Auteur Topic: Geweten in de Sutta-Pitaka  (gelezen 3657 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Geweten in de Sutta-Pitaka
« Gepost op: 17-04-2020 11:19 »
Geweten in de Sutta-Pitaka.

Inleiding

Het leek me leuk en leerzaam dit eens wat meer uit te zoeken en met jullie te delen. Welke rol speelt het geweten in de Pali sutta’s en in de beoefening?

Wat is geweten? Geweten wordt meestal gezien als het besef of gevoel voor wat goed en kwaad is, of het vermogen in jezelf om die twee van elkaar te kunnen onderscheiden of daarover te kunnen oordelen. Zo bezien kun je je afvragen of het geweten dan niet hetzelfde als het vermogen van wijsheid? Immers dat kan het morele van het immorele onderscheiden. En wordt niet juist dat vermogen ook aangetast als er sterke lust is of haat, en kunnen we onder invloed daarvan niet gewetenloos worden en handelen? Als onze wijsheid versluiert door de invloed van heftige emoties, versluiert dan ook niet onze gewetenfunctie?

Ik denk dat in deze zin het vermogen van wijsheid en ge-weten heel dicht bij elkaar liggen. Vaak voel je best aan dat je iets doet wat niet deugt, niet helemaal zuiver is, dat is je innerlijk weten, je ge-weten. Ik denk dat het niet heel erg ver gezocht is dat je dit ook het vermogen van wijsheid kunt noemen.

De sutta’s beschrijven mijns inziens twee manieren waarop dit geweten zich op een praktische manier in de beleving van iemand manifesteert, namelijk als de mentale factor van morele schaamte, hiri, en morele vrees, ottappa.
Hiri is je schamen, of de schaamte, om wandaden te gaan verrichten. Er wordt gezegd dat die schaamte van binnenuit komt en gebaseerd is op zelfrespect of waardigheid.
Hoewel sommige vertalers hiri vertalen als conscience, dus als geweten (zoals bhikkhu Thanissaro en bhikkhu Sujato) geef ik er toch de voorkeur aan om het geweten te zien als het vermogen dat goed en kwaad kan onderscheiden, en de geremdheid uit schaamte of angst om wandaden te verrichten, als de manier waarop dat geweten praktisch gezien uitpakt, of hoe het persoonlijk gevoeld of ervaren wordt door iemand.

Hiri, morele schaamte, wordt in de sutta’s vrijwel altijd genoemd in combinatie met ottappa, dat wordt vertaald als moreel ontzag/vrees. Ottappa verwijst naar de angst om iets verkeerds te doen, bijvoorbeeld omdat je denkt aan de consequenties van wangedrag. Terwijl morele schaamte vooral gebaseerd is op zelfrespect/waardigheid, wordt gezegd dat morele vrees, ottappa, vooral gebaseerd is op respect voor anderen.

Stel dat we geen enkele geremdheid zouden voelen om wandaden te verrichten, noch via schaamte noch via vrees, hoe zou de wereld er dan uitzien? De teksten spreken in deze context over morele schaamte en moreel ontzag als “de beschermers van de wereld”.

In de volgende serie posten wordt aan de hand van de teksten vooral ingegaan op morele schaamte (hiri) en morele vrees (ottappa). Behandeld wordt:

-algemene informatie over hiri en ottappa
-hiri en ottappa in de beoefening
-gevolgen van hiri en ottappa en het ontbreken er van

Terwijl hiri en ottappa factoren zijn die in het moment de keuze voor wandaden voorkomen, behandelen de teksten ook een soort wroeging als eenmaal wandaden zijn begaan en/of als iets is nagelaten te doen. Deze gewetenswroeging komt ter sprake als 1 van de vijf hindernissen; uddhacca-kukkucca, wel vertaald als rusteloosheid en berouw (door Bodhi). Berouw (kukkucca) kan betrekking hebben op iets wat je gedaan hebt maar ook op iets wat je nagelaten hebt.

Hiri en ottappa worden gezien als heldere kwaliteiten, maar de vijf hindernissen zijn nooit heilzaam of positief, dus ook dit soort berouw niet. Dit betekent volgens mij niet dat spijt over wandaden niet goed is, maar kukkucca lijkt meer te verwijzen naar blijven tobben over wat je gedaan hebt in het verleden of juist nagelaten hebt. Steeds maar een berouwvolle verontruste geest hebben.  Je kunt fouten maken, wie doet dat niet, en als je die niet ongedaan kunt maken, heeft het weinig zin daar constant berouw over te blijven voelen. Je kunt beter zorgen dat je die misstappen nooit weer maakt (zie bijvoorbeeld SN42.8}.  Je alsmaar schuldig voelen en zorgen blijven maken om wat gedaan en nagelaten is, terwijl je het niet ongedaan kan maken, wordt niet gezien als een heldere kwaliteit maar als hindernis.

Ik heb gemeend ook deze vorm van berouw hier te bespreken. Kukkucca, berouw, komt aan bod na de teksten over hiri en ottappa.

Tot slot van deze serie posten enkele sutta’s en/of fragmenten waarin het geweten een rol speelt.

Als jullie zin hebben hierover te discussiëren, willen jullie dat doen in een aparte draad?

In de volgende post de onderzochte teksten en de gebruikte afkortingen. Ook heb ik verschillende vertalingen van de Pali woorden hiri en ottappa hier samengevat.

Ik hoop dat jullie het leuk en leerzaam vinden.

