbarst. De Boeddha beseft dat dit Mara’s activiteit is en zegt in vers dat vormen, geluiden, smaken, geuren, tactiele en mentale objecten, het verschrikkelijk lokaas van de wereld is, waarop de wereld verkikkerd is. Maar wanneer iemand dit overstegen heeft, schijnt de indachtige leerling van de Boeddha als de zon. Mara’s rijk is overwonnen.
Het maken van een angstaanjagend geluid doet Mara ook bij een leerling van de Boeddha die de zegeningen van diens toevlucht inziet (SN4.22).
SN5.2: Mara probeert de beoefenaar dus op allerlei manier te verwarren. Hij zoekt naar een ingang bij iemand. Dat probeert hij ook bij de non Soma. Hij benadert haar en speelt op haar gemoed in door te zeggen dat Nibbana niet bereikt kan worden door vrouwen. De non weet dat vrouwelijkheid hiermee niks te maken heeft en laat zich dus niet van de wijs brengen.
SN5.9: Mara wil ook de non Sela schrik aanjagen en haar uit haar concentratie halen/verwarren en benadert haar met een vers waarin hij vraagt wie deze marionet (Sela) geschapen heeft, wie is haar maker? Waar is de marionet ontstaan en eindigt die? Sela weet dat het de influisteringen van Mara zijn en geeft aan dat deze marionet in bestaan is gekomen door een oorzaak. Als de oorzaak verdwijnt, eindigt het. Mara druipt teleurgesteld af als hij merkt dat hij geen macht over haar krijgt met het zaaien van die twijfels. Bij mij roept dit de vraag op, ben je van iemand?
SN.5.10: Mara wil ook de non Vajira angst in boezemen en uit haar concentratie brengen. ‘Door wie is dit wezen geschapen? Waar is de maker van dit wezen? Waar is het wezen ontstaan? Waar eindigt het?’, spreekt Mara op de bhikkhuni in. Vajira pareert Mara door aan te geven dat er geen wezen te vinden is maar enkel een stapel formaties, net zoals het woord ‘wagen’ wordt gebruikt voor een assemblage van onderdelen. Er is niks dan lijden dat in bestaan komt, en niks dan lijden dat eindigt. Mara weet zich doorzien en druipt af.

Dit geeft een eerste indruk van de soort activiteiten van Mara. In de volgende post Mara in de rol als verleider.

hartelijke groet,
Siebe

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Re: Mara, een verkennend onderzoek
« Reactie #8 Gepost op: 08-02-2017 10:59 »
Ja, die parallelen zijn evident. Maar Boeddha heeft het ook uitgebreid gehad over parafysische verschijnselen, en omdat ik absoluut geen Sutra-kenner ben vraag ik me af of Mara hier als een echte, bestaande entiteit gezien wordt.

Hoi Henk,

Lees hoofdstuk 1 nog even door want dat beantwoordt volgens mij je vraag.

groet,
Siebe

Offline Ujukarin

  • Actief Lid
  • Sangha Ouderling
  • **
  • Berichten: 818
    • Triratna Boeddhistisch Centrum Amsterdam
Re: Mara, een verkennend onderzoek
« Reactie #9 Gepost op: 08-02-2017 10:59 »
Ja, die parallelen zijn evident. Maar Boeddha heeft het ook uitgebreid gehad over parafysische verschijnselen, en omdat ik absoluut geen Sutra-kenner ben vraag ik me af of Mara hier als een echte, bestaande entiteit gezien wordt.

Groet,
Henk
Da's een lastige. Als ik het aan een hedendaags Indiër, en die zie ik elke 2 jaar op een teaching tour, vraag dan vertelt ie dat pakweg Chenrezig of Tara voor hem vrijwel even 'echt en bestaand' zijn dan de mensen of machines om hem heen. Ja hij kan ze i.t.t. die anderen niet wetenschappelijk aantonen, maar wetenschap is 'ook maar een taal'. (Nee ik verdedig hier niet factfree redeneren of fakenews-propagatie, maar op het vlak van spiritualiteit heeft wetenschap inderdaad wel wat beperkingen.)

Dus ook Mara is voor mij een archetypische figuur. Of dat dan primair een naam/identiteit is van een stemmetje in jezelf, of een vrijwel echt bestaand personage erbuiten dat meerdere mensen in vergelijkbare vorm ervaren? Met dat tweede criterium bestaan Chenrezig en Tara ook 'echt'.

De kunst van dit soort archetypen is dat je de onvaardige elementen ziet voor wat ze zijn en de vaardige elementen stimuleert. En in het idee van een spirituele gemeenschap zal dat tweede er uiteindelijk toe leiden dat 'het geheel meer is dan de delen'. Dus een collectie individuen die bijvoorbeeld samen een dorpswijk helpt bouwen in Ladakh of een meditatiecentrum op een Schots eiland zijn die individuen ja maar zijn ook 'De duizendarmige Chenrezig die uit hun aller harten tesamen spreekt' - en dat ideaalbeeld tilt een ieder naar een hoger plan, waardoor je ook zou kunnen zeggen dat Chenrezig zelf aan het metselen geweest is ;-) Dat maakt ook het verschil in sfeer tussen een doods aandoend bakstenen gebouw en een levend-begeisterd aandoende samenkomstplaats van spiritueel beoefenenden (dus tempels maar ook de betere kerken).

With folded palms,

Henk Mönlam Tarchin

  • Gast
Re: Mara, een verkennend onderzoek
« Reactie #10 Gepost op: 08-02-2017 20:40 »
Ja, archetypen. Niet zo'n gekke gedachte, maar ik heb aardig wat Tibetaanse leraren over dit onderwerp gehoord. Wat ze meestal zeggen is dat het niet veel uitmaakt hoe je de godheden ziet. Verbeeldingen van iets in jezelf, of dat er op één of andere manier buiten tijd en ruimte een Tchenrezig en/of Tara bestaat waarvan wij ons totaal geen voorstelling kunnen maken.
Dus zou Mara in de vorm van een stemmetje of anderszins in onszelf latent aanwezig kunnen zijn en is er buiten die tijd/ruimte dimensie wel of  geen gefrustreerd wezen waarvan we ons wel/geen voorstelling kunnen maken.

Een duizendarmige Tchenrezig is bij het bouwen van een tempel wel handig, lijkt me trouwens ;)
Groet,

Henk

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Mara, Hoofdstuk 3, Mara's Activiteiten, vervolg
« Reactie #11 Gepost op: 09-02-2017 11:38 »
Hoofdstuk 3: Mara’s Activiteiten, vervolg

Algemeen

Mara heeft slechte bedoelingen met wezens en leidt ze op een verkeerd pad, d.w.z. een pad dat leidt naar hun verderf, leed en gebondenheid. Mara sluit het goede (edele achtvoudige) pad dat naar hun geluk leidt. Hij maakt gebruik van lokaas. In MN19§25 wordt dit zo beschreven: Mara leidt wezens naar het moeras van zintuiglijke genoegens. Het lokaas van Mara is verheugenis en begeerte. Het verkeerde pad van Mara is het verkeerde achtvoudige pad, d.w.z. verkeerde visie, verkeerde intenties etc.

In het onderstaande heb ik uit de sutta’s fragmenten samengebracht waarin Mara optreedt als verleider.

Mara als de Verleider

In het kort:

