Forum > Nico
bloemlezing over nibbana
nico70+:
Beste,
Na het lezen van wat er zoal over Nibbana gepost is, heb ik de indruk dat er de mening heerst dat het Nibbana-element in ieder levend wezen al aanwezig is en er ook blijft. Het zou het ware zelf van een levend wezen zijn. Volgens mij is die mening verkeerd.
Nibbana kan niet onder woorden gevat worden. Toch wil ik proberen hier duidelijk te maken wat Nibbana NIET is en wat er WEL onder verstaan moet worden. Ook ga ik iets vertellen over de methode hoe Nibbana bereikt kan worden hier al in dit leven. Ik doe dat met de woorden van de Boeddha zelf, of met die van zijn grote discipelen. Want waar de zon schijnt, is het licht van een kleine kaars niet nodig.
Eerder heb ik al de hoofdstukken vier en vijf van het Sutta Nipata gepost. Die hoofdstukken gaan over hoe Nibbana bereikt kan worden. Maar het schijnt dat die hoofdstukken door de lezers hier niet zijn begrepen of alweer zijn vergeten. Een volledige vertaling van het Sutta Nipata met bijbehorende verhalen en noten is nu gereed. Daar kunnen die hoofdstukken nog eens nagelezen worden. Zie https://www.facettenvanhetboeddhisme.nl/5.2.5.5.%20Sutta-Nipata.html
Over Nibbana is al eerder iets gepost. Het is dan ook onvermijdelijk dat herhalingen zullen plaatshebben. Maar dat zal voor de lezer wel geen bezwaar zijn.
De vermelde teksten zijn allemaal uit de Pali Canon. Ik heb met opzet geen bronnen vermeld om te voorkomen dat de een of ander direct na het lezen van het geposte gaat controleren of dat wel allemaal juist is. Dat is een teken van wantrouwen. Beter is de tekst op zich te laten inwerken, erover te contempleren, proberen te begrijpen wat ermee bedoeld wordt.
1. Het doel: Nibbāna
Siddhattha Gotama verliet vóór zijn Verlichting zijn welgestelde en veilige leven als zoon van de gouverneur van de stam van de Sakyas. Hij wilde het antwoord te weten komen op de vraag hoe er een einde komt aan onvoldaanheid, frustratie, ziekte, ouder worden en dood. Hij ging op zoek naar de weg die naar de hoogste vrede leidt. Beroemde leraren konden hem die weg niet leren. Siddhattha ging toen alleen verder. In etappes kwam hij aan in de buurt van Uruvela. Daar bleef hij.
Siddhattha zag in dat zelfkwelling en vasten hem niet de hoogste vrede zouden brengen. Hij besefte dat concentratie geleid door geordende beschouwingen de weg was naar de hoogste vrede. Hij ging in een bos neerzitten aan de voet van een vijgenboom. Hij dacht er geconcentreerd na over ouderdom, geboorte en dood. Hij zag dat alles onderling afhankelijk is. En op 35-jarige leeftijd vond hij het antwoord op de vraag hoe er een einde komt aan onvoldaanheid, frustratie, ziekte, ouder worden en dood. Hij vond de weg die leidt naar de onvergelijkbare innerlijke vrede. Hij werd de volmaakt Ontwaakte, de Verhevene, de Verlichte, de Boeddha van dit tijdperk.
Vlak na de Verlichting overwoog de Verhevene dat zijn leer moeilijk te begrijpen is, namelijk oorzakelijk ontstaan. Ook is moeilijk te begrijpen de opheffing van alle formaties, het opgeven van alle bestaanssubstraten, de vernietiging van de dorst, de gelijkmoedigheid, de opheffing, het Nibbana.
Over Nibbana zei de Boeddha bij een andere gelegenheid het volgende: "Het doel van de lange tocht is het tot stilstand komen van alles wat gevormd is, de bevrijding van alle steunen van bestaan, de opdroging van het verlangen, het zich afwenden, de opheffing, het Nibbana."