Groet,
Siebe
« Laatst bewerkt op: 17-04-2020 12:39 door Siebe »

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Re: Geweten in de Sutta-Pitaka, bronnen, afkortingen, vertalingen
« Reactie #1 Gepost op: 17-04-2020 11:26 »
Bronnen:

-Digha Nikaya (DG): The Long Discourses of the Buddha, A translation of the Digha Nikaya by Maurice Walshe, 1996;
-Majjhima Nikaya (MN): The Middle Length Discourses of the Buddha, A new translation of the Majjhima Nikaya, original translation by Bhikkhu Nanamoli, translation edited and revised by Bhikkhu Bodhi, 1995;
-Samyutta Nikaya (SN): The Connected Discourses of the Buddha, A New Translation of the Samyutta Nikaya, Bhikkhu Bodhi, Volume I+II, 2000;
-Anguttara Nikaya (AN): The Numerical Discourses of the Buddha, A Translation of the Anguttara Nikaya by Bhikkhu Bodhi, 2012;
-Dhammapada, www.sleuteltotinzicht.nl, Peter van Loosbroek
-Udana: A Translation With an Introduction & Notes by Thanissaro Bhikkhu, 2012;
-Itivuttaka: This was said by the Buddha, A Translation by Thanissaro Bhikkhu, revised edition 2013; Itivuttaka, Zo is het Gezegd, Guy Eugene Dubois, 2019
-Sutta Nipata: The Sutta Nipata, A Collection of Discourses Being One of the Canonical Books of The Buddhist, Translated from Pali by V. Fausböll, Oxford, 1881.

Gebruikte afkortingen:


DN: Digha Nikaya 
MN: Majjhima Nikaya
SN: Samyutta Nikaya
AN: Anguttara Nikaya 
Dhp: Dhammapada
Ud: Udana
Iti: Itivuttaka
Sn: Sutta Nipata


Uiteenlopende vertalingen in de vertalingen


                                     Hiri                                              Ottappa

Walshe                        moral shame                                    moral dread
Thanissaro                  conscience                                       concern (fear of the consequences of wrong doing)
Sujato                         conscience                                        prudence
Bodhi                           shame en moral shame*                   fear of wrong doing en moral dread*
de Breet en Janssen   schaamte                                          gewetensvol


* Bodhi heeft Pali woorden in verschillende Nikaya’s regelmatig verschillend vertaald
« Laatst bewerkt op: 30-04-2020 16:47 door Siebe »

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Re: Hiri en Ottappa, Algemene Informatie
« Reactie #2 Gepost op: 18-04-2020 12:18 »
Hiri en Ottappa, Algemene Informatie

Hiri wordt veelal vertaald als morele schaamte. “Dat wil zeggen, door schaamte gaan aarzelen om kwade dingen te doen waarvoor men zich zou moeten schamen wanneer ze uitgevoerd worden” (definitie Peter van Looswijk, www.sleuteltotinzicht.nl). Het komt van binnenuit en is verbonden met een gevoel van waardigheid of zelfrespect. Het is een afkeer/weerzin van het immorele. Je kunt uit een gebrek aan gevoel van waardigheid of gebrek aan zelfrespect, onwaardige dingen doen, laag, immoreel.

Ottappa is de angst om iets verkeerds te doen. Het wordt beschreven als moreel ontzag of vrees. "Dat is, door vrees gaan aarzelen kwade dingen te doen voor angst uit zelfverwijt, of beschuldiging door anderen, of vergelding in deze wereld of in de sferen van ellende” (definitie: Peter van Looswijk, www.sleuteltotinzicht.nl ).
Het is vooral naar buiten gericht. Het heeft het kenmerk van vrees voor het immorele, wordt overheerst door een zorg van hoe anderen over je denken, dus een angst voor terechtwijzing. Het manifesteert zichzelf als een angst om iets immoreels te doen vanwege de consequenties er van. (MN, Bodhi, noot 416, zie ook zie AN, noot 225)

Wanneer heb je morele schaamte (hiri)? Je schaamt je voor wangedrag met het lichaam, spraak en geest, schaamt je om kwaadaardige onheilzame daden te verrichten. (MN53§12)
Wanneer heb je morele bevreesdheid of ontzag (ottappa)? Je bent bang voor wangedrag met het lichaam, spraak en geest, bang om kwaadaardige onheilzame daden te verrichten. (MN53§12)

AN2.9 beschrijft dat morele schaamte en morele bevreesdheid heldere kwaliteiten zijn die samen de wereld beschermen. Want zou er helemaal geen morele schaamte zijn en geen vrees voor de consequenties van wandaden, hoe zou de wereld er dan uit zien? Als niemand zich meer geremd voelt om vreemd te gaan, stelen, mishandelen, doden? (zie ook Iti 2.2.5)

Een onwaarachtig persoon heeft geen morele schaamte en bevreesdheid. (MN110§5)
Een waarachtig persoon heeft wel deze kwaliteiten. (MN110§16)

“Bhikkhu’s onwetendheid is de voorganger bij het binnengaan van onheilzame staten, met een gebrek aan (morele) schaamte en gebrek aan angst voor verkeerd doen meteen er op volgend”.
“Bhikkhu’s ware kennis is de voorgangerr bij het binnengaan van heilzame staten, met een besef van (morele) schaamte en angst voor verkeerd doen meteen er op volgend (SN45.1, AN10.105, zie ook Iti§40)

Belangrijkste oorzaak van hiri en ottappa


AN8.81 geeft aan: Als er geen mindfulness (sati) is en geen helder begrip (sampajanna/sampajano) ontbreekt de voornaamste oorzaak van morele schaamte (hiri) en morele bevreesdheid (otappa). Het omgekeerde geldt ook.

Dus morele schaamte en morele bevreesdheid vereisen ook mindfullness en helder begrip.
Ik heb in de sutta’s bekeken wat er zoals gezegd wordt over ‘helder begrip’ (sampajanna). Wat is dat? Het grenst denk ik aan iets wat je welbewustheid kunt noemen. Alles wat je doet aan oefeningen en dagelijks routines, alles wat je innerlijk observeert aan gedachten, gevoelens, waarnemingen, je doet of bent dat op een intelligente wijze bewust. Je bent niet onachtzaam.
Je bent ook welbewust in de zin van dat je weet waar je mee bezig bent als beoefenaar. Je hebt ook een helder begrip van verschijnselen, d.w.z. hun natuur van anicca, dukkha en anatta.