SN4.8: Mara benadert de Boeddha en geeft aan dat bezittingen, zoals zonen en vee, iets is om je in te verheugen. Zonder bezittingen is er volgens Mara niks om je over te verheugen. De Boeddha geeft aan dat bezittingen smart veroorzaken en zonder bezittingen heeft men geen smart. Dit komt ook voor in SnI.2.
SN4.9: Mara geeft aan dat je moet leven als een melk zogende baby, geheel onbewust van de naderende dood. De Boeddha geeft juist aan dat het leven kort is. Men zou met een gevoel van urgentie moeten leven alsof je hoofd in brand staat. De dood is onvermijdelijk. Men dient het heilzame te doen en het heilige leven te leiden. Hetzelfde thema in SN4.10.
SN4.21: Mara spoort jeugdige leerlingen van de Boeddha aan om toch vooral te gaan genieten van zintuiglijke genoegens. “Doe niet afstand van wat direct voor het grijpen ligt om iets na te streven wat tijd kost”, zegt Mara. De leerlingen laten zich echter niet van de wijs brengen. Een soortgelijk thema heeft ook SN5.1 In deze sutta benadert Mara een non die gericht is op afzondering en moedigt haar aan dat op te geven om van de zintuiglijke genoegens van het leven te genieten. Voor de gerealiseerde non zijn zintuiglijke genoegens echter als zwaarden en staken, de aggregaten als hun hakblok. Mara druipt af.
SN5.4: Mara probeert de bhikkhuni Vijaya van de wijs te brengen. Zo jeugdig als ze nog is, ze zou moeten genieten van de geneugten die het leven te bieden heeft. De non offert ze terug aan Mara. Ze heeft ze niet nodig. Ze heeft zintuiglijk verlangen ontworteld. Mara druipt beteuterd af.
SN4.24: Dit sutta geeft aan dat Mara 7 jaar, -6 jaar voor zijn verlichting en een jaar er na, geeft het commentaar aan- de Boeddha heeft gevolgd en geen ingang bij hem vond (ook onderwerp van SnIII.2). Nu probeert hij de Boeddha te verleiden door hem aan te sporen intieme banden aan te gaan en vrienden te maken met de mensen, in plaats van zo alleen in de wouden te mediteren. Bovendien verleidt hij de Boeddha om anderen niet te onderwijzen. Boeddha gaat op beide niet in.
SN5.6: De non Cala keurt geboorte niet meer goed. Mara natuurlijk wel en benadert haar en zegt dat je immers kunt genieten van zintuiglijke genoegens van het leven. De non geeft echter aan dat zodra er geboorte is, er onvermijdelijk het sterven en lijden volgt. De Boeddha heeft haar de Dhamma onderwezen, het overstijgen van geboorte, het afstand doen van al het lijden. Hij heeft haar gevestigd in de waarheid. Teleurgesteld vertrekt Mara.
SN5.7: In deze sutta benadert Mara de bhikkhuni Upacala. Mara spoort haar aan zich te richten op de hogere wedergeboorten van de deva’s van Tavatimsa en de Yama deva’s en de deva’s die zich verheugen in scheppen en de deva’s die controle uitoefenen [over anderen]. Maar de bhikkhuni weet dat deze deva’s nog altijd gebonden zijn door zintuiglijke ketens. Ze komen weer onder Mara’s controle. Ze ziet geheel de wereld in vuur en vlam staan, schuddend. Dat wat niet schudt of laait, dat waartoe wereldlingen geen toevlucht nemen, daar waar geen plaats is voor Mara, dat is waar de geest van de bhikkhuni zich in verheugt (Nibbana). Mara vindt geen ingang en druipt af.
DN16§3.34: Deze paragraaf geeft aan dat direct na het bereiken van de opperste verlichting onder de ‘Geitherder bananenboom’ op de oever van de rivier de Neranjara, de Boeddha meteen al door Mara werd verleid ook maar onmiddellijk het definitieve Nibbana te realiseren, d.w.z. eigenlijk ‘ga maar direct heen nu’. De Boeddha geeft aan (in het kort) dat hij dit pas zal doen als hij voldoende capabele leerlingen heeft en het heilige leven succesvol gevestigd is.
Ook zo’n drie maanden voor het definitieve heengaan van de Boeddha, diens definitieve nibbana, verzoekt of verleidt Mara de Boeddha weer dat het nu echt tijd is het definitieve Nibbana te realiseren want de Boeddha heeft inmiddels waargemaakt wat hij wenste vlak na zijn verlichting. Hij heeft voldoende capabele leerlingen en de Dhamma bloeit, is wijdverspreid, bekend in de verste verten, overal goed verkondigd onder de mensheid. De Boeddha geeft Mara dan aan dat hij zich geen zorgen hoeft te maken want de Tathgatha definitieve heengaan zal drie maanden van dan zijn. Op dat moment was er een aardbeving (DN16 §3.7 t/m 3.9).

Mara is dus op allerlei manieren bezig een ingang te vinden bij mensen. Het verlokken met de genoegens van het leven is daarbij wel een in het oog springend thema. Het beeld wat bij mij opkomt is Mara als een dealer. Ook die kan zich als een mededogend iemand presenteren, begaan met het welzijn van de junks, maar in feite staat dat welzijn van de ander natuurlijk niet echt centraal. Terwijl mensen steeds afhankelijker worden gaat hun welzijn juist verloren. Zo is ook Mara alleen geïnteresseerd in ketening, in gebondenheid, want zo behoudt hij zijn invloed, zijn macht. Het welzijn van wezens is niet aan de orde bij Mara ook al lijkt dat zo.

In de volgende post, het slot van dit hoofdstuk 3 over Mara’s Activiteiten, Mara's capaciteit om zich als iemand anders voor te doen, en diens vermogen andere wezens in bezit te nemen (dingen laten denken, zeggen en doen).

hartelijke groet,
Siebe

« Laatst bewerkt op: 18-09-2018 13:58 door Sybe »

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Mara, Hoofdstuk 3, Slot
« Reactie #12 Gepost op: 10-02-2017 11:20 »
Hoofdstuk 3, Mara’s Activiteiten, Slot

In dit laatste deel over Mara’s activiteiten heb ik o.a. ingezoomd op Mara’s vermogen om zich in allerlei vormen te manifesteren. Dit kwam ook eerder al bod maar het leek me toch goed dit nog eens apart onder de aandacht te brengen.
Er wordt ook geschreven over Mara die anderen in bezit neemt. Wat wordt daarmee bedoeld? Ik heb besloten alleen de fragmenten te presenteren zodat iedereen zijn eigen conclusies kan trekken.

Mara in vermomming

SN4.16: De Boeddha geeft onderricht en de gemeenschap luistert aandachtig. Dit bevalt Mara natuurlijk niet. Toen kwam in Mara de gedachte op: “Deze asceet Gotama instrueert, spoort aan, inspireert en verheugt de bhikkhu’s....Laat ik de asceet Gotama benaderen om ze te verwarren”. Mara manifesteert zich dan als een os die op enkele aalmoesbekers afgaat. De gemeenschap is bang dat de os de bekers zal breken. “Dat is niet een os, bhikkhu’s. Dat is Mara de kwaadaardige die hier gekomen is om jullie te verwarren”. De Boeddha geeft dan in vers aan dat degene die van de khandha’s weet ‘ik ben dit niet, dit is niet van-mij’ die is er van onthecht. Zo iemand is onzichtbaar voor Mara en diens leger. Diegene voorbij alle ketens is veilig.
SN4.19: Mara merkt weer op dat de Boeddha de bhikkhu’s inspireert en aanmoedigt met een dhamma gesprek. Dat bevalt hem niet en hij besluit verwarring te stichten. Mara besluit de Boeddha te benaderen en zich de manifesteren als een boer met een grote ploeg over zijn schouder. Mara vraagt aan de Boeddha of hij zijn ossen heeft gezien. De Boeddha beseffend dat dit Mara is, vraagt wat dan wel niet die ossen zijn? Mara geeft aan dat dit het oog is, vormen, oog-contact en de basis van (visueel) bewustzijn en zo ook voor de andere zintuigdomeinen. Dat is allemaal Mara’s domein en hoe wil je dat ontsnappen? De Boeddha geeft aan dat dit inderdaad zijn domein is (zie ook komende H.4). Maar daar wat dit allemaal niet is (Nibbana) daar is geen plaats voor Mara.
SN4.21: Mara manifesteert zich aan jeugdige leerlingen van de Boeddha als een brahmaan met mat haar in een knot, gehuld in een antilopenhuid, oud en krom. Hij spoort de jeugdige Sangha-leden aan om juist te genieten van menselijke zintuiglijke genoegens. Doe niet afstand wat direct voor het grijpen ligt om iets na te streven wat tijd kost. De leerlingen laten zich niet van de wijs brengen. De Boeddha vertelt hun dat dit niet een brahmaan was maar Mara de kwaadaardige.
Jataka 389: Een verhaal van de Bodhisattva, de Boeddha-to-be, die een krab liefdevol behandelt. Een kraai is uit op de ogen van de Bodhisattva en smeedt een plan met een slang. Deze slang kan de Boeddha met een beet doden. De moraal van het verhaal mogen jullie zelf lezen maar Mara was hier kennelijk de slang, Ananda de krab en de kraai was Devadatta.