De leer van de Boeddha is erop gericht ons te bevrijden van alles wat frustratie, leed kan brengen. Het doel van het Boeddhisme is Nibbana. Duidelijk heeft de Boeddha gesproken over Nibbana en ook dat wij ons geen voorstelling ervan moeten maken. Want elke voorstelling ervan is verkeerd.
Dus wat hier geschreven is, geeft géén idee wat Nibbana precies is. Wel kunnen wij aan de hand van meerdere teksten uit de Pali Canon ervan verzekerd zijn dat Nibbana geen opgaan in een ‘niets’ is. En het is ook niet zoiets als een zieltje of een blijvende, vaste kern in de mens.
2. De Last
Elders wordt Nibbana genoemd het afwerpen van de last. Wat nu is de last, wie is de drager van de last, wat is het opladen van de last en hoe kan de last afgeworpen worden?
De last bestaat uit de vijf groepen van hechten, namelijk lichamelijkheid, gevoel, waarneming, geestelijke formaties en bewustzijn. [zie hierover meer bij nr. 17. Het opheffen van persoonlijkheid].
De drager van de last is het "individu", namelijk deze of die geachte persoon met zo'n naam, van zo'n geslacht.
Het opladen van de last is het verlangen dat wedergeboorte produceert, dat met lust en hebzucht verbonden is, dat hier en daar behagen schept, namelijk het verlangen naar zinnelijkheid, naar bestaan, naar niet-bestaan.
Het afwerpen van de last is de restloze opheffing en vernietiging van dat verlangen, de verzaking, vervreemding, verlossing, de vrijheid van hechten.
"Waarlijk, de groep van vijf is de last,
en ze wordt gedragen door de mens.
Het lijden in de wereld heet 'dragen van die last';
van de last bevrijd te zijn, dat is het geluk.
Wanneer de zware last is afgeworpen,
neemt hij nergens een andere last aan.
Wanneer de begeerte ontworteld is,
dan is hij stil, helemaal bevrijd."
De last bestaat uit datgene waaraan men gehecht is, namelijk het lichamelijke en het geestelijke: lichaam, gevoel, waarneming, gedachten en ideeën en bewustzijn.
Het 'dragen van die last' heet ook ‘het lijden in de wereld’.
Het verdwijnen van de last bestaat in wat genoemd wordt het verwijderen van het lichamelijke en het geestelijke. Dat verwijderen gaat door de restloze opheffing en vernietiging van die begeerte, het vrij zijn van hechten.
Het is dus niet een verwijderen van het lichaam met de geest. Door het inzien dat zij “mij” niet toebehoren, dat zij niet “van mij” zijn, verdwijnt gehechtheid aan lichaam en geest. En ook door het verwijderen van verlangen naar lichaam en geest is er geen vastklampen, geen gehechtheid meer aan lichaam en geest. Dat heet “het bevrijd zijn van de last”; het is het verdwijnen van het verlangen naar of van afkeer van het lichamelijke en het geestelijke.
Het lichamelijke en het geestelijke vinden in de geest ook geen steunpunt meer omdat het “ik” dat voorheen als steun diende, er niet meer is.
Met vriendelijke groet
Nico
nico70+:
Beste, (vervolg van de bloemlezing)
2.1. De vier jukken
Boven [zie nr. 2] is gesproken over de last. Bij een andere gelegenheid heeft de Boeddha eveneens gesproken over de last of het juk. Dat juk moet de mens dragen omdat hij niet bekend ermee is wat hij moet doen om dat juk af leggen.
“Het juk of de last van de zintuigen bestaat erin dat men niet weet hoe de zintuigen ontstaan en vergaan, wat het genot ervan is, wat de ellende ervan is en wat het ontkomen aan de zintuigen is.
Wie gehecht is aan de zinnen-dingen, die is nog onderhevig aan het juk van de zinnen.
Het afleggen van het juk van de zintuigen bestaat erin dat men weet hoe de zintuigen ontstaan en vergaan, wat het genot ervan is, wat de ellende ervan is en wat het ontkomen aan de zintuigen is.
Wie niet gehecht is aan de zinnen-dingen, wie er niet naar verlangt, die heeft het juk van de zinnen afgelegd.
