Auteur Topic: Thema: Angst  (gelezen 5888 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Thema: Angst
« Gepost op: 13-07-2017 15:35 »
Thema: Angst (Bhaya)

“Wat is het dat een persoon voortbrengt?
Wat heeft hij dat ronddoolt?
Wat gaat samsara binnen?
Wat is zijn grootste angst?”

“Het is begeerte dat een persoon voortbrengt;
Zijn geest is wat ronddoolt,
Een wezen gaat samsara binnen,
Lijden is zijn grootste angst”.
SN1.55

In welk vorig leven ook, de Tathgata leefde voor het geluk van velen en als een verdrijver van vrees, verschrikking en panische angst. (DN30§1.7-1.9)

Omdat angst bij mij wel een grote rol speelt, leek het me goed me eens te verdiepen in wat via de sutta’s overgeleverd is over dit thema angst. Een aardig deel van de Sutta-Pitaka heb ik doorzocht op dit onderwerp. De gebruikte bronnen worden vermeld in de volgende post.

Na het verzamelen van fragmenten over angst ben ik hier wat ordening in gaan aanbrengen. Dit heeft geleid tot de volgende hoofdstukken die de komende dagen worden gepost:

-angst die bevorderlijk is voor het welzijn,
-angst die niet-bevorderlijk is voor het welzijn,
-oorzaken van angst,
-angst voor de dood,
-het overwinnen van angst,
-vrij van angst,
-tot besluit.

Ik heb bij nummering van de sutta´s de nummering aangehouden van de bronteksten.
Indien niet anders vermeld zijn de fragmenten door mij vertaald vanuit het Engels.

Moge we allemaal de ultieme veiligheid vinden, een eiland van onszelf maken en uit de benauwenis van angst en stress geraken.

Hartelijke groet,
Siebe
Juli 2017
« Laatst bewerkt op: 25-07-2017 14:43 door Sybe »

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Re: Thema: Angst, Bronnen
« Reactie #1 Gepost op: 13-07-2017 15:39 »
Bronnen:

Digha Nikaya: The Long Discourses of the Buddha, A translation of the Digha Nikaya by Maurice Walshe, 1996.
Majjhima Nikaya: The Middle Length Discourses of the Buddha, A new translation of the Majjhima Nikaya, original translation by Bhikkhu Nanamoli, translation edited and revised by Bhikkhu Bodhi, 1995.
Samyutta Nikaya: The Connected Discourses of the Buddha, A New Translation of the Samyutta Nikaya, Bhikkhu Bodhi, Volume I+II, 2000.
Anguttara Nikaya: The Numerical Discourses of the Buddha, A Translation of the Anguttara Nikaya by Bhikkhu Bodhi, 2012.
Dhammapada, www.sleuteltotinzicht.nl
Udana: A Translation With an Introduction & Notes by Thanissaro Bhikkhu, 2012;
Itivuttaka: This was said by the Buddha, A Translation by Thanissaro Bhikkhu, revised edition 2013;
Sutta Nipata: The Sutta Nipata, A Collection of Discourses Being One of the Canonical Books of The Buddhist, Translated from Pali by V. Fausböll, Oxford, 1881.
Milindapañha: The Questions of King Milinda, translated from the Pali by T.W. Rhys Davids, Part I (1890) en II (1894), Oxford.

Gebruikte afkortingen:

DN: Digha Nikaya           Sn: Sutta Nipata
MN: Majjhima Nikaya      Mil: Milindapanha
SN: Samyutta Nikaya    Dhp: Dhammapada
AN: Anguttara Nikaya      Iti: Itivuttaka
« Laatst bewerkt op: 25-07-2017 14:40 door Sybe »

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Re: Thema: Angst, Angst die bevorderlijk is voor het welzijn
« Reactie #2 Gepost op: 14-07-2017 12:30 »
Angst die bevorderlijk is voor het welzijn

Morele Bevreesdheid (Pali: ottappa)

Er wordt een positief soort angst erkend in de sutta’s. Dit is de aarzeling om immorele of slechte dingen te doen uit angst voor de consequenties daar van. Deze mentale factor wordt in het Pali ‘ottappa’ genoemd. Het wordt wel vertaald als morele bevreesdheid of moreel ontzag. Kinderen (maar ook volwassenen natuurlijk) zijn bijvoorbeeld bang om iets slechts te doen. Ze zijn bang voor de reactie van de ouders (of anderen). Bang voor afwijzing, bang voor straf, bang voor een vorm van vergelding. Mede hierdoor zijn kinderen (wezens) op te voeden, te sturen, te temmen. Dit wordt gezien als een positief soort angst.

Ottappa, morele vrees, wordt in de teksten vaak samen genoemd met morele schaamte, hiri, in Pali. Er wordt gezegd dat deze twee zogenaamde heldere mentale kwaliteiten samen de wereld beschermen. De wereld beschermen? Het idee hierachter is dat wanneer mensen helemaal geen morele schaamte meer zouden hebben, geen enkele walging van immoreel gedrag, geen geweten, en geen morele vrees, d.w.z. geen enkele angst voor de consequenties van daden, dan ontaardt hun gedrag. Men zou van binnenuit niet meer geremd worden om kwaad te doen. (AN2.9)

Hiri en ottappa vormen dus samen een basis van moraliteit. In de teksten beschreven als onmisbare kwaliteiten. Morele schaamte (hiri) wordt gekenmerkt door een afschuw van kwaadaardigheid, wordt gedomineerd door een besef van zelfrespect en manifesteert zichzelf als geweten.
Het kan dus zijn dat iemand eigenlijk te weinig zelfrespect heeft en hierdoor iets immoreels begaat of ondergaat. Ik vind ook dat geweten iets is wat zich ontwikkelt in de loop van het leven. 
Angst om iets verkeerds te doen (ottappa) wordt gekenmerkt door een angst voor kwaadaardigheid, wordt gedomineerd door een bezorgdheid over hoe anderen over je oordelen en manifesteert zichzelf als de angst om iets slechts te doen. (noot 416, MN)

Morele schaamte en morele vrees worden gezien als twee van de zeven kwaliteiten van een edele leerling van de Boeddha. (MN53§11)
“Hij heeft schaamte: hij schaamt zich voor wangedrag van het lichaam, spraak en geest, schaamt zich om deel te nemen aan slechte onheilzame daden.”(MN53§12)
“Hij heeft angst om iets verkeerds te doen: hij is bang voor wangedrag van het lichaam, spraak en geest, bang om deel te nemen aan slechte onheilzame daden.” (MN53§13)

Als je de wereld bekijkt zou je eerder denken dat men deze schaamte en angst niet ziet als een kwaliteit maar eerder als iets wat je juist zo snel mogelijk kwijt moet raken. In boeddhisme wordt het echter gezien als een verheven en onmisbare zaak.
De andere vijf kwaliteiten van een edele leerling die worden genoemd, zijn: iemand heeft vertrouwen in de verlichting van de Boeddha; iemand heeft kennis van het onderricht, onthoudt dit en bevestigt dit; iemand is energiek in het afstand doen van onheilzame staten en in het moeite doen voor heilzame staten, is standvastig, ferm in diens streven, niet nalatig in het ontwikkelen van heilzame staten; iemand heeft mindfulness en herinnert wat lang geleden is gedaan en gezegd; iemand bezit de wijsheid betreffende het ontstaan en verdwijnen, de wijsheid die edel is, doordringend en die leidt tot de volledig vernietiging van lijden. (MN53§11-17)

In DN30§2.2 en DN33§2.3 (1) wordt morele vrees (ottappa) één van de zeven schatten genoemd, samen met: vertrouwen, moraliteit, morele schaamte, kennis, verzaking, wijsheid. Als het aan morele vrees ontbreekt, is er sprake van verkeerde beoefening. (DN33§2.3(4))

Soms wordt morele vrees in de teksten ook een kracht genoemd. Meestal wordt er in de teksten gesproken over vijf krachten, namelijk: die van vertrouwen, energie, mindfulness, concentratie en wijsheid. Maar in DN33§2.3(9) worden morele schaamte en morele vrees daaraan ook toegevoegd en is er dus sprake van een opsomming van zeven krachten. Dus morele vrees wordt ook gezien als een positieve kracht. Het is de bedoeling zulke krachten tot ontwikkeling te brengen. Ook een Boeddha heeft morele schaamte en morele vrees. (DN30§2.2)

DN16 §1.8 “Ik zal jullie vertellen over nog zeven dingen die bevorderlijk zijn voor het welzijn...”Zolang monniken doorgaan met vertrouwen, met bescheidenheid, met angst om iets verkeerds te doen, met leren, met opgewekte energie, met gevestigde mindfulness, met wijsheid...”. Waar morele schaamte en morele vrees ook ter sprake komt, het wordt gezien als kwaliteiten.

Morele vrees uit zich als de angst voor misstappen.

In Anguttara Nikaya 2.1. worden wat dat betreft twee soorten fouten uitgewerkt. De fouten met betrekking tot dit leven en met betrekking tot een toekomstig leven. De fouten met betrekking tot dit leven worden niet begaan omdat men in dit leven er getuige van is dat criminelen op allerlei afschuwelijke manieren (destijds) worden gestraft als gevolg van hun wandaden. Men wil dit natuurlijk niet voor zichzelf, dus onthoudt men zich van fouten.
De fouten met betrekking tot het toekomstig leven bestaan hieruit dat men beseft dat wangedrag met lichaam, spraak en geest, een slecht, pijnlijk gevolg heeft in toekomstige levens. Men zal worden wedergeboren in een lagere wereld, de hel. Bang voor deze fouten doet iemand afstand van alle soorten wangedrag.

