Forum > Nico
Oorzakelijk ontstaan en opheffing van het lijden
nico70+:
Oorzakelijk ontstaan en opheffing van het lijden
In het Boeddhaforum is al eens iets gepost over afhankelijk of oorzakelijk ontstaan. Zie o.a. het topic: Algemeen: vraagje aangaande afhankelijk ontstaan. http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,314.0.html
en het topic: Wijsheden: Voorwaardelijk ontstaan http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,136.msg480.html#msg480
Ik post dit thema hier iets uitgebreider als deel van de contemplaties die leiden naar Nibbana. Het is daarbij onvermijdelijk dat herhaald wordt wat al gepost is.
Nico
nico70+:
Ten geleide
De leer van oorzakelijk ontstaan (paticcasamuppâda) wordt de edele weg genoemd. Door het overdenken en inzien van oorzakelijk ontstaan kan men een of meer van de niveaus van heiligheid bereiken.
Diverse keren dacht de Boeddha Gotama na over oorzakelijk ontstaan. Ook de vroegere Boeddhas Vipassin, Sikkhin, Vessabhu, Kakusandha, Konagamana en Kassapa overdachten, volgens de legende, de keten van oorzakelijk ontstaan. De Boeddha Gotama sprak er ook over met de eerwaarde Ananda. En de eerwaarden Sariputta en Ananda spraken erover met hun medemonniken. Een compilatie van die leerreden volgt hier.
1. Korte overdenking van oorzakelijk ontstaan
“Diep is deze wet van oorzakelijk ontstaan. Ten gevolge van het niet begrijpen ervan is dit geslacht in de war geraakt zoals een verwaarloosd stuk weefsel of een knot garen vol knopen. Daarom komt dit geslacht niet uit boven de kringloop der wedergeboorten.” (D.15.1; S.12.60)
“Deze wereld is tot een toestand van lijden vervallen. Men wordt geboren, men wordt ouder, men sterft, en men wordt wedergeboren. Een uitweg uit het lijden, een ontkomen aan dit lijden, ouder worden en sterven kent men niet. Wanneer zal er een ontkomen aan dit lijden, ouder worden en sterven gevonden worden?“ (D.14.2.18; S.12.4 t/m S.12.10; S.12.65)
“Bij de aanwezigheid waarvan is ook ouderdom en sterven aanwezig? In afhankelijkheid waarvan is ouderdom en sterven aanwezig?”
Ouderdom en sterven zijn afhankelijk van geboorte. Geboorte is afhankelijk van worden. Worden is afhankelijk van inbezitname, grijpen, hechten. Inbezitname, grijpen, hechten is afhankelijk van begeerte, levensdorst. Dorst, begeerte is afhankelijk van gevoel. Gevoel is afhankelijk van aanraking, contact. Contact, aanraking is afhankelijk van de zes zintuigen. De zes zintuigen zijn aanwezig als geestlichamelijkheid (naam en vorm) aanwezig is. Geestlichamelijkheid is afhankelijk van bewustzijn. Bewustzijn dat tot wedergeboorte voert, ontstaat afhankelijk van wilsformaties. Bewustzijn is afhankelijk van geestlichamelijkheid. De formaties, vormingen hebben onwetendheid als oorzaak.
Op die manier komt de hele massa van lijden tot stand. Zo is het ontstaan ervan. (S.12.1-22; S.12.27; S.12.33; S.12.37; S.12.46-48; S.12.50; S.12.52-60; S.12.65; M.9; M.38; M.141).
2. De overdenking in omgekeerde volgorde
Bij afwezigheid waarvan is er geen ouderdom en sterven; door het beëindigen waarvan houdt ouderdom en sterven op?
Als dit niet is, volgt dat niet; met het verdwijnen van het ene verdwijnt het andere en wel aldus:
Met het geheel en al verdwijnen van onwetendheid verdwijnen wilsformaties (vormingen). Met het verdwijnen van wilsformaties verdwijnt bewustzijn. Met het verdwijnen van bewustzijn verdwijnt geestlichamelijkheid. Met het verdwijnen van geestlichamelijkheid verdwijnt de zesvoudige basis (het bereik van de zes zintuigen). Met het verdwijnen van de zesvoudige basis verdwijnt contact. Met het verdwijnen van contact verdwijnt gevoel. Met het verdwijnen van gevoel verdwijnt begeerte, dorst. Met het verdwijnen van dorst, verlangen verdwijnt inbezitname, grijpen, hechten. Met het verdwijnen van hechten verdwijnt worden. Met het verdwijnen van worden verdwijnt geboorte. Met het verdwijnen van geboorte verdwijnen ouderdom en dood, verdriet, geweeklaag, pijn, leed en wanhoop.
Op die manier komt de opheffing van de hele massa van lijden tot stand. (Ud.I.1-3; S.12.1-20; S.12.37; S.12.46-59; S.12.67; M.38)
3. Overdenking in directe en omgekeerde volgorde
Als dit is, volgt dat; met het ontstaan van het ene ontstaat het andere. Als dit niet is, volgt dat niet; met het verdwijnen van het ene verdwijnt het andere.
* Bewustzijn wordt veroorzaakt door geestlichamelijkheid en geestlichamelijkheid door bewustzijn. Dit bewustzijn keert terug naar geestlichamelijkheid. Het gaat niet verder. In zoverre kan geboorte ontstaan, kan ouderdom, sterven, verdwijnen, wedergeboorte ontstaan; in zoverre bestaat de mogelijkheid tot naamgeving, de mogelijkheid voor uitleg; in zoverre bestaat het hele gebied van begrijpen, namelijk in dit samenzijn van geestlichamelijkheid en bewustzijn. In zoverre kan men geboren worden, ouder worden en sterven; in zoverre kan men verdwijnen en weer opduiken, in zoverre namelijk als het volgende ontstaat:
* In afhankelijkheid van onwetendheid ontstaan wilsformaties, vormingen.