Het juk of de last van bestaan bestaat erin dat men niet weet hoe het bestaan ontstaat en vergaat, dat men niet weet wat het genot ervan is, wat de ellende ervan is en hoe men aan het bestaan kan ontkomen.
Wie gehecht is aan het bestaan, die is nog onderhevig aan het juk van bestaan.
Het afleggen van het juk van bestaan bestaat erin dat men weet hoe het bestaan ontstaat en vergaat en hoe men eraan kan ontkomen.
Wanneer men aan bestaan geen vreugde heeft, er niet naar verlangt, er niet aan gehecht is, dan heeft men het juk van bestaan afgelegd.
Het juk of de last van (verkeerde) visies bestaat erin dat men niet weet hoe verkeerde visies ontstaan en vergaan en hoe men eraan kan ontkomen.
Wie gehecht is aan verkeerde visies, die is nog onderhevig aan het juk van verkeerde visies.
Het afleggen van het juk van verkeerde visies bestaat erin dat men weet hoe verkeerde visies ontstaan en vergaan en hoe men eraan kan ontkomen.
Wanneer men niet gehecht is aan verkeerde visies, dan heeft men het juk van verkeerde visies afgelegd.
Het juk of de last van onwetendheid bestaat erin dat men niet weet hoe de zes zintuigen (oog, oor, neus, tong, lichaam, geest) ontstaan en vergaan en hoe men eraan kan ontkomen.
Wie nog het niet-weten heeft, die is onderhevig aan het juk van onwetendheid.
Het afleggen van het juk van onwetendheid bestaat erin dat men weet hoe de zes grondslagen van de zintuiglijke indrukken ontstaan en vergaan en hoe men eraan kan ontkomen.
Wanneer men wat betreft de zes grondslagen van de zintuigen geen niet-weten heeft, dan heeft men het juk van onwetendheid afgelegd.
Voor zover men geketend is aan die onheilzame, wedergeboorte en leed producerende soorten van juk, die steeds weer opnieuw leiden naar geboorte, ouderdom en sterven, - in zoverre geldt men als iemand die niet zonder juk is.
In zoverre men niet meer gebonden is aan die vier jukken die onheilzaam zijn, die naar weer geboren worden, ouderdom en dood leiden, in zoverre geldt men als iemand die zonder juk is.
Zij die de zinnelijke lust doorzien en die ook de last van de neiging naar bestaan kennen, die elke verkeerde visie in zich grondig hebben verwijderd, die het op een dwaalspoor brengen door onwetendheid geheel en al hebben opgegeven, - zulke heilige wijzen zijn aan het juk ontkomen, zij zijn van elk juk bevrijd."
2.2. Vragen en antwoorden naar aanleiding van de vier jukken
"Hoe ontstaan de zintuigen? - De zes zintuigen zijn aanwezig als geestlichamelijkheid (naam en vorm) aanwezig is. Het voedsel bewustzijn is de oorzaak voor toekomstige wedergeboorte en nieuw bestaan. Daaruit ontstaan de zes zintuigen."
"Hoe vergaan de zintuigen? - Met het verdwijnen van geestlichamelijkheid verdwijnen de zes zintuigen. Allen die in het verleden of in de tegenwoordige tijd datgene wat in de wereld dierbaar en aangenaam is, beschouwd hebben en beschouwen als vergankelijk, als onvoldaan, frustrerend, als iets dat geen zelf is, als ziekte, als gevaar, die hebben de dorst opgegeven. Degenen die de dorst hebben opgegeven, hebben de basis van de zintuigen opgegeven."
"Wat is het genot van de zintuigen? - Lust en welgevallen die ontstaan ten gevolge van de elementen, het genot, het geluk dat ontstaat vanwege de zintuigen en de zintuiglijk waarneembare objecten, dat is de voldoening die er in is."
"Wat is de ellende ervan? - Het onbestendige, smartelijke, veranderlijke, vergankelijke dat van die elementen ontstaat, dat is de ellende ervan. In zoverre als de zintuigen en zintuiglijke objecten vergankelijk zijn, vol van onvoldaanheid en onderhevig aan verandering, dat is de ellende die er in de zintuigen en de erbij horende objecten is."