Dit soort angst wordt dus gezien als iets gunstigs, iets wat het welzijn bevordert omdat het immers voorkomt dat je wandaden begaat. Het vervolg van AN2.1 geeft dat zo aan: “Daarom, bhikkhu’s, dienen jullie jezelf zo te trainen: “‘we zullen de fouten met betrekking tot dit leven vrezen; we zullen de fouten met betrekking tot toekomstige levens vrezen. We zullen bang zijn voor fouten en gevaar zien in fouten’. Het is op deze manier dat jullie jezelf moeten trainen. Het is te verwachten dat iemand die bang is voor fouten, en gevaar ziet in fouten, bevrijd zal worden van alle fouten”.

Zie je de fout niet in van doden, vreemd gaan, stelen, liegen, roddelen, kwaad spreken, zelfverheerlijking, anderen minachten etc. dan zal je jezelf daarvan ook niet bevrijden, uiteraard. Het inzien dat het een fout is, is dus echt nodig.

Het wordt ook als iets voordeligs gezien wanneer je bijvoorbeeld angst hebt voor zelfs maar de kleinste fouten/misstappen (MN6§2). Als iemand zou wensen: ‘moge ik een overwinnaar worden van angst en vrees en moge angst en vrees mij niet overwinnen; moge ik verblijven terwijl ik angst en vrees te boven kom wanneer ze dan ook ontstaan’, laat hem dan de voorschriften naleven, toegewijd zijn aan innerlijke sereniteit van geest, meditatie niet verwaarlozen, in bezit zijn van inzicht en in lege hutten (op eenzame plekken) verblijven.

De angst om iets verkeerds/slechts te doen maakt iemand een afzonderaar en brahmaan MN8§12(39). Ook dit is een manier om aan te duiden dat het een kwaliteit is.

Een andere angst die ook bevorderlijk is, maar die niet zo vaak ter sprake kwam in de teksten, is angst te zien in elke wijze van bestaan of in elke bestaansvorm. MN49§27 geeft aan dat Boeddha dit zelf zo zag. Elke bestaansvorm in samsara, de 31 rijken, krijgt vroeg of laat te maken met lijden. Hoewel wezens in gelukzalige toestanden kunnen leven is ook dat leven eindig, en volgt daarna vaak weer een geboorte in een lager rijk vol met lijden. Volgens mij zag de Boeddha het niet als iets verkeerds om te streven naar hogere wedergeboorte, maar nobeler is het streven naar de beëindiging van wedergeboorte.

Er is dus angst die bevorderlijk is voor het welzijn.   

groet,
« Laatst bewerkt op: 25-07-2017 14:40 door Sybe »

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Re: Thema: Angst, Angst die niet-bevorderlijk is voor het welzijn
« Reactie #3 Gepost op: 15-07-2017 11:06 »
Angst die niet-bevorderlijk is voor het welzijn

Bhayagati

Hoewel angst voor (de consequenties) van wangedrag wordt gezien als een positieve kwaliteit, een positief sturende kracht, zoals bleek uit het vorige hoofdstuk, wordt angst ook gezien als iets onheilzaams. Angst kan namelijk ook een verkeerd soort motivatie zijn en zo leiden tot ongepast gedrag. 

De sutta’s behandelen vier manieren waarop de geest een verkeerde koers kan nemen. Er zijn slechte daden die ontspringen aan 1. gehechtheid/voorkeur, 2. kwade wil/afkeer, 3. verdwazing. En er zijn ook wandaden die ontspringen aan 4. angst. (DN31§5, AN2.46, AN4.17+19+20+AN5.272) Dit worden ook wel ‘de vier wegen genoemd om verkeerd te gaan’, agata-gamanani. (DN33§1.11(19)

1. Chandagati: dit is gedrag dat scheef/eenzijdig (onzuiver) wordt onder invloed van gehechtheid, voorkeur, aantrekken, hebzucht, lust, verlangen, hartstocht;
2. Dosagati: dit is gedrag dat scheef wordt onder invloed van kwade wil, afkeer, afstoten, weerzin, woede, ergernis;
3. Mohagati: dit is gedrag dat scheef wordt onder invloed van begoocheling, verwardheid,  dwaasheid, onwetendheid;
4. Bhayagati: dit is gedrag dat scheef wordt onder invloed van angst, verlegenheid, lafhartigheid, nervositeit.

Angst kan dus heel goed een factor zijn die je aanzet tot scheef (ongepast) gedrag. Je doet bijvoorbeeld iets niet waarvan je eigenlijk wel weet dat het beter is om te doen, maar je voelt je verlegen of nerveus en vermijdt bepaalde contacten of te zetten stappen.
Als angst/verlegenheid/nervositeit je afhoudt om iets te doen wat eigenlijk goed is en/of gepast is in een bepaalde situatie, dan is die angst niet gunstig. Dan is sprake van bhayagati. De geest neemt dan een verkeerde koers op basis van angst. 

Dit soort verlegenheid of angst zouden we dus eigenlijk moeten zien te overwinnen.

Hieronder heb ik een sutta vertaald die de vier factoren behandelt die er voor zorgen dat de geest een verkeerde koers neemt.

Anguttara Nikaya 4.19, Agati Sutta, Van Koers
[bron: http://www.accesstoinsight.org/tipitaka/an/an04/an04.019.than.html

“Er zijn deze vier manieren om van koers te geraken. Welke vier? Men raakt van koers door verlangen. Men raakt van koers door afkeer . Men raakt van koers door begoocheling. Men raakt van koers door angst. Dit zijn de vier manieren om van koers te geraken.

Als je-
Door verlangen
    Afkeer
        Begoocheling
            Angst-
De Dhamma schendt,
vermindert je aanzien,
Zoals bij het krimpen
De maan.

“Er zijn deze vier manieren om niet van koers geraken. Welke vier? Men raakt niet van koers door verlangen. Men raakt niet van koers door afkeer . Men raakt niet van koers door begoocheling. Men raakt niet van koers door angst. Dit zijn de vier manieren om niet van koers te geraken”

Als je-
Door verlangen,
    Afkeer,
        Begoocheling
            Angst-
De Dhamma niet schendt,
Neemt je aanzien toe,
Zoals bij het wassen
De maan.

De Boeddha zag ook in dat door angst concentratie kan wegvallen. Toen de Bodhisattva dit merkte nam hij zich voor: “Ik zal zo handelen dat angst niet meer opkomt. Hetzelfde paste de Bodhisattva trouwens ook toe op andere bezoedelingen. (MN128§19)

De vorige twee hoofdstukken resumerend: angst kan best positief zijn als het je weerhoudt van wandaden met lichaam, spraak en geest, maar als het je weerhoudt van wat eigenlijk juist/gepast is om te doen in een bepaalde situatie, dan is angst niet positief. Voor iemands ontwikkeling wordt de eerste soort angst of vrees (ottappa) beschreven als iets onmisbaars, een kwaliteit en positieve kracht. De tweede soort angst waardoor de geest een verkeerde koers neemt, dienen we te overwinnen.

In het volgende hoofdstuk wordt aan de hand van de teksten nader ingegaan op de oorzaken van angst.

groet,
« Laatst bewerkt op: 25-07-2017 14:41 door Sybe »

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Re: Thema: Angst, Oorzaken van Angst
« Reactie #4 Gepost op: 17-07-2017 12:09 »
Oorzaken van Angst

Dit hoofdstuk wordt in twee delen gepost

Deel A

De Dwaas/Immoraliteit als oorzaak van angst

“Bhikkhu’s, welk soort angst dan ook ontstaat, allen ontstaan door de dwaas, niet door de wijze mens”....”Dus de dwaas brengt angst, de wijze mens brengt geen angst.” (MN115§2)

Het fragment geeft volgens mij aan dat een wijze zich niet zo gedraagt dat anderen bang hoeven te worden voor hem. Bij een dwaas echter voelt niemand zich veilig. H/zij gedraagt zich niet vertrouwenwekkend en dat zaait natuurlijk angst. In een wereld waarin veel immoraliteit is; elkaar afslachten/doden, misdaad, vreemd gaan, liegen, tweedracht zaaien, bedrog, roddelen, schelden, hebzucht, veel kwade wil etc. daar is ook veel reden om angstig te zijn, wantrouwend, op je hoede, gespannen. Het is immers alsof je leeft onder demonen.
Daarom, moraliteit gaat direct over welzijn en immoraliteit over verlies van welzijn.
Als iemand niet doodt, niet steelt, niks immoreels doet, eventueel met steun van voorschriften, dan schenkt zo iemand aan heel veel wezens vrijheid van angst. Dan kun je ontspannen en hoeft de fiets niet meer op slot. Het spreekwoordelijke touwtje kan weer uit de brievenbus. Door immoreel gedrag ontstaat dus angst en voelen mensen (en andere wezens) zich niet meer veilig. De wijze is gekoppeld aan moreel gedrag, zuivere moraliteit en de dwaas aan immoraliteit.