Mara neemt bezit van iemand

DN16§3.4: Deze sutta behandelt de periode voor het heengaan van de Boeddha, diens definitieve Nibbana. In § 3.3 t/m 3.5 geeft de Boeddha Ananda tot drie keer toe te weten dat iemand die de vier wegen tot kracht ontwikkeld heeft, zoals de Boeddha, ze regelmatig heeft beoefend, zijn voertuig heeft gemaakt, zijn basis heeft gemaakt, ze gevestigd heeft, met ze vertrouwd is geraakt en ze op gepaste wijze toegepast heeft, zonder twijfel een eeuw kan leven of de rest er van (voor de Boeddha zou dat dan nog circa 20 jaar zijn geweest; anderen vertalen hier zelfs ‘wereld-periode of eon i.p.v eeuw). De rest van de sutta maakt duidelijk dat dit eigenlijk een hint was van de Boeddha aan Ananda. Ananda had op dat moment de Boeddha ook daadwerkelijk moeten vragen om een eeuw te blijven leven dan was dat kennelijk ook gebeurt. De sutta geeft aan dat dit kwam doordat de geest van Ananda op dat moment zo erg bezeten was door Mara. Dit komt ook voor in SN51.10 en AN8.70.
DN16 §24: Deze sutta gaat over de leraar Nigrodha en diens volgelingen. Kort gezegd, ze dagen de Boeddha uit. Op enig moment erkent Nigrodha dat hij blind was omdat hij in de Boeddha niet een volledig verlichte zag die een doctrine van verlichting onderwijst, die zelf-beheerst is en een doctrine leert van zelf-beheersing. Hij is kalm en leert een doctrine van kalmte. Hij is voorbij gegaan en onderwijst een leer van voorbij gaan, hij heeft Nibbana verworven en leert een doctrine om Nibbana te verwerven. De Boeddha nodigt hun uit om toevlucht te nemen en onderricht te ontvangen van hem. Men kan zelfs in zeven dagen het doel van het heilige leven bereiken, zo geef de Boeddha aan. Paragraaf 24 geeft dan aan dat niemand op die uitnodiging ingaat ..zo was hun geest bezeten door Mara. “Iedere van deze dwaze mensen is bezeten door de kwaadaardige, zodat niemand van hen denkt: “laat ons nu het heilige leven volgen dat verkondigd wordt door de asceet Gotama, dat we het mogen leren- want wat kunnen 7 dagen schelen?”.
SN4.18: Mara heeft bezit genomen van de huishouders van het stadje Pancasala. Hij heeft ze onder zijn bezwering met de gedachte: "Laat de asceet Gotama geen aalmoezen krijgen". De Boeddha kreeg ook geen aalmoezen op zijn ronde. De Boeddha wijst er op dat hij zo veel onverdienste heeft verzameld en dat dit kwaad eens zal rijpen. Hij geeft ook aan dat diegenen die niets bezitten gelukkig leven en gevoed zullen worden door vervoering zoals de deva’s van Stromende Straling.
-MN50§13+17: in het heel kort: een Mara genaamd Dusi neemt bezit van brahmaanse huishouders en laat de deugdzame bhikkhu’s uitschelden, mishandelen, beledigen en lastig vallen om maar een ingang te vinden in hun geest. Immers, wellicht worden ze kwaad? Dat lukt niet. Dan probeert hij het omgekeerde. Hij neemt weer bezit van de brahmaanse huishouders en vertelt ze dat ze de bhikkhu’s juist moeten vereren, respecteren, aanbidden misschien kan hij dan een ingang vinden bij ze. Misschien worden ze trots? Maar deze Mara vond weer geen ingang bij de bhikkhu’s. In §21 neemt Mara Dusi dan een bepaalde jongen in bezit en een steen oppakkend raakt hij de eerwaarde Vidhura op het hoofd en het bloed stroomt. Tto zover, want het is hier niet mijn bedoeling hier de sutta samen te vatten maar enkel die fragmenten te presenteren waarin Mara bezit neemt van andere wezens.
-MN49§5+29: In het kort: Baka de Brahma gelooft dat het rijk waarin ie leeft, inclusief hijzelf, eeuwig is, niet verouderend en voorbij dat rijk is geen ontsnapping. De Boeddha merkt deze gedachte op en vertelt Baka de Brahma dat hij in onwetendheid  is ondergedompeld want hijzelf noch zijn rijk is eeuwigdurend en er is een ontsnapping (Nibbana). Wie moet je nu geloven, deze Grote Godheid, een Maha Brahma of de Boeddha? Op dat moment neemt Mara bezit van iemand van het Brahma gezelschap. In het kort, eigenlijk dreigt Mara dan mensen met een slechte wedergeboorte als ze over het oordeel/kennis van de Grote Brahma, de Opperheer, de Maker en Schepper, Meester en Vader van al diegenen die er zijn en die er ooit kunnen zijn, heenstappen. Met zulke mensen liep het vroeger slecht af volgens Mara. En wezens die vroeger Brahma verheerlijkten daar liep het na de dood goed mee af, dus...
De Boeddha herkent Mara en geeft aan dat Brahma en ook diens gezelschap in de ban van Mara is, maar de Boeddha niet. De sutta geeft eigenlijk aan dat Brahma zich vergist in diens eigen status en zeker ook niet alwetend is. De Boeddha overtreft hem in directe kennis.
In §29 dreigt Mara wederom met slechte wedergeboorte als de Boeddha zijn leerlingen gidst, les gaat geven in de Dhamma en verlangen creëert [om te ontwaken]. Mara zou gezien hebben dat eerder verlichte wezens dit ook gedaan hebben en met hen zou het slecht afgelopen zijn na de dood. Boeddha herkent Mara’s gedachten echter en geeft aan dat Mara dit soort zaken niet zegt vanuit mededogen met het welzijn van levende wezens maar Mara is juist bang dat ze aan zijn invloedsfeer ontsnappen.
-SN2.30: Mara neemt bezit van een deva genaamd Vetambari en reciteert dan een vers wat er op neerkomt dat Mara eigenlijk aanmoedigt om te streven naar hogere wedergeboorte en zich te verheugen in de wereld van deva’s. De Boeddha begrijpt dat dit Mara is en geeft aan: “Welke vorm er dan ook bestaat, hier of hierna, en van diegenen van verblindende schoonheid in de lucht, al deze prijs je inderdaad aan, Namuci, als lokaas uitgestrooid om vis mee te vangen”.

Dit besluit hoofdstuk 3, bedoeld om een indruk te geven van Mara’s activiteiten.

In de komende posten (hoofdstuk 4) wordt aan de hand van de teksten nader belicht wat Mara's domein en/of bereik is.

hartelijke groet,
Siebe

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Mara, Hoofdstuk 4, Mara's domein en/of bereik, deel 1
« Reactie #13 Gepost op: 11-02-2017 12:28 »
Hoofdstuk 4: Mara’s domein en/of bereik, deel 1

(Dit hoofdstuk wordt in 3 delen gepost)

Algemeen

Mara wordt gezien als de voornaamste van alle heersers. Mara wordt gezien als de voornaamste van zij die macht uitoefenen (AN4.15).
Dit hoofdstuk is bedoeld om aan de hand van de teksten te belichten wat Mara’s domein en/of bereik is. Ik heb dit in dit hoofdstuk per thema proberen te ordenen.

Geheel Samsara

Samyutta Nikaya 1.50 geeft aan dat Mara’s (val)strikken wezens binden aan zowel de lagere als hemelse werelden. Traditioneel wordt het zo onderwezen dat vijf ‘lagere’ ketens/onderliggende neigingen binden aan de kama-loka en vijf ‘hogere’ ketens binden aan de hogere werelden, de rupa en arupa wereld. Zie eventueel: http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2240.msg17040.html#msg17040.

Eigenlijk zijn al deze ketens of onderliggende neigingen ook Mara’s (val)strikken. Wezens in deze totaliteit van samsara zijn allemaal gebonden door deze strikken en zo bezien eigenlijk onder controle van Mara en in het domein van Mara. Ze zijn allemaal ook onderhevig aan geboorte en dood. Ze zijn de binding aan bestaan nog niet voorbij. Levend in hogere rijken hebben wezens ook nog niet de zogenaamde ‘hemelse band’ overwonnen. Zo bezien zijn deze wezens nog altijd in het domein van Mara omdat die gebondenheid aan bestaan er nog altijd is. Bovendien, hogere wezens vallen ook weer terug in lagere rijken.

Wat betreft de hemelse band, de Boeddha geeft in Samyutta Nikaya 2.30, vers 371 aan dat Mara de hogere bestaanswerelden ook aanprijst, als lokaas dat uitgegooid wordt om vissen te vangen. Zelfs de verheugenis naar een bestaan in de wereld van deva’s wordt dus gezien als Mara’s manier van verleiden en Mara’s valstrik. Mara’s manier om controle te houden over wezens.

“Deze Dhamma is niet gemakkelijk te begrijpen
Door diegene die aangedaan zijn door de begeerte naar bestaan,
Die meegenomen worden in de stroom van bestaan,
Diep weggezonken in Mara’s rijk” (SN35.136)

“Door diegenen die bevangen zijn door de passies van bestaan,
door diegenen die de stroom van bestaan volgen,
door diegenen die het rijk van Mara zijn binnengegaan,
wordt deze Dhamma niet op volmaakte wijze begrepen”. (SnIII.12)


In bovenstaande fragmenten wordt de gehele stroom van bestaan, geheel samsara, aangeduid als Mara’s rijk. Ik weet niet of je kunt zeggen of ook alle wezens in samsara rechtstreeks in het bereik zijn van Mara, in de zin dat het wezen genaamd Mara deze wezens rechtstreeks kan beïnvloeden. Dit is volgens de teksten wel mogelijk bij bijvoorbeeld mensen (SN4.18+MN50), bij bepaalde deva’s (SN2.30) en ook kan Mara wezens in het gezelschap van Brahma in bezit nemen (MN49). Of Mara bijvoorbeeld ook de hoogste deva’s rechtstreeks kan beïnvloeden weet ik niet.

Als wezen kan Mara mensen wel dingen laten denken, zeggen en doen.
Er wordt wel gezegd (bhikkhu Samahita) dat mensen dit ervaren als hele aparte gedachten, extreem agressief, extreem pervers, vreemd, en als obsessieve staten alsof je gedwongen wordt iets te doen.

Ik denk dat je dus wel kunt zeggen dat geheel samsara eigenlijk Mara’s domein is aangezien wezens geketend zijn aan samsara door onderliggende neigingen/ketens die worden gezien als een soort (val)strikken van Mara. In hoeverre ook hogere wezens rechtstreeks beïnvloed kunnen worden door Mara is me niet duidelijk.

Het Domein van de Zes Zintuigen

Mara zegt in Samyutta Nikaya 4.19 tegen de Boeddha: “Het oog is van mij, asceet, vormen zijn van mij en diens basis van bewustzijn is van mij. Waar kun je naartoe gaan, asceet, om aan mij te ontsnappen?” Hetzelfde zegt Mara ook over de andere zintuigdomeinen, inclusief de geest. De Boeddha erkent dat dit zo is maar brengt hier tegen in dat waar geen oog is, geen vormen, geen oog-contact en diens basis van bewustzijn- daar is geen plaats voor jou, Kwaadaardige”. Hetzelfde zegt de Boeddha over de andere zintuigen. De Boeddha verwijst hier naar Nibbana.

