Auteur Topic: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding  (gelezen 27957 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
« Reactie #50 Gepost op: 06-07-2018 15:31 »
2.4.7. Zuiverheid
 
     Dat zuiverheid, reinheid, heiligheid niet verkregen wordt door wassing met water, maar door een juiste levenswijze, toont het volgende.
 
     Bij een zekere gelegenheid vertoefde de Gezegende nabij Gayā. Daar was ook een groot aantal asceten. In de koude winternachten,*1] gedurende een week vóór en een week na volle maan, doken zij in het water. Ook brachten zij brandoffers. Zij dachten dat zij op die manier zuiverheid kregen. De Verhevene zag al die asceten zo bezig en bij die gelegenheid sprak hij het vers:
     “Niet door water is men zuiver, al nemen velen hier ook een bad. Diegene is zuiver en een brahmaan, in wie waarheid is en Dhamma.” (Ud.I.ix).
_____
*1) In Noord-India is het koude seizoen in de maanden januari en februari.


Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
« Reactie #51 Gepost op: 07-07-2018 17:10 »
2.4.8. Hoe een zieke leek aan te manen

   Dat ook leken de volmaakte heiligheid kunnen bereiken, blijkt o.a. uit het volgende.

   Hoe moet men een zieke, lijdende leek aanmanen?
   Wijs hem op de vier schakels van stroomintrede die de zieke heeft.
   Vraag of hij verlangen heeft naar zijn ouders. Indien ja, zeg hem dan dat hij aan de dood onderworpen is. Met of zonder verlangen naar zijn ouders moet hij sterven. Zeg hem dat hij dat verlangen naar zijn ouders moet opgeven.
   Als hij dat verlangen heeft opgegeven, vraag hem dan of hij naar vrouw en kind verlangt. Indien ja, zeg hem dan dat hij aan de dood onderworpen is. Zeg hem dat hij met of zonder dat verlangen naar vrouw en kind moet sterven en dat hij dat verlangen moet opgeven.
   Vraag dan of hij nog verlangen heeft naar de menselijke vijf wensgenietingen. Indien ja, zeg hem dan: 'Veel beter en uitgelezener dan de menselijke zinnendingen zijn de hemelse zinnendingen. Het zou goed zijn als je je gemoed verheft boven de menselijke zinnendingen en het gemoed richt op de zinnendingen in de diverse hemelse sferen, vanaf de Vier Grote Koningen, de sfeer van de Drieëndertig ...t/m de goden die heersen over de scheppingen van anderen. En richt dan verder het gemoed op de Brahma-wereld.' Als hij dat gedaan heeft, zeg hem dan dat ook de goden en de Brahma-wereld onbestendig zijn, niet blijvend, zonder zelfstandigheid. 'Het is goed als je je gemoed verheft boven de Brahma-wereld en richt op de opheffing van persoonlijkheid.' Als hij dat heeft gedaan, is er geen verschil tussen die leek en een monnik wiens gemoed geheel bevrijd is van de neigingen. Beiden zijn bevrijd. (S.LV.54)



Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
« Reactie #52 Gepost op: 08-07-2018 13:26 »
2.4.9. Bekendmaking van volmaakte heiligheid

   Om vijf redenen kan iemand bekend maken dat hij de volmaakte heiligheid heeft verwerkelijkt. Die vijf redenen zijn: uit domheid en dwaasheid; met kwade bedoeling en uit hebzucht; in waanzin en geestelijke verwarring; uit zelfoverschatting; en overeenkomstig de waarheid kan iemand bekend maken dat volmaakte heiligheid verwerkelijkt is. (A.V.93; vgl. A.X.84-86)

   De juiste manier waarop iemand bekend kan maken dat de volmaakte heiligheid is verwerkelijkt, blijkt uit het volgende.