Het Abhidhamma boek Dhammasangani bespreekt sampajanna als wijsheid (§53). Wijsheid is ook dat wat goed en kwaad kan onderscheiden. Dus het is ook wel logisch dat morele schaamte en morele vrees ook wijsheid of helder begrip vereist zoals AN8.81 aangeeft.

Uit SN45.1 mag je denk ik ook concluderen dat indien er ware kennis in iemand is opgekomen dan is hiri en ottappa ook krachtig aanwezig. Praktisch gezien heb je dan ook een sterk geweten. Indien onwetendheid aanwezig is, dan neigt de geest naar morele schaamteloosheid en roekeloosheid en dus naar gewetenloosheid. Dan wordt wijsheid versluierd.

Tegendelen


Ahirika: Schaamteloosheid, is een onheilzame mentale factor. Het kenmerk hiervan is de afwezigheid van weerzin/afschuw van lichamelijk en verbaal wangedrag.
Anottappa: Morele roekeloosheid, het kenmerk is afwezigheid van angst/vrees bij zulke wandaden.

Beide hebben de functie van kwaadaardige dingen doen. Ze manifesteren zich als het niet geremd worden om kwaad te doen.
De hoofdoorzaak van schaamteloosheid is gebrek aan zelfrespect. De hoofdoorzaak van morele roekeloosheid is gebrek aan respect voor anderen.
(Comprehensive manual of Abhidhamma, Bodhi, blz. 83)

Samenvattend

Dus hiri en ottappa zijn heldere kwaliteiten, hoe het ge-weten door iemand beleefd wordt via schaamte en vrees. Hiri en ottappa voorkomen dat je overgaat tot wandaden. Bij hiri speelt schaamte en zelfrespect en bij ottappa vooral angst voor de consequenties van je daden, en respect voor anderen.
Als er onwetendheid is, en geen hiri en ottappa, dan is er niks wat het verrichten van wandaden afremt. Hiri en ottappa worden in deze context ook gezien als krachten die de beoefenaar dient te ontwikkelen en cultiveren. Daarover meer in de komende post.



« Laatst bewerkt op: 18-04-2020 12:26 door Siebe »

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Hiri en Ottappa, In de Beoefening
« Reactie #3 Gepost op: 19-04-2020 12:27 »
Hiri en Ottappa, In de Beoefening

Morele schaamte en morele vrees beschermt je tegen het bewandelen van het onheilzame  pad, en wanneer morele schaamte en vrees afwezig zijn, ga je de kant  van het onheilzame op. (AN5.6) Het gewetenloze en onwijze pad, kun je ook zeggen, lijkt me.

Het ontbreken van morele schaamte en morele vrees behoort tot de 7 verkeerde praktijken, samen met het ontbreken van vertrouwen, weinig geleerdheid, slap zijn, niet mindful zijn en het ontbreken van wijsheid. Als het omgekeerde aan de hand is, wordt dat de zeven juiste praktijken genoemd. (DN33§2.3)

De sutta’s noemen vaak vijf krachten (balani): vertrouwen (saddha), mindfulness (sati), energie/toewijding (viriya), concentratie (samadhi) en wijsheid (panna).
Soms wordt ook gesproken over de 7 krachten. Dan worden aan het bovenstaand rijtje ook nog hiri en ottappa toegevoegd. (DN33§2.3(9), AN7.3)

Dus, morele schaamte en morele vrees worden ook gezien als krachten.
Wat is de kracht van morele schaamte? Hier heeft een edele leerling een gevoel van morele schaamte; hij schaamt zich voor lichamelijk, verbaal en mentaal wangedrag; hij schaamt zich voor het verkrijgen van kwaadaardige, onheilzame kwaliteiten.
Wat is de kracht van morele vrees? Hier vreest een edele leerling om iets verkeerds te doen; hij vreest lichamelijk, verbaal en mentaal wangedrag; hij vreest het verkrijgen van kwaadaardige, onheilzame kwaliteiten. (AN5.2)

Je kunt wel nagaan dat hiri en ottappa krachten zijn. Beide zijn krachten die het begaan van wandaden afremmen en voorkomen. 
Voor alle krachten, dus ook voor hiri en ottappa, geldt dat de beoefenaar ze dient te ontwikkelen, sterk maken, cultiveren. Hoe sterker hoe beter. Als de krachten sterk worden, leiden ze naar bevrijding.

Morele schaamte en vrees wordt dus ook gezien als iets wat je kunt ontwikkelen. Dit sluit goed aan bij mijn eigen ervaring. Het geweten is ook iets wat je moet ontwikkelen. Er zijn bijvoorbeeld fasen in het leven dan kun je erg met jezelf bezig zijn en andermans welzijn veronachtzamen en makkelijker wandaden begaan. Wijsheid moet ook groeien.

Iemand die neigt tot schaamteloosheid heeft schaamte om dat te vermijden. (MN8§14)

Er moet zo getraind worden dat je in bezit bent van morele schaamte en morele vrees. (MN39§3)

Ik denk niet alle geremdheid perse heilzaam is maar als het gaat om geremdheid om wandaden te verrichten dan wel. Je kunt bijvoorbeeld ook erg verlegen zijn en hierdoor geremd worden om goede of de juiste dingen in het moment te doen. Dan is geremdheid niet voordelig. Of geremdheid om er te zijn, je te uiten. Maar hiri en ottappa, morele schaamte en vrees, gaat over voorkomen van het verrichten van immorele daden door een gevoel van schaamte en vrees. En niet alle daden zijn (im)moreel en niet alle geremdheid is door hiri en ottappa, lijkt me.