Wat is onwetendheid, niet-weten? – Onwetend is degene die het lijden niet kent, die het ontstaan ervan niet kent, die de opheffing ervan niet kent, en die het pad naar de opheffing ervan niet kent. – Wetend daarentegen is degene die wel het lijden kent, het ontstaan ervan, de opheffing ervan, en het pad naar de opheffing ervan. (S.56.17-18; S.56.21-51; S.12.2; M.9).
* De formaties, vormingen hebben onwetendheid als oorzaak, onwetendheid als oorsprong. Wanneer onwetendheid aanwezig is, ontstaan de formaties, vormingen. Afhankelijk van onwetendheid (avijja) ontstaan wilsformaties (samkhara). Uit het niet-weten ontstaan de formaties (vormingen). (S.12.51.)
[De formaties, vormingen zijn de wedergeboorte producerende wilsacties (cetanâ), of karma-formaties]. (Nyanatiloka, Buddhist Dictionary, 1980, p. 158).
Er zijn drie soorten van formaties: formaties van het lichaam, de vorming van lichamelijke acties; formaties van de taal, de vorming van praten; formaties van het hart, de vorming van denken. (M.9) [Daden, woorden, gedachten].
* In afhankelijkheid van wilsformaties, vormingen ontstaat bewustzijn.
Afhankelijk van wilsformaties ontstaat bewustzijn (viññanam) dat tot wedergeboorte voert. Bewustzijn is afhankelijk van geestlichamelijkheid. Als geestlichamelijkheid aanwezig is, is bewustzijn aanwezig. Uit de formaties, vormingen ontstaat bewustzijn. Als bewustzijn in geestlichamelijkheid geen basis gevonden had, zou er verder geen ontstaan en oorsprong van geboorte, ouderdom, sterven, lijden zijn. Daarom is geestlichamelijkheid de voorwaarde voor bewustzijn.
En wat is bewustzijn? – Bewustzijn wordt ingedeeld naar de oorzaken in afhankelijkheid waarvan het ontstaat. Wanneer bewustzijn ontstaat in afhankelijkheid van oog en vorm, dan geldt het als zien-bewustzijn. Wanneer bewustzijn ontstaat in afhankelijkheid van oor en geluid, dan geldt het als hoor-bewustzijn. Wanneer bewustzijn ontstaat in afhankelijkheid van neus en geur, dan geldt het als ruik-bewustzijn. Wanneer bewustzijn ontstaat in afhankelijkheid van tong en smaak, dan geldt het als smaak-bewustzijn. Wanneer bewustzijn ontstaat in afhankelijkheid van lichaam en aanrakingsobject, dan geldt het als aanrakings-bewustzijn. Wanneer bewustzijn ontstaat in afhankelijkheid van geest en geestobject, dan geldt het als geest-bewustzijn. (M.38; M.9)
* In afhankelijkheid van bewustzijn ontstaat geestlichamelijkheid, naam en vorm.
Geestlichamelijkheid is afhankelijk van bewustzijn. Als bewustzijn aanwezig is, is geestlichamelijkheid aanwezig. Afhankelijk van bewustzijn ontstaat geestlichamelijkheid (naam en vorm). Als bewustzijn afwezig is, is geest-lichamelijkheid afwezig. Als bewustzijn niet in de schoot van een moeder intrad, zou geestlichamelijkheid niet kunnen ontstaan.
Als bewustzijn na in de moederschoot te zijn ingetreden, weer zou uittreden, zou geen geestlichamelijkheid hier in dit leven kunnen ontstaan.
Als bewustzijn nog in de jeugd bij een jongen of meisje zou worden afgesneden, dan zou geestlichamelijkheid niet kunnen toenemen, groeien, tot ontwikkeling komen.
Daarom is bewustzijn de voorwaarde voor geestlichamelijkheid.
En wat is geestlichamelijkheid, naam en vorm? – Gevoel, waarneming, bedoeling, voorstelling, denken, aanraking, oplettendheid, overweging: dat heet naam (geest). De vier grofstoffelijke elementen [aarde, water, vuur, lucht] en de vorm die afhankelijk is van die grofstoffelijke elementen, dat heet vorm (lichaam). Samen noemt men dat naam en vorm. (M.9)
* In afhankelijkheid van geestlichamelijkheid (naam en vorm) ontstaat het bereik van de zes zintuigen (de zesvoudige basis).
Als geestlichamelijkheid (naam en vorm) aanwezig is, zijn de zes zintuigen aanwezig. Afhankelijk van geestlichamelijkheid ontstaat de zesvoudige basis (salayatanam). [De vijf zintuigen en de geest als zesde.]
Uit naam en vorm ontstaat het bereik van de zintuigen.
Alle vormen, alle verschillen, alle eigenschappen, alle bijzonderheden waardoor het geestelijke deel gevormd wordt, als die allemaal niet daar waren, niet bestonden, dan zouden aan het lichamelijk deel geen geestelijke symptomen verschijnen.
Alle vormen, verschillen, eigenschappen, bijzonderheden waardoor het lichamelijke deel gevormd wordt, als die allemaal niet daar waren, dan zouden aan het geestelijke deel geen lichamelijke symptomen verschijnen.
Alle vormen, verschillen, eigenschappen, bijzonderheden waardoor zowel het geestelijke deel als het lichamelijke deel gevormd worden, als die niet daar waren, dan zouden geen geestelijke of lichamelijke symptomen verschijnen.
Alle vormen, verschillen, eigenschappen, bijzonderheden waardoor de geestlichamelijkheid gevormd wordt, als die niet daar waren, dan zou er geen zintuiglijke aanraking, geen zintuiglijk contact zijn. Daarom is geestlichamelijkheid met de zes zintuigen de voorwaarde voor aanraking, contact.
En wat is het bereik of gebied van de zes zintuigen? – Er zijn zes gebieden: het gebied van het oog, het gebied van het oor, het gebied van de neus, het gebied van de tong, het gebied van het lichaam, het gebied van de geest. (M.9)
* In afhankelijkheid van de zes zintuigen ontstaat aanraking, contact.