   Eens vertoefde de Verhevene te Savatthi in het Jetavana-klooster. De eerwaarden Khema en Suma gingen toen naar de Verhevene toe, groetten hem eerbiedig, gingen terzijde zitten en de eerwaarde Khema zei toen:
       "Heer, wie een heilige is, een vernietiger van de neigingen, die de heilige levenswandel heeft voltooid en zijn werk heeft volbracht, die de last heeft afgelegd en de ketenen van het bestaan heeft losgemaakt, die door het volmaakte weten bevrijd is, bij zo iemand komt niet meer de gedachte: 'Er is iemand die beter is dan ik' of 'Er is iemand die gelijk is aan mij' of 'Er is iemand die minder is dan ik.' Zo sprak de eerwaarde Khema, en de Meester keurde het goed. Toen hij zag dat de meester het goedkeurde, stond de eerwaarde Khema op van zijn zitplaats, begroette de Verhevene eerbiedig, en met de rechter kant naar hem toegewend, vertrok hij.
   Korte tijd later sprak ook de eerwaarde Sumana als boven tot de Verhevene. Die woorden werden eveneens door de Meester goedgekeurd.
   Enige tijd nadat beide eerwaarden vertrokken waren, richtte de Boeddha zich tot de monniken met de woorden:
   "Voorwaar, monniken, op zo'n manier maken edele zonen bekend dat zij het weten van heiligheid hebben. De waarheid werd getoond zonder naar zichzelf te wijzen. Er zijn echter een paar dwazen die opscheppen en doen alsof ze heiligheid kennen. Maar dezen zullen later in de problemen komen." (A.VI.49)

   "Niet beter en niet gelijk,
   niet slechter ook zich beschouwend,
   zo gaan heiligen vrij van boeien,
   opgedroogd voor de geboorte,
   beëindigd is het volmaakte doel
   van het heilige leven." (A.VI.49)


Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
« Reactie #53 Gepost op: 09-07-2018 12:39 »
2.4.10. Chabbisodhana sutta – M.112
   
   De bewering van een monnik dat hij arahantschap heeft bereikt, moet grondig onderzocht worden volgens de regels die in deze toespraak uitgelegd worden.

   Eens vertoefde de Verhevene te Savatthi in het Jetavana-klooster. Daar sprak hij tot de monniken over iemand die beweert de volmaakte heiligheid bereikt te hebben.
   "Wanneer een bhikkhu beweert dat geboorte ten einde is gebracht, dat het heilige leven geleefd is, dan moeten die woorden van hem niet goedgekeurd noch afgekeurd worden. De volgende vraag moet gesteld worden: 'Vriend, er zijn vier manieren om zich uit te drukken. Die manieren zijn door de Verhevene, die weet en ziet, die volmaakt verlicht is, juist verkondigd, namelijk: het geziene te berichten zoals het gezien wordt; het gehoorde te berichten zoals het gehoord wordt; het gevoelde te berichten zoals het gevoeld wordt; het ondervondene te berichten zoals het ondervonden wordt.
   Op welke manier weet de eerwaarde, op welke manier ziet hij met betrekking tot deze vier manieren om zich uit te drukken, zodat zijn geest door niet hechten bevrijd is van de neigingen?'

   Bhikkhus, wanneer een bhikkhu volmaakt heilig is, met de neigingen vernietigd, wanneer hij het ware doel heeft bereikt, de boeien van het worden heeft vernietigd en door uiteindelijk inzicht volledig bevrijd is, dan is het volgende de aard van zijn antwoord:
   'Vrienden, met betrekking tot het geziene vertoef ik zonder ertoe aangetrokken te worden, zonder ervan afgestoten te worden, onafhankelijk, ongebonden, vrij, bevrijd, met een grenzenloos hart.*1] Met betrekking tot het gehoorde vertoef ik zonder ertoe aangetrokken te worden, zonder ervan afgestoten te worden, onafhankelijk, ongebonden, vrij, bevrijd, met een grenzenloos hart. Met betrekking tot het gevoelde vertoef ik zonder ertoe aangetrokken te worden, zonder ervan afgestoten te worden, onafhankelijk, ongebonden, vrij, bevrijd, met een grenzenloos hart. Met betrekking tot het ondervondene vertoef ik zonder ertoe aangetrokken te worden, zonder ervan afgestoten te worden, onafhankelijk, ongebonden, vrij, bevrijd, met een grenzenloos hart. Doordat ik met betrekking tot die vier manieren om zich uit te drukken op een dergelijke manier weet, op een dergelijke manier zie, gebeurt het dat mijn geest door niet hechten bevrijd is van de neigingen.'

   Met de uitroep 'goed' kan men vreugde over deze woorden van die bhikhu tonen. Dan kan men hem een andere vraag stellen.