Ik ben niet echt specifiek oefeningen tegengekomen om hiri en ottappa te ontwikkelen. Maar ik denk dat dit vooral samenhangt met leren zien dat wandaden pijnlijke gevolgen hebben voor jezelf en anderen, in dit leven en voorbij de dood.
Zien ook dat andere wezens ook willen leven, niet willen lijden, gelukkig willen zijn. Ze zijn in die zin net als jou. Je niet vervreemden van jezelf en anderen.
Met kennis van de Dhamma en juiste visie en wijsheid komt morele schaamte en angst ook vanzelf meer tot ontwikkeling.

In de volgende post meer informatie vanuit de sutta’s over de gevolgen van de af-en aanwezigheid van morele schaamte en vrees

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Re: Gevolgen van de aan-en afwezigheid van hiri en ottappa
« Reactie #4 Gepost op: 20-04-2020 11:20 »
Gevolgen van de aan- en afwezigheid van hiri en ottappa, morele schaamte en morele vrees.

Gevolgen van het ontbreken van hiri en ottappa.

“Monniken, onwetendheid gaat voorop bij het betreden van onheilzame staten, met schaamteloosheid en morele roekeloosheid daar op volgend. Bij een niet wijs persoon ondergedompeld in onwetendheid ontstaat verkeerde visie. Bij iemand met verkeerde visie, ontstaat verkeerde intentie. Bij iemand met verkeerde intentie, ontstaat verkeerde spraak. Bij iemand met verkeerde spraak ontstaat verkeerd handelen. Bij iemand met verkeerd handelen ontstaat verkeerd levensonderhoud. Bij iemand met verkeerd levensonderhoud ontstaat verkeerde inspanning. Bij iemand met verkeerde inspanning ontstaat verkeerde mindfulness. Bij iemand met verkeerde mindfulness ontstaat verkeerde concentratie”. (SN45.1)

Normaal zou bovenstaande ontwikkeling afgebroken worden door de aanwezigheid van morele schaamte en vrees maar als dat ontbreekt gaat alles de verkeerde (immorele, onheilzame) kant op. 

Zonder gevoel van schaamte, morele vrees, vertrouwen in heilzame staten, energie, wijsheid is er alleen maar achteruitgang te verwachten. Het omgekeerde als dat er wel is. (SN16.7, AN2.204 enAN2.209)

Morele schaamteloosheid en morele roekeloosheid hebben lijden als hun uitkomst. (AN2.254)

Als iemand niet afstand heeft gedaan van, (o.a.) morele schaamteloosheid en morele roekeloosheid kan iemand niet de vrucht van niet-terugkeren realiseren. (AN6.65)
AN6.83 zegt hetzelfde over het realiseren van arahantschap.

AN7.65 beschrijft in een keten wat er gebeurt als morele schaamte en morele vrees ontbreekt:
Iemand zonder morele schaamte en morele vrees mist de directe oorzaak van het beheersen van de zintuigen. Hierdoor mist de directe oorzaak van deugdzaam gedrag. Hierdoor mist de directe oorzaak van juiste concentratie. Hierdoor mist de directe oorzaak van de kennis en visie van de dingen zoals ze werkelijk zijn. Hierdoor mist de directe oorzaak van ontgoocheling en passieloosheid. Hierdoor mist de directe oorzaak van bevrijding.

AN8.81 beschrijft ook een voorwaardelijke keten: Als er geen mindfulness is en helder begrip ontbreekt de voornaamste oorzaak van morele schaamte en morele bevreesdheid. Als dat niet aanwezig is mist de belangrijkste oorzaak van het beheersen van de zintuigen…. Etc. net als in AN7.65 (zie boven). Deze sutta beschrijft ook de omgekeerde keten.

Door het ontbreken van morele schaamte en morele vrees neemt dus de ontwikkeling van geest en bijgevolg het  gedrag een verkeerde loop. Het leidt niet naar bevrijding. 

Gevolgen van de aanwezigheid van hiri en ottappa

“Monniken, ware kennis gaat voorop bij het betreden van heilzame staten, met morele schaamte en morele vrees daar op volgend. Bij een wijs persoon die aangekomen is bij ware kennis ontstaat juiste visie. Bij iemand met juiste visie, ontstaat juiste intentie. Bij iemand met juiste intentie, ontstaat juiste spraak. Bij iemand met juiste spraak ontstaat juist handelen. Bij iemand met juist handelen ontstaat juist levensonderhoud. Bij iemand met juist levensonderhoud ontstaat juiste inspanning. Bij iemand met juiste inspanning ontstaat juiste mindfulness. Bij iemand met juiste mindfulness ontstaat juiste concentratie”. (SN45.1)

Met morele schaamte en morele vrees verwijlt men gelukkig. (AN2.199)

Morele schaamte en morele vrees hebben geluk als uitkomst. (AN2.259)

Als iemand afstand heeft gedaan van, (o.a.) morele schaamteloosheid en morele roekeloosheid kan iemand de vrucht van niet-terugkeren realiseren. (AN6.65)
AN6.83 zegt hetzelfde over het realiseren van arahantschap

AN7.65 beschrijft in een keten wat er gebeurt als morele schaamte en morele vrees aanwezig zijn: iemand met morele schaamte en morele vrees heeft de directe oorzaak van het beheersen van de zintuigen. Hierdoor is de directe oorzaak van deugdzaam gedrag aanwezig. Hierdoor is de directe oorzaak van juiste concentratie aanwezig. Hierdoor is de directe oorzaak van de kennis en visie van de dingen zoals ze werkelijk zijn aanwezig. Hierdoor is de directe oorzaak van ontgoocheling en passieloosheid aanwezig. Hierdoor is de directe oorzaak van bevrijding aanwezig.

