Forum > spiritualiteit divers

Eerste en Tweede Edele Waarheid

(1/1)

lang kwaat:
Voor mij verwijst 'edel' naar het passieloze. En een edele waarheid is iets wat je passieloos vaststelt. Idealisme speelt dan geen rol. Willen en niet-willen speelt geen rol. Je hoeft niks te verdedigen alleen vast te stellen.


1. Over de eerste edele waarheid. Wat is dukkha?

“Now this, bhikkhus, is the noble truth of suffering: birth is suffering, aging is suffering, illness is suffering, death is suffering; union with what is displeasing is suffering; separation from what is pleasing is suffering; not to get what one wants is suffering; in brief, the five aggregates subject to clinging are suffering. (SN56.11)

Leert de Boeddha echt dat ziekte,, verouderen, sterven, geboorte op zichzelf geen lijden is? Neem geboorte, Is dat geen lijden voor de baby en moeder? Oke, wij willen graag kinderen en nemen het lijden voor lief maar betekent dit dan dat het geen lijden is?
Nemen we niet eindeloos veel lijden voor lief als we op iets zinnen? Maar zelfs als je je in iets verheugt en het lijden voor lief neemt, is het dan geen lijden? Het passieloze perspectief, het edele, verplicht volgens mij...het is wel degelijk lijden ook al neem je dat voor lief.

Het is heel normaal in de wereld om lijden voor lief te nemen, sterker, ik denk dat wij dit nou eenmaal het leven noemen. Werknemers, werkgever, sporters, bazen, politici, militairen, ...wie neemt lijden niet voor lief wanneer ie op dit en dat doel zint? We belasten onszelf immers als dollen om een bepaald doel te realiseren. Burn-out, lichamelijke en geestelijke klachten zijn doodnormaal inmiddels. Politici vergaderen s' nachts nog!

Leert de Boeddha dat al het lijden mentaal van aard is? Hier komen boeddhisten onderling niet goed uit. Ik geloof dat Boeddha leert dat zolang we rondlopen met dit lichaam en zichtbaar zijn voor anderen en deva's, zullen we ook nooit helemaal vrij zijn van de last van die lichamelijkheid. Je kunt toch zeker niet los van het lichaam leven? Het lichameliijke geeft een soort ongemak, al was het maar dat van hitte, koude, honger en dorst en allerlei kwalen. Ook de sutta's geven wel aan dat de Boeddha nog het ongemak ervoer van een oud en krakkemikkig lichaam. Mij zegt dit dat je ook niet over de Boeddha moet denken als een soort onbelichaamd absoluut centrumloos bewustzijn.

2. Over de herkomst of oorsprong van lijden, de tweede edele waarheid

“Now this, bhikkhus, is the noble truth of the origin of suffering: it is this craving which leads to renewed existence, accompanied by delight and lust, seeking delight here and there; that is, craving for sensual pleasures, craving for existence, craving for extermination. (SN56.11)

Stel bijvoorbeeld dat iemand als reactie op lijden zich hier en nu vastklampt aan het idee van geboren worden in een hemel na de dood, en iemand haalt plezier en troost uit dat idee, verheugt zich er in, dan hecht die persoon eigenlijk aan de khandha's van de toekomst. Die stelt ie zich voor als uitsluitend aangenaam, gelukzalig, fijn. Alleen maar fijne ervaringen. Boeddha leert dat dit niet reëel is. Eigenlijk is dat ook zo met iemand die zijn heil zoekt in zintuiglijk genoegens. Ook dat is hechten aan iets wat nog moet plaatsvinden en in iemands geest leeft als iets gelukzaligs, heilzaams, moois. Ook dat gaat om toekomstige khandha's. Ook iemand die uitkijkt naar de dood klampt zich eigenlijk vast aan iets wat ook nog moet plaatsvinden.

Dus alle drie tanha's draaien om een toekomstvisie en vastklampen aan iets wat er nog niet is maar wordt gezien en beleefd als iets moois, de moeite waard, als het einde van lijden.

Zoals ik de tweede edele waarheid over de herkomst van lijden begrijp, is precies deze gerichtheid en de energie en wil die er achter zit, wat ook zorgt voor weder geboorte en geen einde van lijden brengt. Het is alsof de Boeddha zag...wil je een toekomst en ben je daar op gericht, verheug je je daarin,  dan komt er ook een toekomstig bestaan. Het wordingsproces gaat verder. Je blijft rondjes draaien in samsara.