Identiteitsvisies (sakkaya ditthi) als oorzaak van angst

In Pali wordt de neiging om identiteitsvisies te vormen sakkaya ditthi genoemd.
Volgens mij hebben deze visies de algemene vorm: ‘Ik ben dit’, of ‘Dit ben Ik’.
Het is volgens mij niet zo dat identiteitsvisies altijd zo welbewust bestaan en functioneren. Het is eerder zo’n sterke gewoonte dat het nauwelijks opvalt dat ze er zijn en hun rol spelen. Bijvoorbeeld, je staat s’ ochtends voor de spiegel en volledig automatisch en onbewust functioneert de identiteitsvisie: ‘Dat ben Ik, dat uiterlijk dat ben Ik’, ‘Ik zie er vandaag goed/slecht/uitgerust/gespannen uit’. Bij deze identiteitsvisie identificeer je je dus volledig met het uiterlijk. Op dat moment is de neiging van sakkaya ditthi actief en beheerst de geest.

De teksten beschrijven 20 soorten identiteitsvisies, vier per khandha. Ik zal die van de khandha vorm/lichamelijkheid (rupa) hier uitwerken: a. iemand beschouwt lichamelijkheid als zichzelf (“Ik ben lichamelijkheid”,); b. iemand beschouwt zichzelf als in bezit van lichamelijkheid (“Ik heb/bezit een lichaam, dit lichaam is van-mij”); c. iemand beschouwt lichamelijkheid als iets in zichzelf, dus als een soort onderdeel of aspect van zichzelf; d. iemand beschouwt zichzelf als in lichamelijkheid, dus zichzelf als (ergens) vervat in lichamelijkheid. Net zo wordt dit ook uitgewerkt voor de vier andere khandha’s, gevoel, onderscheidende waarnemingen, mentale formaties en bewustzijn. Samen geeft dat 20 soorten identiteitsvisies.   

Ik probeer voor mezelf te achterhalen wat het kenmerk van die identiteitsvisies is. Ik hoop dat dit niet te warrig wordt. Maar het staat jullie vrij mee te denken:-)

Het lijkt me dat het zo is dat je steeds een voorstelling van jezelf maakt in relatie tot iets wat je ervaart (aan lichamelijkheid, gevoelens, onderscheidende waarnemingen en mentale formaties) en tot ervaren zelf (bewustzijn). Bijvoorbeeld je ziet het lichaam en je mentale voorstelling (visie) is ‘dit lichaam dat ben Ik’ of ‘dit lichaam is van-mij’. Het identiteitsbesef is dan gekoppeld aan het lichaam. En zo kan dit gekoppeld zijn aan elke khandha. Je kunt bijvoorbeeld ook mentale formaties, zoals enthousiasme (piti) en geluk (sukha) aanzien voor jezelf, voor wie je bent. Je bent dan geïdentificeerd met die mentale formaties.

Hoe komt het dat identiteitsvisies oorzaak zijn van angst? De sutta’s geven het zo aan:

“Hier, bhikkhu’s, beschouwt de niet geïnstrueerde wereldlijke persoon, die de edelen niet bezoekt en niet bedreven en gedisciplineerd is in hun Dhamma, vorm (lichamelijkheid/rupa) als (zich)zelf of (zich)zelf als vorm bezittend, of vorm als in (zich)zelf of (zich)zelf als in vorm. Die vorm van hem verandert en wijzigt. Met de verandering en wijziging van vorm wordt zijn bewustzijn in beslag genomen door de verandering van vorm. Onrust en constellaties van mentale staten geboren uit het zich laten meeslepen door de verandering van vorm, blijven zijn geest obsessief bezig houden. Omdat zijn geest geobsedeerd is [geraakt door die veranderingen], is hij bevreesd, ontdaan en gespannen, en door hechten wordt hij onrustig”.
Hetzelfde wordt beschreven voor de andere khandha’s van gevoel, onderscheidende waarnemingen, mentale formaties en bewustzijn. (SN22.7)

Neem bijvoorbeeld het uiterlijk. Het uiterlijk gaat zijn eigen gang toch? Haren worden grijs, rimpels ontstaan, wallen verdiepen, haren vallen uit, spieren worden zwakker, botten brozer gedurende de tijd etc. Het gaat zijn eigen gang. Het zijn processen. Identiteitsvisies maken hiervan iets heel persoonlijks, volgens mij.
Als je je identiteit bijvoorbeeld ophangt aan een jeugdig uiterlijk, genoeg haar op het hoofd, en dat beschouwt als ‘Dit ben Ik, dit zwarte haar dat ben ik, dit rimpelloze gezicht dat ben ik”, ja, dan kun je flink bezorgd worden als dat uiterlijk in de loop der tijd verandert, als je kaal wordt of wallen en rimpels ontstaan of een puisten krijgt, nietwaar? Ik herinner me zelf hoe ik in militaire dienst veel haar verloor en bang was kaal te worden. Hoe kan zulke identificatie met het uiterlijk niet tot angst en bezorgdheid leiden?

Identiteitsvisies maken ook alles heel persoonlijk, lijkt me. Je komt als het ware zelf op het spel te staan.
Haren verliezen, kaal worden, je komt zelf op het spel te staan als je geïdentificeerd bent met het uiterlijk.
En dat komt met onrust, angst, zoals het sutta fragment aangeeft.

Je kunt volgens mij ook denken aan zaken als gezondheid en ziekte, lijkt me. Het is denk ik vrij gebruikelijk dat we ons vereenzelvigen met een gezonde toestand: “dit gezonde, sterke, vitale lichaam dat ben ik”, alsof dit ons ware zelf is, ware Siebe, en alsof oude, zieke, zwakke Siebe niet de ware Siebe is. Hoe realistisch is dit? Identiteitsvisie maakt net als van het uiterlijk, ook van gezondheid en ziekte weer een hele beladen persoonlijke zaak.

Er zit natuurlijk ook de begeerte achter om zaken op een bepaalde manier te houden, te bevriezen als het ware. Je wilt dat jeugdige uiterlijk behouden als je dit beleeft als ‘Dit ben Ik”. Je wilt sterk blijven, vitaal, gezond. Natuurlijk maakt het bezorgd en angstig wanneer dat soort zaken veranderen als je identiteitsbeleving er ook aan gekoppeld is.

Maar toch gebeurt hier iets raars. Of niet? Kijk naar het uiterlijk. Oke, dat verandert in loop der tijd heel duidelijk, maar verander jezelf wel? Verandert je niet verbeelde identiteitsbeleving van binnenuit? Nee, toch? Je wordt toch niet een totaal ander mens innerlijk als het uiterlijk verandert? Dat geldt toch ook bij ziekte en gezondheid? En geldt dat ook niet voor alle wisselingen in gevoelens, waarnemingen, mentale formaties en bewustzijn? Je kunt dan toch met recht zeggen dat je niet het uiterlijk bent, niet gevoelens, onderscheidende waarnemingen, mentale formaties en bewustzijn?

Als ik er zo bij stilsta dan lijkt me het voornaamste gevolg van het vormen van identiteitsvisies dat alles zo persoonlijk wordt en daarmee zo beladen. Of het uiterlijk nu verandert, gezondheid, etc. identiteitsvisies maken hiervan een hele beladen persoonlijke zaak denk ik.

Voor de ene mens is het lichaam gewoon een...ja wat?...een lichaam, en een ander mens durft zich niet te vertonen op het strand terwijl ie een gewoon lichaam heeft. Diens lichaam is dan zoiets beladen, alsof men persoonlijk op het spel staat. Hier zie je denk ik wat identiteitsvisie doet. Het is alsof je zelf op het spel komt te staan. Er is gewoon geen ruimte meer tussen jezelf en de khandha's.

Hoe ontspannener word het leven als alles niet meer zo persoonlijk is? Als het lichaam gewoon een lichaam is, gevoelens gewoon gevoelens, waarnemingen gewoon waarnemingen, mentale formaties gewoon mentale formaties en zien gewoon zien, horen gewoon horen, tactiel voelen gewoon voelen, proeven gewoon proeven, ruiken gewoon ruiken. En hoe anders wordt dit wanneer het onderdeel wordt van een identiteitsvisie?

De neiging om identiteitsvisies te vormen maakt dus denk ik van onpersoonlijke zaken, onpersoonlijke processen zoals de khandhas, die gewoon voorwaardelijk gebeuren, iets persoonlijks. Je komt hierbij zelf op het spel te staan. Dat geeft onrust en komt met angst.

Het onderricht geeft aan dat deze neiging om identiteitsvisies te vormen kan verdwijnen. Een stroom-intreder heeft deze neiging niet meer.

In het volgende deel meer over oorzaken van angst.

groet,
« Laatst bewerkt op: 25-07-2017 14:41 door Sybe »

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Re: Thema: Angst, Oorzaken van Angst, Deel B
« Reactie #5 Gepost op: 18-07-2017 14:10 »
Oorzaken van Angst, deel B

Geliefden/Genegenheid/Gehechtheid/Begeerte als oorzaak van angst

Vaak is boeddhisme ontnuchterend eenvoudig, zo eenvoudig dat het juist des te moeilijker te verteren of waar te maken is, vind ik. Voorbeelden zijn voor mij onderstaand dhammapada verzen 212-216:

-”Uit geliefden ontstaat verdriet; uit geliefden ontstaat vrees. Voor hem die geen geliefden heeft, bestaat er geen verdriet. Vanwaar dan nog vrees?”
-”Uit genegenheid ontstaat verdriet; uit genegenheid ontstaat vrees. Voor hem die vrij is van genegenheid bestaat er geen verdriet. Vanwaar dan nog vrees?”
-”Uit gehechtheid ontstaat verdriet; uit gehechtheid ontstaat vrees. Voor hem die niet gehecht is, bestaat er geen verdriet. Vanwaar dan nog vrees?”
-”Uit zintuiglijk verlangen ontstaat verdriet; uit zintuiglijk verlangen ontstaat vrees. Voor hem die geen zintuiglijk verlangen heeft, bestaat er geen verdriet. Vanwaar dan nog vrees?”
-”Uit begeerte ontstaat verdriet; uit begeerte ontstaat vrees. Voor hem die vrij is van begeerte bestaat er geen verdriet. Vanwaar dan nog vrees?”