AN10.76 bespreekt ook zo’n voorwaardelijke keten waarin hiri en ottappa een rol spelen. Kort samengevat: Iemand met morele schaamte en morele bevreesdheid is behoedzaam. Iemand die behoedzaam is, is in staat om afstand te doen van oneerbiedigheid, moeilijk om mee te spreken zijn, en slechte vriendschap. Iemand met goede vrienden is in staat om afstand te doen van gebrek aan vertrouwen, luiheid en liefdeloosheid. Iemand die energiek is, is in staat om afstand te doen van rusteloosheid, immoraliteit en gebrek aan zelfbeheersing. Iemand die deugdzaam is, is in staat om afstand te doen van het gebrek aan verlangen om de edelen te zien, gebrek aan verlangen om de edelen te horen, en een geest geneigd tot kritiek. Iemand wiens geest niet neigt naar kritiek is in staat om afstand te doen van warrigheid, gebrek aan helder begrip en mentale afleiding. Iemand die een niet afgeleide geest heeft, is in staat om afstand te doen van onzorgvuldige aandacht, een verkeerd pad volgen en mentale traagheid. Iemand die geen trage geest heeft, is in staat om afstand te doen van sakkaya ditthi, viccikiccha, en silabata paramasa (de eerste drie ketens). Iemand zonder twijfel is in staat om afstand te doen van lobha, dosa en moha. Als men daar afstand van gedaan heeft, is men in staat om afstand te doen van geboorte, ouderdom en dood.

Ik denk dat met hiri en ottappa de belangrijkste manieren zijn besproken waarop het geweten zich op een persoonlijke gevoelsmatige manier manifesteert als de schaamte en vrees om wandaden te gaan verrichten.

Een ander aspect van het geweten is spijt of berouw. Berouw van daden die je gedaan hebt of misschien nagelaten hebt. Daarover meer in de volgende posten.

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Uddhacca-Kukkucca, Rusteloosheid en Berouw (of zorgelijkheid), 1 van de 5 hindernissen (panca nivarana)

Algemene info over de vijf hindernissen

Het effect van de aanwezigheid van de vijf hindernissen in de geest wordt beschreven als het verzwakken van wijsheid (bijvoorbeeld MN27§19).  Wat betekent dit in de praktijk? Met de hindernissen in de geest, zoals hele sterke afkeer (vyapada) en of hevige verlangens (kama chanda), wat gebeurt er dan in je eigen geest? Kijk maar eens. Je wordt ongevoeliger nietwaar? Gewetenlozer, je vervreemdt van jezelf en anderen. Het veroorzaakt een soort desensibilisatie, ongevoelig worden, verharding. Dus,  wijsheid raakt versluierd.

Stel dat sterke verlangens naar seks in je opkomen (kama chanda), dan kan het zijn dat je de Ander slechts ziet als lust-object. Je zou zomaar het lust-object iets kwaads kunnen aandoen want het is immers maar een object, althans zo zie je dat op dat moment. Je wordt gewoon gevoelloos, meedogenloos, en je wijsheid verzwakt dus en je geweten in de zin van schaamte  en vrees (hiri en ottappa), functioneert ook nauwelijks meer.
Dus, wijsheid versluiert.

De hindernissen veroorzaken dus blindheid, gebrek aan visie, gebrek aan kennis, ze zijn nadelig voor wijsheid, neigend naar spanningen, weg leidend van Nibbana. (SN46.40)

Overigens, bij verlangen en afkeer gaat het bij de hindernissen om de hevige vormen hiervan (kama chanda en vyapada) en niet om de meer mildere vormen  van verlangen en afkeer (kama raga en patigha).

Als de geest belast is met de vijf hindernissen, kan iemand niet enige super-menselijke staat kennen of zien, een onderscheiding in kennis en visie/zicht de edelen waardig. (MN99§15)

Alle vijf hindernissen ontstaan wanneer er onzorgvuldig aandacht is, en ontstaan niet als er zorgvuldige aandacht is. (SN46.24)

Met de hindernissen in de geest is de geest noch kneedbaar of soepel, noch makkelijk toe te passen, noch stralend maar bros en niet op de juiste manier geconcentreerd voor de vernietiging van de asava’s. (SN46.33)

Uddhacca-Kukkucca, Rusteloosheid en Berouw/Zorgelijkheid

Eén van de vijf hindernissen heet uddhacca-kukkucca. Uddhacca wordt vaak vertaald als rusteloosheid of opwinding. In de Dhammasangani (§1160) wordt het als volgt uitgelegd: “Die opwinding van geest die verontrusting is, rustverstoring van het hart, onrust van geest”.

Kukkucca, berouw/zorgelijkheid, algemene informatie

Kukkucca. Ik kon in de sutta’s geen directe omschrijving van kukkucca vinden. Het wordt vertaald als berouw (remorse) door Bodhi en door Peter van Looswijk als zorgelijkheid. Zorgelijkheid bijvoorbeeld in de vorm van berouw om wat je gedaan hebt of nagelaten hebt.

In de Abhidhamma, het boek Dhammasangani (§1161) word het ook in verband gebracht met gewetenswroeging.

Als hindernis verwijst kukkucca denk ik vooral naar het verontrust zijn over wat je gedaan hebt, namelijk iets kwaadaardigs,  en ook om wat nagelaten is, bijvoorbeeld om iets goeds te doen of wat gepast zou zijn. Tobben daarover. Dat soort berouw. Al dat getob heeft weinig zin. Verandert niks aan de situatie. Het wordt gezien als iets nadeligs, onheilzaams. Iets om niet te voeden maar af te zwakken.