Ik leid hieruit af: Tanha als edele oorzaak van lijden is niet hetzelfde als emotionele en instinctieve  reactiviteit (afkeer en voorkeur). De soort gerichtheid en de soort energie en wil die verbonden is met tanha als oorzaak van lijden (verheugen in de dood, verheugen in genoegens, verheugen in een hemel)  is meer iets visionairs, veel welbewuster, en doelgerichter. Het is niet zo instinctief van aard als emotionaliteit. Het is meer een levensvisie of manier van leven. Het gepaard met een soort toekomstvisie en dat speelt allemaal niet zo bij reactiviteit.

Een gelovig persoon kan bijvoorbeeld wel vredig zijn, lijkt me, met ziekte, aftakeling en dood, terwijl ie zich verheugt in het toekomstbeeld om straks geboren te worden in een hemel. En stel dat iemand een materialistische levensvisie heeft en zich verheugt in de dood als het volledige en definitieve einde van diens lijden, en daar kracht en troost uit put, en zo zelfs vrede heeft met pijn, met ziekte, aftakeling en dood...zich verheugt in de dood....heeft zo iemand dan de oorzaak van lijden afgelegd?

Zeg het maar...Ik geloof dat de teksten aangeven van niet.

Er zijn heel veel mensen, merk ik, die alles willen zien vanuit het moment, en ook tanha als oorzaak van lijden reduceren tot reactiviteit/emotionaliteit in het moment. Maar volgens mij klopt dat niet. Zoals de Pali Boeddha de tweede edele waarheid formuleerde gaat dat echt over emotionaliteit/reactiviteit?

De soort begeerte en verlangens die oorzaak zijn van lijden lijken veel meer verbonden met een duidelijke levensvisie: met visies van eternalisme (eeuwig voortbestaan in gelukzalige hemel), materialisme (dood is eindelijk het volledige en definitieve  einde van lijden) en hedonisme (zintuiglijk genoegens beleven als hoogste goed). Dit alles gaat veel meer om een manier van leven.
Aan de basis van die  manier van leven staat ook een levensbeschouwing. Die is belangrijk. Tanha als tweede edele oorzaak van lijden lijkt geen emotionaliteit. Het is ook geen afkeer. Want het is juist een gerichtheid op iets waar je naar uitkijkt.

lang kwaat:
“Now this, bhikkhus, is the noble truth of the origin of suffering: it is this craving which leads to renewed existence, accompanied by delight and lust, seeking delight here and there; that is, craving for sensual pleasures, craving for existence, craving for extermination. (SN56.11)

Ik denk dat je wel kunt zeggen dat deze begeerte vooral verbonden is met een perceptie van sukha. Peter van Loosbroek vertaalt  sukha als: 'Aangenaam'; 'geluk'; 'plezierig'; 'vreugde'; 'zegening. Bij deze begeerte kijk je ergens naar uit want je ziet dat als geluk, een zegen. Je wilt dat het waar wordt.

Je kunt redeneren dat het ook een perceptie van zelf (atta) vereist, maar ik weet dat niet zo zeker. Moet bijvoorbeeld een dier perse een perceptie van zelf hebben om tot iets te zijn aangetrokken en iets te zien als geluk, aangenaam, bekoorlijk? Of kan dit ook gewoon iets instinctiefs zijn wat niet echt een bewuste perceptie van zelf vereist?

Ik geloof wel dat wanneer deze begeerte verdwenen is, je in ieder geval kunt zeggen dat de verlokkelijkheid, de verleiding tot iets, verdwenen is. Dat lijkt ook de functie van wijsheid. Dat je afkoelt en dat je eigenlijk ziet dat niks die obsessie en dat vastklampen waard is.

Ik zie ook wel bij mezelf hoe in de geest dat teken van sukha kan oplichten. Je kijkt naar iets uit en wilt dat beleven want je ziet dat als geluk, aangenaam, een zegen. Dus rent je geest en lichaam achter dat teken aan. Tekens (nimitta) zijn heel belangrijk in de geest.

Ik denk dat het een hele normale menselijke manier is om om te gaan met de waarheid van lijden. Telkens een wortel voor de neus. In die zin lijkt de tweede edele waarheid te beschrijven dat we troost zoeken in de zintuiglijke genoegens, het idee van geboren worden in een hemel na de dood, of in de dood als de definitieve verlossing van je lijden. Ik zie dit de Boeddha niet afkeuren of veroordelen. Maar hij leert dat het geen echte oorzaak wordt van welzijn en geen waarachtig Pad is om lijden te eindigen. Dat iets menselijk is wil niet zeggen dat het ook wijs of vaardig is, toch?