Contact, aanraking (phasso) is afhankelijk van de zes zintuigen. Als de zes zintuigen aanwezig zijn, is aanraking aanwezig. Afhankelijk van de zesvoudige basis ontstaat contact. De oorzaak van aanraking is het bereik van de zes zintuigen.
En wat is aanraking, contact? – Er zijn zes soorten van contact: contact met het oog, contact met het oor, contact met de neus, contact met de tong, contact met het lichaam, contact met de geest. (M.9) Kortom, contact van een object met een van de zinsorganen.
* In afhankelijkheid van aanraking ontstaat gewaarwording, gevoel.
Gevoel (vedana) is afhankelijk van aanraking, contact. Als aanraking, contact aanwezig is, is gevoel aanwezig. Als er geen contact was met de zes zintuigen (oog, oor, neus, tong, lichaam, geest), zou geen gevoel kunnen ontstaan. Daarom is contact, aanraking de oorzaak voor gevoel.
En wat is gevoel, gewaarwording, waarneming? – Het gevoel ontstaan door het zien, gewaarwording geboren uit contact met het oog, waarneming van vorm. Het gevoel ontstaan door het horen, gewaarwording geboren uit contact met het oor, waarneming van geluid. Het gevoel ontstaan door het ruiken, gewaarwording geboren uit contact met de neus, waarneming van geur. Het gevoel ontstaan door het proeven, gewaarwording geboren uit contact met de tong, waarneming van smaak. Het gevoel ontstaan door aanraking, gewaarwording geboren uit contact met het lichaam, waarneming van aanrakingen. Het gevoel ontstaan door denken, gewaarwording geboren uit contact met de geest, waarneming van ideeën en gedachten. Kortom het gevoel dat ontstaat door contact van een zintuiglijk orgaan met een object. [ook in S.45.30; M.59]
Er zijn drie soorten van gevoel, namelijk aangenaam gevoel, onaangenaam gevoel, gevoel dat niet aangenaam en niet onaangenaam is. (S.45.29; M.59)
* In afhankelijkheid van gevoel, gewaarwording ontstaat levensdorst, begeerte.
Dorst, begeerte (tanha) is afhankelijk van gevoel. Als gevoel aanwezig is, is begeerte, dorst aanwezig. Als er geen gevoel was, nergens, geen gevoel ontstaan uit contact met zichtbare objecten, noch gevoel ontstaan uit contact met geluiden, noch gevoel ontstaan uit contact met geuren, noch gevoel ontstaan uit contact met smaken, noch gevoel ontstaan uit contact met aanrakingen, noch gevoel ontstaan uit contact met denken, als er helemaal geen gevoel was, zou er geen dorst kunnen ontstaan. Daarom is gevoel de oorzaak voor dorst.
In afhankelijkheid van gevoel ontstaat dorst, begeerte. In afhankelijkheid van dorst ontstaat zoeken (pariyesana). In afhankelijkheid van zoeken ontstaat inbezitname (labha). In afhankelijkheid van inbezitname ontstaat trachten, beproeven, onderzoeken, besluitvorming (vinicchaya). In afhankelijkheid van trachten, onderzoeken, besluitvorming ontstaat wellustig verlangen (chanda-raga). In afhankelijkheid van wellustig verlangen ontstaat hechten (ajjhosana). In afhankelijkheid van hechten ontstaat gewoontevorming, toeëigening, egoïsme (pariggaha).
In afhankelijkheid van gewoontevorming ontstaat hebzucht (macchariya). In afhankelijkheid van hebzucht ontstaat waken over zijn bezittingen (arakkha). Ten gevolge van waken over zijn bezittingen komt het tot aanwending van geweld, oorlog, tweedracht, strijd en ruzie, tot lasteren en liegen, tot allerhande slechte dingen.
Als er helemaal geen waken over eigen bezittingen was, zou er geen aanwending van geweld kunnen komen, geen oorlog en tweedracht, geen strijd en ruzie, geen lasteren en liegen, geen slechte dingen. Daarom is waken over eigen bezittingen de oorzaak voor geweld en oorlog, ruzie, lasteren en liegen, voor allerlei slechte dingen.
Als er geen egoïsme, hebzucht was, helemaal nergens, zou er geen waken over eigen bezittingen kunnen ontstaan. Daarom is egoïsme, hebzucht de oorzaak voor waken over eigen bezittingen.
Als er helemaal geen gewoontevorming was, zou er geen hebzucht kunnen ontstaan. Daarom is gewoontevorming de oorzaak voor hebzucht.
Als er helemaal geen hechten was, zou er geen gewoontevorming kunnen ontstaan. Daarom is hechten de oorzaak voor gewoontevorming.
Als er helemaal geen wellustig verlangen was, zou er geen hechten kunnen ontstaan. Daarom is wellustig verlangen de oorzaak voor hechten.
Als er helemaal geen trachten, onderzoeken, besluitvorming was, zou er geen wellustig verlangen kunnen ontstaan. Daarom is besluitvorming de oorzaak voor wellustig verlangen.
Als er helemaal geen inbezitname was, zou er geen trachten, onderzoeken, besluitvorming kunnen volgen. Daarom is inbezitname de oorzaak voor besluitvorming.
Als er helemaal geen zoeken was, zou er geen inbezitname kunnen ontstaan. Daarom is zoeken de oorzaak voor inbezitname.
Als er helemaal geen (levens)dorst was, zou er geen zoeken kunnen ontstaan. Daarom is dorst de oorzaak voor zoeken.
En wat is dorst? – Er zijn zes soorten van dorst: dorst naar vormen, dorst naar geluiden, dorst naar geuren, dorst naar smaken, dorst naar aanrakingen, dorst naar gedachten. (M.9)
* In afhankelijkheid van begeerte, levensdorst ontstaat inbezitname, grijpen, hechten.