“Kukkucca behoort tot de mentaal onheilzame factoren en is het betreuren of berouw hebben na iets verkeerds gedaan te hebben. Diens kenmerk is dienovereenkomstig spijt. Diens functie is om te betreuren wat gedaan is, en wat niet gedaan is. Het wordt gemanifesteerd als berouw. Diens voornaamste oorzaak is wat gedaan en niet gedaan is.” (Comprehensive Manual of Abhidhamma, Bodhi, blz. 8]

Rusteloosheid en berouw als hindernis wordt vergeleken met iemand die zijn gezicht probeert te zien in rimpelig water. Dat gaat niet, dat wordt vertekend. Net zo is de geest bij rusteloosheid en berouw ‘woelig’.
Op dat moment zie je niet je eigen heil, noch dat van anderen noch van beide. (SN46.55)

Als afstand is gedaan van rusteloosheid en berouw, is de geest niet geagiteerd, maar innerlijk vredig. (MN39§13)

Waardering

De hindernissen zijn nooit voordelig, heilzaam of gunstig. Dus ook dit soort berouw of zorgelijkheid over je verkeerde daden en over wat je nagelaten hebt (goede/gepaste daden) wordt dus in de teksten niet gezien als voordelig of gunstig. Natuurlijk is het niet verkeerd spijt te hebben over wangedrag of over je nalatigheid. Immers, dan doe je het de volgende keer waarschijnlijk anders. Maar steeds terugkerend getob over eerdere daden of wat nagelaten is, wordt gezien als onvoordelig, want het verandert toch niks aan de situatie en belast en versluiert alleen maar de geest.

Later wat meer over voordelige en onvoordelige soorten berouw of spijt.

In de volgende post eerst wat meer info, vanuit de sutta’s, over de oorzaken van berouw en hoe je berouw voorkomt.  
« Laatst bewerkt op: 21-04-2020 20:23 door Siebe »

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Re: Geweten, Oorzaken van Berouw; Hoe Voorkom je Berouw?
« Reactie #6 Gepost op: 22-04-2020 11:47 »
Oorzaken van berouw

-Twee dingen veroorzaken berouw: niet doen wat bewonderenswaardig is, niet doen wat vaardig is, geen bescherming geven aan personen in angst, en in plaats daarvan dingen doen die kwaadaardig zijn, gemeen en wreed. Over deze wandaden  nadenkend ontstaat berouw.  (Iti§30)

-Wat voedt rusteloosheid en berouw? Regelmatig aandacht besteden aan een onrustige geest (unsettledness of mind). Door regelmatig aandacht te besteden aan zaken die een basis zijn van rusteloosheid en berouw, neemt deze neiging toe. (SN46.2, SN46.23/35)

Dit is overigens een principe dat je telkens weer ziet bij de training van de geest. Of het nu woede is, mededogen, de neiging tot vijandigheid, liefdevolle vriendelijkheid, al dat soort geconditioneerde verschijnselen worden sterker als je die neigingen volgt en voedt met je aandacht terwijl ze opkomen. Ze verzwakken of verdorren als je ze niet volgt met je aandacht terwijl ze opkomen. Als er mindfulness is, is er een keuze. Uiteraard is het niet de bedoeling om onheilzame neigingen zoals woede of vijandigheid te versterken. Het is onderdeel van de juiste ijver om te zorgen dat heilzame staten opkomen en ze te onderhouden én om te zorgen dat onheilzame staten niet ontstaan en niet aangroeien. 

-Een standpunt innemen ten opzichte van de door de Boeddha onverklaarde zaken wordt een basis voor berouw. De niet geïnstrueerde wereldlijke persoon begrijpt berouw niet, diens ontstaan, diens beëindiging, en de weg die leidt naar diens beëindiging. Hij is niet bevrijd van geboorte, ouderdom en dood, van smart, geweeklaag, pijn, neerslachtigheid en beklemming. Het omgekeerde geldt voor de geïnstrueerde edele leerling. (AN7.54)

Berouw, getob over je eigen misstappen en nalatigheid, kukkucca, is dus volgens de sutta’s echt iets waarvan je afstand dient te doen om bevrijding te realiseren.

Hoe voorkom je berouw?

-Twee dingen veroorzaken geen berouw, namelijk bewonderenswaardige dingen doen, vaardige dingen doen, bescherming geven aan personen in angst, goede dingen doen. Er over nadenkend dat je afstand hebt gedaan van wandaden en goede dingen hebt gedaan, voel je geen berouw. (Iti§31)

-Hoe voorkom je dat rusteloosheid en berouw ontstaat en ontstane rusteloosheid en berouw niet toeneemt? Er is de vredevolle geest; regelmatig daar aandacht aan besteden, snijdt rusteloosheid en berouw  af van voeding. (SN46.51, AN1.19)
Hier zie je weer het principe dat wat we aandacht geven dat voeden we, dat wordt sterk. Dat geldt zowel voor het heilzame als onheilzame.

Rusteloosheid (uddhacca) wordt verwijderd door het pad van arahantschap.
Berouw(kukkucca) door het pad van niet meer terugkeren. (SNII, noot 96)
Zonder afstand te doen van, o.a. berouw en rusteloosheid, kan iemand niet het arhantschap realiseren. (AN6.66)

-Om berouw te voorkomen dienen we de bevrijding van geest te realiseren, de bevrijding door wijsheid, waar kwaadaardige onheilzame staten zonder overblijfsel eindigen. (AN5.142)

Het commentaar bij AN geeft aan dat door veel te leren, door vragen te stellen, door bedreven te zijn in de Viniya (discipline), door oudere monniken te benaderen, door goede vriendschappen te sluiten, en door geschikte gesprekken te voeren, ook een einde gemaakt kan worden aan rusteloosheid en berouw. (AN, noot 36)

Berouw kan volgens een sutta ook op zijn plaats zijn en niet. Daarover, en over de voordelige en nadelige aspecten van spijt (vipatisara) meer in de volgende post. 

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Berouw, wel en niet op zijn plaats

Op misstappen worden gewezen door een ander kan volgens een sutta wel en niet in overeenstemming zijn met de Dhamma. Als het niet in overeenstemming is met de Dhamma hoeft de berispte ook geen berouw te voelen. Wat zijn deze verkeerde manieren? Als je op een ongeschikt moment wordt berispt; als je valselijk wordt beschuldigd; als je op een grove en niet op een zachte manier wordt terechtgewezen; als je op een schadelijke manier wordt terechtgewezen en niet op een voordelige manier; als je door iemand wordt terechtgewezen die dat doet vanuit haat en niet vanuit liefdevolle vriendelijkheid.