   'Vriend, er zijn deze vijf groepen van bestaan waaraan vastgehecht wordt. Die vijf groepen zijn door de Verhevene juist verkondigd, namelijk de bestaansgroep van de vorm waaraan vastgehecht wordt, de bestaansgroep van het gevoel waaraan vastgehecht wordt, de bestaansgroep van de waarneming waaraan vastgehecht wordt, de bestaansgroep van de formaties waaraan vastgehecht wordt, en de bestaansgroep van het bewustzijn waaraan vastgehecht wordt.
   Op welke manier weet de eerwaarde, op welke manier ziet hij met betrekking tot die vijf bestaansgroepen waaraan vastgehecht wordt, zodat zijn geest door niet hechten bevrijd is van de neigingen?'
   Wanneer een bhikkhu iemand is met vernietigde neigingen, iemand die het heilige leven heeft geleefd, die gedaan heeft wat gedaan moest worden, die de last heeft afgelegd, die het ware doel heeft bereikt, die de boeien van het worden heeft vernietigd en die door uiteindelijk inzicht volledig bevrijd is, dan is het volgende de aard van zijn antwoord:
   'Vrienden, nadat ik vorm als krachteloos ingezien heb, als voorbijgaand en zonder troost, heb ik met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de aantrekkingskracht en het vasthechten wat betreft vorm, met het loslaten van de innerlijke standpunten, het loslaten van het vasthechten en van de neigingen wat betreft vorm, begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, nadat ik gevoel als krachteloos ingezien heb, als voorbijgaand en zonder troost, heb ik met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de aantrekkingskracht en het vasthechten wat betreft gevoel, met het loslaten van de innerlijke standpunten, het loslaten van het vasthechten en van de neigingen wat betreft gevoel, begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, nadat ik waarneming als krachteloos ingezien heb, als voorbijgaand en zonder troost, heb ik met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de aantrekkingskracht en het vasthechten wat betreft waarneming, met het loslaten van de innerlijke standpunten, het loslaten van het vasthechten en van de neigingen wat betreft waarneming, begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, nadat ik bewustzijn als krachteloos ingezien heb, als voorbijgaand en zonder troost, heb ik met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de aantrekkingskracht en het vasthechten wat betreft bewustzijn, met het loslaten van de innerlijke standpunten, het loslaten van het vasthechten en van de neigingen wat betreft bewustzijn, begrepen dat mijn geest bevrijd is.'   
   Doordat ik met betrekking tot deze vijf bestaansgroepen waaraan vastgehecht wordt, op een dergelijke manier weet, op een dergelijke manier zie, gebeurt het dat mijn geest door niet hechten bevrijd is van de neigingen.'

   Met de uitroep 'goed' kan men vreugde over deze woorden van die bhikhu tonen. Dan kan men hem een andere vraag stellen.

   'Vriend, de volgende zes elementen zijn door de Verhevene juist verkondigd, en wel: het aarde-element, het water-element, het vuur-element, het wind-element, het ruimte-element en het bewustzijn-element.
   Op welke manier weet de eerwaarde, op welke manier ziet hij wat betreft die zes elementen, zodat zijn geest door niet hechten bevrijd is van de neigingen?'


   Wanneer een bhikkhu iemand is met vernietigde neigingen, die het heilige leven heeft geleefd, die gedaan heeft wat gedaan moest worden, die de last heeft afgelegd, het ware doel heeft bereikt, die de boeien van het worden vernietigd heeft en door uiteindelijk inzicht volledig bevrijd is, dan is het volgende de aard van zijn antwoord:

   'Vrienden, ik heb het aarde-element als niet zelf behandeld, zonder zelf dat op het aarde-element berust. En met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de aantrekkingskracht en van het vasthechten welke berusten op het aarde-element, met het loslaten van de innerlijke standpunten, met het loslaten van het vasthechten en van de neigingen die berusten op het aarde-element, heb ik begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, ik heb het water-element als niet zelf behandeld, zonder zelf dat op het water-element berust. En met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de aantrekkingskracht en het vasthechten die berusten op het water-element, met het loslaten van de innerlijke standpunten, met het loslaten van het vasthechten en van de neigingen die berusten op het water-element, heb ik begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, ik heb het vuur-element als niet zelf behandeld, zonder zelf dat op het vuur-element berust. En met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de aantrekkingskracht en het vasthechten die berusten op het vuur-element, met het loslaten van de innerlijke standpunten, met het loslaten van het vasthechten en van de neigingen die berusten op het vuur-element, heb ik begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, ik heb het wind-element als niet zelf behandeld, zonder zelf dat op het wind-element berust. En met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de aantrekkingskracht en het vasthechten die berusten op het wind-element, met het loslaten van de innerlijke standpunten, met het loslaten van het vasthechten en van de neigingen die berusten op het wind-element, heb ik begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, ik heb het ruimte-element als niet zelf behandeld, zonder zelf dat op het ruimte-element berust. En met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de aantrekkingskracht en het vasthechten die berusten op het ruimte-element, met het loslaten van de innerlijke standpunten, met het loslaten van het vasthechten en van de neigingen die berusten op het ruimte-element, heb ik begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, ik heb het bewustzijn-element als niet zelf behandeld, zonder zelf dat op het bewustzijn-element berust. En met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de aantrekkingskracht en het vasthechten die berusten op het bewustzijn-element, met het loslaten van de innerlijke standpunten, met het loslaten van het vasthechten en van de neigingen die berusten op het bewustzijn-element, heb ik begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
    'Doordat ik wat betreft die zes elementen op een dergelijke manier weet, op een dergelijke manier zie, gebeurt het dat mijn geest door niet vasthechten bevrijd is van de neigingen.'

   Met de uitroep 'goed' kan men vreugde over deze woorden van die bhikkhu tonen. Dan kan men hem een andere vraag stellen.
   'Vriend, door de Verhevene zijn de volgende zes inwendige en uitwendige grondslagen van de zintuigen verkondigd, en wel: het oog en vormen, het oor en geluiden, de neus en geuren, de tong en smaken, het lichaam en aanrakingsobjecten, de geest en geestobjecten.
   Op welke manier weet de eerwaarde, op welke manier ziet hij wat betreft die zes inwendige en uitwendige grondslagen van de zintuigen, zodat zijn geest door niet vasthechten bevrijd is van de neigingen?'

   Wanneer een bhikkhu iemand is met vernietigde neigingen, die het heilige leven heeft geleefd, die gedaan heeft wat gedaan moest worden, die de last heeft afgelegd, het ware doel heeft bereikt, die de boeien van het worden vernietigd heeft en door uiteindelijk inzicht volledig bevrijd is, dan is het volgende de aard van zijn antwoord:

   'Vrienden, met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de hebberigheid, van de begeerte, van de vervoering, van het verlangen, van de aantrekkingskracht en van het vasthechten, en met het loslaten van de innerlijke standpunten, met het loslaten van het vasthechten en van de neigingen wat betreft het oog, vormen, zien-bewustzijn en dingen die door het zien-bewustzijn kunnen worden ervaren,*2] heb ik begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de hebberigheid, van de begeerte, van de vervoering, van het verlangen, van de aantrekkingskracht en van het vasthechten, en met het loslaten van de innerlijke standpunten, met het loslaten van het vasthechten en van de neigingen wat betreft het oor, geluiden, hoor-bewustzijn en dingen die door het hoor-bewustzijn kunnen worden ervaren, heb ik begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de hebberigheid, van de begeerte, van de vervoering, van het verlangen, van de aantrekkingskracht en van het vasthechten, en met het loslaten van de innerlijke standpunten, met het loslaten van het vasthechten en van de neigingen wat betreft de neus, geuren, ruik-bewustzijn en dingen die door het ruik-bewustzijn kunnen worden ervaren, heb ik begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de hebzucht, van de begeerte, van de vervoering, van het verlangen, van de aantrekkingskracht en van het vasthechten, en met het loslaten van de innerlijke standpunten, met het loslaten van het vasthechten en van de neigingen wat betreft de tong, smaken, smaakbewustzijn en dingen die door het smaakbewustzijn kunnen worden ervaren, heb ik begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de hebzucht, van de begeerte, van de vervoering, van het verlangen, van de aantrekkingskracht en van het vasthechten, en met het loslaten van de innerlijke standpunten, met het loslaten van het vasthechten en van de neigingen wat betreft het lichaam, aanrakingsobjecten, aanrakingsbewustzijn en dingen die door het aanrakingsbewustzijn kunnen worden ervaren, heb ik begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   'Vrienden, met de vernietiging, het afstand doen, het beëindigen, het opgeven en loslaten van de hebberigheid, van de begeerte, van de vervoering, van het verlangen, van de aantrekkingskracht en van het vasthechten, en met het loslaten van de innerlijke standpunten, met het loslaten van het vasthechten en van de neigingen wat betreft de geest, geestobjecten, geestbewustzijn en dingen die door het geestbewustzijn kunnen worden ervaren, heb ik begrepen dat mijn geest bevrijd is.'
   Doordat ik wat betreft die zes inwendige en uitwendige fundamenten van de zintuigen op een dergelijke manier weet, op een dergelijke manier zie, gebeurt het dat mijn geest door niet vasthechten bevrijd is van de neigingen.'   