"Wat is het ontkomen aan de zintuigen? - De beteugeling van begeerte en lust, het van zich afzetten van de begeerte en lust, het opgeven en verwijderen van het verlangen en de begeerte die er in zintuigen en erbij horende objecten zijn, dat is de ontsnapping eraan. Wie niet gehecht is aan de zinnen-dingen, wie er niet naar verlangt, die heeft het juk van de zinnen afgelegd."
"Hoe ontstaat het bestaan? - Door oorzakelijk ontstaan, door het ik-bewustzijn dat tot wedergeboorte leidt, door onwetendheid ontstaat het bestaan."
"Hoe vergaat het bestaan? - Door het beëindigen van het ik-bewustzijn."
"Wat is het genot ervan? - Het dierbare en aangename in de wereld is het genot ervan."
"Wat is de ellende ervan? - Het onderhevig zijn aan de wet van verval, de wet van vernietiging, van verdwijnen, de wet van opheffing, dat is de ellende ervan."
"Wat is het ontkomen aan bestaan? - Wanneer men aan bestaan geen vreugde heeft, er niet naar verlangt, er niet aan gehecht is, dan heeft men het juk van bestaan afgelegd. - Bestaan is ik-bestaan. Het opgeven van de ik-mening is eveneens het ontkomen aan bestaan."
"Hoe ontstaan verkeerde visies? - Bij de elementen is iets aangenaams. Daarom vinden de wezens er welbehagen aan. Bij de elementen is ook iets nadeligs. Daarom ontstaat er bij de wezens afkeer. Maar bij de elementen is ook een ontkomen. Zo lang als dit niet begrepen is, heeft men verkeerde visies."
"Hoe vergaan verkeerde visies? - Wanneer men bij de elementen het aangename als aangenaam, het nadelige als nadelig en het ontkomen als ontkomen begrepen heeft overeenkomstig de werkelijkheid, dan vergaan verkeerde visies, dan is men eraan ontkomen."
"Wat is het genot ervan? - Het genot ervan is het aangename bij de elementen."
"Wat is de ellende ervan? - De ellende ervan is het nadelige van de elementen, namelijk dat zij onderhevig zijn aan ontstaan en vergaan."
"Wat is het ontkomen aan verkeerde visies? - Wanneer men niet gehecht is aan verkeerde visies, dan heeft men het juk van verkeerde visies afgelegd."
"Hoe ontstaat onwetendheid? - Onwetendheid is het niet kennen van het lijden, het niet weten hoe het lijden ontstaat, het niet weten het lijden beëindigd wordt, en het niet kennen van het pad naar de opheffing van het lijden.
Wanneer men wat betreft de zes grondslagen van de zintuigen niet weet hoe die zes grondslagen van de zintuiglijke indrukken ontstaan en vergaan en hoe men eraan kan ontkomen, dan is men onwetend.
Het begin van onwetendheid is niet te kennen. Men kan niet zeggen dat er vóór een bepaald moment geen onwetendheid was en daarna wel. Maar het moet aldus ingezien worden dat onwetendheid veroorzaakt is. Want onwetendheid moet voedsel hebben, kan zonder voedsel niet bestaan. En wat is het voedsel van onwetendheid? Het is begeerte, haat, traagheid, slecht gedrag, onbezonnenheid, niets opmerken en om niets iets geven. Hierbij is steeds het ene het voedsel voor het andere. Als laatste voedingsbodem is er slecht gezelschap. Zo wordt onwetendheid gevoed en grootgebracht."
"Hoe vergaat onwetendheid? – Wanneer men wel het lijden kent, het ontstaan ervan, de opheffing ervan, en het pad naar de opheffing ervan, dan vergaat onwetendheid."
"Wat is het genot ervan? - Het genot van onwetendheid is dat door oorzakelijk ontstaan de zintuigen ontstaan. En het dierbare en aangename daarvan is het genot ervan."