Als iemand een ander terechtwijst op de bovenstaande manieren, hoort juist degene die terechtwijst berouw te voelen want het is niet in overeenstemming met de Dhamma. De berispte hoeft geen berouw te voelen. Niettemin dient degene die op misstappen wordt gewezen altijd gevestigd te zijn in de waarheid en niet boos te zijn, of ie nu terecht en op passende wijze is berispt of niet.

Als iemand conform de Dhamma wordt terechtgewezen (op tegengestelde manieren als hier boven) is berouw op zijn plaats voor de berispte. Iemand die een ander terechtwijst bij misstappen en dat doet in overeenstemming met de Dhamma (het omgekeerde als hier boven) hoeft ook geen berouw daarover te voelen. (AN5.167)

Ik vind dit wel mooi en herkenbaar. Ik wees eens een collega terecht omdat ik vond dat ze haar taak als verzorger van vogels niet goed deed. Maar ik voelde ook woede, en ik voelde ook dat die terechtwijzing zo niet goed zat. Het was niet vanuit liefdevolle vriendelijkheid naar haar. Niet vanuit verbinding. Ik ben het met de sutta eens dat het dan niet goed zit. Er is inderdaad verkeerde terechtwijzing. Als degene die terechtwijst, is berouw dan op zijn plaats. Uit haat of woede anderen terechtwijzen deugt niet. 

Ik kan me ook voorstellen dat je iemand op fouten kan wijzen maar dat de manier waarop je dat doet bij de ander alleen maar ergernis, en misschien zelfs verwijdering oplevert. Dan lijkt me dat ook niet voordelig. Of iemand raakt zo van slag dat ie geen zin meer heeft om te leven. Je kan dus ook op een schadelijke manier anderen terechtwijzen, zoals de sutta, mijns inziens, terecht aangeeft.

Het belangrijkste is, denk ik, dat je de daden van iemand kunt terechtwijzen maar zodra je bij jezelf merkt dat je eigenlijkook de persoon terechtwijst, dan zit het al niet meer goed.


Voordelige en nadelige aspecten van spijt/berouw


Voordelige aspecten van spijt/berouw

Je misstappen zien, erkennen en bekennen (aan de leraar bijvoorbeeld) wordt gezien als groei in de discipline van de Boeddha. (AN3.91)
Spijt kan natuurlijk gunstig zijn. Ten eerste natuurlijk omdat je voelt dat je misstappen hebt begaan. Dat is een kwaliteit. En dit kan natuurlijk gunstig uitpakken als je je voortaan daar van weerhoudt. Spijt kan dus positief sturend werken. Ik ben niet tegengekomen dat spijt op zichzelf zuiverend werkt, maar in de zin dat het voorkomt dat je weer wandaden begaat, wel natuurlijk.

Nadelige aspecten van spijt

Spijt/berouw wordt echter niet zonder meer gezien als iets positiefs. Eigenlijk, in de regel niet zo, behalve als het positief sturend werkt zoals hier boven is gezegd.
Maar de algemene tendens in de sutta’s is toch dat spijt en berouw niet zo voordelig is.
Dit heeft vooral te maken met de mentaliteit dat gedane zaken geen keer nemen. In principe beschrijven de sutta’s het zo dat als je misstappen hebt begaan (en wie doet dat niet?), en die niet ongedaan kunt maken, dan heeft het ook weinig zin om alsmaar berouw of spijt daarover te blijven voelen. Dan veroorzaak je alleen maar je eigen lijden en het lost de situatie ook niet op. Je kunt je dan beter richten op het niet meer begaan van die misstappen (SN42.8].  Dit soort spijt of berouw is niet voordelig.

Spijt/berouw kan zich zelfs als een obstakel opwerpen op de weg naar bevrijding. Hoe zit dit? Spijt/berouw voorkomt dat je geest een bepaalde vreugde en kalmte heeft. Als dat zo is, ben je ook niet op de juiste manier geconcentreerd om de dingen te zien zoals ze werkelijk zijn (niet goed in staat tot inzicht-meditatie). Hierdoor ontstaat geen ontgoocheling en passieloosheid. Hierdoor wordt bevrijding niet gerealiseerd.
Daarom is het belangrijk geen misstappen te begaan en je deugdzaam te gedragen. Dan heb je geen spijt, en het ontbreken van spijt is de basis voor concentratie. Dat is weer de geschikte basis voor inzicht, dat weer de basis van ontgoocheling en hartstochtloosheid en dat weer de basis van bevrijding. (AN10.1/3, AN11.1/3)

Dus spijt/berouw kan zich ook opwerpen als een obstakel op de weg naar bevrijding. Ik denk dat dit in de praktijk betekent dat een berouwvolle geest die niet vreugdevol is en geen kalmte kent, die wordt een zoekende geest. Die kan het bij zichzelf namelijk niet vinden en zoekt dus zijn heil extern. Zo raakt die geest op de verkeerde manier geconcentreerd en zet ie een verkeerd pad in.

In de volgende post nog enkele sutta’s en/of fragmenten waarin het geweten een rol speelt, ter afsluiting van dit thema 'Geweten in de Sutta-Pitaka'.
« Laatst bewerkt op: 23-04-2020 13:07 door Siebe »

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Eerwaarde
  • *
  • Berichten: 5315
Re: Geweten in de Sutta-Pitaka, Slot, Enkele Sutta's en/of Fragmenten
« Reactie #8 Gepost op: 24-04-2020 12:10 »
Enkele sutta’s en/of fragmenten


-“Aldus heb ik gehoord. Eens verbleef de Gezegende te Savatthi in Jeta’s Gaarde, Anathapindika’s park. Daar sprak de Gezegende de monniken als volgt toe:
“Monniken!” “Eerwaarde heer!” antwoordden die bhikkhu’s. De Gezegende zei dit:

“Monniken, onwetendheid gaat voorop bij het betreden van onheilzame staten, met schaamteloosheid en morele roekeloosheid daar direct op volgend. Bij een niet wijs persoon ondergedompeld in onwetendheid ontstaat verkeerde visie. Bij iemand met verkeerde visie, ontstaat verkeerde intentie. Bij iemand met verkeerde intentie, ontstaat verkeerde spraak. Bij iemand met verkeerde spraak ontstaat verkeerd handelen. Bij iemand met verkeerd handelen ontstaat verkeerd levensonderhoud. Bij iemand met verkeerd levensonderhoud ontstaat verkeerde inspanning. Bij iemand met verkeerde inspanning ontstaat verkeerde mindfulness. Bij iemand met verkeerde mindfulness ontstaat verkeerde concentratie”.

