Beste Siebe,
Er zijn meerdere Maha Brahma's (Grote Brahmas). En er zijn heel veel wereldsystemen. In A.III.131 (AN.III.13.8 ) Dutiya-anuruddha Sutta, zegt de eerwaarde Anuruddha aan de eerwaarde Sâriputta dat hij met het hemelse oog een duizendvoudig wereldsysteem kan zien.
Elk wereldsysteem is gelijk aan het wereldsysteem waarin wij leven: lagere sferen van bestaan, menselijke sfeer, devas, Brahmas en Maras etc. En in elk wereldsysteem kan één Boeddha ontstaan.
Maar "het is onmogelijk dat twee volmaakte, volledig Verlichten tegelijkertijd in een wereldsysteem kunnen verschijnen." [M.115. (MN.XII.5) Bahudhātuka sutta]
Een Maha Brahma kan m.i. niet actief ingrijpen in het wereldsysteem. Het doordringen van de geest van andere wezens beperkt zich tot de magische kracht dat men het gemoed van anderen kan begrijpen nadat men het met eigen hart heeft omvat. Men begrijpt het gemoed met verlangen; men weet wie begerig is en wie niet. Men begrijpt het gemoed met afkeer; men weet wie haat heeft en wie niet; en weet wie geconcentreerd is en wie ongeconcentreerd. Men begrijpt het edelmoedige en het niet edelmoedige gemoed; men weet wie een verheven geest heeft en wie een niet verheven geest heeft; men begrijpt het overtrefbare en het niet overtrefbare gemoed (etc). Volgens mij worden wezens niet door een Maha Brahma geïnspireerd. Een ervaring van intense liefde [wat is dat eigenlijk?] zal dan ook niet van een Maha Brahma komen.
Maar ik weet hier heel erg weinig van. De devas hebben nog contact met de wereld van de mensen, met de zinnelijke sfeer. De Brahmas hebben geen contact meer met die wereld. Zij wonen in de fijnstoffelijke sfeer.
Zij doorstralen dan ook alleen de fijnstoffelijke sfeer, de rupa loka. Omdat zij vrij zijn van onheilzame gedachten, zullen zij de wezens in hun eigen wereldsysteem doorstralen met heilzame gedachten.
En wat verstaan moet worden onder het vijfde aspect: >het uitbreiden van zijn lichamelijke fijnstoffelijke uitstraling op zijn hele wereldsysteem< weet ik niet. Misschien heeft het betrekking op een andere magische kracht namelijk de kracht om uit één veelvuldig te worden en uit veelvuldig weer één. En om vanuit dit lichaam een ander lichaam te scheppen dat vorm bezit, dat uit de geest is geschapen, met alle ledematen, waaraan geen vaardigheid ontbreekt. En de kracht om zich zichtbaar te maken en onzichtbaar.
Van de Boeddha wordt gezegd dat hij de werelden van bestaan kent. Hij kent niet alleen de werelden of sferen van bestaan in dit wereldsysteem, maar in veel wereldsystemen. Dit is duidelijk uitgelegd in de volgende leerrede.
AN.III.81. Het machtbereik van een Ontwaakte
Eens richtte de eerwaarde Ananda zich tot de Verhevene met de volgende woorden:
"Heer, uit de mond van de Verhevene heb ik het volgende vernomen. 'Toen Abhibhu, de discipel van de eerwaarde Sikhi*1] in de wereld van Brahma verbleef, kon hij zich met zijn stem in een duizendvoudig wereldsysteem verstaanbaar maken.' Heer, hoe ver echter kan de Verhevene, heilige, volmaakt ontwaakte, met zijn stem reiken?"
"Ananda, hij was een discipel; onmeetbaar evenwel zijn de Volmaakten."
Een tweede keer herhaalde de eerwaarde Ananda zijn vraag. En hij kreeg hetzelfde antwoord.