"Wat is de ellende ervan? - Het onderhevig zijn aan de wet van verval, de wet van vernietiging, van verdwijnen, de wet van opheffing, dat is de ellende ervan."
"Wat is het ontkomen aan onwetendheid? - Wanneer men wat betreft de zes grondslagen van de zintuigen weet hoe die zes grondslagen van de zintuiglijke indrukken ontstaan en vergaan en hoe men eraan kan ontkomen, dan heeft men het juk van onwetendheid afgelegd."
"Na het restloze verdwijnen en na opheffing van de onwetendheid is er geen lichamelijke activiteit ten gevolge waarvan voor iemand begeerte en lijden ontstaan. Dan is er geen spreken ten gevolge waarvan voor iemand begeerte en lijden ontstaan. Dan is er geen denken ten gevolge waarvan voor iemand begeerte en lijden ontstaan. Er is dan geen veld, geen basis, er is dan geen bereik, geen betrekking ten gevolge waarvan voor iemand begeerte en lijden ontstaan. En wel omdat die persoon bevrijd is van benoeming, uitleg, bevrijd in direct inzicht."
Dus wanneer men weet hoe oog en oor, neus en tong, lichaam en geest ontstaan en vergaan (namelijk door oorzaken), en wanneer men er niet meer aan gehecht is, dan is men vrij van die last.
"Wat er ook aan gevormde en ongevormde dingen{*1} bestaat, als hoogste daaronder geldt de onthechting, namelijk de opheffing van onwetendheid, het stillen van de dorst, de vernietiging van het hechten, het doorbreken van de ronde van bestaan, het opdrogen van begeerte, het loslaten, het uitdoven, het Nibbana."
{*1} Als 'gevormd' gelden alle materiële en geestelijke vormen van bestaan; ongevormd' is alleen Nibbana.
Met vriendelijke groet
Nico
nico70+:
Beste, (vervolg van de bloemlezing)
3. De wereld (1)
Wat wordt verstaan onder “wereld”?
Eens werd aan de Verhevene gevraagd of men door lopen het einde van de wereld kan kennen, zien, of bereiken, het einde waar geen geboorte is noch ouder worden en sterven, noch ontstaan noch afscheiden.
De Boeddha antwoordde: “Door lopen is men daartoe niet in staat. Maar zonder het einde van de wereld bereikt te hebben kan men aan het het lijden geen einde maken. De wereld is omsloten in dit lichaam dat met waarneming en bewustzijn is voorzien, en daar ook is het ontstaan van de wereld, het einde ervan en het pad dat naar het einde van de wereld leidt.
Daarom verlangt een wijze kenner van de wereld, een heilige die tot aan het einde kwam, die kennis heeft van het einde van de wereld, niet meer naar deze wereld noch naar gene.”
Daarom beoefent de wijze die de wereld kent de heilige levenswijze, vol vrede verlangt hij niet naar deze wereld en niet naar de andere wereld.
Dit werd door de eerwaarde Ananda uitgelegd:
“Door het oog, het oor, de neus, de tong, het lichaam, het denken heeft men over de wereld een voorstelling. Dat heet wereld.”
Deze uitleg werd door de Boeddha goedgekeurd.
4. De wereld (2)
Bij een andere gelegenheid werd aan de Verhevene gevraagd in hoeverre men “wereld” zegt.
De Boeddha antwoordde: “De zes innerlijke en uiterlijke gebieden, de zes soorten van bewustzijn, de zes aanrakingen, de achttien soorten van gevoel, die vergaan, daar zegt men ‘wereld’ aan.”
5. Het lokmiddel
Vormen, geluiden, smaken, geuren, aanrakingen en gedachten, ideeën en herinneringen, ze zijn een boos lokmiddel voor de wereld; daarin is de wereld verstrikt. De leerling van de Verlichte heeft dat lokmiddel overwonnen. Overheen het bereik van de dood straalt hij als de zon.
6. De boei (1)
De bovengenoemde zintuigen [zie bij nr. 3] en de erbij horende objecten (zie bij nr. 5) zijn op zich geen lokmiddel, maar wel het verlangen ernaar of de afkeer ervan.
