De focus leggen op speciale esoterische kennis, kennis die alleen ingewijden hebben, brengt het risico met zich mee, vind ik, dat die mensen neerkijken op wat de sutta's leren te doen, namelijk, alle belevingen met wijsheid bezien als: niet duurzaam, als tijdelijk, komend en gaand (anicca), als onbevredigend, als onbetrouwbaar, als lijden (dukkha) en als onwezenlijk, zonder essentie, kernloos, hol, leeg, zonder enig altijd durend of op zichzelf bestaand element (anatta).
Onze hele belevingswereld van angst tot zorgeloosheid, van woede tot liefdevolle vriendelijk, van geluk tot ongeluk, van hoop en van vrees, van extase, van eenheid en diversiteit, van grof tot verfijnd, van tevredenheid tot beklag, etc etc....het komt en gaat. Het wisselt zich af. Het is ook niet op een bepaalde manier te handhaven ook. Wat voorwaardelijk ontstaat en bestaat kun je niet bevriezen. Je kunt wel de condities vermijden die tot een ellendige belevingswereld leiden en de heilzame beoefenen.
De Pali sutta's leren mijn inziens dat met het ontluikend inzicht hierin het Dhamma oog opent. Vooral de acceptatie en het besef dat niks in onze beleving altijddurend is, lijkt de belangrijkste ingang tot het Pad. Dit vereist geen speciale kennis. De Dhamma is direct zichtbaar zeggen de teksten.
Het kan wel eens zo lijken dat er iets duurzaams aanwezig is in onze beleving, zoals het mentaal lege, het vormloze, maar de Boeddha leert dat het vormloze net zo goed niet duurzaam is.
Of innerlijk licht kan duurzaam lijken maar ook dit is iets wat ontstaat en verdwijnt. Het Ik gevoel en bewustzijn kan ook duurzaam aanwezig lijken maar wordt ook niet onderwezen.
De saddanusarin heeft er vooral vertrouwen in dat niks duurzaams aanwezig is. De dhammanusarin heeft ook al enige experientiele bevestiging hiervan.
Zij staan op het punt de vrucht van sotapanna te gaan realiseren waarbij van alle identiteitsvisies afstand is gedaan, alle twijfels over wat heilzaam is en niet, Pad en niet Pad etc, en er geen gehechtheid meer is in aan regels en rituelen. Hebzucht, haat en begoocheling zijn nu al een stuk afgezwakt.
Met inzicht in het niet duurzame karakter van belevingen en de afwezigheid van iets duurzaams er in, ontstaat ook meer en meer gevoel voor niet-zelf, het anatta kenmerk, het onwezenlijke of niet substantiele, het wordt minder belangrijk.
Als we maar blijven zoeken naar iets duurzaams in onze beleving, iets wat er altijd is, ....zijn we dan wel goed bezig? Of zijn we onszelf tot last, bezig met een mission impossible?
Hoe zou je trouwens ook vanuit beleving dat tijdelijk is, iets in die beleving moeten vinden wat duurzaam is? Beleving kan dat nooit weten of controleren. Via een tijdelijke beleving kun je toch nooit experientiele bevestiging krijgen van iets duurzaams?