-”Monniken, kap het woud om maar niet de alleenstaande boom, want het is het woud en het struikgewas waar vanuit angst ontstaat. Na dit te hebben omgekapt zul je Nibbana bereiken” (dhammapada vers 283).
Het woud en struikgewas zijn de bezoedelingen.

In sutta 3.10 van Udana wordt aangegeven dat waar verheugenis is, daar is ook angst.
Ik denk dat hier bedoeld wordt dat waar je je in verheugt daar klamp je je aan vast.
Daarom geeft dat ook bezorgdheid en angst.

Aansluitend op het bovenstaande geeft ook Sutta Nipata I.12, Munisutta het volgende aan:
“Vanuit relaties/verhoudingen/betrekkingen (acquaintanceship) ontstaat angst, vanuit het leven als huishouder ontstaat bezoedeling; de thuisloze staat, vrijheid van betrekking, dit is inderdaad de visie van een Muni”.

De onderstaande verzen vatten het denk ik goed samen. Uit Samyutta Nikaya 2.17, genaamd Subrahma:

“Deze geest is altijd bang
De geest is altijd ongerust
Over nog niet ontstane problemen
En over ontstane.
Als er verlossing van angst bestaat,
Er naar gevraagd zijnde, verklaar het alstublieft aan mij”

“Niet los van verlichting en soberheid,
Niet los van de beteugeling van de zintuiglijke vermogens,
Niet los van het loslaten van alles,
Zie ik enige veiligheid voor levende wezens”.

Loslaten van alles...Ik denk dat het menselijk is om te hechten maar ook dat het waar is dat zonder het loslaten van alles er geen werkelijke veiligheid is. Waar je je ook aan vastklampt, eigenlijk zorgt die daad van vastklampen al voor onveiligheid. Het is best schokkend te zien/ontdekken waar je je zoal aan vastklampt, vind ik. Hoe hardnekkig die neiging is. Een neiging waarvan je toch wel je heil verwachtte ook. Het is nogal naief begin ik wel steeds meer in te zien. Vastklampen kan je niet redden.

Wereld-verzaking als oorzaak van angst

Majjhima Nikaya 4 gaat onder andere over onheilzame angst en vrees die kan ontstaan wanneer iemand het leven van een huishouder achter zit laat en een thuisloze wordt. De Boeddha geeft aan dat hij het er mee eens is dat het leven in de jungle moeilijk te verduren is. Afzondering is moeilijk om te praktiseren en het is moeilijk om van afzondering te genieten. Een bhikkhu kan wel gek worden, als hij geen concentratie heeft.

De Boeddha geeft aan dat het door een aantal zaken komt dat zo iemand angst en vrees ontwikkelt/opwekt na het verzaken van de wereld:
- doordat lichamelijk, verbaal en mentaal gedrag onvoldoende gezuiverd is,
- doordat levensonderhoud onvoldoende gezuiverd is,
- de aanwezigheid van de vijf hindernissen (hebzucht en vol begeerte, een geest vol kwade wil, een geest die overmand is door luiheid en loomheid, overmand door rusteloosheid en onvrede, onzeker en twijfelend),
-jezelf ophemelen en anderen minachten,
-onderhevig aan ongerustheid en schrik/paniek,
-voordeel, eer en vermaardheid verlangend,
-lui zijn en energie missend,
-niet mindful en niet volledig bewust zijn,
-ongeconcentreerd en met afdwalende geest zijn,
-verstoken zijn van wijsheid.

De Boeddha geeft aan dat dit bij hem niet zo was. Voor de Boeddha bood het verblijf in het bos enorm soelaas. De Boeddha zocht op speciale spirituele momenten imponerende angstaanjagende plekken op (bepaalde heiligdommen) en besloot de angst en vrees die daar opkwam te bedwingen. Hij veranderde hierbij niet van houding, geeft de sutta aan. Dus als hij zat, bedwong hij de angst en vrees al zittend. Als hij liep, bedwong hij de angst al lopend, etc.
Er wordt niet gezegd hoe hij die angst te boven kwam. Mogelijk duidt het feit dat de Boeddha niet van houding veranderde er op dat de Boeddha geen speciale techniek toepaste maar gewoon door bleef gaan met waar hij mee bezig was en zich daar op concentreerde?

Dit besluit het deel over de oorzaken van angst.

Het volgende deel gaat meer specifiek in op wat in de sutta-pitaka vermeld wordt over angst voor de dood.

groet,
« Laatst bewerkt op: 25-07-2017 14:41 door Sybe »

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Re: Thema: Angst, Angst voor de dood
« Reactie #6 Gepost op: 19-07-2017 10:49 »
Angst voor de dood

Zelf-vernietiging?

De angst voor de dood bestaat vaak uit de angst voor de voorgestelde vernietiging van  (je-)zelf bij de dood. Dus je gelooft of stelt je voor dat je een soort mentaal wezentje bent, een Ik of ego (of zelf), een soort wezentje in je hoofd.

En je stelt het zo voor dat dit mentale wezentje, Ik, bij de dood zal worden vernietigd.
Dat is natuurlijk een beangstigend idee.
Dit wordt (wat onduidelijk, vind ik) uitgedrukt in de onderstaande sutta:

“Hier, bhikkhu’s, wordt de niet geïnstrueerde leerling angstig van een niet-beangstigende zaak. Want dit is beangstigend voor de niet geïnstrueerde wereldling: ‘Het zou niet kunnen zijn, het zou niet voor mij kunnen zijn, het zal niet zijn en het zal niet voor mij zijn’. Maar de geïnstrueerde edele leerling wordt niet bang van een niet-beangstigende kwestie. Want dit is niet beangstigend voor de edele leerling: ‘Het zou niet kunnen zijn, het zou niet voor mij kunnen zijn, het zal niet zijn en het zal niet voor mij zijn’. (SN22.55)

Nogal duister fragment vond ik. Noot 79 licht dit fragment toe: ‘De wereldling wordt bang bij het ontstaan van zwak inzicht (dubbalavipassana); want hij kan zelf-liefde niet overwinnen en dus wordt hij bang, denkend, “nu zal ik vernietigd worden en zal niet meer bestaan”. Hij ziet zichzelf in een afgrond vallen. Maar wanneer sterk inzicht zich voordoet bij de geïnstrueerde edele leerling, wordt hij niet bang maar denkt, “Het zijn alleen maar formaties die ontstaan, alleen maar formaties die eindigen.” (niet de gehele noot vertaald).

Het laatste lijkt me de crux. Boeddhisme onderwijst dat bij de dood niet een ego, niet een zelf, niet een entiteit, niet Ik, wordt vernietigd. Er zit daar kennelijk niet werkelijk een homunculus in het hoofd, hoewel het toch wel een overtuigende perceptie is dat er een soort wezentje, een entiteit Ik is.
Bovendien, volgens de boeddhistische visie is de dood geen einde van het leven maar het vormt de drempel van een nieuw begin (bij alle niet-arahants).

De sutta geeft dus eigenlijk aan dat de dood helemaal niet een beangstigende zaak hoeft te zijn als we de juiste visie hebben dat er geen entiteit zelf of ego wordt vernietigd maar slechts formaties eindigen. Later, bij een nieuwe geboorte, ontstaan deze weer.

Er wordt aangegeven dat vernietigingsleer een verkeerde visie is. Zo gaat het kennelijk niet. Toch, onder invloed van begoocheling (moha) zijn we geneigd onszelf te zien als een soort mentaal wezentje. Een soort entiteit-Ik dat nu tijdens het leven dingen wil, zaken aanstuurt en nu in dit leven allerlei zaken ervaart etc. Het ontwikkelen van inzicht en wijsheid dient te bevrijden van deze verkeerde visie van een zelf.  Bij een arahant schijnt de notie “Ik ben” afwezig te zijn.

Voorwaarden voor de aan-en afwezigheid van angst voor de dood

In Anguttara Nikaya 4.184 wordt aangegeven dat niet iedereen de dood vreest. Wie zijn die mensen die bang zijn voor de dood? Opgesomd:
-dat is iemand die niet vrij is van begeerte, verlangen, affectie, dorst, passie en hunkering naar zintuiglijke genoegens. Iemand vreest het moeten missen van de genoegens.
-dat is iemand die niet vrij is van begeerte, verlangen, affectie, dorst, passie en hunkering naar het lichaam. Diens lichaam is hem/haar te dierbaar.
-dat is iemand die niet gedaan heeft wat goed is en heilzaam en geen toevluchtsoord van zichzelf heeft gemaakt. Hij krijgt hier erg spijt van en vreest diens bestemming.
-dat is iemand die verward, vol twijfel en besluiteloos/onzeker over de goede Dhamma is.

De rest van de sutta geeft aan dat iemand niet bang zal zijn voor de dood wanneer er sprake is van het tegenovergestelde.