Zintuigen en de overeenkomende zintuiglijke objecten zijn op zich niet met elkaar verbonden. Maar de wilsprikkel, het verlangen of de afkeer, die ontstaat door contact van zintuig en object, dat is de band, de boei waarmee zij verbonden zijn. Door de wilsprikkel, verlangen of afkeer, te verwijderen, ontstaat de bevrijding, de vrijheid.
“Het oog is niet de boei van de vormen, noch zijn de vormen de boei van het oog. Maar wat er, door beide veroorzaakt, ontstaat aan wilsprikkel, dat is daarbij de boei.
De zintuigen zijn niet de boei van de zintuiglijke objecten, noch zijn de zintuiglijke objecten de boei van de zintuigen. Maar wat er, door beide veroorzaakt, ontstaat aan wilsprikkel, dat is daarbij de boei.
Juist zoals wanneer een zwarte en een witte os met een juk met elkaar verbonden zijn; dan is de zwarte os niet de boei van de witte os, noch is de witte os de boei van de zwarte os. Maar het juk is de boei.
Juist zo is het zintuig (oog, oor, neus, tong, lichaam, geest) niet de boei van het zintuiglijk object (vorm, geluid, geur, smaak, aanraking, gedachte) noch is het zintuiglijk object de boei van het zintuig. Maar wat er, door beide veroorzaakt, ontstaat aan wilsprikkel, dat is daarbij de boei.
Als het zintuig de boei van het zintuiglijk object was, en als het zintuiglijk object de boei van het zintuig was, dan zou er geen heilig leven zijn tot volledige opdroging van het lijden. Maar omdat de wilsprikkel de boei is van beide, daarom is er een heilig leven tot volledige opdroging van het lijden.
Bij de volmaakte heilige zijn de zintuigen aanwezig. Hij ziet vormen met het oog; hij hoort geluiden met het oor; hij ruikt geuren met de neus; hij proeft smaken met de tong; hij heeft aanrakingen met het lichaam; hij denkt gedachten met de geest. Maar bij de volmaakte heilige is er geen wilsprikkel meer. Zijn gemoed is geheel en al bevrijd.
7. De boei (2)
(Een Devatā vroeg:)
“Wat heeft de wereld tot boei?
Wat is het dwaalspoor ervan?
Na het opgeven waarvan spreekt men van Nibbana?"
(De Verhevene: )
"De wereld heeft vreugde tot boei,
piekeren is het dwaalspoor ervan.
Na het opgeven van de dorst spreekt men van Nibbana. "
Wanneer men de dorst, het verlangen, de begeerte (en het tegendeel ervan: afkeer, vijandschap, kwaadwil, haat) heeft opgegeven,dan is men niet meer gehecht aan iets of iemand. Dan is men vrij.
Met vriendelijke groet
Nico
nico70+:
Beste, (vervolg van de bloemlezing)
8. Doorzien en meesterschap
"Om elk hechten te doorzien, om meesterschap te krijgen over alle vastgrijpen, toon ik jullie de leer. Luistert en let goed op mijn toespraak:
Hoe nu leidt de leer naar doorzien van en meesterschap over alle vastgrijpen?
Door het oog en afhankelijk van de vormen, door het oor en afhankelijk van de geluiden, door de neus en afhankelijk van de geuren, door de tong en afhankelijk van de smaken, door het lichaam en afhankelijk van de tastbare objecten, door de geest en afhankelijk van de gedachten ontstaan zien-bewustzijn, hoor-bewustzijn, ruik-bewustzijn, smaak-bewustzijn, lichaam-bewustzijn, geest-bewustzijn. Het samenvallen van die drie is aanraking, contact. Afhankelijk van aanraking is gevoel. Zo ziende, monniken, vindt de ervaren edele discipel niets aan de innerlijke gebieden, niets aan de uiterlijke gebieden, niets aan het bewustzijn, niets aan het gevoel. Niets eraan vindende, wordt hij zonder prikkeling. Zonder prikkeling wordt hij bevrijd. En hij onderkent: 'Door de bevrijding is het vastgrijpen door mij doorzien en tot meesterschap gebracht'. Zo, monniken, leidt de leer naar het doorzien en naar meesterschap van elk vastgrijpen."