   Met de uitroep 'goed' kan men vreugde over deze woorden van die bhikkhu tonen. Dan kan men hem een andere vraag stellen.
   'Vriend, op welke manier weet de eerwaarde, op welke manier ziet hij dat wat betreft dit lichaam met zijn bewustzijn en alle uiterlijke tekens, het ik-maken, mijn-maken en de neigingen tot (ik-)waan in hem ontworteld zijn?'

   Wanneer een bhikkhu iemand is met vernietigde neigingen, die het heilige leven heeft geleefd, die gedaan heeft wat gedaan moest worden, die de last heeft afgelegd, het ware doel heeft bereikt, die de boeien van het worden vernietigd heeft en door uiteindelijk inzicht volledig bevrijd is, dan is het volgende de aard van zijn antwoord:

   'Vrienden, vroeger toen ik het leven van gezinshoofd leidde, was ik onwetend. Toen onderwees de Tathagata of zijn discipel mij de leer (Dhamma). Toen ik de Dhamma hoorde, kreeg ik vertrouwen in de Tathagata. In het bezit van dat vertrouwen overwoog ik: 'Het leven van een gezinshoofd is eng en stoffig. Het leven in de huisloosheid is wijd en open. Als men thuis woont, is het niet gemakkelijk om het volmaakte en zuivere heilige leven te leiden. Stel dat ik hoofdhaar en baard afscheer, het gele gewaad aantrek en van het leven in huis vertrek naar een leven zonder huis.' Bij een latere gelegenheid doet ik dat, waarbij ik een klein of groot vermogen, een kleine of grote kring van verwanten opgaf.
   Nadat ik zo in de huisloosheid was vertrokken en de oefening en levenswijze van de bhikkhus op mij had genomen, onthield ik mij ervan levende wezens te doden; stok en wapens legde ik terzijde; ik leefde vol mededogen met alle levende wezens. Ik onthield mij ervan te nemen wat niet werd gegeven. Ik nam alleen wat gegeven werd, wachtte af wat gegeven werd. Zo verbleef ik in zuiverheid. Ik gaf onkuis gedrag op. Ik onthield me van de gewone praktijk van geslachtsverkeer. Ik onthield me ervan de onwaarheid te zeggen. Ik sprak de waarheid, was vertrouwenswaardig. Ik was iemand die de wereld niet bedroog. Ik onthield me ervan hatelijk te spreken. Ik verspreidde geen roddelpraatjes. Ik vertelde niet hier wat ik elders gehoord had om die mensen van elkaar te scheiden; en ik vertelde niet elders wat ik hier vernomen had om die mensen van elkaar te scheiden. Ik bevorderde eendracht en vriendschap. Ik onthield me van het gebruik van ruwe taal. Ik uitte woorden die zacht waren, aangenaam, die tot het hart gaan, die hoffelijk zijn.Ik onthield me van geklets, praatte alleen op de juiste tijd, zei wat met de feiten overeenkomt, sprak over dat wat goed is, sprak over de Dhamma en de discipline. Te juister tijd zei ik woorden die het waard zijn onthouden te worden, verstandig, gematigd en heilzaam. Ik onthield me ervan zaadgoed en planten te beschadigen. Ik oefende mij erin alleen één maaltijd per dag te eten. Ik onthield me ervan 's nachts en buiten de gepaste tijd te eten. Ik onthield me van dansen, zingen, musiceren en het bezoek aan theatervoorstellingen.
   Ik onthield mij ervan sieraden te dragen of parfum en schoonheid-crèmes te gebruiken. Ik onthield mij van hoge en brede bedden. Ik onthield mij ervan goud en zilver aan te nemen. Ik onthield mij ervan ongekookt voedsel aan te nemen. Ik onthield mij ervan ruw vlees aan te nemen. Ik nam geen vrouwen en meisjes aan. Ik nam geen slaven en slavinnen aan. Ik nam geen geiten en schapen aan, geen pluimvee en geen varkens. Ik nam geen olifanten, runderen, paarden, velden en landerijen aan. Ik onthield mij ervan als bode te fungeren en boodschappen over te brengen. Ik onthield mij van kopen en verkopen. Ik gebruikte geen valse gewichten, valse metalen en valse maten. Ik onthield mij van zwendel en bedrog. Ik onthield mij van het toebrengen van letsel, boeien, struikroverij, plunderen en geweld.
   Ik had voldoende aan de kleren die mijn lichaam beschermen, en met de aalmoezen-maaltijd om mijn maag te vullen. Waarheen ik ook ging, ik nam alleen dat mee. Juist zoals een vogel alleen met de vleugels als bagage vliegt, evenzo had ik voldoende aan de kleren die mijn lichaam beschermen en aan de aalmoezen-maaltijd om mijn maag te vullen. Voorzien van deze opeenhoping van edele deugdzaamheid ondervond ik een zaligheid die onberispelijk is.
   Wanneer ik met het oog een vorm zag, hechtte ik mij niet eraan. Omdat slechte, onheilzame toestanden van de geest – zoals begeerte en droefheid - in mij hadden kunnen binnendringen wanneer ik het zintuig van zien onbeheerst had gelaten, oefende ik mij in het beheersen ervan. Ik beschermde het zintuig van zien, ik hield me bezig met het beheersen van dat zintuig.
   Evenzo met het oor (zintuig van horen) en geluid, neus (zintuig van ruiken) en geur, tong (zintuig van proeven) en smaak, lichaam (zintuig van aanraken) en aanrakingsobject, geest (zintuig van denken e.d.) en geestelijk object.
   Kortom, wanneer ik met een zintuig een zintuiglijk object waarnam, hechtte ik me niet eraan. Omdat slechte, onheilzame toestanden van de geest – zoals begeerte en droefheid - in mij hadden kunnen binnendringen wanneer ik de zintuigen onbeheerst had gelaten, oefende ik mij in het beheersen ervan. Ik beschermde de zintuigen, ik hield me bezig met het beheersen van die zintuigen.
   Omdat ik deze edele beheersing van de zintuigen had, ondervond ik in mij een zaligheid die onbevlekt is.