“Vormen, geluiden, smaken, geuren,
Tactiele objecten, en alle mentale objecten:
Dit is het verschrikkelijke lokaas van de wereld
Waarop de wereld verkikkerd is/verslaafd aan is.

“Maar wanneer hij dit overstegen heeft,
Schijnt de indachtige leerling
van de Boeddha als de zon,
Gezegevierd over Mara’s rijk” (SN4.14 vers 480+481)

“Daar waar het oog is, Samiddhi, daar waar er vormen zijn, oog-bewustzijn, dingen die door oog-bewustzijn worden gekend, daar bestaat Mara of de beschrijving van Mara (de benaming)” (SN35.65). Hetzelfde wordt gezegd over de andere vijf zintuigdomeinen. SN35.68 geeft aan dat daar ‘de wereld’ bestaat of een beschrijving van de wereld.

Wanneer iemand gericht is op een aangename zintuiglijke waarneming en afgestoten wordt door een onaangename waarneming, dan heeft men onvoldoende mindfulness van het lichaam gevestigd en verblijft met een beperkte geest en kent niet de bevrijding door wijsheid waarin deze kwaadaardige staten zonder overblijfsel eindigen. Wanneer iemand zo verblijft en Mara benadert hem door één van de zintuigen, dan verkrijgt Mara toegang tot hem, Mara krijgt grip op hem. Zo iemand wordt overweldigt door wat ie waarneemt en hij overweldigt niet wat hij waarneemt (SN35.243).

In de volgende post, deel 2, meer tekstfragmenten die belichten wat Mara’s domein en/of bereik is.

hartelijke groet,
Siebe

Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1043
    • facetten van het boeddhisme
Re: Mara, een verkennend onderzoek
« Reactie #14 Gepost op: 12-02-2017 07:07 »
Hallo Siebe,

   In reactie 12 onder: >>Mara neemt bezit van iemand<< schrijf je dat de Boeddha volgens DN.16.3 aan Ananda de hint zou hebben gegeven om hem te vragen langer te blijven leven.
   Met het Mahaparinibbana Sutta van DN.16 moet men voorzichtig zijn. Het sutta is samengesteld in meerdere perioden. Het stoelt op echte herinneringen maar die herinneringen zijn in diverse perioden uitgebreid tot legenden. Het sutta heeft zich ontwikkeld door toevoegingen en tussenvoegingen gedurende enkele eeuwen. Misschien is de laatste versie ervan opgeschreven te Aluvihara in de 1e eeuw na Chr., toen er de hele canon werd genoteerd. [Gnanarama, Ven. Pategama: The Mission Accomplished : A historical analysis of the Mahaparinibbana Sutta of the Digha Nikaya of the Pali Canon. Singapore 1997, p. 11, 17-18, 147; Schneider, Ulrich: Einführung in den Buddhismus. Darmstadt 1980, p. 45.]

    De Boeddha zou, indien Ānanda dit had gevraagd, een aeon hebben kunnen blijven leven. De Boeddha was toen al oud en te veronderstellen dat hij met een dergelijke gesteldheid had kunnen blijven leven, is onjuist. Indien hij inderdaad een aeon had kunnen blijven leven, dan was een verzoek van Ānanda niet nodig geweest. [Gnanarama 1997, p. 84-86]. Na het overlijden van de Boeddha wilden zijn discipelen niet accepteren dat hij een natuurlijke dood gestorven was. Zij weigerden aan te nemen dat de Boeddha was heengegaan. [Gnanarama 1997, p. 89]. In het Kathavatthu, samengesteld bij het 3e concilie, wordt ontkend dat iemand die de vier paden van psychische krachten heeft ontplooid, een aeon lang kan leven. Niemand kan ouderdom en dood te boven komen. [Points of Controversy or Subjects of Discourse. Being a translation of the Kathâ-Vatthu from the Abhidhamma-Pitaka. transl. by Shwe Zan Aung & Rhys Davids. Oxford 1993, p. 258-260]. Omdat veel discipelen de dood van de Boeddha niet wilden zien als iets natuurlijks, gaven zij Ānanda de schuld. [Gnanarama 1997, p. 96]. In de Chinese toespraak over de leer juist voor het definitieve heengaan zegt de Boeddha dat zelfs als hij een aeon bleef leven, dit geen voordeel zou zijn omdat de leer compleet was voor iedereen.
      “Monniken, voelt jullie niet bedroefd. Indien ik gedurende een hele aeon in de wereld bleef leven, dan zou mijn omgaan met jullie toch tot een einde komen. Want een ontmoeting zonder scheiding is een onmogelijkheid.  [...] Het is niet nodig om nogmaals te spreken. De tijd gaat voorbij. Ik wens over te steken naar vrijheid (van bestaan in deze wereld).” [Deze toespraak van de Boeddha is niet te vinden in de Pali-Canon. Ze is in het Engels vertaald door Khantipālo, Bhikkhu (tr.): The Buddha's Last Bequest. A Translation from the Chinese Tripitaka. Kandy 1967. The Wheel No. 112.]
   Dat Ananda toen onder invloed van Mara was, is dus niet juist.

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Mara, Hoofdstuk 4, Mara's domein en/of bereik, vervolg, deel 2
« Reactie #15 Gepost op: 12-02-2017 12:17 »
Hoofdstuk 4, Mara’s domein en/of bereik, vervolg, deel 2

Het domein van zintuiglijke genoegens/bedwelming/roes

De dingen/zaken van de wereld kunnen de geest gemakkelijk bedwelmen waardoor je gemakkelijk onheil treft. Door niet bedwelmd te worden, wordt je niet onachtzaam. Wanneer iemand niet onachtzaam is, zal Mara niet met hem kunnen doen wat ie wil. Het lokaas van Mara zijn vooral de zintuiglijke genoegens en al die materiele zaken van de wereld. (MN25§7+11).

“Bhikkhu’s, er zijn vormen die gekend worden door het oog die wenselijk, lieflijk, aangenaam, aantrekkelijk, sensueel, aanlokkelijk, verleidelijk zijn. Als een bhikkhu verheugenis zoekt in hen, hen verwelkomt, en aan ze blijft vasthouden, wordt hij een bhikkhu genoemd die Mara’s hol is binnengegaan, die onder Mara’s controle is gekomen; Mara’s valstrik is aan hem vastgemaakt zodat hij gebonden is door de slavernij van Mara en de Kwaadaardige kan met hem doen wat hij wil”. Hetzelfde wordt gezegd over de andere vijf zintuigdomeinen. (SN35.114)

In SN47.6+7 geeft de Boeddha aan dat bij iemand die niet in zijn eigen domein blijft maar in andermans domein komt, daar krijgt Mara vat op. Dit komt ook ter sprake in Jataka 437. Wat is ‘niet je eigen toevlucht/domein’?’ De vijf strengen van zintuiglijk genoegen. In SN47.7 wordt het voorbeeld gegeven van een aap die verstrikt raakt in een apenval. Na eerst op 1 punt vast te zitten komt ie door al zijn pogingen om te ontsnappen uiteindelijk op 5 punten vast te zitten en kan de jager alles met hem doen. Zo raakt een mens gericht op zintuiglijk genoegens, ze verwelkomend, er aan vasthoudend, er ook steeds verder in verstrikt, afhankelijk er van. Mara kan met die persoon doen en laten wat ie wil.

“Hij die verblijft bij het aantrekkelijke van de zintuigen, wiens vermogens ongecontroleerd zijn, wie in voedsel geen matiging kent, wie futloos en lui is; zo iemand werpt Mara omver zoals de wind een zwakke boom omverwerpt” (Dhp7).

“Wat die kluizenaars en brahmanen betreft die gebonden zijn aan deze vijf strengen van zintuiglijk genoegen, verkikkerd op hen zijn en volkomen aan ze toegewijd, en  ze gebruiken zonder het gevaar er van in te zien of de ontsnapping er aan te begrijpen, van hun kan worden begrepen: ‘Ze hebben onheil ontmoet, rampspoed ontmoet, de Kwaadaardige (Mara) kan met ze doen wat hij wil. Zoals een jager ook alles kan doen met een hert in diens valstrik (MN26§32).

“Bhikkhu’s, zintuiglijke genoegens zijn niet duurzaam, leeg/hol (hollow), onjuist, bedrieglijk; ze zijn illusoir, het gezwam van dwazen. Zintuiglijke genoegens hier en nu en zintuiglijke genoegens in toekomstige levens-beide zijn Mara’s rijk, Mara’s domein, Mara’s lokaas, Mara’s jachtterrein. Op basis van hen ontstaan  kwaadaardige onheilzame staten zoals hebzucht, kwade wil en verwaandheid, en ze vormen een belemmering voor een edele leerling die hier in training is.”(MN106§2)

In MN 119 §23 valt te lezen dat wanneer iemand geen mindfulness van het lichaam heeft ontwikkeld en gecultiveerd Mara een gelegenheid en ondersteuning vindt bij die persoon. Het wordt vergeleken met een zware bal die ook in een homp natte klei dringt als je die daar op laat vallen. Dit komt er neer dat men mindfulness verliest en opgaat in zintuiglijke genietingen.