Inbezitname, grijpen, hechten (upadanam) is afhankelijk van begeerte, levensdorst. Als dorst, begeerte aanwezig is, is inbezitname, hechten aanwezig. Als er geen dorst was, nergens, als er geen dorst was naar vormen, geen dorst naar geluiden, geen dorst naar geuren, geen dorst naar smaken, geen dorst naar aanrakingen, geen dorst naar begrippen, ideeën, gedachten, als er helemaal geen dorst was, dan zou er geen hechten kunnen ontstaan. Daarom is dorst de oorzaak voor hechten.
En wat is inbezitname, hechten? – Er zijn vier soorten van inbezitname (hechten): de inbezitname van de zinnelijkheid (het hechten aan zinnelijkheid), de inbezitname van meningen (het hechten aan [verkeerde] meningen), de inbezitname van deugdzame werken (het hechten aan deugdzame werken, d.w.z. het hechten aan gebruiken en rituelen waarvan men hoopt dat zij voordeel brengen), de in bezit name van de eigen persoonlijkheid (het hechten aan de eigen persoonlijkheid; het hechten aan de leer van een zelf, van een “ik”). (M.9)
* In afhankelijkheid van inbezitname, hechten ontstaat worden.
Worden (bhavo) is afhankelijk van inbezitname, grijpen, hechten. Als inbezitname, grijpen, hechten aanwezig is, is worden aanwezig. Uit het grijpen, inbezitname ontstaat het worden. Als er geen inbezitname, hechten was, nergens, noch in vorm van zinnelijkheid, noch in vorm van theorieën, noch in vorm van religieuze oefeningen, noch in vorm van geloof in een ziel, als er helemaal geen hechten was, zou er geen worden kunnen ontstaan. Daarom is inbezitname, grijpen, hechten de oorzaak voor worden.
En wat is worden? – De drie vormen van het worden zijn: het worden (in de wereld) van de zinnelijkheid; het worden (in de wereld) van de vorm; het worden in de vormloze sfeer. (M.9)
Worden: het proces van in bestaan treden als embryo of ei. Het bestaat in het actieve en het passieve levensproces, d.w.z. het wedergeboorte producerende kamma proces (kamma-bhava) en als gevolg ervan het wedergeboorte proces (upapatti-bhava). (Nyanatiloka: Buddhist Dictionary. Manual of Buddhist Terms and Doctrines. 4th ed/ Kandy 1980, p. 158).
* In afhankelijkheid van worden ontstaat geboorte.
Geboorte (jati) is afhankelijk van worden. Als worden aanwezig is, is geboorte aanwezig. Als er geen worden was, nergens, noch in de zinnelijke sferen van bestaan, noch in de grofstoffelijke sferen van bestaan, noch in fijnstoffelijke of onstoffelijke sferen van bestaan, als er helemaal geen worden was, zou geen geboorte kunnen volgen. Daarom is worden de oorzaak voor geboorte.
En wat is geboorte? – Wat hier of elders het voortgebracht worden is, het in het bestaan treden, het verschijnen van de groeperingen van bestaan, het verkrijgen van de zintuiglijke organen, het geboren worden: dat heet geboorte. (M.141; D.22; M.9)
[De groeperingen van bestaan (khandhā) zijn vorm (rūpa), gevoel (vedanā), waarneming (saññā), formaties (samkhārā) en bewustzijn (viññāna)].
* In afhankelijkheid van geboorte ontstaan ouderdom, sterven, verdriet, gejammer, lijden, ellende en wanhoop.
Ouderdom en sterven zijn afhankelijk van geboorte. Als geboorte aanwezig is, zijn ouderdom en sterven aanwezig. Als er geen geboorte was, nergens, niet in de godenwereld, noch in de lagere sferen van bestaan, noch in de menselijke wereld, als er helemaal geen geboorte was, zou er geen ouderdom en sterven kunnen volgen. Daarom is geboorte de oorzaak voor sterven. Afhankelijk van geboorte ontstaan ouderdom en dood, verdriet, geweeklaag, pijn, leed, zorg en wanhoop.
“En wat is ouder worden? - Wat hier of elders veroudering is, verval van de tanden, vergrijzing, het rimpelen van de huid, het afnemen van de levenskracht, het afsterven van de zinsorganen: dat heet ouder worden.” (M.141; D.22; M.9)
“En wat is sterven? - Wat hier of elders het afscheiden is, het uiteenvallen, het verdwijnen, de dood, het beëindigen van de levenstijd, het uiteenvallen van de groeperingen van bestaan, het afwerpen van het lichaam: dat heet sterven.” (M.141; M.9)
“En wat is verdriet? - Wat bij iemand die door het een of andere verlies of lijden getroffen is, bedroefdheid is, wanhoop, verslagenheid, innerlijke zorg: dat heet verdriet.” (M.141)
“En wat is geweeklaag? - Wat bij iemand die door het een of andere verdriet of lijden getroffen is, gejammer en treuren is: dat heet geweeklaag.” (M.141)
“En wat is pijn? - Wat lichamelijk pijnlijk en onaangenaam is, wat er bestaat aan pijnlijke en onaangename gevoelens die door lichamelijk contact veroorzaakt zijn: dat heet pijn.” (M.141)
“En wat is leed? - Wat geestelijk pijnlijk en onaangenaam is, wat er bestaat aan pijnlijke en onaangename gevoelens die door geestelijk contact veroorzaakt zijn: dat heet leed.” (M.141)
“En wat is wanhoop? - Wat bij iemand die door het een of andere verlies of lijden getroffen is, troosteloosheid en vertwijfeling is, de wanhopige en troosteloze geestestoestand: dat heet wanhoop.” (M.141)
Op die manier komt de hele massa van lijden tot stand. Zo is het ontstaan van deze hele massa van lijden.
(D.14.2.18-19; D.15.2-22; Ud.1.1; S.12.1-10; S.12.21.3; S.12.22.2-4; S.12.46-49; S.12.65; S.12.67; S.55.28; M.38)
Als dit niet is, volgt dat niet; met het verdwijnen van het ene verdwijnt het andere.