   Ik werd iemand die helder bewust handelt bij het komen en bij het gaan. Ik werd iemand die helder bewust handelt bij het toekijken en wegkijken. Ik werd iemand die helder bewust handelt bij het buigen en strekken van de ledematen. Ik werd iemand die helder bewust handelt bij het dragen van het (onder)gewaad, het buitengewaad en de nap. Ik werd iemand die helder bewust handelt bij het eten, drinken, kauwen en proeven. Ik werd iemand die helder bewust handelt bij de ontlasting en bij het urineren. Ik werd iemand die helder bewust handelt bij het gaan, staan, zitten, inslapen, wakker worden, bij het spreken en bij het zwijgen.
   Omdat ik deze opeenhoping van edele deugdzaamheid, deze edele beheersing van de zintuigen en deze edele oplettendheid en dit heldere weten bezat, trok ik mij terug naar een afgescheiden verblijfplaats: in een bos, aan de voet van een boom, op een berg, in een bergkloof, in een grot, op een lijkenplaats, in een jungle, op een open veld, op een bundel stro.
   Na terugkeer van de ronde voor aalmoezen, na de maaltijd ging ik met gekruiste benen en met het lichaam rechtop neerzitten, oplettend en helder bewust. Ik overwon de hebzucht naar wereldlijke dingen en vertoefde met een hart dat vrij is van hebzucht. Ik zuiverde mijn geest van hebzucht. Ik overwon kwaadwil en haat en vertoefde met een hart dat vrij is van kwaadwil, dat mededogen ondervindt voor het welzijn van alle levende wezens. Ik zuiverde mijn geest van kwaadwil en haat. Ik overwon traagheid en starheid en vertoefde met een hart dat vrij is van traagheid en starheid, met lichte geest, oplettend en helder bewust. Ik zuiverde mijn geest van traagheid en starheid. Ik overwon rusteloosheid en gewetenswroeging en vertoefde gelijkmoedig, met een geest die innerlijke vrede heeft. Ik zuiverde mijn geest van rusteloosheid en gewetenswroeging. Ik overwon de twijfel en vertoefde vrij van twijfel, zonder onzekerheid wat betreft heilzame toestanden van de geest. Ik zuiverde mijn geest van twijfel.   
   Nadat ik deze vijf hindernissen, deze onvolkomenheden van het hart die de wijsheid zwak maken, had overwonnen, trad ik geheel afgescheiden van zintuiglijk genot, afgescheiden van onheilzame geestelijke toestanden, in de eerste meditatieve verdieping (jhana) in. Die is begeleid door begin- en aanhoudende toewending van de geest. En ik vertoefde erin met vervoering en geluk die ontstaan zijn uit afzondering.
   Met het tot bedaren brengen van de begin- en aanhoudende toewending van de geest trad ik binnen in de tweede meditatieve verdieping. Ze heeft innerlijke kalmte en eenheid van het hart zonder begin- en aanhoudende toewending van de geest. En ik vertoefde erin, met vervoering en geluk ontstaan uit concentratie.
   Met het afnemen van de vervoering, in gelijkmoedigheid vertoevend, oplettend en helder bewust, vol lichamelijk ondervonden zaligheid trad ik binnen in de derde meditatieve verdieping, waarvan de edelen zeggen: 'Zalig leeft degene die vol gelijkmoedigheid is en die oplettend is.' En ik vertoefde erin.
   Na het overwinnen van geluk en smart en het al eerdere verdwijnen van vreugde en droefenis, trad ik binnen in de vierde meditatieve verdieping, die op grond van gelijkmoedigheid niets smartelijks noch iets aangenaams heeft en die zuiverheid van de oplettendheid in zich heeft. En ik vertoefde erin.
   Toen mijn geconcentreerde geest op die manier gezuiverd was, helder, smetteloos, vrij van onvolkomenheden, gedwee, bruikbaar, vast en onwrikbaar, richtte ik mijn geest op het weten van de vernietiging van de neigingen.
   Ik begreep overeenkomstig de werkelijkheid wat lijden is, wat de oorsprong ervan is, wat het beëindigen ervan is, wat de weg is die naar het beëindigen ervan voert.
   Ik begreep overeenkomstig de werkelijkheid wat de neigingen zijn, wat de oorsprong ervan is, wat het beëindigen ervan is, en wat de weg is die naar het beëindigen ervan voert.
   Toen ik zo wist en zag, was mijn geest bevrijd van de neiging van de zinnen, van de neiging van worden en van de neiging van onwetendheid.
   Toen de geest zo bevrijd was, kwam het weten dat ze bevrijd is. Ik zag direct: 'Geboorte is ten einde gebracht, het heilige leven is geleefd, gedaan is wat gedaan moest worden, verder is er niets meer te doen.'