In de volgende post het laatste deel over Mara's domein en/of bereik.

hartelijke groet,



Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Re: Mara, een verkennend onderzoek
« Reactie #16 Gepost op: 12-02-2017 18:37 »

[knip verantwoording]

   Dat Ananda toen onder invloed van Mara was, is dus niet juist.

Hallo Nico, ik ga dat allemaal niet tegenspreken. Het ontbreekt mij aan kennis hierover.
Ik wil wel aangeven dat in de Digha Nikaya vertaling van Walshe (mijn bron) wel staat:  .."But the Venerable Ananda, failing to grasp this broad hint, this clear sign, did not beg the Lord: 'Lord, may the Blessed Lord stay for a century, may the Well-Farer stay for a century for the benefit and happiness of the multitude, out of compassion for the world, for the benefit and happiness of devas and humans', so much was his mind possessed by Mara".


Dit alleen om de lezers duidelijk te maken waarom ik gekozen heb dit fragment te plaatsen.

groet,
Siebe


Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Mara, Hoofdstuk 4, Mara's domein en/of bereik, slot
« Reactie #17 Gepost op: 13-02-2017 10:04 »
Hoofdstuk 4: Mara’s Domein en/of bereik, slot

Het domein van gehechtheid, ‘Mijn en van-mij’

Mara zegt:
“Dat waarvan ze zeggen ‘het is van-mij’,
En diegene die spreken in termen van ‘mijn’-
Als je geest hieronder valt
Zal je niet aan mij ontsnappen, asceet.” (SN4.24 vers 500)

“Bhikkhu, door vastklampen/hechten wordt men gebonden door Mara; door niet vastklampen wordt men bevrijd van de Kwaadaardige”. Waaraan vastklampen?
Aan de khandha’s van vorm, gevoel, waarneming, wilsformaties en bewustzijn. Door daaraan niet vast te klampen wordt men bevrijd (SN22.63)

“Laat iemand het verlangen om te grijpen (naar alles) volledig beteugelen, O Bhadravudha”-zo zei Bhagavat-”boven, beneden, overdwars en in het midden; want waar ze dan ook in de wereld naar grijpen, precies door dat volgt Mara de mens. Daarom, dit wetend, laat de bedachtzame bhikkhu in geheel de wereld naar niets grijpen, deze generatie beschouwend als schepselen van verlangen, vastgekleefd in het rijk van de dood” (SnV.13)

Het domein van verbeelding/zich voorstellen

“Bhikkhu, door zich voor te stellen/zich te verbeelden wordt men gebonden door Mara, door zich niet voor te stellen/verbeelden wordt men bevrijd van de Kwaadaardige”. In het voorstellen van wat? De vijf khandha’ (SN22.64)

“Zo subtiel, bhikkhu’s, was de ketening van Vepacitti, maar zelfs nog subtieler dan dat is een ketening door Mara. Door te verbeelden/zich voor te stellen wordt men gebonden door Mara; door niet te verbeelden, wordt men bevrijd van de Kwaadaardige.”
“Bhikkhu’s, ‘Ik ben’ is een voorstelling; ‘Ik ben dit’ is een voorstelling: ‘Ik zal zijn’ is een voorstelling; ‘Ik zal niet zijn’ is een voorstelling; ‘Ik zal uit vorm bestaan’...’Ik zal vormloos zijn’...’Ik zal waarnemend zijn’...’Ik zal niet waarnemend zijn’...'Ik zal noch waarnemend noch niet waarnemend zijn’...Zich voorstellen is een ziekte, een gezwel, een pijl. Daarom, bhikkhu’s jullie moeten jezelf zo trainen: ‘We zullen met een geest verstoken van verbeelding verblijven.’(SN35.248)

Het domein van verheugenis in khandha’s of in wat voorwaardelijk ontstaat

“Bhikkhu, in het zoeken van verheugenis wordt men gebonden door Mara, door het niet zoeken van verheugenis wordt men bevrijd van de Kwaadaardige”. Waarin verheugenis zoeken? In de vijf khandha’s. (SN22.65).

Aansluitend bij het bovenstaande, in SN 23.1 instrueert de Boeddha de khandha’s te zien als Mara, als een doder, als degene die gedood wordt, als een ziekte, een gezwel, een pijl, als ellende, als werkelijke ellende. Degene die het zo zien, zien het op de juiste manier. Ze krijgen hierdoor weerzin/afkeer van de khandha’s wat leidt tot passieloosheid, wat weer leidt tot bevrijding en Nibbana.
In SN23.11 en SN23.23 worden de vijf khandha’s gelijkgesteld aan Mara. Van Mara moet afstand worden gedaan. SN23.12 noemt de khandha’s onderhevig aan Mara.
De reeks sutta’s SN23.24-34 geven eigenlijk aan dat je alle lust en begeerte moet opgeven voor wat onderhevig is aan Mara, in het kort, dat wat onderhevig is aan ontstaan en beëindiging, dus alles wat voorwaardelijk ontstaat, ook alle khandha’s. 

Het domein van verkeerde/verdraaide perceptie/visie

Dit betekent dat men het vergankelijke als duurzaam beschouwt; wat lijden is,  aanziet voor plezierig; een zelf ziet in wat niet-zelf is; aantrekkelijkheid ervaart in wat niet onaantrekkelijk is. “Zulke mensen zijn gebonden door het juk van Mara, en bereiken niet de bescherming tegen slavernij. Wezens continueren in samsara, van geboorte naar dood gaand”. (AN4.49)

Het domein van onderliggende neigingen

Onderliggende neigingen of tendensen die leiden iemand Mara’s domein binnen (AN8.29).
Onderliggende neigingen zijn de ketens die binden aan samsara, zowel lagere als hogere werelden.
zie eventueel ook: http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,2240.0.html

Dit besluit hoofdstuk 4 dat, hoop ik, een indruk heeft gegeven van Mara’s domein en/of bereik. De volgende twee posten (hoofdstuk 5) geven een indruk van wat niet Mara’s domein is en/of wat buiten diens bereik ligt.

hartelijke groet,
Siebe



Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • ******
  • Berichten: 1043
    • facetten van het boeddhisme
Re: Mara, een verkennend onderzoek
« Reactie #18 Gepost op: 14-02-2017 09:05 »
Hallo Siebe,

Hallo Siebe,

Een korte opmerking betreffende
reactie 17: Mara – Onderliggende neigingen

   Een tijdje geleden zat ik hier in Thailand nog eens naar de TV te kijken. Omdat ik de Thaise taal nog niet beheers, had ik de zender uitgekozen die veel internationale filmen toont. Er was een film te zien die bijna afgelopen was en die ik al twee keer had gezien. Maar omdat ik het einde ervan niet meer duidelijk in de herinnering had, wilde ik graag dat einde afwachten.
   Mijn vrouw kwam en zei dat we boodschappen  moesten gaan doen. Ik zou de TV uitzetten. Mijn antwoord was: "Nog even, de film is zo afgelopen, nog 5 minuten."
   En hier kwam Mara stil en heimelijk binnensluipen. Juist dat: "Nog even" is een teken van gehechtheid, gehechtheid die we niet zo direct in de gaten hebben.
   We weten dat de uitzending op de TV kunstmatig veroorzaakt is, zonder enig zelf, vergankelijk. We weten dat en toch willen we ernaar blijven kijken "Nog even".
   Het verlangen om het einde van de film nog eens te zien, het gehecht zijn aan zichtbare vormen, is een vorm van Mara.
   Iets later vroeg mijn vrouw wat ik graag wilde eten. Ik zei haar wat ik wilde en het antwoord was dat de eetgelegenheid waar dat gerecht te krijgen was, die dag niet open was. Dan maar wat anders. Een beetje teleurgesteld was ik toch. Dat is dukkha, het niet krijgen wat men wenst. Maar Mara was er ook bij: het hebben van een voorkeur voor het ene en een afkeer van het andere. Dat is een vorm van egoïsme, een vorm van ik-bewustzijn. En waar een ik-bewustzijn is, is ook Mara, daar is onheil te verwachten, daar is geboorte (van een ik) en daar is dood.
   Zo kan men meerdere vormen van Mara zien in het gewone dagelijkse leven. Gehechtheid aan iets is er op veel gebieden; voorkeur en afkeer is er op velerlei manieren. En vaak zien we niet dat we onderhevig zijn aan die kleine maar sterke boeien die ons binden aan het bestaan in lijden, dat we nog onderhevig zijn aan wat "Mara" genoemd wordt.