"Bij afwezigheid waarvan is er geen ouderdom en sterven; door het beëindigen waarvan houdt ouderdom en sterven op?"
* Door het ophouden van onwetendheid houden wilsformaties op; met het geheel en al verdwijnen van onwetendheid verdwijnen wilsformaties (vormingen). Uit het restloze verdwijnen van niet-weten en de opheffing ervan volgt opheffing van de formaties, van de vormingen. Als onwetendheid niet aanwezig is, ontstaan er geen vormingen. (S.12.51)
* Met het verdwijnen van wilsformaties verdwijnt bewustzijn. Uit de opheffing van de vormingen volgt opheffing van het bewustzijn. Als geestlichamelijkheid afwezig is, is bewustzijn afwezig; door het ophouden van geestlichamelijkheid houdt bewustzijn op.
* Bewustzijn is afwezig als geestlichamelijkheid afwezig is. Met het verdwijnen van wilsformaties verdwijnt bewustzijn. Uit de opheffing van de vormingen volgt opheffing van het bewustzijn. Als geestlichamelijkheid afwezig is, is bewustzijn afwezig; door het ophouden van geestlichamelijkheid houdt bewustzijn op.
* Geestlichamelijkheid is afwezig als bewustzijn afwezig is. Met het verdwijnen van bewustzijn verdwijnt geestlichamelijkheid. Als bewustzijn afwezig is, is geestlichamelijkheid afwezig; door het ophouden van bewustzijn houdt geestlichamelijkheid op. Uit de opheffing van het bewustzijn volgt opheffing van naam en vorm.
* De zes zintuigen zijn afwezig als geestlichamelijkheid afwezig is. Met het verdwijnen van geestlichamelijkheid verdwijnt de zesvoudige basis. Als geestlichamelijkheid afwezig is, is het bereik van de zes zintuigen afwezig; door het ophouden van geestlichamelijkheid houden de zes zintuigen op. Uit de opheffing van naam en vorm volgt opheffing van het bereik van de zes zintuigen.
* Aanraking, contact is afwezig als de zes zintuigen afwezig zijn. Met het verdwijnen van de zesvoudige basis verdwijnt contact. Als de zes zintuigen afwezig zijn, is aanraking afwezig; door het ophouden van de zes zintuigen houdt contact, aanraking op. Uit de opheffing van het bereik van de zes zintuigen volgt opheffing van de aanraking.
* Gevoel is afwezig als aanraking afwezig is. Met het verdwijnen van contact verdwijnt gevoel, gewaarwording. Als aanraking, contact afwezig is, is gevoel afwezig; door het ophouden van aanraking houdt gevoel op. Uit de opheffing van contact, aanraking volgt opheffing van gevoel, gewaarwording.
* Dorst, begeerte is afwezig als gevoel afwezig is. Met het verdwijnen van gevoel verdwijnt begeerte. Als gevoel afwezig is, is levensdorst afwezig; door het ophouden van gevoel houdt levensdorst op. Uit de opheffing van het gevoel volgt opheffing van de dorst.
* Hechten, inbezitname is afwezig als begeerte, levensdorst afwezig is. Met het verdwijnen van dorst, verlangen verdwijnt inbezitname, grijpen, hechten. Als dorst afwezig is, is inbezitname, hechten afwezig; door het ophouden van dorst houdt inbezitname op. Uit de opheffing van de dorst volgt opheffing van het grijpen.
* Worden is afwezig als hechten, inbezitname afwezig is. Met het verdwijnen van hechten verdwijnt worden. Als inbezitname, hechten afwezig is, is worden afwezig; door het ophouden van inbezitname, hechten houdt worden op. Uit de opheffing van het grijpen, hechten volgt opheffing van het worden.
* Geboorte is afwezig als worden afwezig is. Met het verdwijnen van worden verdwijnt geboorte. Als worden afwezig is, is geboorte afwezig; door ophouden van worden houdt geboorte op. Uit de opheffing van worden volgt opheffing van geboorte.
* Ouderdom en sterven zijn afwezig, als geboorte afwezig is. Met het verdwijnen van geboorte verdwijnen ouderdom en dood, verdriet, geweeklaag, pijn, leed en wanhoop. Door ophouden van geboorte houdt ouderdom en sterven op. Door opheffing van geboorte worden ouderdom en dood, pijn, leed, geweeklaag, gejammer en wanhoop opgeheven.
( D.14.2.20; S.12.65; M.38)
Zo is het ophouden van deze hele massa van lijden. Dat is ophouden. Op die manier komt de opheffing van de hele massa van lijden tot stand.
(Ud.I.1-3; S.12.1-20; S.12.33; S.12.46-59; S.12.67; M.38; D.14.2.21; zie ook M.18).
nico70+:
4. De elementen I
Er zijn vier elementen, namelijk aarde, water, vuur en lucht. (S.14.30) [Uit die elementen is het lichaam opgebouwd]. – Wat is het aangename ervan, wat is het nadelige ervan en wat is het ontkomen eraan?
Lust en welgevallen die ten gevolge van die elementen ontstaan, dat is het aangename ervan.
Het onbestendige, smartelijke, veranderlijke, vergankelijke dat van die elementen ontstaat, dat is het nadelige ervan.
Het verwijderen van het verlangen en de begeerte ernaar, het opgeven van verlangen en begeerte ernaar, dat is het ontkomen aan die elementen.
En ook het opgeven van afkeer is het ontkomen aan de elementen. (Zie M.1)
Als er bij die elementen niets aangenaams was, zouden de wezens er geen welbehagen in vinden.
Als er bij die elementen niets nadeligs was, zouden de wezens er geen afkeer van hebben.
Als er bij die elementen geen ontkomen was, zouden de wezens er niet aan ontkomen.