Anguttara Nikaya 4.116 (geheel)
“Bhikkhu’s, er zijn vier gelegenheden waarop achtzaamheid dient te worden beoefent. Welke vier?
(1)“Doe afstand van lichamelijk wangedrag en ontwikkel lichamelijk goed gedrag; wees niet achteloos hierin. (2) Doe afstand van verbaal wangedrag en ontwikkel verbaal goed gedrag; wees niet achteloos hierin. (3) Doe afstand van mentaal wangedrag en ontwikkel mentaal goed gedrag; wees niet achteloos hierin. (4) Doe afstand van verkeerde visie en ontwikkel juiste visie; wees niet achteloos hierin.
“Bhikkhu’s, wanneer een bhikkhu afstand heeft gedaan van lichamelijk wangedrag en lichamelijk goed gedrag heeft ontwikkeld; wanneer hij afstand heeft gedaan van verbaal wangedrag en verbaal goed gedrag heeft ontwikkeld; wanneer hij afstand heeft gedaan van mentaal wangedrag en goed mentaal gedrag heeft ontwikkeld; wanneer hij afstand heeft gedaan van verkeerde visie en juiste visie heeft ontwikkeld, dan hoeft hij de dood in de toekomst niet te vrezen”.

Aansluitend bij het voorgaande, als je bevestigd vertrouwen hebt in de Drie Juwelen en moraliteit is er geen vrees, geen ongerustheid en angst voor de naderende dood.  Is er echter sprake van wantrouwen in de Drie Juwelen en immoraliteit dan is er angst voor de dood. (SN55.27)

Mijns inziens betekent ‘bevestigd vertrouwen in de Drie Juwelen’ dat je dan minimaal het niveau van stroom-intrede hebt gerealiseerd. Je begrijpt dan echt het onderricht. Je hebt geen leraar meer nodig om dit uit te leggen. Je hebt dan nog wel bezoedelingen maar niet zo sterk meer om in de lagere rijken geboren te worden. Bovendien, je bent verzekerd van volledige verlichting binnen maximaal 7 levens.

Hoe troost je iemand bij een ernstige ziekte/naderende dood

Samyutta Nikaya 55.54 geeft aan dat een wijze leken-volgeling door een andere leken-volgeling zo getroost moet worden bij een ernstige ziekte: u heeft zo bevestigd vertrouwen in Drie Juwelen: ‘de Gezegende is een arahant, volmaakt verlicht, volmaakt in ware kennis en gedrag, gezegend, kenner van de wereld, onovertroffen leider van te temmen personen, leraar van deva’s en mensen, de Verlichte, de Gezegende’.
‘De Dhamma is goed uiteengezet door de Gezegende, direct zichtbaar, ogenblikkelijk, je uitnodigend te komen en te zien, toepasbaar, op persoonlijke wijze te ervaren door de wijzen’.
‘De Sangha van de leerlingen van de Gezegende oefent op de goede manier, oefent op de juiste wijze; dat is, de vier paren van personen, de acht soorten individuen-deze Sangha van de leerlingen van de Gezegende is giften waard, gastvrijheid waard, offers waard, eerbiedwaardige verwelkoming waard, het ongeevenaarde veld van verdienste van de wereld’.
En hij wordt getroost door de wetenschap dat hij de deugden heeft die de edelen dierbaar zijn- niet verbroken, niet gescheurd, onbezoedeld, onbevlekt, bevrijdend, geprezen door de wijzen, ongegrepen, leidend tot concentratie.

Als hij ongerust is over zijn vader en moeder, over vrouw en kinderen dan dient hij duidelijk gemaakt te worden dat of hij nu ongerust is of niet toch gaat sterven. Doe dus ajb afstand van die ongerustheid, geeft de sutta aan.
Als hij ongerust is over de vijf strengen van menselijk zintuiglijke genoegens die hij niet meer zal ervaren, dan moet hem verteld worden dat de hemelse genoegens veel groter zijn. Dus richt je niet meer op menselijke zintuiglijke genoegens en beslis voor de deva’s van het rijk van de Vier Grote Koningen. Vervolgens geeft de sutta aan dat er steeds weer een hemels niveau hoger is, dat nog voortreffelijker en meer subliem is dan het vorige. Daarna zou hem verteld moeten worden dat zelfs die subtiele werelden vergankelijk zijn, onstabiel, inbegrepen in identiteit. Dus ajb richt je geest op de beëindiging van identiteit, d.w.z. (volgens noot 370) richt je op Nibbana. Op deze manier is er geen verschil tussen de bevrijding van een leek-volgeling en welke bevrijding dan ook.

Dit besluit het onderwerp angst voor de dood.

groet,
« Laatst bewerkt op: 25-07-2017 14:42 door Sybe »

Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Thema: Angst
« Reactie #7 Gepost op: 19-07-2017 16:03 »
Beste Siebe,

Mooie afbeeldingen.

     Ook in MN.I.1, Mūlapariyāya sutta wordt uitgelegd dat het beschouwen van iets als niet zijn of haar eigen voert tot het einde van lijden (inclusief angst).

   Een niet onderwezen mens neemt aarde, water vuur, lucht, de natuur als zijn eigen. En ook goden, Sakka, Brahmā en de andere hemelse wezens neemt hij als zijn eigen. “Ze zijn van mij,” zo denkt hij. En ook de onbegrensde ruimte en de sfeer van onbegrensd bewustzijn en de overige jhanas van onstoffelijk gebied neemt hij als zijn eigen. Wat hij ziet, hoort, denkt, dat beschouwt hij als zijn eigen. “Dat is van mij.”
   Wie streeft naar de bevrijding, voor hem is de aarde als aarde. Maar hij beschouwt ze niet als “mijn”. En ook voor de volmaakte heilige is de aarde als aarde, maar ze is niet “mijn”.  En wel omdat hij zonder begeerte is, vol weten; omdat hij zonder haat is; omdat hij zonder onwetendheid is.

     Wie zich nergens meer aan hecht, wie zich niets meer toe-eigent, wie geen voorkeur heeft naar iets of iemand, wie geen afkeer heeft van iets of iemand, wie alle onwetendheid heeft overwonnen, die heeft een bewustzijn dat niet gevestigd is. Dan is er geen angst meer omdat de mening van een ego helemaal verdwenen is.
   Bij het zien is alleen het zien; bij het horen is alleen het horen; bij het ruiken is alleen het ruiken; bij het proeven is alleen het proeven; bij het aanraken is alleen het aanraken; bij het denken is alleen het denken. (Zie Ud.1.10)
     Waarlijk, heel gelukkig leven degenen die niets hun eigen noemen. (SN.4.18)

     De angst voor de dood is dan verdwenen omdat het geloof in een persoonlijkheid, een ego, opgeheven is.

Groeten, Nico

« Laatst bewerkt op: 21-07-2017 14:37 door nico70 »

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Re: Thema: Angst
« Reactie #8 Gepost op: 19-07-2017 19:00 »
Beste Nico,

MN1 gaat niet specifiek over angst. Ik heb fragmenten verzameld die direct over angst gaan en niet bijvoorbeeld over het einde van lijden, of het einde van hebzucht, haat en begoocheling.

groet,
Siebe
« Laatst bewerkt op: 20-07-2017 10:28 door Sybe »

Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Thema: Angst
« Reactie #9 Gepost op: 19-07-2017 22:25 »
Beste Siebe,

In reactie 5 schreef je
Citaat
>>Voor de Boeddha bood het verblijf in het bos enorm soelaas. De Boeddha zocht op speciale spirituele momenten imponerende angstaanjagende plekken op (bepaalde heiligdommen) en besloot de angst en vrees die daar opkwam te bedwingen. Hij veranderde hierbij niet van houding, geeft de sutta aan. Dus als hij zat, bedwong hij de angst en vrees al zittend. Als hij liep, bedwong hij de angst al lopend, etc.
Er wordt niet gezegd hoe hij die angst te boven kwam. Mogelijk duidt het feit dat de Boeddha niet van houding veranderde er op dat de Boeddha geen speciale techniek toepaste maar gewoon door bleef gaan met waar hij mee bezig was en zich daar op concentreerde? <<

   De door jou bedoelde tekst staat in MN.44. Er staat wél in hoe de Boeddha de angst en vrees overwon. Hij was toen nog een Bodhisatta, had de volmaakte Verlichting dus nog niet bereikt. Ik citeer:

   >>Vóór zijn Ontwaking, toen hij nog een onverlichte Bodhisatta was, dacht hij: “Afgelegen verblijfplaatsen in de jungle, in het woud, zijn moeilijk te verduren, een eenzame plaats is moeilijk te verkrijgen, van afzondering is moeilijk te genieten. Men zou menen dat de jungle een bhikkhu] van zijn geest moet beroven indien hij geen concentratie heeft."
       En verder dacht hij: “Stel dat de een of andere monnik of brahmaan onrein is in lichamelijk, mondeling of geestelijk gedrag, of in zijn levenswijze; stel dat hij hebzuchtig is en zeer gevoelig voor lust naar zinnelijke verlangens; of stel dat hij kwaadwillend is of opgewonden en onrustig in de geest; of stel dat hij twijfel koestert en onzeker is; of stel dat hij geneigd is tot zelfverheerlijking en tot het kleineren van anderen, stel dat hij onderhevig is aan angst en vrees; stel dat hij winst, eer en roem verlangt; stel dat hij ijdel is en gebrek heeft aan energie, vergeetachtig is en niet ten volle bewust, ongeconcentreerd en verward in de geest, zonder begrip en een wauwelaar. Wanneer zo'n monnik of brahmaan zich naar een afgelegen verblijfplaats in de jungle, in het woud begeeft, dan roept hij op grond van deze gebreken angst en vrees op, hetgeen voor hem onheilzaam is. Maar ik begeef mij niet als een van hen naar een afgelegen verblijfplaats in de jungle, in het woud. Ik heb geen enkel van deze gebreken. Ik begeef mij naar een afgelegen jungle-verblijfplaats in het woud als een van de edelen die vrij zijn van deze gebreken. Omdat ik in mijzelf deze vrijheid van zulke gebreken zie, vind ik grote troost bij het leven in het woud.”