Groeten
Nico

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Mara, Hoofdstuk 5, Buiten Mara's bereik, niet Mara's domein, deel 1
« Reactie #19 Gepost op: 14-02-2017 12:55 »
Hoofdstuk 5: Buiten Mara’s Bereik, niet Mara’s domein, deel 1

(dit hoofdstuk wordt in twee delen gepost)

Bevrijding

“Degenen met perfecte deugdzaamheid, zij die een leven leiden in oplettendheid en bevrijd zijn door volmaakte kennis; hun pad kan Mara niet kennen”. (Dhp57)

“Iemand kan duizend maal duizend mensen in de strijd overwinnen, maar degene die zichzelf overwint is de grootste overwinnaar op elk slagveld.” (Dhp103)
“De overwinning op jezelf is groter dan de overwinning op anderen. Zo iemand die zijn eigen zelf overwonnen heeft, is altijd beteugeld in gedrag. “(Dhp104)
“Noch een deva, noch een gandhabba, noch Mara samen met Brahma, kan de overwinning van zo’n persoon teniet doen.” (Dhp105)

Samyutta Nikaya 4.23 verslaat hoe in Godhika de gedachte aan zelfmoord opkomt. Mara vangt dit op en waarschuwt de Boeddha. Godhika pleegt echter zelfmoord. De Boeddha zag dat Godhika begeerte met wortel en al had uitgetrokken en definitief Nibbana had bereikt. Mara zocht naar de plek waar het bewustzijn van Godhika zich weer had gevestigd maar kon dit niet vinden. Bevrijd ben je buiten het bereik van Mara.

Nibbana

Mara zegt in Samyutta Nikaya 4.19 ( tegen de Boeddha): “Het oog is van mij, asceet, vormen zijn van mij en diens basis van bewustzijn is van mij. Waar kun je naartoe gaan, asceet, om aan mij te ontsnappen?” Hetzelfde zegt Mara over de andere zintuigen, inclusief de geest. De Boeddha erkent dat dit zo is maar brengt hier tegenin dat waar geen oog is, geen vormen, geen oog-contact en diens basis van bewustzijn- daar is geen plaats voor jou, Kwaadaardige”. Hetzelfde zegt de Boeddha over de andere zintuigdomeinen. Noot 297 bij de tekst geeft aan dat de Boeddha hier verwijst naar Nibbana.

“Waar het oog niet is, Samiddhi, geen vormen, geen oog-bewustzijn, geen dingen die gekend worden door oog-bewustzijn, daar bestaat Mara niet noch enige beschrijving van Mara”. Hetzelfde wordt gezegd over de andere vijf zintuigdomeinen (SN35.65). Ook dit verwijst naar Nibbana.

In SnV.11 zegt de Boeddha: “Voor diegenen die midden in het water staan, Kappa, in de schrikbarende stroom die ingezet is, voor diegenen bevangen door verval en dood, zal ik je vertellen over een eiland, O Kappa. Dit ongeëvenaarde eiland, niets bezittend (en) naar niks grijpend, noem ik Nibbana, de vernietiging van verval en dood. Diegene die dit begrepen hebben, zijn bedachtzaam (en) kalm omdat ze de Dhamma gezien hebben, zij komen niet in de macht van Mara en zijn niet de metgezel van Mara”.


Vertrouwen

Wanneer iemands vertrouwen in de Drie Juwelen heeft verkregen door grondig onderzoek, dan is dat niet te overwinnen door Mara, of wie dan ook in de wereld (MN47§16)

Niet meer verkikkerd op zintuiglijk genoegens/beteugeling

“Wat die kluizenaars en brahmanen betreft die niet gebonden zijn aan deze vijf strengen van zintuiglijk genoegen, die niet verkikkerd op ze zijn of volkomen aan ze toegewijd, en die ze gebruiken terwijl ze het gevaar er van inzien en de ontsnapping er aan kennen, van hen kan worden begrepen: ‘Ze hebben geen onheil ontmoet, geen rampspoed ontmoet, de Kwaadaardige (Mara) kan niet met ze doen wat hij wil. Als een hert wat op een valstrik ligt maar daar niet aan vastzit. (MN26§33)

“Bhikkhu’s, er zijn vormen die gekend worden door het oog en die wenselijk, lieflijk, aangenaam, aantrekkelijk, sensueel, aanlokkelijk, verleidelijk zijn. Als een bhikkhu geen verheugenis zoekt in hen, ze niet verwelkomt, en niet aan ze blijft vasthouden, wordt hij een bhikkhu genoemd die vrij is temidden van de vormen die gekend worden door het oog, die niet Mara’s hol is binnengegaan, die niet onder Mara’s controle is gekomen; Mara’s valstrik is niet aan hem vastgemaakt zodat hij niet gebonden is door de slavernij van Mara en de Kwaadaardige kan niet met hem doen wat hij wil”. Hetzelfde wordt gezegd over de andere vijf zintuigdomeinen.  (SN35.115)

Wanneer iemand niet bewust gericht is op aangename zintuiglijke waarnemingen en niet afgestoten wordt door onaangename zintuiglijke waarnemingen, dan is hij niet corrupt. Hij verblijft met mindfulness gevestigd op het lichaam en verblijft met een onmetelijke geest en kent de bevrijding door wijsheid waarin deze kwaadaardige staten zonder overblijfsel eindigen. Wanneer iemand zo verblijft en Mara benadert hem door één van de zintuigen, dan verkrijgt Mara geen toegang tot hem, Mara krijgt geen grip op hem. Zo iemand overweldigt wat ie waarneemt en wordt daar niet door overweldigd. (SN35.243)

“Hij die verblijft bij het onaantrekkelijke van de zintuigen, wiens vermogens goed onder controle zijn, wie matigheid in voedsel kent, wie vol vertrouwen is, wie energiek is; zo iemand werpt Mara niet omver zoals de wind ook niet een grote rots omverwerpt” (Dhp8).

“Grote omzwervingen, geheel alleen ronddolen, zonder vormen, verborgen in een grot. Zij, die deze geest beteugelen, zijn vrij van Mara's banden” (Dhp37).

In de volgende post het slot van wat buiten Mara’s bereik ligt, wat niet diens domein is.

hartelijke groet,
Siebe

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Re: Mara, een verkennend onderzoek
« Reactie #20 Gepost op: 14-02-2017 17:28 »
Hallo Siebe,

Een korte opmerking betreffende
reactie 17: Mara – Onderliggende neigingen

   Een tijdje geleden zat ik hier in Thailand nog eens naar de TV te kijken. Omdat ik de Thaise taal nog niet beheers, had ik de zender uitgekozen die veel internationale filmen toont. Er was een film te zien die bijna afgelopen was en die ik al twee keer had gezien. Maar omdat ik het einde ervan niet meer duidelijk in de herinnering had, wilde ik graag dat einde afwachten.
   Mijn vrouw kwam en zei dat we boodschappen  moesten gaan doen. Ik zou de TV uitzetten. Mijn antwoord was: "Nog even, de film is zo afgelopen, nog 5 minuten."
   En hier kwam Mara stil en heimelijk binnensluipen. Juist dat: "Nog even" is een teken van gehechtheid, gehechtheid die we niet zo direct in de gaten hebben.

Ja, daar zit ook het aspect van verheugenis in. Het graag nog even het einde willen zien. Het sluit aan bij deze tekst, vind ik: “Bhikkhu, in het zoeken van verheugenis wordt men gebonden door Mara, door het niet zoeken van verheugenis wordt men bevrijd van de Kwaadaardige”. Waarin verheugenis zoeken? In de vijf khandha’s. (SN22.65).

   We weten dat de uitzending op de TV kunstmatig veroorzaakt is, zonder enig zelf, vergankelijk. We weten dat en toch willen we ernaar blijven kijken "Nog even".
   Het verlangen om het einde van de film nog eens te zien, het gehecht zijn aan zichtbare vormen, is een vorm van Mara.

Ja, het is toch gestoeld op de overtuiging en ervaring dat al zulke zaken ons een vorm van genoegen brengen. Ook al is dat maar tijdelijk het is toch een vorm van genoegen. Mara wordt ook opgevoerd als degene/datgene wat mensen ook aanspoort voor dat kortstondige genoegen te gaan.

Ik ben zelf wel door eigen ervaring er van overtuigd geraakt dat zulke keuzes absoluut niet onschuldig zijn.
Behalve enkele kortstondige momenten van roes/kick/euforie/geluk brengt het niks dan ellende. Hoe meer je het beloningssysteem van het brein aanspreekt-en dat doe je feitelijk-hoe erger het wordt. Je wordt niet gelukkiger. Je wordt steeds ongelukkiger en meer en meer afhankelijk van prikkels. De weg van kortstondige genoegens is zeker weten een weg van onheil en ellende. Je verlaagt jezelf, anderen, alles trekt mee omlaag, de shit in. Misschien vinden lezers het overdreven maar ik vind het niet meer onschuldig vermaak.

   Iets later vroeg mijn vrouw wat ik graag wilde eten. Ik zei haar wat ik wilde en het antwoord was dat de eetgelegenheid waar dat gerecht te krijgen was, die dag niet open was. Dan maar wat anders. Een beetje teleurgesteld was ik toch. Dat is dukkha, het niet krijgen wat men wenst. Maar Mara was er ook bij: het hebben van een voorkeur voor het ene en een afkeer van het andere. Dat is een vorm van egoïsme, een vorm van ik-bewustzijn. En waar een ik-bewustzijn is, is ook Mara, daar is onheil te verwachten, daar is geboorte (van een ik) en daar is dood.
   Zo kan men meerdere vormen van Mara zien in het gewone dagelijkse leven. Gehechtheid aan iets is er op veel gebieden; voorkeur en afkeer is er op velerlei manieren. En vaak zien we niet dat we onderhevig zijn aan die kleine maar sterke boeien die ons binden aan het bestaan in lijden, dat we nog onderhevig zijn aan wat "Mara" genoemd wordt.

