In de Pali sutta's wordt verklaard dat de waarneming van de wereld plaatsvindt vanuit een specifieke locatie en perspectief. Dit gebeurt niet alleen door mensen die nog niet bevrijd zijn, maar ook door Boeddha's en elke bevrijde persoon. Het verdwijnen van bezoedelingen en ego-perceptie verandert deze perceptie niet.
Deze waarneming is niet het gevolg van het ego, maar van de werking van het lichaam en de geest en de zintuigen. Het oog, brein, oor en neus van een persoon zijn niet overal aanwezig, wat de beperkingen van de waarneming bepaalt.
Volgens de Pali sutta's is het niet het ego dat waarneemt, maar de geest die ervaringen waarneemt en verwerkt. Het idee van een ego of zelf dat de waarnemer is, wordt gezien als een illusie die wordt veroorzaakt door de neiging van de geest om zichzelf te zien als afzonderlijk en onafhankelijk.
In de boeddhistische traditie wordt de geest gezien als een stroom van bewustzijn die voortdurend verandert en evolueert in reactie op zintuiglijke indrukken en mentale formaties. Er is geen permanente, onveranderlijke kern of essentie van de geest die kan worden geïdentificeerd als het ego.
In plaats daarvan wordt de geest gezien als een proces van waarnemen en ervaren dat voortdurend in beweging is.
De boeddhistische praktijk is gericht op het cultiveren van bewuste aandacht en inzicht in dit proces, zodat men zich bewust kan worden van de conditioneringen en patronen die het beïnvloeden en in staat is om een meer bevrijde en verlichte kijk op de werkelijkheid te ontwikkelen.De vet gemarkeerde tekst is daabij ook een antoord op:
Punt 7 en 8 zijn een beetje knullig weergegeven , zou je de juiste aandacht en concentratie op het 'hier en nu' hebben dan zit je nog steeds in de tijdsbeleving. Voor een toestand van absolute en eeuwigdurende vrede is een niet-concentratie en een niet-aandacht noodzakelijk. Je kunt je namelijk niet aandachtig of geconcentreerd zijn voor het 'nu'. Iets kan alleen eeuwigdurend zijn als het geestelijk oog 'vrij' is en de geest 'vrij' van iedere reflectie.
In de Pali sutta's wordt tijd bovendien gezien als een relatief en conditioneel concept dat ook wordt gecreëerd door de geest in reactie op verandering en beweging. Tijd wordt gezien als een aspect van de wereld van de zintuiglijke ervaringen, die voortdurend verandert en vergankelijk is.
Tijdloosheid, aan de andere kant, wordt gezien als een toestand van bewustzijn die voorbijgaat aan de beperkingen van tijd en ruimte. Dit wordt vaak aangeduid als 'nirvana' of 'verlichting' in de boeddhistische traditie.
Volgens de Pali sutta's kan men deze toestand van
tijdloosheid realiseren door middel van meditatie en andere praktijken die gericht zijn op het ontwikkelen van bewuste aandacht en inzicht in de ware aard van de werkelijkheid. Door het loslaten van de beperkingen van de geest en het zien van de werkelijkheid zoals die werkelijk is, kan men de tijdloosheid realiseren waarin lijden en beperkingen niet langer bestaan.
Deze toestand van tijdloosheid hoeft niet in contrast te zijn met de toestand waarin men nog steeds in een wereld van verandering en tijd zal leven en ervaren. Door meditatie, de beoefening van mindfulness en gelijkmoedigheid in het dagelijks leven kan men deze ervaringen zien als tijdelijk en voorbijgaand, en niet hechten aan verlangens of emoties die worden veroorzaakt door deze ervaringen.
Door het cultiveren van een geest die niet gehecht is aan verlangens, angsten of illusies, kan men een toestand van vrede en rust bereiken die onafhankelijk is van de veranderende omstandigheden van het leven. Men kan zo in contact blijven met de toestand van tijdloosheid, terwijl men tegelijkertijd bewust blijft van de veranderende wereld om zich heen.
Dit betekent niet dat men volledig afstand moet nemen van de wereld en zich moet terugtrekken in een afgezonderde toestand. In plaats daarvan gaat het erom dat men bewust blijft van de (relatieve) realiteit van de wereld en in staat is om in te grijpen waar dat nodig is, zonder te worden overweldigd door emoties of gehechtheid. Dit vereist oefening en discipline, maar kan uiteindelijk leiden tot een diep begrip van de werkelijkheid en een verlichte manier van leven waardoor verdere oefening en discipline dan ook vanzelf komen te vervallen.
Het is enkel door middel van de beoefening dat de beoefening uiteindelijk opgeheven kan worden, niet door het verwerpen van de beoefening. Het verwerpen van de beoefening gaat nog steeds in tegen de werkelijkheid.Zoals de Boeddha leert, is de beoefening van de Dhamma de weg naar verlichting. Het afwijzen van beoefening is niet de juiste weg, want het gaat in tegen de werkelijkheid waarin bezoedelingen nog steeds aanwezig zijn. Daarom is beoefening niet het tegenovergestelde pad van de Boeddha, maar veeleer hetzelfde pad dat
uiteindelijk leidt tot de spontane opheffing van de beoefening, door het bereiken van de staat van volledig ontwaken.