Wat denken jullie, zijn de zes innerlijke en uiterlijke gebieden, de soorten van het bewustzijn, de zes aanrakingen, de achttien soorten van gevoel bestendig of onbestendig? "
“Bestendig, Heer". - "Wat nu onbestendig is, is dat wee of goed?" - "Wee, o Heer."
"Wat nu onbestendig is, aan de wet van de verandering onderhevig, kan men dat zo beschouwen: 'Dat is van mij, dat ben ik, dat is mijn zelf?' ”
"Zeker niet, Heer."
"Zo ziende vindt de ervaren edele discipel er niets aan. Niets eraan vindende, wordt hij ontprikkeld. Door de ontprikkeling wordt hij bevrijd. Hij onderkent: 'In de bevrijde is de bevrijding.’ ‘Opgedroogd is de geboorte, voltooid is het heilige leven, het werk is verricht, niets hogers is er dan dit hier,' zo begrijpt hij dan. Dit is de leer tot meesterschap over alle vastgrijpen."
Ook hier weer de nadruk op het onthechten, het loslaten, en het inzien dat er geen blijvende kern, geen ‘ik’ is.
9. Tweeheid
“Tweeheid zal ik jullie tonen,” zei de Boeddha. “Wat is tweeheid? - Het oog en de vormen, het oor en de geluiden, de neus en de geuren, de tong en de smaken, het lichaam en de tastbare objecten, het denken en de gedachten. Dat noemt men tweeheid. Een andere tweeheid is er niet.”
Op een tweeheid gebaseerd ontstaat bewustzijn. Op welke tweeheid?
Gebaseerd op het oog en de vormen ontstaat zien-bewustzijn. Het oog is onbestendig, veranderlijk, vergankelijk. De vormen zijn onbestendig, veranderlijk, vergankelijk. Deze tweeheid hier is wankelend, onstandvastig, onbestendig, veranderlijk, vergankelijk. Uit welke reden, uit welke voorwaarde nu steeds zien-bewustzijn ontstaat, een dergelijke reden, een dergelijke voorwaarde is onstandvastig, onbestendig, veranderlijk, vergankelijk. Het op iets veranderlijks gebaseerde, voorwaardelijk ontstane zien-bewustzijn - hoe kan dat bestendig zijn? Wat nu het samenkomen van die drie is, dat noemt men oog-contact. Het oog-contact is eveneens onbestendig, veranderlijk, vergankelijk. Uit welke reden, uit welke voorwaarde nu steeds oog-contact ontstaat, een dergelijke reden, een dergelijke voorwaarde is onbestendig, veranderlijk, vergankelijk. Het op iets veranderlijks gebaseerde, voorwaardelijk ontstane oog-bewustzijn - hoe kan dat bestendig zijn?
Door contact voelt men, door contact heeft men plannen, door contact neemt men waar. Deze dingen hier zijn wankelend, onstabiel, onbestendig veranderlijk, vergankelijk.
Op gelijke wijze is het met de andere zintuigen. Zo ontstaat, gebaseerd op een tweeheid, zien-bewustzijn, hoor-bewustzijn, ruik-bewustzijn, smaak-bewustzijn, tast-bewustzijn en geest-bewustzijn.”
10. Ik-loze oorzaak
In een andere leerrede is dit met iets andere woorden omschreven.
"Monniken, de lichamelijkheid is niet-ik. En wat de oorzaak, de voorwaarde is voor het ontstaan van de lichamelijkheid, ook dat is niet-ik. De lichamelijkheid die ontstaan is door iets dat zonder een ik is, hoe zou die een ik kunnen zijn?
Gevoel is niet-ik. En wat de oorzaak, de voorwaarde is voor het ontstaan van gevoel, ook dat is niet-ik. Het gevoel dat ontstaan is door iets dat zonder een ik is, hoe zou dat een ik kunnen zijn?
