Gaan we nu het Joodse en christelijke geloof ombuigen naar jouw persoonlijke interpretaties? Je verraadt precies wat je ook brouwt van de Advaita Vedanta leringen, het boeddhisme, etc. Je gaat ervan uit dat alles non-dualistisch is, maar die vlieger gaat niet op, omdat je je immers bedient van dualistisch taalgebruik. Want taal is per definitie dualistisch van aard. Waarmee het non-dualisme feitelijk niet is uit te leggen. Een hopeloze zaak in mijn optiek. Ik heb dat al elders uitgelegd.
Verder leg je min of meer losse gnostische verbanden, een stroming die ook uitgaat van het goddelijke in de mens. Alleen trek je dit tot in het extreme door, door te beweren dat je God bent. En daar gaat het volgens mij mis, net als dat je steeds hebt beweerd dat je Verlicht zou zijn. Misschien heb je een Godcomplex, het zou me niks verbazen, omdat dit een kenmerk is van de zogeheten zelfkenners. Ook de kerkelijke uitleg, of die van de theologen veeg je van tafel, want je meent dat zij geprobeerd hebben om het geloof "in te dammen". Je vereenzelvigt je vervolgens met de mystici, tenminste onder wat jij meent dat mystiek is of zou zijn.
Je interpreteert namelijk nu een Bijbeltekst, en pretendeert dat jij natuurlijk de juiste uitleg weet. En als er vervolgens kritiek op komt of een andere interpretatie wordt gegeven, dan pareer je dat zoals gewoonlijk door te beweren dat de ander (lang kwaat in dit geval) het geheel (of gedeeltelijk, maar meestal geheel) fout heeft. In dit kader beweer je dat lang kwaat "braaf moreel" zou zijn. Terwijl zijn uitleg over de mystici en hier in het bijzonder Joannes van het Kruis in mijn optiek juist is in vergelijking tot jouw wilde ideeën.
Maar nu even naar de tekstuitleg. Ik schrijf het veronderstellend op, ik maak geen aanspraak op de enige ware interpretatie. Het "Laat Ons mensen maken [1] naar Ons beeld [2]" kan betekenen dat God in Genesis de mens schiep naar hoe Hij dat voor ogen had, wat Zijn ontwerp was van hoe de mens zou moeten zijn. Opvallend hier is, dat er gesproken wordt over "Ons", terwijl het jodendom God over het algemeen kenschetst als de enige God. Het "Ons" lijkt meervoudig te zijn, maar daar hoor ik niemand over. Maar dat terzijde.
Dan de zinsnede: "naar Onze gelijkenis. [3]" Blijkbaar is de (eerste) mens (Adam), of zijn de eerste mensen (Adam, Eva, etc) gelijkend op God. Maar toch worden de mensen apart beschreven als door God geschapen wezens, misschien zijn ze een goddelijk ontwerp, maar op een gegeven moment worden ze verleid door de slang om te eten van de boom van de kennis van goed en kwaad. En dat is een boom in het Paradijs waar ze van God niet van mogen eten. Adam en Eva mogen slechts eten van de andere bomen in de hof van Eden. Nu zijn deze teksten sterk allegorisch of zelfs metaforisch geschreven. Het wil een bepaalde indruk geven van de "werking" van God. De mens wordt uit het Paradijs gezet door God als Adam en Eva toch eten van de boom van de kennis van goed en kwaad. En God stelt in Genesis dat Hij dat doet om te voorkomen dat de mensen uiteindelijk van de boom des levens zullen eten, en tot in eeuwigheid zullen leven (Genesis 3:22). Dit wordt de zondeval genoemd. Dus is de mens een gevallene, kennende goed en kwaad. Hij heeft zijn onschuld verloren en kan het Paradijs niet meer in. Er is namelijk geen weg terug.
Hierna volgt de weg die God toch uit liefde gaat met de mensen vanaf Adam en Eva via Abraham tot aan Jezus Christus. Maar de mensen vervallen telkens weer in de zonde. Dus hoe kan het dan dat meneer ervaringsgetuige beweert in het licht van de Bijbel dat hij God is? Hij vergist zich, want als de mens letterlijk God is, waar is dan die hele Bijbel nog voor nodig? Dat is dat toch een volstrekt overbodige luxe? God is God en de mens is de mens. Dat hij een goddelijk ontwerp is, dat kan, maar in het jodendom noch in het christelijke geloof wordt geleerd (ook niet door de mystici) dat je als mens letterlijk God bent. In het kader van de Schrift is een dergelijke veronderstelling mijns inziens een foutieve aanname.
[1] Asah (hebreeuws): Doen, vormen, tot stand brengen, maken.
[2] Tselem (hebreeuws): "schaduw geven", beeld, beeltenis, afbeelding (van gelijkenis).
[3] d@muwth (hebreeuws): gelijkenis, vergelijking, gelijkend op.