    Dus omdat de Bodhisatta wist dat hij geen gebreken had, was hij vrij van angst. En op die manier zal hij ook tijdens het zitten, liggen, staan (etc) de angst hebben bedwongen.

Groeten, Nico

« Laatst bewerkt op: 19-07-2017 22:37 door nico70 »

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Re: Thema: Angst
« Reactie #10 Gepost op: 19-07-2017 23:23 »
De tekst waar je naar verwijst staat in MN4.

Ik lees in de sutta dat de Bodhisattva, in algemene zin, omdat ie vrij was van vele bezoedelingen, het prima kon uithouden in het bos en geen angst en vrees ervoer. Maar op speciale momenten zocht hij speciale angstaanjagende plekken op en daar ervoer hij wel angst en vrees.

De sutta geeft aan dat hij deze angst en vrees bedwong. Als hij wandelde en angst en vrees kwam op, dan overwon hij die angst en vrees al wandelend, kwam de angst op al zittend dan overwon hij die angst al zittend, etc. Er wordt niet echt bij verteld hoe de Bodhisattva die angst en vrees bedwong.

Dat bij de Bodhisattva toen angst en vrees opkwam, kan er toch niet op wijzen dat hij toen al volledig vrij was van alle gebreken, lijkt me.

groet,
Siebe

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Re: Thema: Angst, Hoe wordt angst overwonnen?, deel A
« Reactie #11 Gepost op: 20-07-2017 10:54 »
Hoe wordt angst overwonnen?

Dit deel wordt in twee delen gepost

Deel A

Mindfulness van het lichaam

"Wanneer mindfulness van het lichaam herhaaldelijk is beoefend, ontwikkeld, gecultiveerd, gebruikt als een voertuig, gebruikt als een basis, gevestigd, verstevigd, en goed ondernomen, kunnen er tien voordelen worden verwacht”. (MN119§32)
Eén van deze voordelen die wordt genoemd is: “iemand wordt een overwinnaar van angst en vrees, en angst en vrees overwinnen niet jezelf: men verwijlt zo dat men angst en vrees overwint wanneer het dan ook ontstaat.” (MN119§34)
Dit wordt trouwens genoemd als slechts één van de vele voordelen van het stevig vestigen van mindfulness van het lichaam.

Wat betekent 'het vestigen van mindfulness van het lichaam'? Zie dit topic: http://www.boeddhaforum.nl/index.php/topic,1934.0.html

Waar het in deze training om lijkt te gaan is (fragment uit MN119): “...als hij zo toegewijd, volijverig en vastberaden verwijlt, wordt afstand gedaan van diens herinneringen en intenties gebaseerd op het huishoudelijke leven; met het afstand doen er van wordt zijn geest intern stabiel, gekalmeerd, tot onverdeeldheid gebracht, geconcentreerd”.

De geest van ons is constant druk, bezet, versnipperd, vol met allerlei plannen, gedachten, beelden, intenties, herinneringen. Het springt van hot naar her. Het leren vestigen van mindfulness van het lichaam stabiliseert de geest, kalmeert de geest, maakt hem geconcentreerd. Kennelijk is het zo dat als je mindfulness van het lichaam (bijvoorbeeld de aandacht bij de adem) stevig vestigt, dan kan angst beteugeld worden. Ik weet niet of bedoeld wordt dat het angst echt kan ontwortelen. Dit lijkt me meer iets voor juiste visie, zoals onder het volgende kopje wordt besproken. 

Het eindigen van identiteitsvisies (sakkaya ditthi)

In het hoofdstuk over hoe angst ontstaat, werd aangegeven dat dit ontstaat door (verkeerde) identiteitsvisies, zoals: “ik ben het lichaam”, of “ik ben wat ik waarneem”, of “ik ben bewustzijn”, of “ik bezit een lichaam”, “ik heb gevoelens” etc. Er worden 20 van dit soort identiteitsvisies onderscheiden, 4 per khandha. Het is steeds een visie in relatie tot een khandha. De neiging om zulke visies te vormen zit als het ware ingebakken in de geest en heet in het Pali ‘sakkaya ditthi’. Volgens MN64 is deze neiging al latent aanwezig bij een zuigeling.

Deze neiging kan eindigen. Een stroom-intreder heeft bijvoorbeeld deze neiging niet meer. Wat gebeurt er als deze neiging verdwijnt? Hoe staat dit in relatie tot het verdwijnen van angst? De teksten geven dit zo weer:

“Hier, bhikkhu’s, beschouwt een edele leerling die de edelen bezoekt en bedreven en gedisciplineerd is in hun Dhamma, vorm (lichamelijkheid/rupa) niet [meer] als (zich)zelf of (zich)zelf als vorm bezittend, of vorm als in (zich)zelf of (zich)zelf als in vorm. Die vorm van hem verandert en wijzigt. Ondanks de verandering en wijziging van vorm wordt zijn bewustzijn niet in beslag genomen door die verandering van vorm. Geen onrust en constellaties van mentale staten geboren uit obsessie voor de verandering van vorm blijven zijn geest obsessief bezig houden. Omdat zijn geest niet geobsedeerd is, is hij niet bang, bezorgd of gespannen, en door niet hechten wordt hij niet onrustig”. Hetzelfde wordt beschreven voor de andere khandha’s. (SN22.7)

Dus, als je bijvoorbeeld het uiterlijk niet ziet als ‘dat ben ik’ of ‘mijn-uiterlijk’ en het uiterlijk verandert, wordt oud, rimpelig, grijze haren etc. dan reageer je heel anders op die veranderingen dan wanneer je hier mee geïdentificeerd bent. Dit geldt eigenlijk voor alles wat we via identiteitsvisie beschouwen als onszelf, als “Ik” of als “van-mij”. Als je ziek wordt maar je bent niet geïdentificeerd met die toestand, dan beleef je dit ontspannener dan wanneer je geen verschil ziet/ervaart tussen jezelf en die toestand van ziekte.

Eigenlijk kun je doorheen talrijke sutta’s de rode draad zien dat we niks kunnen vasthouden. We kunnen het ons niet echt toe-eigenen, ook al is de geest ertoe geneigd. Jeugdigheid, kracht, gezondheid, vitaliteit, aangename gevoelens, aangename mentale staten, mooie waarnemingen, etc. wanneer je dit allemaal aanziet voor “Ik” en “van-mij” dan wil je het niet kwijt. Dan beschouw je dit als je persoon, als jezelf, als je identiteit maar zulke zaken kun je niet bezitten, je bent het niet. Het is niet vast te houden. Het verandert, het wijzigt voortdurend. Het zijn zaken die voorwaardelijk ontstaan, even bestaan en weer eindigen.
Het willen vasthouden er van kan eigenlijk alleen maar uitmonden in onrust, bezorgdheid en angst.
Dus, werkelijk veiligheid, vrijheid van angst, kan gewoonweg nooit komen van vastklampen, van toe-eigenen, van hechten.

Als we dit echt realistisch inzien, zoals het is, zo geven sutta’s aan, raken we ontnuchterd. We zien de kansloosheid, als het ware, in van deze hele onderneming om veiligheid te creeeren voor onszelf (en anderen) door gehechtheid. We gaan meer en meer inzien dat het zelfs niet in ons eigen voordeel is.
Deze ontwikkeling richting ontnuchtering, zo geven de teksten aan, zal leiden tot minder begeerte, tot passieloosheid want je ziet meer en meer in dat al dat vastklampen eigenlijk zinloos is. Zo beweegt dit richting Nibbana, richting vrijheid van angst.

Het is mogelijk volledig vrij te worden van angst, welke angst dan ook, geven de sutta's aan maar dit kan niet komen van identificeren en vastklampen.

Het gedenken van de Drie Juwelen

Wanneer angst en schroom en verschrikking in jezelf ontstaan, dan moet je op dat moment zo aan me denken, zegt de Boeddha: ‘de Gezegende is een arahant, volmaakt verlicht, volmaakt in ware kennis en gedrag, gezegend, kenner van de wereld, onovertroffen leider van te temmen personen, leraar van deva’s en mensen, de Verlichte, de Gezegende’. Want wanneer je me zo herinnert, bhikkhu’s, wat voor soort angst of schroom of verschrikking je dan ook hebt, daar zal afstand van worden gedaan.
Als je de Boeddha zo niet kunt gedenken , dan dien je de Dhamma als volgt gedenken zegt de Boeddha: ‘De Dhamma is goed uiteengezet door de Gezegende, direct zichtbaar, ogenblikkelijk, je uitnodigend om te komen en te zien, toepasbaar, op persoonlijke wijze te ervaren door de wijzen’. Want wanneer je de Dhamma herinnert, bhikkhu’s, wat voor soort angst of schroom of verschrikking je dan ook hebt, daar zal afstand van worden gedaan.
“Als je de Dhamma zo niet kunt gedenken , dan dien je zo de Sangha te gedenken: ‘De Sangha van de leerlingen van de Gezegende oefent op de goede wijze, oefent op de juiste manier; dat is, de vier paren van personen, de acht soorten individuen-deze Sangha van de leerlingen van de Gezegende is giften waard, gastvrijheid waard, offers waard, eerbiedwaardige verwelkoming waard, het ongeevenaarde veld van verdienste van de wereld’. Want wanneer je de Sangha gedenkt, bhikkhu’s, wat voor soort angst of schroom of verschrikking je dan ook hebt, daar zal afstand van worden gedaan. (SN11.3)

