Ik geloof niet zo dat er letterlijk verschillende soorten bewustzijn zijn. Ik snap echter wel dat zulke indelingen of onderscheid functioneel kunnen zijn. Ook de sutta's gebruiken allerlei aanduidingen zoals citta, vinnana, vinnana anidassanam. Maar naar mijn smaak gaat het in de kern om het kenvermogen. Het kennen kan in verschillende toestanden verkeren, zoals water ook in verschillende aggregatie toestanden kan verkeren. Van vast tot vloeibaar tot in gasvorm. Maar we hebben het nog altijd over water, al lijkt ijs toch wel heel wat anders dan vloeibaar water.
Zo zie ik dit ook in de Pali teksten. Er worden verschillende woorden gebruikt voor het kenvermogen in verschillende toestanden. Vinnana is bijvoorbeeld een kenmoment met specifieke kenmerken. Het wordt vaak slechts vertaald als bewustzijn maar dit vind ik niet handig. Het is veel beter, vind ik, vinnana's specifieke ken-kenmerken te kennen. Dat is bijvoorbeeld nogal anders dan vinnana anidassanam. Vinnana is een geëngageerd kenmoment, met gerichtheid, altijd met een element van betrokkenheid en ketening. Vinnana anidassanam verwijst niet naar zo'n vorm van kennen. We praten eigenlijk over het kennen in verschillende toestanden.
Hoe dan ook, ik voel wel veel voor de insteek dat het kenvermogen zich van uiterst subtiel, vormloos, ijl zich ook kan ontwikkelen tot bijna een tastbaar soort kennen, alsof de geest van uiterst ijl en vrijwel niet traceerbaar zich kan ontwikkelen tot een voelbare en tastbare vorm van kennen. De hele boel klontert dan mentaal samen zeg maar. Stolling.
Vanuit het kennen bekeken gaat bevrijding mijn inziens over een kennen dat niet meer zo uit de kracht van gewoonte tastbaar wordt en dus niet meer zo begrensd geraakt. Het landt niet meer op dit en dat. Er vindt geen aggregatie meer plaats. Dat wat dit veroorzaakt is namelijk weg. Alsof de lijm uit de geest weg is die normaal gesproken alles doet samenklonteren.
Ook als over begoocheling wordt gesproken of onwetendheid gaat het over vorm van kennen. Een geest waarin onwetendheid nog functioneert raakt begoocheld en dan ontstaat een vertekend soort kennen. De zaken niet zien zoals ze werkelijk zijn. En als begoocheling weg is, is die vertekening ook weg.
Mijns inziens zijn dit allemaal zaken van de gewone geest. Niet dat je een speciaal soort geest krijgt. Daar geloof ik niet in.
Misschien kun je ook wel zeggen dat begrenzing nooit echt plaatsvindt, maar als de geest zo rond haar eigen projecties gaat spinnen, als een draaikolk in het water, ontstaat tijdens het spinnen een soort gevoel van begrenzing. Het spinnen creëert allerlei indrukken maar zijn die indrukken ooit echt waar en werkelijk ? Ik denk dat de Boeddha zag dat de geest ook heel goed kan gaan spinnen rond het vormloze. Maar waar de geest ook op zint en spint dat is diens eigen projectie en niet het Absolute, het Ultieme, het Zelf.
We kunnen wel steeds 'de diepte' in willen via drugs, speciale ademtechnieken, concentratietechnieken, en lichaam en geest in speciale toestanden brengen, en dat kan wel onthullen dat als lichaam en geest in die en die staat is, dat je geen stress ervaart, ruimtelijkheid, geen mentale last, het vormloze etc. Maar je kunt toch moeilijk constant in zulke staten zijn? Zulke staten zijn ook tijdelijk, niet te handhaven, anicca, dukkha en anatta. Als je daar je heil van moet verwachten is het ook niet best gesteld.
De gewone geest en het gewone leven is toch het oefenterrein vind ik. En vooral ook daar valt van alles te ontdekken.