1 Je bent niet je denken
Het grootste obstakel op de weg naar verlichting
Verlichting – wat is dat?
Een bedelaar zat al dertig jaar aan de kant van een weg. Op een dag kwam er een vreemdeling voorbij. ‘Hebt u wat geld voor me?’ vroeg de bedelaar, terwijl hij mechanisch zijn oude honkbalpet ophield. ‘Ik kan je niets geven’, zei de vreemdeling. Toen vroeg hij: ‘Waar zit je eigenlijk op?’ ‘Niets bijzonders’, zei de bedelaar, ‘het is gewoon een oude kist. Ik zit er al op zolang ik me kan herinneren.’ ‘Heb je er weleens in gekeken?’ vroeg de vreemdeling. ‘Nee’, zei de bedelaar, ‘waarom zou ik? Er zit niets in.’ ‘Neem eens een kijkje’, zei de vreemdeling met enige nadruk. De bedelaar slaagde erin de deksel open te wrikken. Hij was stomverbaasd, vol ongeloof en heel opgetogen toen hij zag dat de kist vol zat met goud.
Ik ben die vreemdeling die je niets kan geven maar je vertelt eens naar binnen te kijken. Niet in een kist, zoals in de gelijkenis, maar in iets nog veel dichter bij huis: jezelf.
Ik hoor je al zeggen: ‘Maar ik ben helemaal geen bedelaar.’
Maar alle mensen die hun werkelijke rijkdom, namelijk de stralende vreugde van het Zijn en de diepe, onwankelbare vrede die daarmee samengaat, nog niet gevonden hebben, zijn bedelaars, ook al beschikken ze over grote aardse rijkdom. Ze zoeken buiten zichzelf naar een beetje plezier of bevrediging, naar bevestiging, veiligheid of liefde, terwijl ze in zichzelf een schat meedragen die niet alleen al deze dingen omvat maar ook oneindig veel groter is dan alles wat de wereld te bieden heeft.
Het woord ‘verlichting’ roept het beeld op van een bovenmenselijke prestatie, en het ego houdt het graag zo, maar het is gewoon je natuurlijke staat van gevoelde eenheid met Zijn. Het is een staat van verbondenheid met iets wat onmetelijk en onvernietigbaar is, iets wat bijna paradoxaal tegelijk in wezen jij is en toch veel groter is dan jij. Het is het vinden van je werkelijke natuur achter je naam en vorm. Het onvermogen om die verbondenheid te voelen wekt de illusie dat je afgesneden bent van jezelf en van de wereld om je heen. Dan zie je jezelf, bewust of onbewust, als een geïsoleerd fragment. Er komt angst in je op, en conflict binnen jezelf en met de buitenwereld wordt de norm.
Ik houd van de eenvoudige definitie die Boeddha gaf van de verlichting: ‘het einde van het lijden’. Aan die definitie is niets bovenmenselijks, toch? Natuurlijk is deze definitie onvolledig. Ze vertelt je alleen wat verlichting niet is: geen lijden. Maar wat blijft er over als er geen leed meer is? De Boeddha zwijgt daarover, en zijn zwijgen impliceert dat je dat zelf moet ontdekken. Hij gebruikt een negatieve omschrijving opdat het denken er niet iets van kan maken om in te geloven of het kan bestempelen als een bovenmenselijke prestatie, een doel dat je onmogelijk kunt bereiken. Ondanks deze voorzorg geloven de meeste boeddhisten dat verlichting iets voor de Boeddha is en niet voor hen, in elk geval niet in dit leven.
Je gebruikte het woord ‘Zijn’. Kun je uitleggen wat je daarmee bedoelt?
Zijn is het eeuwige, altijd aanwezige Ene Leven dat schuilgaat achter de ontelbare aan geboorte en dood onderworpen levensvormen. Zijn staat niet alleen achter al die levensvormen, maar is ook in elke levensvorm aanwezig als het binnenste, onzichtbare en onvernietigbare wezen ervan. Dat betekent dat het op dit moment voor jou toegankelijk is als je diepste zelf, je ware aard. Maar probeer het niet met je verstand te grijpen. Probeer niet het te begrijpen. Je kunt het alleen kennen als het verstand zwijgt. Als je er helemaal bent, als je met je aandacht helemaal en heel intens gericht bent op het Nu, kun je Zijn voelen, maar je kunt het met je verstand nooit begrijpen. Het herwinnen van het bewustzijn van Zijn en het verblijven in die toestand van ‘voelen-verwezenlijking’ is verlichting.
Excerpt From: De kracht van het NU
Eckhart Tolle
Eerste druk 2001
Zesentwintigste herziene druk 2013