Ja, bedankt voor het zichtbaar maken van Mara aan de hand van voorbeelden uit je eigen leven.

groet,
Siebe


Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Mara, Hoofdstuk 5, Buiten Mara's bereik, niet Mara's domein, slot
« Reactie #21 Gepost op: 15-02-2017 10:33 »
Hoofdstuk 5: Buiten Mara’s Bereik, niet Mara’s domein, slot

Juiste Inspanning

Zij die de vier juiste inspanningen vertonen, overwinnen het rijk van Mara, ze zijn onthecht, voorbij aan angst voor geboorte en dood. Ze zijn tevreden en onbewogen, na Mara en zijn ros? (mount) verslagen te hebben, die gelukkigen hebben alle legers van Namuci overwonnen. (AN4.13)

De Vier Fundamenten van Indachtigheid

In Digha Nikaya 26 §1 adviseert de Boeddha om een eiland te zijn voor jezelf, wees een toevlucht voor jezelf, met geen andere toevlucht. Laat de Dhamma jullie eiland zijn, laat de Dhamma jullie toevlucht zijn, met geen andere toevlucht. En hoe doet men dat? Men verblijft in een staat van contemplatie, helder bewust en mindfull van de vier vestigingen van indachtigheid (lichaam, gevoel, geest en geest-objecten), na hunkeren naar en zich zorgen maken om de wereld opzij gezet te hebben.
De Boeddha zegt: Blijf bij je eigen beschermplaats (“preserves”), blijf bij je eigen voorouderlijk domein (“haunts”: waar men altijd verbleef). Als je dit zo doet zal Mara geen logeerplaats vinden, geen vaste voet verkrijgen.
Het laatste advies om in je eigen voorouderlijke domein te blijven, is ook te vinden in Samyutta Nikaya 47.6+7en Jataka 168. Het gaat in SN47.6 en Jataka 168 over een kwartel die op een dag besluit zijn vertrouwde voorouderlijke thuisgrond te verlaten, namelijk de omgeploegde akkers waar ie altijd goed beschermd was. Hij gaat naar de bosgrens. Daar wordt ie meteen gepakt door een havik. De kwartel heeft meteen spijt dat ie zijn eigen vertrouwde grond verlaten heeft en schreeuwt dat terwijl de havik hem in de klauwen heeft. De havik besluit hem dan los te laten en geeft aan dat hij de kwartel ook wel te pakken krijgt op zijn eigen terrein. Op een dag ziet de havik de kwartel op zijn eigen grond. Hij komt aanvliegen om de kwartel te grijpen. Deze duikt net op tijd weg achter een grote kluit en de havik botst daar tegenop en valt daar dood neer. Moraal van verhaal? Blijf op je eigen vertrouwde terrein van helder bewustzijn en de vestigingen van indachtigheid en laat je niet meeslepen naar dat andere verkeerde terrein van de lust voor zien, ruiken, proeven etc. Zo krijgt Mara geen enkele kans.

In MN 119 §26 valt te lezen dat wanneer iemand mindfulness van het lichaam heeft ontwikkeld en gecultiveerd, Mara geen gelegenheid en ondersteuning vindt bij die persoon. Het wordt vergeleken met een kluwen garen die op een deurpaneel van hardhout wordt gegooid. Die lichte bal van garen zal natuurlijk niet door die deur gaan.

Jhana, einde van de bezoedelingen

“Waar kan Mara en zijn gevolg niet gaan”? Majjhima Nikaya 25 §12 t/m 20 geeft aan dat dit jhana is en de beëindiging van waarneming & gevoel. Van iemand die in de jhana’s verkeert, wordt gezegd dat ie Mara geblinddoekt heeft, onzichtbaar geworden voor de Kwaadaardige door Mara’s oog van diens kans te beroven. Noot 295 geeft echter wel aan dat deze immuniteit voor Mara tijdelijk is, omdat jhana ook tijdelijk is. Iemand die echter de beëindiging van waarneming & gevoel heeft gerealiseerd en wiens bezoedeling zijn vernietigd, daarin vindt Mara op permanente wijze geen enkele ingang meer. Hetzelfde is ook na te lezen in MN26 §34 t/m 42. Iemand waarbij alle bezoedelingen zijn geëindigd wandelt, staat, zit en gaat liggen zonder enige angst. Waarom? Omdat hij buiten het bereik van de Kwaadaardige is (MN26§42).

Anguttara Nikaya 9.39 beschrijft hoe de deva’s en asura’s strijden. Steeds wonnen de deva’s en sloegen de asura’s op de vlucht. De deva’s bleven de asura’s echter achtervolgen. De asura’s waren pas veilig toen ze hun eigen stad binnengingen. Zo is ook de persoon die jhana binnengaat veilig. Mara kan niets met die persoon doen, hij is veilig voor gevaar. Iemand die zelfs in de beëindiging van waarneming & gevoel verblijft, en [dit] met wijsheid gezien heeft, en wiens bezoedelingen volkomen zijn vernietigd, voor zo iemand geldt dat die Mara verblind heeft, Mara’s ogen gesloten, voorbij het zicht van de Kwaadaardige gegaan, en voorbij gegaan aan gehechtheid aan de wereld.

Jhana en zeven goede kwaliteiten

Als iemand 7 goede kwaliteiten heeft en naar wens de vier jhana’s kan binnengaan, wordt iemand een edele leerling genoemd die niet kan worden aangevallen door Mara. Hij is dan als een goed gebouwd en bewaakt fort. Welke zeven eigenschappen? In het kort: 1. vertrouwen, 2. morele schaamte (je schamen als je iets immoreels doet), 3. morele vrees (wangedrag en onheilzame staten vrezen), 4. veel dhamma lessen geleerd hebben, 5. energiek zijn, 6. mindfull zijn, 7. de wijsheid bezitten die ontstaan en verdwijnen onderscheidt, die edel is en doordringend en leidt tot de volledige vernietiging van lijden. Met deze 7 eigenschappen doet de edele leerling afstand van het onheilzame en ontwikkelt het heilzame. Doet afstand van wat laakbaar is en ontwikkelt wat onberispelijk is en blijf zuiver. (AN7.67)

Juiste visie/perceptie

Dit betekent dat wat anicca is, men ook ziet als anicca; wat dukkha is, kent als dukkha; en wat anatta is kent als anatta. Wat onaantrekkelijk is, kent als onaantrekkelijk. Door het verkrijgen van juiste visie hebben ze al het lijden overwonnen. Diegenen zijn niet meer gebonden door het juk van Mara. (AN4.49)

“De wijzen die ware visies hebben en gerealiseerd zijn, na (alle dingen) volledig begrepen te hebben, en na alle banden met Mara overwonnen te hebben, hebben geen wedergeboorte.” (SnIII.12)

Onderliggende neigingen

Als alle onderliggende neigingen of tendensen zijn afgesneden dan wordt iemand niet meer Mara’s domein ingevoerd. Diegene die de vernietiging van de bezoedelingen realiseren, hoewel in de wereld, zijn er voorbij gegaan. (AN8.29)

Dit besluit hoofdstuk 5 wat, hoop ik, een indruk heeft gegeven van wat buiten Mara’s bereik ligt, niet diens domein is. In de volgende post enkele tekstfragmenten die beschrijven hoe Mara of de legers van Mara worden overwonnen.

hartelijke groet,
Siebe

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Mara, Hoofdstuk 6, Hoe wordt Mara en/of de legers van Mara overwonnen?
« Reactie #22 Gepost op: 16-02-2017 10:37 »
Hoofdstuk 6. Hoe wordt Mara en/of de legers van Mara overwonnen?

Een Boeddha of arhat is iemand die het leger of de hordes van Mara heeft verpletterd of overwonnen. Een overwinnaar van Mara. (MN92§19, SnIII.6, SnIII.7, AN4.13, Dhp37). Hoe kregen zij dit voor elkaar?

“Nadat dit lichaam als een vaas van klei is beschouwd, en deze geest sterk is gemaakt zoals een versterkte stad, bestrijdt men Mara met het wapen van wijsheid. Nadat de bescherming is volbracht, zal er geen zoeker naar een verblijf zijn.“ (Dhp40)

“Nadat je dit lichaam als schuim hebt beschouwd, wanneer je ontwaakt bent tot zijn illusionaire aard en Mara's bloemenpijlen vernietigd hebt, ga je voorbij de visie van de koning van de dood”. (Dhp46).
Peter van Loosbroek-Ananda: “Dit lichaam van ons is als schuim, als een luchtbel. Het valt snel uiteen. De natuur van het leven is als een luchtspiegeling, een illusie. Daarom dient iemand deze onwerkelijkheden op te geven. Om dat te bereiken moet iemand de bloemenpijlen van Mara, waarmee hij mannen en vrouwen verleidt, vernietigen. Het is noodzakelijk dat de waarheidzoeker voorbij Mara's gebied gaat, naar regionen die niet door hem zijn gezien. Mara kent alleen het gebied van de dood. De ware zoeker gaat voorbij dat gebied, naar het onsterfelijke (Nibbana) - een domein dat Mara nooit heeft gezien”.

