Nee, er blijven zich gewoon gevoelens, waarnemingen, gewaarwordingen vormen bij bevrijding in de Pali sutta's.
Maar normaal wekken die gevoelens en waarnemingen volautomatisch neigingen op, zoals: neigingen van voorkeur, afkeer, verbeelding, eigenwaan, Ik maken, mijn maken.
Dat gebeurt niet meer. Dat stukje ketening is verdwenen. Maar bevrijding is niet een staat van leegte, een afwezigheid van alle gevoelens en waarnemingen.
Fijn om te weten, dan is het toch niet zo verschillend als in Mahayana. Volledige bevrijding is dan toch ook te realiseren in dit leven terwijl gevoelens en waarnemingen zich ook nog steeds blijven voordoen. Wat zich ook voordoet is het subject, het gevoel van referentie waaraan de gevoelens en waarnemingen zich voordoen, hetgeen we conventioneel “ik” noemen, maar dan zonder dit te houden voor wat men is, zonder er een identiteit (ik ben) van te maken, zonder dat het eigen gemaakt wordt. Het is dan gewoon iets wat opkomt, functioneel nut heeft om uit te maken in welke mond het eten moet gestoken worden om het lichaam zichzelf in stand te kunnen houden. Enkel in die zin, bedoel ik dat zo’n “ik” zich nog voor kan doen, en dat dit niet weg hoeft te vallen, anders kan het lichaam ook zichzelf niet meer in stand houden, dit hoeft gewoon niet meer de neiging of de visie op te wekken “ik ben (dat)”. Vandaar het vormt zich nog wel als louter functie, en als iets opkomend en weer wegvallend wanneer deze functie even niet meer nodig is, niet meer als identiteit. Zou dit dan ook niet kloppen met de pali sutta’s?
De sutta's beschrijven het zo dat er zoiets is als asmin mana, de eigenwaan "Ik ben". De basis, het vertrekpunt van alle ideeen over wie/wat je bent . "Ik ben dit en dat".
Deze basisnotie van "Ik ben", wordt behandeld als eigen-waan, en er van wordt gezegd:
Dispassion for the world is happiness
for one who has gone beyond sensual pleasures.
But dispelling the conceit ‘I am’
is truly the ultimate happiness.” (Ud2.1)
Eigenwaan heeft bij ons de klank van iets hooghartigs maar de eigenwaan 'Ik ben' is eerder zoiets als verbeelding. Iemand heeft verbeelding. Iemand praat alsmaar over een Ik en zichzelf. Bij eigenwaan hoeft het niet zo te zijn dat iemand zich superieur acht. Zelfs je minderwaardig voelen of zelfs gelijk aan anderen, al zulks is eigenwaan, al die gerichtheid op die manier op jezelf, al dat wordt gezien als eigen-waan. Al dat spiegelen, meten, en een Ik poneren is waan. Het is allemaal vertekende perceptie van jezelf. De volledige beeindiging er van wordt dus gezien als een zegen. Het wordt ook wel vertaald als de ego-waan.
Mana wordt ook wel gezien als het meten van jezelf aan anderen. Of je dit nu doet in termen van "Ik ben hoger, lager of gelijk aan die Ander", betrokkenheid in zulke ideeen is eigenwaan.
Gebeurt veel, zie ik bij jezelf. Je positie bepalen. Vaak zie je dat dan als de waarheid over jezelf en anderen.
Ook mensen die zichzelf gelijk achten aan anderen, zich presenteren als "Ik ben gelijk aan anderen" hebben eigenwaan. Er zit altijd wel iets geforceerds in, nietwaar. Dat voel ik wel aan.
Het is iets kunstmatigs, het heeft iets onechts.
Eigenwaan is dus niet perse arrogantie, je superieur voelen aan anderen.
Een sutta die ingaat op het verschil tussen de eigenwaan "Ik ben" en zelfvisies "Ik ben dit en dat" is Samyutta Nikaya 22.89. Misschien de moeite waard te lezen.
Het idee is dat de notie of eigenwaan "Ik ben" een nog diepere en subtielere bezoedeling is dan daarvan afgeleide ideeen in de vorm van: "Ik ben dit of dat". Alleen de Boeddha en de arahant heeft niet meer eigenwaan "Ik ben". Maar zij gebruiken nog wel uitdrukkingen in die vorm.
Het kan zijn dat de geest geen ideeen/kennis/zelfvisies meer voortbrengt in relatie tot wat ervaren wordt of het ervaren zelf, maar toch, zo geeft SN22.89 aan, is er nog heel lang een soort restgeur van "Ik ben" dat blijft hangen rondom onze ervaringen en ervaren. Maar die restgeur van "Ik ben" zal verdwijnen als men het ontstaan en verdwijnen van ervaringen en ervaren tot object van meditatie houdt. Als de geest diep doordrongen raakt van het vergankelijke, instabiele, niet constante karakter van alles in de 6 zintuiglijke domeinen, dan verliest dat alles op den duur ook het kenmerk/teken van Ik en mijn. Dus, anicca leidt tot de realisatie van anatta en zal uiteindelijk ook alle eigenwaan ontwortelen uit de geest.
Pali sutta's erkennen geen juiste bevrijding met welke bezoedeling dan ook. Of dat nu haat is, hebzucht, jaloezie, lust, eigenwaan Ik ben, Ik en mijn maken, zolang bezoedelingen functioneren in de geest, is er geen sprake van juiste bevrijding of het einddoel, totale onthechting, de vrede van Nibbana.
Alles moet wegvallen, alle bezoedelingen. Het kan best zijn dat bijvoorbeeld afkeer opkomt en je er niet op ingaat maar dat wordt niet gezien als juiste bevrijding maar als onderdeel van de training. Op die manier, afkeer niet voedend, verandert geleidelijk maar zeker de voorbewuste keuzes die de geest maakt, totdat de geest niet meer kiest voor afkeer.
Bevrijding ligt dus ook niet zozeer in het bewustzijn maar in hoe die geest op voorbewuste wijze kiest.
Volledige bevrijding is een discussiepunt. Dat heb ik wel gemerkt. Want de sutta's, bijvoorbeeld MN121, leren dat eigenlijk alleen al het aanwezig zijn van gevoelens en waarnemingen altijd een bepaald subtiel element van dukkha of belasting, vertegenwoordigt. Ik geloof dat ook wel. Maar hierover denkt niet elke boeddhist hetzelfde, dat is wel duidelijk.
De leidende figuren van sutta central die zijn overtuigd dat de Pali teksten leren dat er geen einde is aan lijden in welke bestaansvorm dan ook, ook niet voor een Boeddha maar alleen bij een laatste dood en het niet meer verder voortbestaan van de levensstroom, eindigt lijden. Ik heb daar geen gevoel voor. Maar hun redenatie is eenvoudig: ook alleen al pijn, ziekte, ouderdom is lijden, ook al heb je er geen weerzin, hekel aan.
Ik heb er geen vaste meningen over. Ik voel me niet verplicht tot welke yana dan ook.
Fijn en ja dat begint mij duidelijk te worden. Als er naar verwezen wordt moet het voor jou wel kloppen met hoe het beschreven staat, fair enough.
Ja, klopt. Dank je.