Dit besluit deel A van ‘Hoe wordt angst overwonnen?’

groet,
« Laatst bewerkt op: 25-07-2017 14:42 door Sybe »

Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Thema: Angst
« Reactie #12 Gepost op: 20-07-2017 17:33 »
Beste Siebe,

     In reactie 10 schrijf je dat de door jou bedoelde tekst staat in MN.4 (en niet in MN.44).
Inderdaad staat in MN.4 bijna hetzelfde. Alleen is daar de Bodhisatta niet vrij van de belemmeringen. Dat wijst erop dat de tekst van MN.44 later gewijzigd is.
     De tekst in MN.4  (MN.I.4) Bhayabherava sutta, luidt:
    Te Sāvatthi, in het park van Anāthapindika. Jānussoni, een brahmaan, bezocht er de Boeddha en zei tot hem: “De monniken hier hebben hun huis verlaten en zijn nu volgelingen van de Verhevene. Maar het is moeilijk diep in het woud, op eenzame, afgelegen oorden te leven. Iemand die zich niet kan beheersen, die geen zelfbeheersing heeft, moet er beslist angstig worden.”
       “Zo is het, brahmaan. Ook ik was bang toen ik de volmaakte Verlichting nog niet bereikt had. Maar ik overwoog dat ik zuiver handelde. En mijn welgevallen aan het leven in het woud nam toe.
       En ik overwoog dat ik zuivere taal gebruik, dat mijn denken zuiver is, dat ik een zuiver karakter heb. Ik overwoog dat ik niet begerig was, geen hevige wensen had, dat ik geen haat of afkeer had, niet verbitterd was. Ik voelde medelijden. En ik was niet mat en moe. Ik was niet opgewonden, was niet onrustig in de geest. Ik was niet twijfelachtig, had geen onzekere geest. Ik was zeker van mijn zaak. Ik kende geen eigen lof en geen berisping van anderen. Ik was niet hoogmoedig, verachtte anderen niet. Ik kende geen sidderen en geen schromen. Ik verlangde niet naar gaven, eer en aanzien. Ik was bescheiden. Ik was niet gebroken en moedeloos. Ik was standvastig. Mijn gemoed was niet verstoord, niet troebel. Mijn gemoed was helder. Mijn geest was niet rusteloos en verstrooid. Ik was beheerst. Ik was niet dwaas en stompzinnig. Ik was wijs. En mijn welgevallen aan het leven in het woud nam toe.
       En ik ging naar grafheuvels in parken, in wouden, onder bomen. Daar vertoefde ik. Ik wilde er de angst en vrees ondervinden. En die angst en vrees kwam toen ik er heen en weer liep, toen ik zat, neerlag, stil stond. En ik overwon die angst en vrees. [...]

   De Bodhisatta was toen dus heel deugdzaam en bij angst overwoog hij die deugden. En de angst bij hem verdween.

Groeten, Nico


« Laatst bewerkt op: 20-07-2017 18:51 door nico70 »

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Re: Thema: Angst
« Reactie #13 Gepost op: 20-07-2017 19:41 »
Beste Siebe,

     In reactie 10 schrijf je dat de door jou bedoelde tekst staat in MN.4 (en niet in MN.44).
Inderdaad staat in MN.4 bijna hetzelfde. Alleen is daar de Bodhisatta niet vrij van de belemmeringen. Dat wijst erop dat de tekst van MN.44 later gewijzigd is.

In MN44 komt de tekst voor zover ik weet niet voor Nico. Maar wellicht hebben we verschillende versies.

     De tekst in MN.4  (MN.I.4) Bhayabherava sutta, luidt:
    Te Sāvatthi, in het park van Anāthapindika. Jānussoni, een brahmaan, bezocht er de Boeddha en zei tot hem: “De monniken hier hebben hun huis verlaten en zijn nu volgelingen van de Verhevene. Maar het is moeilijk diep in het woud, op eenzame, afgelegen oorden te leven. Iemand die zich niet kan beheersen, die geen zelfbeheersing heeft, moet er beslist angstig worden.”
       “Zo is het, brahmaan. Ook ik was bang toen ik de volmaakte Verlichting nog niet bereikt had. Maar ik overwoog dat ik zuiver handelde. En mijn welgevallen aan het leven in het woud nam toe.
       En ik overwoog dat ik zuivere taal gebruik, dat mijn denken zuiver is, dat ik een zuiver karakter heb. Ik overwoog dat ik niet begerig was, geen hevige wensen had, dat ik geen haat of afkeer had, niet verbitterd was. Ik voelde medelijden. En ik was niet mat en moe. Ik was niet opgewonden, was niet onrustig in de geest. Ik was niet twijfelachtig, had geen onzekere geest. Ik was zeker van mijn zaak. Ik kende geen eigen lof en geen berisping van anderen. Ik was niet hoogmoedig, verachtte anderen niet. Ik kende geen sidderen en geen schromen. Ik verlangde niet naar gaven, eer en aanzien. Ik was bescheiden. Ik was niet gebroken en moedeloos. Ik was standvastig. Mijn gemoed was niet verstoord, niet troebel. Mijn gemoed was helder. Mijn geest was niet rusteloos en verstrooid. Ik was beheerst. Ik was niet dwaas en stompzinnig. Ik was wijs. En mijn welgevallen aan het leven in het woud nam toe.
       En ik ging naar grafheuvels in parken, in wouden, onder bomen. Daar vertoefde ik. Ik wilde er de angst en vrees ondervinden. En die angst en vrees kwam toen ik er heen en weer liep, toen ik zat, neerlag, stil stond. En ik overwon die angst en vrees. [...]

   De Bodhisatta was toen dus heel deugdzaam en bij angst overwoog hij die deugden. En de angst bij hem verdween.

Groeten, Nico

Ik begrijp je maar ik vind niet dat duidelijk uit de sutta blijkt dat de Boeddha-to-be de bij hem opkomende angst overwon door het overwegen van diens deugden.





groet,
Siebe

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Re: Thema: Angst; Hoe wordt angst overwonnen?, deel B
« Reactie #14 Gepost op: 21-07-2017 11:18 »
Hoe wordt angst overwonnen?

Deel B

De vijf voorschriften/moraliteit

Wanneer men afstand doet van het nemen van leven (doden), van het nemen van wat niet gegeven is (stelen), afstand doet van seksueel wangedrag, van valse spraak (liegen, misleidend taalgebruik), van sterke drank, wijn, en andere middelen die de geest bedwelmen en zorgen voor onachtzaamheid, wordt een onmetelijke hoeveelheid wezens vrijheid van angst, vijandigheid en leed gegeven. Op zijn beurt geniet iemand dan ook zelf van onmetelijke vrijheid van angst, vijandigheid en leed. (AN8.39)

Het onderhouden van de voorschriften werkt dus positief op twee manieren: anderen worden gevrijwaard van angst. Zij kunnen zich veilig voelen want je doodt niet, steelt niet, liegt niet etc. En het vrijwaart jezelf ook van angst. Door moreel te handelen kom je ook niet in gewetensconflict met jezelf. Er ontstaat geen spijt over wandaden en je kunt met een gerust hart sterven. Moraliteit beschermt anderen en jezelf tegen angst.

De Vier Krachten

Door vier krachten overwint men vijf angsten, namelijk angst voor het verlies van levensonderhoud, angst voor diskrediet, verlegenheid in gezelschappen, angst voor de dood en angst voor een slechte bestemming. Wat zijn de vier krachten?

1.De kracht van wijsheid. Men heeft met wijsheid gezien en onderzocht die kwaliteiten die niet heilzaam zijn en gerekend worden als niet heilzaam. Hetzelfde voor wat heilzaam is. Voor wat onberispelijk is en afkeuringswaardig. Voor wat licht is en donker. Voor kwaliteiten die gecultiveerd dienen te worden en niet. Kwaliteiten die de edelen onwaardig zijn en waardig. Men weet dus met wijsheid zaken heel goed van elkaar te onderscheiden.
2.De kracht van energie. Men wekt het verlangen op afstand te doen van die zaken die niet heilzaam zijn, afkeuringswaardig, donker, niet te cultiveren, die de edelen onwaardig vinden. Men spant zich hiervoor in. Men wekt het verlangen op om al die kwaliteiten te verkrijgen die heilzaam zijn, onberispelijk, licht, te cultiveren en die de edelen waardig vinden. Men wekt de energie hiervoor op en spant zich hiervoor in.
3.De kracht van onberispelijkheid. Men gedraagt zich lichamelijk, verbaal en mentaal onberispelijk.
4. De kracht van het onderhouden van een gunstige relatie. Er zijn vier middelen hiervoor: a. geven, b. innemende spraak, c. weldadig gedrag en d. onpartijdigheid.
Onder giften is de gift van de Dhamma het beste. Onder innemende spraak is het beste het herhaaldelijk onderwijzen van de Dhamma aan iemand die geïnteresseerd is en graag luistert. Onder de soorten weldadig gedrag is het beste wanneer men iemand zonder vertrouwen aanmoedigt en vestigt in vertrouwen, een immoreel persoon aanzet tot deugdzaam gedrag, een vrekkig persoon vestigt in het verwezenlijken van vrijgevigheid, en een onwijs persoon in het verwezenlijken van wijsheid. Onder onpartijdigheid is het beste dat men anderen behandelt zoals men zelf behandeld wil worden (afgeleid uit noot 1843; de tekst geeft een nogal duistere uitleg hierbij, vind ik). (AN9.5)

Meditatie

In Milindapanha, Boek IV, Het Oplossen van de Dillema’s, wordt bij het 9e dilemma besproken waarom de Boeddha zou moeten mediteren. Er worden dan voordelen aangegeven van meditatie, waaronder dat meditatie bevrijdt van angst en voorziet van vertrouwen.