Een derde keer herhaalde de eerwaarde Ananda zijn vraag. En de Verhevene gaf ten antwoord:
"Ananda, heb je wel eens van een klein duizendvoudig wereldsysteem gehoord?" - "Heer, het is nu de tijd dat de Verhevene daarover spreekt. De monniken zullen de woorden van de Verhevene onthouden." - "Wel, Ananda, luister dan oplettend naar mijn woorden." - "Jawel, heer," gaf de eerwaarde Ananda ten antwoord. En de Verhevene sprak:
"Ananda, zover als zon en maan hun baan trekken, het uitspansel in helder licht straalt, duizend maal zo ver strekt zich een wereld uit. In die duizendvoudige wereld zijn duizend manen, duizend zonnen, duizend Merus de koningen van de bergen, duizend rozenappel-continenten, duizend westelijke Goyāna-continenten, duizend noordelijke Kuru-continenten, duizend Videha-continenten,*2] vierduizend oceanen, duizend maal vier Grote godenkoningen, duizend werelden van de Vier Grote godenkoningen, duizend hemels van de Drieëndertig, duizend hemels van de Yāma-goden, duizend hemels van de Zalige goden, duizend hemels van de goden die graag scheppen, duizend hemels van de goden die heersen over de scheppingen van anderen, duizend Brahma-werelden. - Ananda, dat noemt men een klein duizendvoudig wereldsysteem.
Ananda, zo ver nu als een klein duizendvoudig wereldsysteem zich uitstrekt, er bestaat een wereld die het duizendvoudige daarvan is. En die wereld noemt men een middel duizendvoudig wereldsysteem, het duizendvoudige in tweede macht (dvisahassī majjhimā lokadhātu). En zo ver als een dergelijk middel duizendvoudig wereldsysteem zich uitstrekt, er bestaat een wereld die het duizendvoudige daarvan is. En die noemt men een groot duizendvoudig wereldsysteem, het duizendvoudige in derde macht.
Wanneer nu de Volmaakte het wenste, dan zou hij met zijn stem een groot duizendvoudig wereldsysteem kunnen bereiken, het duizendvoudige in derde macht, of zoveel als hij dan wil."
"Heer, op welke manier kan de Verhevene met zijn stem een groot duizendvoudig wereldsysteem bereiken, het duizendvoudige in derde macht, of zoveel als hij wil?"
"Ananda, de Volmaakte doorstraalt dan met zijn glans een groot duizendvoudig wereldsysteem, het duizendvoudige in derde macht. En zodra de wezens daar dat licht waarnemen, laat de Volmaakte zijn roep weerklinken, laat zijn stem vernemen.
Anana, zo kan de Volmaakte met zijn stem een groot duizendvoudig wereldsysteem bereiken, het duizendvoudige in derde macht, of zoveel als hij wil."
Na deze woorden zei de eerwaarde Ananda aan de Verhevene:*3] "Wat een geluk voor mij. Goed heb ik het getroffen dat ik een zo machtige, zo geweldige meester heb."
Na deze woorden zei de eerwaarde Udāyi aan de eerwaarde Ananda: "Wat voor nut heb jij eraan, broeder Ananda, dat jouw meester zo machtig, zo geweldig is?"*4]
De Verhevene richtte zich toen tot de eerwaarde Udāyi met de woorden: "Udāyi, zo niet; Udāyi, zo niet. Indien Ananda zou sterven zonder van begeerte bevrijd te zijn, dan zou hij, juist ten gevolge van dit vreugdige vertrouwen in zijn hart zeven keer bij de godheden de godenheerschappij en zeven maal in dit Indiase werelddeel de koningsheerschappij voeren. Maar Udāyi, Ananda zal nog in dit leven volledig van de waan uitdoven.*5]
[A.III.81 (AN.III.8.10) ]
_____
*1] Sikhi is de naam van een eerdere Boeddha.
*2] Dit zijn de vier continenten die volgens Indiase cosmologie rondom de berg Meru (Sineru) gegroepeerd zijn: 1. Jambudīpa (= India), 2. Aparagoyāna, 3. Uttarakuru, 4. Pubbavideha.
*3] In enige tekstuitgaven staat hier: 'aan de eerwaarde Udāyi'; in andere uitgaven ontbreekt tot wie Ananda spreekt.
*4] Commentaar: Udayi = Lāludāyi. Deze was enige tijd de monnik die voor de Boeddha zorgde. Hij koesterde een wrok tegen Ananda die later voor de Boeddha zorgde. Hier uitte hij die wrok.
*5] De eerwaarde Ananda werd een volmaakte heilige in het 25e jaar na zijn intrede in de Orde, 27 jaar na de Verlichting van de Boeddha.
Ik hoop dat het een beetje duidelijker is geworden.
Groeten, Nico