Forum > Nico
De drie aspecten van het leven: dukkha, anicca, anatta
nico70+:
De drie aspecten van het leven
De Boeddha onderwees dat er geen kern, geen ego, geen zelf is, nergens, niet ergens binnen in ons en niet ergens buiten ons. Dat was toen en is ook nu nog steeds heel tegengesteld aan wat de gangbare gedachtengang is. Er is geen ziel die van het ene leven verhuist naar een ander leven.
Ook onderwees de Boeddha dat alles wat samengesteld is, veranderlijk en vergankelijk is. Niets dat en niemand die in het bestaan is getreden blijft eeuwig bestaan. Ook de hoogste god zal eens van dat goddelijk leven afscheid moeten nemen.
Omdat alles verandert en vergaat, ontstaat er frustratie. Dat komt omdat men zich eraan hecht, omdat men iets wel of niet wil hebben.
Deze drie aspecten van het leven zijn door de Boeddha in vele toespraken behandeld en uitgelegd. Hij sprak met geleerden en koningen, maar ook met bedelaars en niet zo heel snuggere mensen. En soms begrepen de minder bedeelden zijn leer eerder dan de geleerde mensen.
Die drie aspecten zijn: dukkhā (onvoldaanheid), aniccā (veranderlijkheid, vergankelijkheid) en anattā (niet-zelf).
nico70+:
1. Dukkhā (onvoldaanheid)
De Boeddha leerde dat alles wat in het bestaan is getreden onderhevig is aan dukkhā, d.w.z. dat alles hier onvoldaan is, onafgewerkt, onvolmaakt. En daardoor is het een bron van lijden, leed, frustratie.
Voorbeeld: als wij iets smakelijks eten of naar een mooi landschap kijken, dan genieten wij ervan. Maar het eten raakt op, en wij willen nog langer genieten van de lekkere smaak. En dat kan niet, tenzij we iets nieuws kopen. En dan vinden wij het jammer dat het genot maar zo kort was. En wij kunnen niet blijven kijken naar het mooie landschap. Zelfs als wij op dezelfde plaats konden blijven staan, dan wordt het toch avond en nacht. Of er wordt iets op gebouwd of men vindt er grondstoffen die ontgonnen moeten worden. En dan verandert ook het aanzicht van het landschap. Dat is dan frustratie, leed. Zo is datgene wat eerst voor een aangenaam gevoel zorgde, daarna een oorzaak voor lijden. En dat komt omdat alles hier onvolmaakt is en omdat wij ons eraan hechten.
nico70+:
2. Aniccā (veranderlijkheid, vergankelijkheid, niet-blijvendheid, onbestendigheid)
Een tweede aspect van het leven is aniccā. Het is het feit dat alles in dit leven constant verandert. Niets blijft gelijk. (Alleen Nibbana is blijvend). Ook anicca, vergankelijkheid is een oorzaak voor leed, frustratie. Meestal willen wij dat een bepaalde situatie zo blijft als ze is, dat ze niet meer verandert. Wie jong is, wil niet graag oud en gebrekkig worden. Wie sterk is, wil dat graag blijven. Maar door ziekte kan ook de sterke mens heel zwak worden.
Wij worden geboren, worden ouder en sterven. Tijdens dat hele proces hebben er onafgebroken veranderingen plaats. En wij kunnen er niet voor zorgen dat iets ongewijzigd blijft. Als wij dat wel willen, dan is dat alleen maar een bron van frustratie, leed, dukkhā.
2.1. Contemplatie over vergankelijkheid, niet-blijvendheid
Bij contemplatie over niet-bestendigheid, vergankelijkheid overweegt men aldus: “Materie (vorm) is niet bestendig, is vergankelijk. Gevoel of gewaarwording is niet bestendig, is vergankelijk. Waarneming is niet bestendig, is vergankelijk. Geestelijke formaties zijn niet bestendig, zijn vergankelijk. Bewustzijn is niet bestendig, is vergankelijk.” (A.V.108).
nico70+:
2.2. De vaderlijke erfenis voor Rahula
Over niet-blijvendheid sprak de Boeddha in het 14e regenseizoen te Savatthi tot zijn zoon Rāhula toen deze twintig jaar werd. Bij die gelegenheid volgden vele duizenden godheden de Boeddha. Zij dachten: "Vandaag gaat de Gezegende verdere aanwijzingen geven aan de eerwaarde Rahula voor de uitdoving van de smetten."