Bevestigd vertrouwen in de Drie Juwelen en moraliteit.

Iemand met bevestigd vertrouwen in de Drie Juwelen en in bezit van de deugdzaamheid die door de edelen wordt geprezen, heeft elke angst voor een slechte bestemming overstegen (SN55.14+15).

De kwalificatie “bevestigd-vertrouwen” duidt op personen die minimaal het niveau van stroom-intrede hebben gerealiseerd. Hun begrip van de Dhamma is niet meer alleen verstandelijk. Zij hebben het volste vertrouwen in de Drie Juwelen. Waar een gewone beoefenaar (nog niet edel) nog wel eens kan twijfelen over de Verlichting van de Boeddha, over de waarde van de Dhamma en Sangha, over wat Nibbana is etc. doet een stroom-intreder dit niet meer omdat ie heeft gezien, ontwaakt is.
De stroom-intreder heeft nog wel bezoedelingen maar deze zijn niet meer zo sterk dat ze kunnen leiden tot een geboorte in de lagere rijken. Men hoeft niet meer bang te zijn voor de dood.

Vertrouwen is een belangrijke zaak. Waar een stroom-intreder echt 'bevestigd vertrouwen' in de Drie Juwelen heeft, bevestigd door eigen ervaring/zien, zijn er ook leerlingen die hebben nog niet dat bevestigd vertrouwen in de Drie Juwelen maar wel veel vertrouwen door devotie en/of door studie en onderzoek. Van deze leerlingen die ook groot vertrouwen hebben wordt gezegd dat ze minimaal zullen sterven als stroom-intreder en dus ook veilig zijn voor geboorte in lagere rijken. Dus ook al heb je nog niet echt bevestigd vertrouwen in de Drie Juwelen, als het vertrouwen al stevig is, dan kun je ook veilig zijn.

groet,
« Laatst bewerkt op: 25-07-2017 14:43 door Sybe »

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Re: Thema: Angst, Vrij van Angst
« Reactie #15 Gepost op: 22-07-2017 11:08 »
Vrij van Angst

Jhana

Jhana wordt het angstloze-in-voorlopige-zin genoemd (AN9.56). Wordt de beëindiging van waarneming & gevoel meegemaakt, wordt dat met wijsheid bezien en eindigen de bezoedelingen definitief, dan is dat angstloosheid in een niet voorlopige zin. Dat laatste is volgens mij eigenlijk de realisatie van Nibbana.
Jhana wordt angstloosheid-in-voorlopige zin genoemd omdat de bezoedelingen nog niet definitief maar wel tijdelijk onderdrukt zijn. Tijdens jhana is er dus geen angst.

Nibbana is ontoegankelijk voor angst; De Boeddha en de Edelen zijn vrij van angst

“Meer dan duizend bhikkhu’s zijn
Hier aanwezig bij de Gezegende
Terwijl hij de stof-vrije Dhamma onderwijst,
Nibbana ontoegankelijk voor angst.”
(Fragment SN8.8}

“Na op directe wijze geheel de wereld te kennen-
Alles in de wereld precies zoals het is-
Is hij onthecht van alles in de wereld,
Vrijgemaakt van alles in de wereld.

Hij is de overwinnaar van alles,
De wijze die alle knopen heeft ontward.
Hij heeft de opperste vrede bereikt,
Nibbana, ontoegankelijk voor angst”
(Fragmenten AN.4.23)

“Hij is op de juiste manier gegaan en verwijlt in meditatie
Innerlijk onbezoedeld, in perfecte zuiverheid;
Hij is onafhankelijk en geheel angstloos...”
(fragment MN56 §29)

“Ik ben de heilige zonder enige vergelijking
Die Mara’s wemelende hordes heeft verpletterd
Na al mijn vijanden verslagen te hebben,
Verheug ik me zonder angst”
(fragment MN92§19)

“O grote held, voortreffelijk in wijsheid
Veblindend in kracht en glorie!
Ik vereer uw voeten, Degene met Visie,
Die alle vijandigheid en angst heeft overwonnen”
(fragment SN4.23)

“Van Ieder
Wiens hartstocht, afkeer en onwetendheid
Vervaagt zijn,
Wordt gezegd dat ie
Bedaard in geest is,
Brahma-geworden,
Ontwaakt, Tathagata,
Iemand voor wie angst en vijandigheid
Verleden tijd zijn,
Iemand die afstand heeft gedaan van
het Al”.
(vers Iti. §68)

“Op directe wijze geheel de wereld kennend,
Geheel de wereld zoals het werkelijk is,
Van geheel de wereld losgemaakt,
In geheel de wereld ongeëvenaard.
Alles overwinnend
Op alle manieren,
Verlicht,
Bevrijd van alle banden,
Raakt hij de voornaamste vrede aan-
Bevrijding, vrij
van angst”
(fragment Iti. §112)

“Iemand waarvan de geest niet aangetast is, een geest die ongehavend is, verlaat kwaad en ook verdiensten. Er is geen angst voor hij die volledig ontwaakt is”. (Dhp. vers 39)

Ook in de Sutta Nipata zijn er diverse fragmenten die aangeven dat de Boeddha angst, verschrikking en gevaar heeft overwonnen, zoals in I.9, Hemavatasutta; III.6, Sabhiyasutta, III.7, Selasutta.

In Udana 5.3 wordt aangegeven dat de leproos Suppaboeddha na onderricht van de Boeddha het niveau van stroom-intrede bereikte. Er wordt ook aangeven dat hij toen vaste voet in de Dhamma verwierf, voorbij ging aan twijfel, hij had geen verwardheid meer (perplexiteit), verwierf onbevreesdheid en onafhankelijkheid van anderen met betrekking tot de boodschap van de leraar. Hieruit zou je kunnen opmaken dat een stroom-intreder (en hoger) angstloos is. De edelen (stroom-intreders en hogere niveaus) zijn zonder angst. Gewone beoefenaars zijn nog niet zonder angst.

DN20 vers 22. “Noch begeerte noch angst krijgt bij de arahants vaste voet”.

Dat een arahat vrij is van angst wordt ook behandeld in Milindapanha, boek IV, het 13e dilemma. Dit behandelt onder andere de ogenschijnlijke tegenspraak dat de Boeddha onderwijst dat alle wezens bang zijn voor straf en voor de dood maar dat hij ook gezegd heeft dat de arahant voorbij alle angst is. Als het ene waar is, kan het andere niet waar zijn. De eerwaarde Nagasena legt uit dat de bewering dat alle wezens bang zijn voor straf en de dood niet van toepassing is op de arahant. Alle oorzaken van angst zijn bij de arahant verdwenen. De bewering geldt voor wezens in wie kwaad nog altijd aanwezig is, die nog altijd verdwaasd worden door de begoocheling van (een) zelf, die nog altijd worden opgepept door plezier en teneergeslagen raken van pijn. Voor de arahant is wedergeboorte in elke staat afgesneden, alle vier soorten toekomstig bestaan zijn vernietigd, elke wedergeboorte is beëindigd, de draagbalken van het huis van het leven zijn gebroken, en het hele huis is volledig neergehaald, de vormingen (Confections?) hebben alles bij elkaar hun wortels verloren, goed en kwaad zijn geëindigd, onwetendheid is vernietigd, bewustzijn heeft niet langer enig zaad (van waaruit het hernieuwd zou kunnen worden), alle zonden zijn weggebrand, en alle wereldlijke omstandigheden zijn overwonnen. Daarom wordt gezegd dat je de arahant niet kan laten beven door angst.

Dat angst bij een arahant vernietigd is , wordt ook aangegeven in Milindapanha, boek IV, het 39e dilemma. Hierin wordt de vraag besproken of de arahants op een dag toch niet angst vertoonden, namelijk toen een grote olifant op de Boeddha en gemeenschap afstormde en 500 arahant op de vlucht sloegen. De eerwaarde Nagasena vertelt dat deze arahants niet uit angst vluchten omdat de voorwaarden en oorzaken van angst bij hen afwezig zijn. De arahants hadden andere redenen om te vluchten. Door te vluchten manifesteerde zich de goedheid van Ananda die niet vluchtte, en door te vluchten benaderde de olifant ook feitelijk de Boeddha en anders niet. De arhants zagen dus andere voordelen. (tja, niet zo overtuigend vind ik persoonlijk).

Dus zowel jhana als Nibbana zijn volledig vrij van angst. Als je het naar personen wilt duiden kun je volgens mij zeggen dat de stroom-intreder, de eenmaal terugkerende, de niet meer terugkerende en de arahant, de edelen dus, vrij zijn van angst. Vrijheid van angst onderscheidt de edelen ook van beoefenaars die nog niet de stroom zijn ingetreden. Het is volgens mij ook gebruikelijk om bij ‘de Sangha’ te verwijzen naar die gemeenschap van edelen die vrij zijn van angst, de gemeenschap van verlichten.

groet,
« Laatst bewerkt op: 25-07-2017 14:43 door Sybe »