“Monniken, ware kennis gaat voorop bij het betreden van heilzame staten, met morele schaamte en morele vrees daar direct op volgend. Bij een wijs persoon die aangekomen is bij ware kennis ontstaat juiste visie. Bij iemand met juiste visie, ontstaat juiste intentie. Bij iemand met juiste intentie, ontstaat juiste spraak. Bij iemand met juiste spraak ontstaat juist handelen. Bij iemand met juist handelen ontstaat juist levensonderhoud. Bij iemand met juist levensonderhoud ontstaat juiste inspanning. Bij iemand met juiste inspanning ontstaat juiste mindfulness. Bij iemand met juiste mindfulness ontstaat juiste concentratie”. (SN45.1)

================

-“Is er ergens in de wereld een persoon
Die beteugeld is door een gevoel van schaamte,
Iemand die zich terugtrekt van schuld
Zoals een goed paard doet bij de zweep.

Gering in aantal zijn zij die beheerst worden door een gevoel van schaamte
Die altijd mindful door het leven gaan;
Gering in aantal, zij die het einde van lijden hebben bereikt,
Leven evenwichtig te midden van de onevenwichtigen”. SN1.18


================

-“Beter niet gedaan is de wandaad,
Een daad die later berouwd wordt.
Beter wordt een goede daad gedaan
Die gedaan, niet berouwd wordt.”  (SN2.8 alleen vers 273)

================

-“Monniken, een bhikkhu die niet ijverig is en niet gewetensvol,
is niet bekwaam om tot Ontwaken te komen; hij is niet bekwaam
om ultieme bevrijding te bereiken; hij is niet bekwaam om Nibbana te realiseren.
Een bhikkhu daarentegen die ijverig is en gewetensvol, is bekwaam
om tot Ontwaken te komen; hij is bekwaam om ultieme bevrijding
te bereiken; hij is bekwaam om Nibbana te realiseren”.

Dit is de betekenis van wat de Bhagavat gezegd heeft. In verband
hiermee zei Hij het volgende:

“Een bhikkhu die niet ijverig is,
Niet gewetensvol is,
Die sloom is en vol van 'traagheid van geest’
Schaamteloos en respectloos—
Zulke monnik is onbekwaam
Om Nibbana te bereiken.
Maar een bhikkhu die aandachtig is,
Intelligent, meditatief, ijverig,
En gewetensvol,
Zal Nibbana bereiken
Door de vernietiging van de ketens
Van geboorte en dood.” (Iti 2.1.7, vertaald door Guy Eugène Dubois)


================

-“ Monniken, onwetendheid—het niet begrijpen van de Vier Edele
Waarheden—gaat vooraf aan en leidt tot onheilzame geestestoestanden.
Hieruit volgen schaamteloosheid en gewetenloosheid.
Monniken, weten—het begrijpen van de Vier Edele Waarheden—
gaat vooraf aan en leidt tot heilzame geestestoestanden. Hieruit
volgen schaamte en angst voor onheilzame toestanden”.
Dit is de betekenis van wat de Bhagavat gezegd heeft. In verband
hiermee zei Hij het volgende:

“Welke slechte bestemmingen er ook zijn,
In dit leven of later,
Ze zijn allen in onwetendheid geworteld
En gebouwd op verlangen en begeerte.
Doordat iemand met slechte verlangens
Schaamteloos en respectloos is,
Vloeit hieruit kwaad voort—
Zo iemand stort zichzelf in het verderf.
Door verlangen en begeerte uit te bannen
Tesamen met onwetendheid,
Rijst bij een bhikkhu het juiste weten op—
Zo verlaat hij alle slechte bestemmingen.” (Iti 2.2.3, vertaald door Guy Eugène Dubois)

================

- “Monniken, er zijn twee eigenschappen die de wereld beschermen.
Welke twee eigenschappen ? Schaamte en gewetensvolheid
Indien deze twee hoogstaande beginselen de wereld niet zouden
beschermen, zou er geen onderscheid bestaan tussen een 'moeder'
en 'moeders' zuster; tussen een 'vrouw van moeders broer' of de
'vrouw van de leraar', of voor 'vrouwen van eerbiedwaardige personen’.
De wereld zou in promiscuïteit vervallen, zoals bij de geiten, de
schapen, de kippen, de varkens, de honden en de jakhalzen.
Maar zolang als deze twee eigenschappen de wereld beschermen,
zal er respect zijn voor de 'moeder', en 'moeders' zuster; voor een
'vrouw van moeders broer' of voor de 'vrouw van de leraar', of
voor 'vrouwen van eerbiedwaardige personen”.
Dit is de betekenis van wat de Bhagavat gezegd heeft.

In verband hiermee zei Hij het volgende:
“Zij, bij wie geen schaamte, noch gewetensvolheid
Aangetroffen wordt,
Wijken af van het rechte pad
En keren terug naar geboorte en dood.
Maar bij wie schaamte en gewetensvolheid
Altijd aanwezig is
—Die vredevol het heilige leven volgen—
Vernietigen wedergeboorte.” (Iti 2.2.5, vertaling door Guy Eugène Dubois)


Dit besluit het Thema: Geweten in de Sutta-Pitaka.