In het kort volgt deze toespraak hier.
Rahula, wat denk je; is het oog iets blijvends of niet? - Heer, het is niet blijvend. - Welnu, wat niet blijvend is, is dat smartelijk, onvoldaan, frustrerend, of is het prettig? - Heer, het is smartelijk, onvoldaan, frustrerend.*1] - Datgene wat niet blijvend is, wat frustrerend is en onderhevig aan verandering, is het juist om daarvan te denken: 'Dit is van mij, dit ben ik, dit is mijn zelf'? - Natuurlijk niet, Heer.
Rahula, wat denk je; is oog-bewustzijn en is visueel contact blijvend of niet? - Heer, het is niet blijvend. - Welnu, wat niet blijvend is, is dat smartelijk, onvoldaan, frustrerend, of is het prettig? - Heer, het is smartelijk, onvoldaan, frustrerend. - Datgene wat niet blijvend is, wat frustrerend is en onderhevig aan verandering, is het juist om daarvan te denken: 'Dit is van mij, dit ben ik, dit is mijn zelf'? - Natuurlijk niet, Heer.
Rahula, wat denk je; datgene wat ontstaat veroorzaakt door visueel contact, - namelijk alles wat behoort tot gevoel, waarneming, geestelijke formaties en bewustzijn, - is dat blijvend of niet? - Heer, het is niet blijvend. - Welnu, wat niet blijvend is, is dat smartelijk, onvoldaan, frustrerend, of is het prettig? - Heer, het is smartelijk, onvoldaan, frustrerend. - Datgene wat niet blijvend is, wat frustrerend is en onderhevig aan verandering, is het juist om daarvan te denken: 'Dit is van mij, dit ben ik, dit is mijn zelf'? - Natuurlijk niet, Heer.
Rahula, wat denk je; oor en geluiden, neus en geuren, tong en smaken, lichaam en alles wat aangeraakt kan worden, geest en ideeën, de ermee corresponderende soorten bewustzijn en contact, is dat alles blijvend of niet? En wat denk je van gevoel, waarnemingen, geestelijke formaties en het bewustzijn? Is dat alles blijvend of niet? - Heer, dat alles is niet blijvend. - Welnu, wat niet blijvend is, is dat smartelijk, onvoldaan, frustrerend, of is het prettig? - Heer, het is smartelijk, onvoldaan, frustrerend. - Datgene wat niet blijvend is, wat frustrerend is en onderhevig aan verandering, is het juist om daarvan te denken: 'Dit is van mij, dit ben ik, dit is mijn zelf'? - Natuurlijk niet, Heer.
Rahula, wanneer de edele volgeling de waarheid heeft ingezien, wendt hij zich af*2] van het oog en van vormen, van visueel bewustzijn, visueel contact en van alles wat ontstaat veroorzaakt door visueel contact, namelijk alles wat behoort tot gevoelens, waarneming, geestelijke formaties en bewustzijn.
Hij wendt zich af van oor en geluiden, van neus en geuren, tong en smaken, lichaam en alles wat aangeraakt kan worden, en van geest en ideeën. Hij wendt zich af van de corresponderende soorten bewustzijn en contact en van alles wat ontstaat veroorzaakt door dat contact, namelijk alles wat behoort tot gevoel, waarneming, geestelijke formaties en bewustzijn.
Wanneer hij zich afwendt, ebt de hartstocht weg. Met het wegebben van de hartstocht is hij bevrijd. En dan ontstaat bij hem het zekere weten: ‘Ik ben bevrijd, geboorte is uitgedoofd, vervuld is het heilige leven, gedaan is wat gedaan moest worden; niets gaat meer hierboven uit.' Aldus weet hij."
Zo sprak de Verhevene. Tijdens het luisteren naar deze leerrede was de geest van de eerwaarde Rāhula bevrijd van de smetten; hij hechtte zich nergens meer aan. Volmaakte heiligheid was door hem bereikt. Op dat moment van Arahantschap gaf de Boeddha aan zijn zoon de vaderlijke erfenis waarvoor Rahula eens had gevraagd.