Zolang als dit niet begrepen wordt, zolang is men niet volledig verlicht. Maar als men dat overeenkomstig de werkelijkheid begrepen heeft, dan is men volledig verlicht. (S.14.31-32)
Zolang als men dat nog niet overeenkomstig de werkelijkheid heeft begrepen, zolang is men nog niet ontkomen aan de kringloop van bestaan, is er dan nog niet van losgeraakt, is er dan nog niet van afgescheiden.
Maar wanneer men bij die vier elementen het aangename als aangenaam, het nadelige als nadelig en het ontkomen als ontkomen begrepen heeft overeenkomstig de werkelijkheid, dan is men ontkomen aan de wereld met haar goden en Brahmas, met haar goden en mensen; men is dan ervan losgeraakt, ervan afgescheiden en men leeft met een gemoed dat vrij is van grenzen. (S.14.33)
Wanneer de elementen alleen maar lijden waren, gevolgd door lijden, begeleid door lijden, wanneer ze niet ook begeleid werden door lust, dan zouden de wezens geen welgevallen eraan vinden. Maar ze zijn begeleid door lust en daarom vinden de wezens er welbehagen aan.
Wanneer de elementen alleen maar lust waren, begeleid door lust, wanneer ze niet ook door lijden begeleid werden, dan zouden de wezens er geen afkeer van hebben. Maar ze zijn begeleid door lijden en daarom vinden de wezens er afkeer van. (S.14.34)
Wie vreugde heeft aan de elementen, die heeft vreugde aan het lijden. En die is niet bevrijd van lijden.
Wie geen vreugde heeft aan de elementen, die heeft geen vreugde aan het lijden. En die is bevrijd van lijden. (S.14.35)
Het ontstaan van de elementen dat is ontstaan van het lijden, van ziekte, ouderdom en dood.
De opheffing van de elementen, het tot rust komen ervan, dat is de opheffing van het lijden, van ziekte, ouderdom en dood. (S.14.36)
Wie bij de vier elementen het aangename ervan, het schadelijke ervan en het ontkomen eraan niet overeenkomstig de werkelijkheid inziet, die heeft het doel niet bereikt.
Maar wie bij de vier elementen het aangename ervan, het schadelijke ervan en het ontkomen eraan overeenkomstig de werkelijkheid inziet, die heeft het doel begrepen en verwerkelijkt. (S.14.37-38)
Wie de elementen niet kent, wie de oorsprong ervan niet kent, wie de opheffing ervan niet kent en wie het pad dat naar de opheffing ervan voert niet kent, die heeft het doel niet bereikt.
Maar wie de elementen wel kent, de oorsprong ervan, de opheffing ervan en het pad dat voert naar de opheffing ervan, die heeft het doel door eigen inzicht bereikt. (S.14.39)
nico70+:
5. De elementen II
Er zijn verschillende andere elementen. Hier worden met elementen bedoeld de zintuigen, zintuiglijk waarneembare objecten en het bewustzijn dat ontstaat ten gevolge van contact van zintuig en object. Die elementen zijn:
oog (zien), vorm, bewustzijn van het zien;
oor (horen), geluid, bewustzijn van het horen;
neus (ruiken), geur, bewustzijn van het ruiken;
tong (proeven), smaak, bewustzijn van het proeven;
lichaam (aanraken), aanraakbaar voorwerp, bewustzijn van het aanraken;
geest (denken), gedachte, bewustzijn van het denken. (S.14.1)
Ten gevolge van de verscheidenheid der elementen ontstaat de verscheidenheid der contacten. En ten gevolge van de verscheidenheid der contacten ontstaat de verscheidenheid van de gevoelens.
En hoe ontstaat dat alles?
Ten gevolge van het oog (zien) ontstaat het contact van het oog (zien). Ten gevolge van het contact van het oog (zien) ontstaat het gevoel dat door het contact van het oog (zien) veroorzaakt is.
Ten gevolge van het oor (horen) ontstaat het contact van het oor (horen). Ten gevolge van het contact van het oor (horen) ontstaat het gevoel dat door het contact van het oor (horen) veroorzaakt is.
Ten gevolge van de neus (ruiken) ontstaat het contact van de neus (ruiken). Ten gevolge van het contact van de neus (ruiken) ontstaat het gevoel dat door het contact van de neus (ruiken) veroorzaakt is.
Ten gevolge van de tong (proeven) ontstaat het contact van de tong (proeven). Ten gevolge van het contact van de tong (proeven) ontstaat het gevoel dat door het contact van de tong (proeven) veroorzaakt is.
Ten gevolge van het lichaam (aanraken) ontstaat het contact van het lichaam (aanraken). Ten gevolge van het contact van het lichaam (aanraken) ontstaat het gevoel dat door het contact van het lichaam (aanraken) veroorzaakt is.
Ten gevolge van de geest (denken) ontstaat het contact van de geest (denken). Ten gevolge van het contact van de geest (denken) ontstaat het gevoel dat door het contact van de geest (denken) veroorzaakt is.
Op die manier ontstaat ten gevolge van de verscheidenheid der elementen de verscheidenheid van de contacten. En ten gevolge van de verscheidenheid der contacten ontstaat de verscheidenheid van de gevoelens. (S.14.2-5)
Ten gevolge van de verscheidenheid der elementen ontstaat verscheidenheid van de voorstelling. Ten gevolge van de verscheidenheid van de voorstelling ontstaat verscheidenheid van het willen. Ten gevolge van de verscheidenheid van het willen ontstaat verscheidenheid van de begeerte. Ten gevolge van de verscheidenheid van de begeerte ontstaat verscheidenheid van het vurig verlangen. Ten gevolge van de verscheidenheid van het vurig verlangen ontstaat verscheidenheid van het opzoeken. Ten gevolge van de verscheidenheid van het opzoeken ontstaat verscheidenheid van het grijpen.
Hoe ontstaat dat alles?
Ten gevolge van het element vorm ontstaat voorstelling van vorm. Ten gevolge van de voorstelling van vorm ontstaat willen van vorm. Ten gevolge van het willen van vorm ontstaat begeerte naar vorm. Ten gevolge van begeerte naar vorm ontstaat vurig verlangen naar vorm. Ten gevolge van vurig verlangen naar vorm ontstaat opzoeken van vorm. Ten gevolge van het opzoeken van vorm ontstaat het grijpen naar vorm.