“Boeddha's verkondigen slechts het pad, maar jij bent degene die zich moet inspannen. De mediterenden die het pad bewandelen, raken volledig bevrijd van de banden van Mara”. (Dhp 276)

“Ik zeg dat er voorspoed is voor u allen die hier vergaderd zijn! Wanneer u de zoete wortels van het Usira gras nodig hebt, graaf dan eerst de wortel van begeerte op. Laat Mara u niet keer op keer breken zoals een krachtige stroom een rietstengel.” (Dhp337)

“Maar wie vreugde vindt in het kalmeren van de gedachten, wie altijd indachtig is en het onzuivere beschouwt; hij is degene die begeerte zal uitroeien en de banden van Mara zal doorkappen”. (Dhp350)

“Dit leger van jou (=Mara, siebe), die de wereld van mensen en goden niet kan verslaan, zal ik met begrip/wijsheid verslaan, zoals men een ongebakken aarden pot [verplettert] met een steen.” (SnIII.2)

“Bhikkhu’s, Ik zal je het pad onderwijzen dat het leger van Mara verplettert. Luister daar naar...
“En wat, bhikkhu’s, is het pad dat het leger van Mara verplettert? Het zijn de zeven factoren van verlichting. Welke zeven? De verlichtingsfactor van mindfulness, de verlichtingsfactor van het onderscheiden van staten, de verlichtingsfactor van energie, de verlichtingsfactor van opgetogenheid, de verlichtingsfactor van kalmte, de verlichtingsfactor van concentratie, de verlichtingsfactor van gelijkmoedigheid.” (SN46.43)

Dit besluit hoofdstuk 6.

In de volgende post nog enkele afsluitende woorden.

hartelijke groet,
Siebe

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Mara, Tot Besluit
« Reactie #23 Gepost op: 27-02-2017 14:52 »
Mara, Tot Besluit

“Zalig is afzondering voor iemand die tevreden is,
Die de Dhamma gehoord heeft,
Die ziet.
Zalig is onaangedaan zijn met betrekking tot de wereld,
beheerst naar levende wezens.

“Zalig is passieloosheid met betrekking tot de wereld,
Het overwinnen van zintuiglijk verlangen,
Maar het bedwingen van de verbeelding ‘Ik ben’-
Dat is werkelijk de ultieme gelukzaligheid”.

Fragment uit Udana 2.1 http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/kn/ud/ud.2.01.than.html

....“Maar het bedwingen van de verbeelding ‘Ik ben’- Dat is werkelijk de ultieme gelukzaligheid”.

Mara dankt zijn heerschappij volgens mij vooral aan een grote gevoeligheid voor beeldvorming.

Het lichaam/bewustzijn-complex produceert denk ik al eindeloos lang beelden of voorstellingen. De leer geeft aan dat ‘Ik ben’ een soort primaire voorstelling is in de geest. Een kernachtige voorstelling. Ik begrijp dit als de gebruikelijke perceptie of indruk die we hebben , dat datgene wat allerlei zaken ervaart, leeft en straks zal sterven, een soort wezentje is.

De Boeddha onderwijst mijns inziens dat deze voorstelling ‘Ik ben’ niet inherent is aan geest. Anders gezegd, deze gebruikelijke perceptie is iets wat steeds op actuele wijze ontstaat, zich vestigt en kan aangroeien in de geest, maar steeds ook weer verdwijnt. Anders gezegd, de notie ‘Ik ben’ is eigenlijk veel minder inherent aan de geest dan wij het beleven, zeg maar. Daar zit een  aspect van begoocheling, lijkt me.

Aan de notie ‘Ik ben’ zijn ook allerlei neigingen of conditioneringen gekoppeld. Er mee verbonden lijkt me angst voor lijden en sterven. De voorstelling van een entiteit Ik die onvoldoende aandacht krijgt of liefde en dat zet bepaalde neigingen in gang. Die succesvol is of beroemd en geliefd. Die eenzaam is, niet-verbonden, gebroken. De voorstelling van een entiteit Ik die klein en nietig is ten opzichte van iets veel groters, bijvoorbeeld een opperwezen genaamd God. De voorstelling van een Ik die oppermachtig denkt te zijn en alles onder controle heeft. De voorstelling van een Ik die meent te moeten voldoen aan wat de ouders willen, de buurt, het bedrijf, het land, God en zo bepaalde neigingen heeft. Een voorstelling van een Ik die allerlei avonturen wil meemaken. Die vindt dat ie onvoldoende gerespecteerd wordt en daarom boos wordt. De voorstelling van een Ik die niet deugt of die minderwaardig is of intrinsiek schuldig is. Een voorstelling van een Ik die superieur is. Een voorstelling van een Ik die gelijkwaardig is aan anderen, etc.

Het is allemaal beeldvorming, domein van verbeelding, domein van Mara geven de teksten aan. Het lijkt me dat allerlei neigingen heel sterk verkleefd zijn met die oer notie ‘Ik ben’. Ik vraag me af welke neigingen niet samenhangen met die notie ‘Ik ben’.

Volgens mij ontdekte de Boeddha dat hoe veel invloed beeldvorming ook op ons heeft, hoe fel het licht van beeldvorming ook schijnt, hoe overtuigend het ook lijkt, het is toch niet de aard van geest. Het is niet wie of wat we zijn. Het is een bijzaak, zoals een wolk in de lucht ook een bijzaak is. Maar als je opgaat in beeldvorming dan beleef je die bijzaak als een hoofdzaak. Dat is volgens mij in praktische zin ook wat bedoeld wordt met begoocheling (moha). De geest neemt dan een verkeerde, niet wijsgerige, loop.

Wijsheid is volgens mij dat vermogen dat besef houdt van de ware conditie en dat beeldvorming doorsnijdt terwijl het ontstaat. Daarmee lost wijsheid begoocheling op en daarmee de invloed van Mara. 

Maar goed, dit is allemaal makkelijk gezegd. Het werkelijk in de praktijk doorsnijden van beeldvorming is hele andere koek. Niet opgaan in beeldvorming valt echt niet mee. Beeldvorming niet zo serieus nemen in de praktijk, dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Dat weet ik wel uit ervaring. Er over praten en schrijven is heel wat anders dan het waarmaken.

Traditioneel wordt gezegd dat het zo moeilijk is omdat we al zo eindeloos lang onder invloed staan van met name die primaire voorstelling ‘Ik ben’. We hebben eigenlijk constant de overtuigende notie dat datgene wat  ervaart, een soort van wezentje is. Een soort wezentje dat ruikt, voelt, proeft, zaken meemaakt, leeft en zal sterven. Daar zeggen we ‘dat ben Ik’ tegen. Daar zit ik. Dat wezentje dat ben ik.

Het unieke aan boeddhisme is denk ik toch wel dat het onderwijst dat deze notie van een soort van ego niet inherent is aan de geest. Maar alle niet verlichte wezens ervaren dat wel zo. Daarmee geeft de Boeddha aan, vind ik, dat het immorele ten diepste voortkomt uit onwetendheid over de natuur van geest.
Alle wezens zien een bijkomstige projectie aan voor zichzelf.

De leer van anatta beslist volgens mij niet zozeer over of er wel of niet een zelf is, het wil denk ik eerder aangeven dat de gebruikelijke notie of perceptie van een soort wezentje dat ervaart, in ultieme zin niet waar of werkelijk is.  Het is niet werkelijk onze aard. Zoiets, volgens mij.
Het is misschien vergelijkbaar met een ruimte die je fel groen verlicht. Alle objecten er in en zelfs de ruimte lijken dan inherent groen. Zo is dat denk ik ook het geval wanneer het licht van de persoonlijkheid fel schijnt in de geest. Dat licht beheerst dan volledig onze belevingswijze en we zijn er dan volledig van overtuigd dat onze belevingswijze de enige juiste is, inherent aan ons bestaan. Het kan niet anders, zo is het nou eenmaal is onze indruk. Wat mij betreft geeft het onderricht echter aan dat de notie van ‘Ik ben’ volledig kan eindigen. Daar had de Boeddha volgens mij weet van. Dat vond de Boeddha kennelijk ook het hoogste geluk, gezien het fragment van Udana 2.1.

Op een praktische manier vertaald draait de leer van anatta volgens mij dus om het ontsluiten van niet conceptueel begrip van anderen, van jezelf, van wat dan ook. Het recht doen aan intuitie, aan directe kennis. Het doorsnijden en overwinnen van de macht van beeldvorming. Beeldvorming de plaats geven die het toebehoort, als een bijkomstigheid. 

Beeldvorming staat aan de basis van neigingen en daarmee gedrag van wezens. Het heeft een enorme macht over ons. Hier toont zich vooral de heerschappij van Mara, lijkt me. Ik denk wel dat het goed is dat we rekening houden met innerlijk en uiterlijk verzet als de wens tot bevrijding opkomt. Of zoals het dhammapada vers zegt:

Zoals een vis die uit zijn waterrijke verblijf gehaald is en op het land geworpen is, net zo spartelt deze geest wanneer Mara's koninkrijk verlaten wordt” (Dhp34).

Nou, ik hoop dat jullie het verkennend onderzoek leerzaam vonden.

Feedback welkom,

hartelijke groet,
Siebe


Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Re: Mara, een verkennend onderzoek
« Reactie #24 Gepost op: 18-04-2019 14:15 »
De macht van Mara overwinnen, beschouwde de Boeddha als de sterkste macht om te overwinnen (DN26§28)