Het inzicht dat er geen op zichzelf staande "ik" verscholen zit , maar een procesmatig gebeuren, is op zichzelf zo te zien niet een totale onthechting.
Ik zou graag hierover wat willen uitweiden en hoop dat je het niet al te belerend vindt.
De Pali teksten leren mij dat de Boeddha drie soorten tanha onderwees als de oorzaak van lijden. Dit zijn begeerten die verbonden zijn met iets waarin we ons verheugen. Iets om naar uit te kijken. We zien dat als een oplossing van ons lijden. Onze hoop is er als het ware op gevestigd.
Bijvoorbeeld: Je voelt je niet best en verheugt je in het vooruitzicht dat je je even gelukkig zal voelen als je straks iets lekkers eet, iets leuks doet, iets aangenaams hoort en voelt etc. Daar kun je je dan aan vastklampen. Straks...gelukkig...dat idee. Of je kijkt met verheugenis uit naar je dood omdat je je dood ziet als je verlossing van lijden. Niks meer ervaren aan pijn en lijden. Dood als je verlossing. Ook daar kan een mens zich in verheugen, naar uitkijken. Of je kijkt met verheugenis uit naar geboorte in een hemel na de dood. Waarschijnlijk kijk je daar dan naar uit als eeuwig gelukkig zijn. In alle gevallen is het verbonden met verheugenis, iets waar je naar uitkijkt, waar je je hoop op vestigt.
-
"Now this, bhikkhus, is the noble truth of the origin of suffering: it is this craving (tanha) which leads to renewed existence, accompanied by delight and lust, seeking delight here and there; that is, -craving for sensual pleasures, craving for existence, craving for extermination. (SN56.11)
De Boeddha leerde dat het in al deze gevallen geen ultieme of definitieve oplossing is voor lijden. Geen structurele oplossing, als het ware.
De Boeddha leerde niet dat het geloof in het bestaan van een entiteit Ik de oorzaak is van lijden. Niet asmi mana maar tanha. Hoe zit dan die relatie in elkaar?
Volgens mij zo: Begeerte komt niet op als het initiatief van een entiteit-Ik in ons maar omdat een energetisch potentieel in jezelf (7 anusaya) ontlaadt en als het ware een energiestroom op gang brengt, een drift, een ontsteking, een begeerte. Als die vloed in jezelf opkomt, dan ontstaat vrijwel meteen daaromtrent ook de beschouwing, en het soort beleving in de vorm van '
dit ben Ik, dit is van mij, dit is mijn zelf'. Meteen komt ook iets van een geloof in een entiteit -Ik op als eigenaar van de drift en als iets wat die drift op gang bracht (wat niet zo is). Dit Ik en mijn maken van die begeerte treedt op als iets wat die drift ook versterkt, voedt maar veroorzaakt het niet.
Boeddha zag volgens mij
een opening om dit bekrachtigen van die drift te doorbreken. Want we kunnen tot het besef komen dat die begeerte, die dorst, die drift in ons, helemaal niet 1. door een entiteit- Ik op gang komt, 2. niet door een entiteit- Ik wordt ervaren 3. niet dat we dat zijn, en 4. die begeerte ook niet eigendom is van een entiteit-Ik. Dit is een enorme opening naar het niet langer bekrachtigen/voeden van het energetisch potentieel in jezelf. Hier zag de Boeddha de opening volgens mij naar het volledig uitdoven van de 3 tanha's.
Het is niet echt dat onwetendheid de oorzaak van lijden is (dat is tanha) maar door het alsmaar oplichten van het teken '
Ik en mijn en mezelf' bij al die begeerte, blijft het maar gevoed of bekrachtigt worden. Dat moet doorbroken worden en daar zit de opening.
Ook als iemand die opening ziet, betekent dit niet dat begeerte meteen eindigt.
Dus, wat je zegt is volgens mij waar.
Het inzicht dat er geen op zichzelf staande "ik" verscholen zit , maar een procesmatig gebeuren, is op zichzelf zo te zien niet een totale onthechting.
Nee, dat inzicht is een opening naar totale onthechting. Als we geleidelijk maar zeker het
Ik en mijn en mezelf teken bij begeerten wegnemen door dat inzicht wat je noemt, dan zijn we op het Pad om totale onthechting (het einde van tanha) te realiseren. Wijsheid functioneert als het niet langer meer voeden van begeerte. Nu hebben we een opening naar het uitblussen van het vuur, een opening naar het uitdoving van de bezoedelingen, passieloosheid, Nibbana, vrede.