En bij de vele duizenden godheden die naar deze leerrede geluisterd hadden, ontstond het smetteloze, reine oog der Waarheid: "Alwat onderhevig is aan ontstaan, is ook onderhevig aan vergaan." Zij bereikten toen allen het eerste niveau van heiligheid. (M.147 = MN.XV.5 Cūlarāhulovāda sutta)
-----
*1] Dit betekent niet dat iets niet als prettig en aangenaam ervaren kan worden. Maar het tijdelijke van iets houdt in dat er na een bepaalde tijd – hoe lang ook – een einde komt aan dat prettige en aangename. En juist dat feit is het smartelijke, frustrerende van al wat niet-blijvend is, van al wat tijdelijk is.
*2] Hij wendt zich af: dit betekent niet dat hij een sterke emotionele afkeer ervan heeft of walging. Maar het is eerder een vervreemding, onthechting. - Hij eigent het zich niet meer toe.
nico70+:
2.3. Raad van Nandaka aan 500 bhikkhunis
Mahapajapati Gotami ging eens met een gevolg van 500 nonnen [d.w.z. heel veel nonnen] naar de Verhevene in het Jetavanaklooster te Savatthi. Zij vroeg er aan de Verheven of hij de nonnen met een leerrijk gesprek wilde onderrichten.
Het was toen de taak van de oudsten in de Orde om beurtelings een toespraak tot de nonnen te houden. En de eerwaarde Nandaka was toen aan de beurt. De Verhevene wendde zich daarom tot de eerwaarde Nandaka en vroeg hem aan de nonnen een leerrijke toespraak te geven. Gehoorzaam stemde de eerwaarde Nandaka toe. Na de maaltijd ging hij naar de nonnen in het koninklijke park. Daar werd hij door de nonnen eerbiedig ontvangen. Een stoel was voor hem gereed gemaakt en water om de voeten te wassen. De nonnen groetten de eerwaarde Nandaka eerbiedig en gingen terzijde van hem zittten. De eerwaarde Nandaka zei toen dat hij een gesprek met vraag en antwoord wilde houden.
[Dat gesprek volgt hier in het kort].
"Zusters, wat menen jullie, is het oog onvergankelijk of vergankelijk?” - “Heer, het is vergankelijk.” - “Wat vergankelijk is, is dat frustrerend of aangenaam?” - "Heer, dat is frustrerend." - “Wat vergankelijk, frustrerend, veranderlijk is, kan men daarvan beweren: ‘dat behoort mij toe, dat ben ik, dat is mijn zelf?’” - "Heer, zeker niet."
"Zusters, wat menen jullie: is het oor, de neus, de tong, het lichaam, de geest onvergankelijk of vergankelijk?” - “Heer, ze zijn vergankelijk.” - “Wat vergankelijk is, is dat frustrerend of aangenaam?” - "Heer, dat is frustrerend." - “Wat vergankelijk, frustrerend, veranderlijk is, kan men daarvan beweren: ‘dat behoort mij toe, dat ben ik, dat is mijn zelf?’” - "Heer, zeker niet." - “En waarom niet?” - "Heer, omdat de zes innerlijke gebieden (ayatana) vergankelijk zijn."
"Zusters, wat menen jullie, zijn de vormen onvergankelijk of vergankelijk?” - “Heer, vergankelijk.” - “Wat vergankelijk is, is dat frustrerend of aangenaam?” - "Heer, dat is frustrerend." - “Wat vergankelijk, frustrerend, veranderlijk is, kan men daarvan beweren: ‘dat behoort mij toe, dat ben ik, dat is mijn zelf?’” - "Heer, zeker niet."
"Zusters, wat menen jullie, zijn de geluiden, de geuren, de smaken, de aanrakingen, de gedachten onvergankelijk of vergankelijk?” - "Heer, vergankelijk." - “Wat vergankelijk is, is dat frustrerend of aangenaam?” - "Heer, dat is frustrerend." - “Wat vergankelijk, frustrerend, veranderlijk is, kan men daarvan beweren: ‘dat behoort mij toe, dat ben ik, dat is mijn zelf?’” - "Heer, zeker niet." - “En waarom niet?” - "Heer, omdat de zes innerlijke gebieden vergankelijk zijn."
"Zusters, wat menen jullie, is het zienbewustzijn onvergankelijk of vergankelijk?” - “Heer, het is vergankelijk.” - “Wat vergankelijk is, is dat frustrerend of aangenaam?” - "Heer, dat is frustrerend."- “Wat vergankelijk, frustrerend, veranderlijk is, kan men daarvan beweren: ‘dat behoort mij toe, dat ben ik, dat is mijn zelf?’” - Heer, zeker niet."
