Leren kost gewoon tijd. Rijper worden kost tijd. Het geweten ontwikkelen kost tijd. Gevoeliger worden kost tijd. Empathischer worden kost tijd. Dat inzichten echt tot je doordringen en denken, spreken en doen gaan beinvloeden kost tijd. Dat je door wijsheid minder driftig wordt, kost tijd.
Ik geloof niet dat Geest zich identificeert met een centrum Ik. Er kan identificatie zijn met het lichaam, met gevoelens, met emoties/wilsactiviteiten/neigingen, met percepties en met het gewaarworden of vermogen tot kennen van iets. Die identificatie komt met een indruk van' Ik ben'. Die indruk is heel krachtig, licht heel sterk op in de geest. Zo sterk dat de geest zelf een entiteit-Ik lijkt. Je kunt dus de natuur van geest houden voor een entiteit-Ik, maar dat is geen identificatie met een centrum Ik, maar een begoocheling over de aard of natuur van geest.
Het Ik is niet de oorzaak van lijden en het Ik is ook geen geweld. K. zag dit fout, vind ik, en alle leraren die het Ik zien als oorzaak van lijden. Het is de begoocheling die lijden veroorzaakt.
Het Ik als oorzaak van lijden of zelfs het Ik als geweld zien, is weer een normatieve insteek, vind ik. Begoocheling gaat over vertekende perceptie. Zaken op een verkeerde manier gaan zien. Daar is niks normatiefs aan. We kunnen feitelijk dingen verkeerd zien. Als we de geest beschouwen of beleven alsof de geest een entiteit-Ik is die ziet, voelt, hoort en kent dan is dat geen geweld maar begoocheling. Volgens mij zag de Boeddha het zo.
In boeddhisme wordt wel de fraaie (vind ik) gelijkenis gebruikt van een helder kristal. Het kan allerlei kleuren aannemen als je het tegen een rode of groene achtergrond zet of zulk licht er op laat schijnen. Maar die kleur is nooit echt van het kristal. Dat is en blijft gewoon kleurloos en helder al lijkt het soms gekleurd. Net zo, wordt gezegd, is de indruk dat je als een entiteit-Ik bestaat, een soort fel licht dat weliswaar heel krachtig in de geest gaat schijnen, maar toch ook altijd maar bijkomstig is. De geest is alleen maar helder, leeg en in staat alles moeiteloos te manifesteren.
AN1.51 & 52 zegt:
“Luminous, monks, is the mind. And it is defiled by incoming defilements. The uninstructed run-of-the-mill person doesn’t discern that as it actually is present, which is why I tell you that—for the uninstructed run-of-the-mill person—there is no development of the mind.”
“Luminous, monks, is the mind. And it is freed from incoming defilements. The well-instructed disciple of the noble ones discerns that as it actually is present, which is why I tell you that—for the well-instructed disciple of the noble ones—there is development of the mind.”
Zelfs het krachtige en felle licht "Ik ben" is een inkomende bezoedeling. Het kan ook eindigen (SN22.89)
Maar het is als inkomende bezoedeling zo subtiel en licht zo fel op dat er geen of onvoldoende besef is dat bijkomstig van aard is.
Vermoedelijk kom je hier zelf ook niet snel achter en heb je iemand nodig die je gevoelig hiervoor maakt en vertrouwen in kunt stellen.
K. insteek dat het Ik geweld is vind ik niet handig.
Als de Boeddha leert dat bevrijding berust op wijsheid, dan bedoeld hij volgens mij dat we zaken echt zien zoals ze werkelijk zijn.
Dus ook de geest kennen zoals ie werkelijk is. Niet zoals ie lijkt vanuit het perspectief van bezoedeling en vertekende perceptie.
Dit heeft dus ook niks te maken met overgave, acceptatie en zelfs niet met vertrouwen.
De soort bevrijding die de Pali sutta's leren berust daar niet op. Het berust op alles zien zoals het werkelijk is.