Waarneming is niet-ik. En wat de oorzaak, de voorwaarde is voor het ontstaan van de waarneming, ook dat is niet-ik. De waarneming die ontstaan is door iets dat zonder een ik is, hoe zou die een ik kunnen zijn?
De formaties zijn niet-ik. En wat de oorzaak, de voorwaarde is voor het ontstaan van de formaties, ook dat is niet-ik. De formaties die ontstaan zijn door iets dat zonder een ik is, hoe zouden die een ik kunnen zijn?
Het bewustzijn is niet-ik. En wat de oorzaak, de voorwaarde is voor het ontstaan van het bewustzijn, ook dat is niet-ik. Het bewustzijn dat ontstaan is door iets dat zonder een ik is, hoe zou dat een ik kunnen zijn?
Ze zijn allemaal niet-ik. En wat de oorzaak, de voorwaarde is voor het ontstaan ervan, ook dat is niet-ik. Lichamelijkheid, gevoel, waarneming, formaties, bewustzijn, ontstaan door iets dat zonder ik is, hoe zouden die een ik kunnen zijn?
Met andere woorden: de zintuigen zijn veranderlijk en vergankelijk. De zintuiglijke objecten zijn veranderlijk en vergankelijk. Het bewustzijn dat ontstaat gebaseerd op zintuig en zintuiglijk object is veranderlijk en vergankelijk. Het zintuiglijk contact is veranderlijk en vergankelijk. Wat ontstaat ten gevolge van zintuiglijk contact is veranderlijk en vergankelijk. Niets daarvan is een blijvend iets. En wat niet blijvend is, wat vergankelijk is, daar moet men niet aan gehecht zijn. Is men er wel aan gehecht, dan ontstaat frustratie. Als men er niet aan gehecht is, als men dat alles loslaat, als men onthecht is, dan volgt een grote geestelijke vrijheid.
Met vriendelijke groet
Nico
nico70+:
Beste, (vervolg van de bloemlezing)
11. Vrijheid van zorgen
Vrijheid van zorgen heeft men als men in het nu en hier leeft. Dit onderwees de Boeddha eens aan een zekere godheid.
Eens verbleef de Verhevene te Savatthi in het Jetavana-klooster. Tegen het einde van de nacht naderde een godheid de Verhevene en verlichtte daarbij met zijn onvergelijkbare schoonheid geheel Jetavana. Naderbij gekomen begroette hij de Verhevene en ging terzijde staan. En de godheid zei:
“Diegenen die in het bos leven,
die vredig zijn en kalm, met een zuiver leven,
die slechts één maaltijd per dag eten:
hoe komt het dat zij er zo stralend uitzien?”
De Verhevene gaf ten antwoord:
“Zij treuren niet om het verleden,
zij hebben geen verlangens naar de toekomst,
het heden is voldoende voor hen.
Daarom zien zij er zo stralend uit.
Door naar de toekomst te verlangen,
door over het verleden bedroefd te zijn,
hierdoor kwijnen dwazen weg,
zoals een afgesneden zachte rietstengel.”
En bij een andere gelegenheid onderwees de Gezegende dat gehechtheid aan iets of iemand zorg en leed brengt. Nadat hij een rijke veehouder had onderwezen nam deze met zijn echtgenote de toevlucht tot de Boeddha. Maar bij de rijke veehouder ontstond toen de verleidelijke gedachte: “Wie kinderen heeft, heeft vreugde vanwege zijn kinderen. Wie vee heeft, geniet van zijn koeien. Want bezittingen zijn een vreugde voor de mens. Wie geen bezittingen heeft, kent geen vreugde.”
De Gezegende gaf ten antwoord: “Degene die kinderen heeft, is bezorgd om zijn kinderen. En de veehouder is bezorgd om zijn koeien. Want bezittingen zijn een zorg voor de mens. Wie vrij is van bezittingen, die heeft geen zorgen.”
Met vriendelijke groet
Nico
Navigatie
[0] Berichtenindex
[#] Volgende pagina
Naar de volledige versie