Ik denk ook dat je deze begeerte niet echt kunt scheiden van wezens die geboren zijn, al hebben ze niet of nauwelijks enig besef van zelf. Ik weet niet of je kunt zeggen dat begeerte alleen komt door een perceptie van atta, en als dat maar weg is, ook de oorzaak van begeerte weg is. De taal van de natuur lijkt me toch die van verleiding, toch begeerte, zelfs een plant begeert licht en neigt naar het licht.

De geest produceert wortels voor de neus, en die wortels ziet het als een zegen en klampt zich er aan vast. Het is een gewoonte. De sutta's leren dus dat er drie hoofd wortels zijn (zie boven).
Achter die wortels blijven aanrennen verbreekt de lijden-spiraal niet.

De wortel van verlichting, van bevrijding is geen oorzaak van lijden. Sommige mensen zeggen dat wel maar dit speelt niet in de sutta's.  Maar dat wordt gezien als een noodzakelijk streven. Het bestaat uit het streven, de intentie, de inspanning, om juist bewust afstand te doen van de begeerte naar genot, naar de dood en voortbestaan in een hemel. Daaraan daadwerkelijk verzaken. Als je helemaal geen streven hebt afstand te doen van de begeerte naar zintuiglijk genot, naar de dood, naar voortbestaan in een hemel, dan zal je dit begeerten sterker maken, en dat maakt geen einde aan lijden. Je hebt dus dat streven nodig om afstand te doen van de drie tanha's want anders verandert er niks.

Je moet wel dit ook ech willen realiseren:

“‘This noble truth of the origin of suffering has been abandoned’: thus, bhikkhus, in regard to things unheard before, there arose in me vision, knowledge, wisdom, true knowledge, and light. (SN56.11)

Het afstand doen van begeerte naar zintuiglijk genoegens, voortbestaan in een hemel, de dood betekent niet dat je totaal willoos en wensloos wordt. Ik zie geen aanleiding om dat te denken.
Maar het heil verwachten van die drie wortels en het vastklampen er aan, het troost zoeken er in, is dan wel verdwenen. Een arahant en Boeddha kan nog altijd iets willen of wensen. Je kunt het ook zo zeggen denk ik: Wil is bevrijd en vrij toepasbaar. Als een Boeddha in een bepaalde staat wil komen doet ie dat. In die zin denk ik ook dat je ook zou kunnen zeggen...het hart wordt nooit letterlijk zo leeg dat het niks meer wil en wenst.

Ik vond het ook leuk te lezen dat de Boeddha na zijn ontwaken vaststelde dat hij toch nog altijd behoefte had om iets/iemand te eren want, zo zegt de sutta, een leven zonder iets of iemand te eren is geen leuk leven. Boeddhisme is geen nihilisme. Boeddha zag na zijn ontwaken niet echt mensen om te eren en besloot de Dhamma te eren. Ook kun je in de sutta's lezen dat een Boeddha ook nog graag begrepen wordt. Het hart kan dus denk ik nooit zo leeg worden dat het helemaal niks meer wenst. Ik denk ook niet dat je daarnaar moet streven. Dat is niet verlichting in boeddhistische zin maar eerder spirituele zelfmoord. Het spirituele leven, het heilige leven is verbonden met het hart, en dat betekent ook dat het verbonden is met de wens naar welzijn voor alles en iedereen, met liefde.

Het is voor mij ook wel duidelijk geworden in de loop der jaren dat als het je teveel gaat draaien om kennis, alles ontaardt. Dat gaat niet goed. Dat verliest de verbinding met het hart.
Wat dat betreft had de Boeddha mijns inziens dit ook kunnen zeggen:

"Stel dat ik de talen van de mensen en van de engelen kon spreken. Maar als ik dat zonder liefde deed, was het alleen maar lawaai.  Stel dat ik kon profeteren, al Gods verborgen plannen kende, alles wist wat er te weten valt en zoveel geloof had dat ik bergen kon verplaatsen. Maar als ik dat zonder liefde deed, stelde ik niets voor" (1 Korintiers13)

ervaringsgetuige:
het punt van de edele waarheden is juist dat ze zichtbaar worden zodra het 'ik' uit de ervaring wegvalt.

Dukkha is niet geboorte, ziekte of ouderdom. Dukkha is het innerlijke insect dat zegt: ‘Dit gebeurt met míj.’

En tanhā is ook geen levensvisie of toekomstproject, maar de reflex om ervaring als ‘van mij’ te claimen. Daar begint wedergeboorte — niet in een hemel, maar in het volgende moment waarin dat insect zichzelf weer samenfantaseert.

Je blijft zoeken naar verklaringen, maar de Boeddha wees niet naar betekenissen. Hij wees naar het einde van de betovering. Naar het moment waarin het insect ophoudt te krioelen.

Navigatie

[0] Berichtenindex

Naar de volledige versie