Ik verzoek je alleen maar eens concreet te worden. Hoe herken ik nou aan jou dat jij je eigen wil hebt opgegeven want jij hebt dat gedaan maar hoe zie ik dit dan? Waaruit blijkt dit?
Ben jij vrij van elke voorkeur en afkeer bij wat je ervaart? Wat betekent het precies dat jij je eigen wil hebt opgegeven?
Jij hoeft niet aan mij of een ander te herkennen dat de eigen wil is opgegeven. Ik zie je een 'beeld' van de Boeddha schetsen waar men al dan niet aan zou moeten voldoen. Het probleem is dat de geest voortdurend maar beelden schetst.
De getuige (degene die aandacht heeft) is geheel vrij van eigen willen. En de getuige is ook vrij van het schetsen van beelden. De getuige
doet niet behoudens getuige zijn, aandacht hebben, gadeslaan.
Het is de acteur die wilt. En natuurlijk heeft de acteur in mij voorkeur voor bier A boven bier B. En natuurlijk gaat de acteur in mij een jas aan trekken omdat hij het niet koud
wil hebben.
Je zult toch echt onderscheid moeten maken tussen het zintuigelijk wezen wat beweegt (in act is) en dat wat totaal onbeweeglijk en onveranderlijk is. Het probleem is dat de acteur prima in jouw voorstellingsvermogen past. (Dat is bij iedereen zo). En dat je de getuige nergens kan zien. Je kunt alleen maar de getuige
zijn.
Daarmee verschilt de getuige in geestelijke zin van de voortbrengselen van de geest. Innerlijke kennis van de eigen geest is ontzettend belangrijk. Sub 7 van het Edele achtvoudige pad gaat over de getuige.
Bewustzijn van het lichaam in en van zichzelf (kaya nupassana).
Bewustzijn van gevoelens in en van zichzelf (vedana nupassana).
Bewustzijn van de geest in en van zichzelf (citta nupassana).
Bewustzijn van mentale objecten in en van zichzelf
Getuige zijn van het lichaam in en van zichzelf (kaya nupassana).
Getuige zijn van gevoelens in en van zichzelf (vedana nupassana).
Getuige zijn van de geest in en van zichzelf (citta nupassana).
Getuige zijn van mentale objecten in en van zichzelf
Het woord 'bewustzijn' is eigenlijk ongeschikt voor deze materie. Ik heb het veranderd in 'getuige zijn' , dan is het begrijpelijker. Jij -als getuige zijnde- bent getuige van je eigen lichaam, van je gevoelens, van je eigen geest (lees: gedachten) enz enz.
Wat we in sub 7 zien is de
scheiding tussen de getuige en 'dat' waar de getuige getuige van is. Als je er in slaagt om de getuige te
zijn ben je niet meer de acteur. (De acteur is het lichaam, de gedachten, de gevoelens enz).
De acteur (Het lichaam, de gedachten, de gevoelens) is er evengoed nog wel, maar de gehechtheid aan acteur is er niet meer. Waarom? Je
bent de getuige. En de getuige blijkt 'niemand' te zijn.