"Zusters, wat menen jullie, is het hoorbewustzijn, het ruikbewustzijn, het smaakbewustzijn, het tastbewustzijn, het denkbewustzijn onvergankelijk of vergankelijk?” - "Heer, vergankelijk." - “Wat vergankelijk is, is dat frustrerend of aangenaam?” - "Heer, dat is frustrerend." - “Wat vergankelijk, frustrerend, veranderlijk is, kan men daarvan beweren: ‘dat behoort mij toe, dat ben ik, dat is mijn zelf?’” - "Heer, zeker niet." - “En waarom niet?” - "Heer, omdat de zes innerlijke gebieden vergankelijk zijn."
"Zusters, juist zoals bij een brandende olielamp de olie vergankelijk, veranderlijk is, de lampenpit vergankelijk, veranderlijk is, de vlam vergankelijk, veranderlijk is, het lichtschijnsel vergankelijk, veranderlijk is; wie nu zou zeggen dat bij die brandende olielamp weliswaar olie en lampenpit vergankelijk, veranderlijk zijn, maar dat het lichtschijnsel onvergankelijk, blijvend, eeuwig, onveranderlijk is, - zou die dat terecht zeggen?” - "Heer, zeker niet." - "En waarom niet?” - “Heer bij die brandende olielamp is immers olie en lampenpit en vlam vergankelijk, veranderlijk; dan toch zeker ook het lichtschijnsel ervan.”
"Zusters, juist zo is het wanneer iemand zou zeggen: ‘De zes innerlijke gebieden zijn bij mij vergankelijk, veranderlijk; maar wat mij op grond van het innerlijke gebied aangenaam of pijnlijk of noch pijnlijk noch aangenaam laat ondervinden, dat is onvergankelijk, blijvend, eeuwig, onveranderlijk.’ zou die dat terecht zeggen?” - "Heer, zeker niet." - "En waarom niet?" - "Heer, door een zus of zo geconditioneerde oorzaak komt een zus of zo geconditioneerde gewaarwording tot stand. Door het beëindigen van een zus of zo geconditioneerde oorzaak wordt een zus of zo geconditioneerde gewaarwording beëindigd.”
"Zusters, goed zo, prima. Juist zoals bij een grote sterke boom de wortels vergankelijk, veranderlijk zijn, de stam, de takken en bladeren vergankelijk, veranderlijk zijn, de schaduw vergankelijk, veranderlijk is; wie nu zou zeggen dat bij die grote sterke boom wel wortels en stam, takken en bladeren vergangelijk, veranderlijk zijn, maar dat zijn schaduw onvergankelijk, blijvend, eeuwig, onveranderlijk is, - zou die dat terecht zeggen?” - “Zeker niet, heer.” - “En waarom niet?” - “Heer, bij die grote sterke boom zijn immers wortels en stam, takken en bladeren vergankelijk, veranderlijk; dan toch zeker ook de schaduw ervan.”
"Zusters, juist zo is het wanneer iemand zou zeggen: ‘De zes uiterlijke gebieden zijn bij mij vergankelijk, veranderlijk; maar wat mij op grond van de uiterlijke gebieden aangenaam en frustrerend of noch aangenaam noch frustrerend laat ondervinden, dat is onvergankelijk, blijvend, eeuwig, onveranderlijk.’ zou die dat terecht zeggen?” - “Zeker niet, heer.” - “En waarom niet?” - “Heer, door een zus of zo geconditioneerde oorzaak komt een zus of zo geconditioneerde gewaarwording tot stand. Door het beëindigen van een zus of zo geconditioneerde oorzaak wordt een zus of zo geconditioneerde gewaarwording beëindigd.”
[Dan volgt een opsomming van de zeven factoren van Verlichting.]
Na het vertrek van de nonnen zegt de Verhevene aan de monniken dat die 500 nonnen het niveau van stroomintrede of niveaus hoger dan dat bereikt hebben, dat zij aan verderfenis ontkomen zijn en doelbewust naar de volledige ontwaking gaan.”
( M.146 = MN.XV.4) Nandakovāda sutta)
Navigatie
[0] Berichtenindex
[#] Volgende pagina
Naar de volledige versie