Ten gevolge van de elementen geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte ontstaat voorstelling van geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte. Ten gevolge van de voorstelling van geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte ontstaat willen van geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte. Ten gevolge van het willen van geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte ontstaat begeerte naar geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte. Ten gevolge van begeerte naar geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte ontstaat vurig verlangen naar geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte. Ten gevolge van vurig verlangen naar geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte ontstaat opzoeken van geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte. Ten gevolge van opzoeken van geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte ontstaat grijpen naar geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte.
Op die manier ontstaat ten gevolge van de verscheidenheid der elementen verscheidenheid van de voorstelling, van het willen, van de begeerte, van vurig verlangen, verscheidenheid van opzoeken, verscheidenheid van grijpen. (S.14.7; S.14.9.)
Deze elementen van vorm, geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte zijn afhankelijk van voedsel. Van het ontstaan van voedsel komt het ontstaan van vorm, geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte. Van het beëindigen van voedsel is het beëindigen van vorm, geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte.
Het genot, het geluk dat ontstaat vanwege vorm, geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte, dat is de voldoening die er in vorm, geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte is. In zoverre als vorm, geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte vergankelijk is, vol van onvoldaanheid en onderhevig aan verandering, dat is het lijden dat er in vorm, geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte is. De beteugeling van begeerte en lust, het van zich afzetten van begeerte en lust die er in vorm, geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte zijn, dat is de ontsnapping eraan.
Allen die de ontsnapping aan vorm, geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte begrijpen, zijn daardoor op de juiste weg. En degenen die op de juiste weg zijn, hebben een hechte basis in deze norm en discipline. Zij zijn, zonder zich aan vorm, geluid, geur, smaak, aanraakbaar object, gedachte te hechten, daardoor bevrijd. Zij zijn volleerd en voor hen die volleerd zijn, is er geen maat waarmee zij aangeduid zouden kunnen worden. (S.22.25)
Wees bewaakt wat betreft de zinsorganen. Als je een materiële vorm ziet met het oog, wees dan niet in verrukking gebracht door de algemene verschijning ervan noch door het detail. Want als men met het oog onbeheerst vertoeft, kunnen begeerte en ontmoediging, kwade, onheilzame staten van de geest binnenstromen. Blijf daarom het oog beheersen, bewaak het, verkrijg beheersing over het oog. (M.107; M.125.)
Als je een geluid gehoord hebt met het oor, wees dan niet in verrukking gebracht door de algemene verschijning ervan noch door het detail. Want als men met het oor onbeheerst vertoeft, kunnen begeerte en ontmoediging, kwade, onheilzame staten van de geest binnenstromen. Blijf daarom het oor beheersen, bewaak het, verkrijg beheersing over het oor. (M.107; M.125.)
Als je een geur geroken hebt met de neus, wees dan niet in verrukking gebracht door de algemene verschijning ervan noch door het detail. Want als men met de neus onbeheerst vertoeft, kunnen begeerte en ontmoediging, kwade, onheilzame staten van de geest binnenstromen. Blijf daarom de neus beheersen, bewaak ze, verkrijg beheersing over de neus. (M.107; M.125).
Als je een smaak geproefd hebt met de tong, wees dan niet in verrukking gebracht door de algemene verschijning ervan noch door het detail. Want als men met de tong onbeheerst vertoeft, kunnen begeerte en ontmoediging, kwade, onheilzame staten van de geest binnenstromen. Blijf daarom de tong beheersen, bewaak ze, verkrijg beheersing over de tong. (M.107; M.125).
Als je een aanraking gevoeld hebt met het lichaam, wees dan niet in verrukking gebracht door de algemene verschijning ervan noch door het detail. Want als men met het lichaam onbeheerst vertoeft, kunnen begeerte en ontmoediging, kwade, onheilzame staten van de geest binnenstromen. Blijf daarom het lichaam beheersen, bewaak het, verkrijg beheersing over het lichaam. (M.107; M.125).
Als je een geestelijke staat onderkend hebt met de geest, wees dan niet in verrukking gebracht door de algemene verschijning ervan noch door het detail. Want als men met de geest onbeheerst vertoeft, kunnen begeerte en ontmoediging, kwade, onheilzame staten van de geest binnenstromen. Blijf daarom de geest beheersen, bewaak ze, verkrijg beheersing over de geest. (M.107; M.125).
Men moet gematigd zijn bij het eten; men moet het voedsel tot zich nemen terwijl men zorgvuldig nadenkt. Men moet niet eten voor plezier of bevrediging of persoonlijke charme of om er mooier van te worden. Maar men moet juist genoeg gebruiken om dit lichaam te handhaven en om het op gang te houden, om het ongedeerd te houden, om de heilige levenswandel te bevorderen. En eet met de gedachte: “Aldus zal ik een oud gevoel van honger verdrijven en zal ik een nieuw gevoel van honger niet laten ontstaan, en er zal voor mij een lang leven zijn en onberispelijkheid, en ik zal op mijn gemak vertoeven.” (M.107; M.125) *1]
_____
*1]. Dit advies was gericht tot monniken; maar ook leken kunnen deze raad opvolgen.
nico70+:
6. Met oorzakelijke basis
Met oorzakelijke basis ontstaat een gedachte van zinnelijke lust (kāma-vitakka); ze ontstaat niet zonder oorzakelijke basis.
Met oorzakelijke basis ontstaat een gedachte van boosheid (vyāpāda-vitakka); ze ontstaat niet zonder oorzakelijke basis.
Met oorzakelijke basis ontstaat een gedachte van gewelddadigheid; ze ontstaat niet zonder oorzakelijke basis.
Hoe ontstaan zulke gedachten?