Zolang het teken
Ik, mijn, mezelf sterk oplicht bij iets blijft uitdoving maar een woord.
99,999% van de mensheid zal de totale onthechting niet waarnemen. Het boeddhistische perspectief is een religieus perspectief. De mens die deelneemt aan het universele onthechtingsproces.
Moet ik voor mezelf het doel : "de volledige zuivering van het hart", uitsluiten als haalbaar in dit leven ?
Ik sluit het niet uit, maar omknel het ook niet.
Voor mij is realistischer dat ik deelneem aan het universele onthechtingsproces. En het eindpunt van dat onthechtingsproces is Boeddha.
mijn leven, ons leven draagt bij aan het verschijnen van een Boeddha in de wereld der verschijnselen. Ongeacht welke fouten, welke beperkingen, welke onzuiverheden.
Het grote verschil is echter blind of bewust.
Als je zegt : Ik heb hier alle vertrouwen in.
Dan wil je eigenlijk zeggen dat je bewust die richting van het zuiveren van het hart uitgaat.
Dat is een keerpunt voor een mens. Net zoals inzichten keerpunten kunnen zijn. Een keerpunt omdat het heilige leven de kracht van het bewuste erbij krijgt. De mens die bewust een heilig doel omarmt.
Gaat of zal "ik" het zuiver hart realiseren in dit leven ?
Is niet meer zo relevant, het is het universum dat zal realiseren, niet ik.
Toch is het tegelijkertijd het bewuste dat nu meewerkt aan de realisatie.
Ik denk wel dat als we praten over het uitblussen van de vuren van haat, hebzucht en begoocheling, dit niet zozeer uitblust in het universum maar meer in iets wat toch persoonlijk en individueel is. Want in andere mensen en wezens gaat het gewoon door en blijft gewoon bestaan. In die zin lijkt me dit een persoonlijk zaak en taak.
Wat de zuivering van het hart aangaat, ik heb er wel alle vertrouwen in dat alles aan bezoedelingen bijkomstig is van aard, zoals zout, medicijnresten, olie, modder bijkomstig is aan water.
Als je die smetten wegneemt, creeer of maak je niet het water. Maar er onthult zich wat water eigenlijk is in zuivere vorm. Volgens mij kwam de Boeddha net zo tot de ontdekking dat er geen onderscheid is tussen de ultieme vrede die hij zocht (MN26) en het hart vrij van bezoedelingen. Ik ga maar niet speculeren over wat dit hart precies is. Wellicht is het ten diepste grenzeloos en doordringt het alle universa. Maar ik hou me daar maar niet teveel mee bezig.
Ik denk ook dat de Boeddha wel leert dat niemand zomaar vanzelf wel deelneemt aan het universele onthechtingsproces (zeg niet dat jij dat beweert trouwens). Je moet wel de stroom intreden voordat er sprake van zal zijn. De meeste mensen zijn denk ik eerder betrokken bij het universele hechtingsproces en maken dat alleen maar sterker ook. Je moet wel de opening zien zeg maar.
Daarom leert de Boeddha volgens mij ook: begin met alles wat opkomt te beschouwen als...'
dit ben Ik niet, dit is niet van-mij, niet mijn zelf'. In het afzwakken van de tekens
Ik, mijn, mezelf bij wat dan ook, kom je op het pad.
Als de tekens van
Ik, mijn, mezelf niet afzwakken bij wat dan ook ervaren wordt, blijf het energiepotentieel in jezelf dat hechten veroorzaakt (7 anusaya), maar gevoed worden, bekrachtigd, sterker worden. Dat gaat niet richting Nibbana, uitdoving, bevrijding.
Samengevat: tanha is de oorzaak van continuerend lijden...het inzicht dat er geen entiteit-Ik in ons zit, helpt de tekens van
Ik, mijn, mezelf ten aanzien van tanha af te zwakken en te ontkrachten. Inzicht in het entiteitloze karakter van wat ziet, hoort, voelt en kent gaat dan functioneren als opening naar het afzwaken, neutraliseren, ontkrachten van het potentieel van begeerte (7 anusaya) . Als dit potentieel is verdwenen is Nibbana gerealiseerd.