Ten gevolge van het element zinnelijke lust ontstaat de voorstelling van zinnelijke lust. Ten gevolge van de voorstelling van zinnelijke lust ontstaat het willen van zinnelijke lust. Ten gevolge van het willen van zinnelijke lust ontstaat begeerte naar zinnelijke lust. Ten gevolge van begeerte naar zinnelijke lust ontstaat vurig verlangen naar zinnelijke lust. Ten gevolge van het vurig verlangen naar zinnelijke lust ontstaat opzoeken van zinnelijke lust.
De niet onderwezen gewone mens die zinnelijke lust opzoekt, bevindt zich op drie manieren op de verkeerde weg: met lichamelijke daden; met taalgebruik; met denken.
Ten gevolge van het element boosheid ontstaat de voorstelling van boosheid. Ten gevolge van de voorstelling van boosheid ontstaat het willen van boosheid. Ten gevolge van het willen van boosheid ontstaat begeerte naar boosheid. Ten gevolge van begeerte naar boosheid ontstaat vurig verlangen naar boosheid. Ten gevolge van het vurig verlangen naar boosheid ontstaat opzoeken van boosheid.
De niet onderwezen gewone mens die boosheid opzoekt, bevindt zich op drie manieren op de verkeerde weg: met lichamelijke daden; met taalgebruik; met denken.
Ten gevolge van het element gewelddadigheid ontstaat de voorstelling van gewelddadigheid. Ten gevolge van de voorstelling van gewelddadigheid ontstaat het willen van gewelddadigheid. Ten gevolge van het willen van gewelddadigheid ontstaat begeerte naar gewelddadigheid. Ten gevolge van begeerte naar gewelddadigheid ontstaat vurig verlangen naar gewelddadigheid. Ten gevolge van het vurig verlangen naar gewelddadigheid ontstaat opzoeken van gewelddadigheid.
De niet onderwezen gewone mens die gewelddadigheid opzoekt, bevindt zich op drie manieren op de verkeerde weg: met lichamelijke daden; met taalgebruik; met denken.
Wie deze verkeerde soorten van gedrag niet opgeeft, verwijdert, die heeft in dit leven al pijn en leed en wanhoop. En na de dood is een bestaan in lijden te verwachten.
Met oorzakelijke basis ontstaat een gedachte van ontzegging (nekkhhamma-vitakka); ze ontstaat niet zonder oorzakelijke basis.
Met oorzakelijke basis ontstaat een gedachte van niet-boosheid (avyapāda-vitakka); ze ontstaat niet zonder oorzakelijke basis.
Met oorzakelijke basis ontstaat een gedachte van niet-gewelddadigheid (avihimsā-vitakka); ze ontstaat niet zonder oorzakelijke basis.
Hoe ontstaan zulke gedachten?
Ten gevolge van het element ontzegging ontstaat de voorstelling van ontzegging. Ten gevolge van de voorstelling van ontzegging ontstaat het willen van ontzegging. Ten gevolge van het willen van ontzegging ontstaat begeerte naar ontzegging. Ten gevolge van begeerte naar ontzegging ontstaat vurig verlangen naar ontzegging. Ten gevolge van het vurig verlangen naar ontzegging ontstaat opzoeken van ontzegging.
De onderwezen edele volgeling die ontzegging opzoekt, bevindt zich op drie manieren op de goede weg: met lichamelijke daden; met taalgebruik; met denken.
Ten gevolge van het element niet-boosheid ontstaat de voorstelling van niet-boosheid. Ten gevolge van de voorstelling van niet-boosheid ontstaat het willen van niet-boosheid. Ten gevolge van het willen van niet-boosheid ontstaat begeerte naar niet-boosheid. Ten gevolge van begeerte naar niet-boosheid ontstaat vurig verlangen naar niet-boosheid. Ten gevolge van het vurig verlangen naar niet-boosheid ontstaat opzoeken van niet-boosheid.
De onderwezen edele volgeling die niet-boosheid opzoekt, bevindt zich op drie manieren op de goede weg: met lichamelijke daden; met taalgebruik; met denken.
Ten gevolge van het element niet-gewelddadigheid ontstaat de voorstelling van niet-gewelddadigheid. Ten gevolge van de voorstelling van niet-gewelddadigheid ontstaat het willen van niet-gewelddadigheid. Ten gevolge van het willen van niet-gewelddadigheid ontstaat begeerte naar niet-gewelddadigheid. Ten gevolge van begeerte naar niet-gewelddadigheid ontstaat vurig verlangen naar niet-gewelddadigheid. Ten gevolge van het vurig verlangen naar niet-gewelddadigheid ontstaat opzoeken van niet-gewelddadigheid.
De onderwezen edele volgeling die niet-gewelddadigheid opzoekt, bevindt zich op drie manieren op de goede weg: met lichamelijke daden; met taalgebruik; met denken.
Allen die verkeerde voorstellingen die bij hen ontstaan, direct opgeven, verwijderen, die leven hier in dit leven al gelukkig. En na de dood is een gelukkig bestaan te verwachten. (S.14.12.)
Het element onwetendheid is heel groot.
Ten gevolge van een laag element ontstaat een lage voorstelling, een lage gedachte, laag wensen, een lage persoonlijkheid, laag taalgebruik. Wat laag is deelt hij mee. Laag is zijn wedergeboorte.
Ten gevolge van een middelmatig element ontstaat een middelmatige voorstelling, een middelmatige gedachte, middelmatig wensen, een middelmatige persoonlijkheid, middelmatig taalgebruik. Wat middelmatig is deelt hij mee. Middelmatig is zijn wedergeboorte.
Ten gevolge van een voortreffelijk element ontstaat een voortreffelijke voorstelling, een voortreffelijke gedachte, voortreffelijk wensen, een voortreffelijke persoonlijkheid, voortreffelijk taalgebruik. Wat voortreffelijk is deelt hij mee. Voortreffelijk is zijn wedergeboorte. (S.14.13.)
Navigatie
[0] Berichtenindex
[#] Volgende pagina
Naar de volledige versie