   Vrienden, doordat ik op een dergelijke manier weet, op een dergelijke manier zie, gebeurt het dat wat betreft dit lichaam met zijn bewustzijn en alle uiterlijke tekens het ik-maken, mijn-maken en de neiging tot (ik-)waan in mij zijn ontworteld.'

   Met de uitroep 'goed' kan men vreugde over deze woorden van die bhikhu tonen. Dan moet men hem zeggen dat het een grote winst is om een dergelijke metgezel in het heilige leven te zien."

   Zo sprak de Verhevene. De bhikkhus waren tevreden en verheugden zich over de woorden van de Verhevene. (M.112 = MN.XII.2)
_____
*1] Anders dan in M.111 betekenen deze termen hier de volledige en definitieve vernietiging van de smetten.
*1] Anders dan in M.111 betekenen deze termen hier de volledige en definitieve vernietiging van de smetten.
*2] Men kan de vraag stellen waarom "vormen" (rūpā) en "dingen die door het zien-bewustzijn kunnen worden ervaren" (cakkhuviññāna-viññātabbā dhammā) afzonderlijk worden vermeld. Het commentaar stelt twee oplossingen voor: 1. "vormen" heeft betrekking op waargenomen zien-objecten; "dingen die ..." heeft betrekking op niet-waargenomen zien-objecten. 2. "Vormen" heeft betrekking op elke materiële vorm; "dingen ..." heeft betrekking op de mentale groepen van bestaan in verband met zien-bewustzijn. De eerste suggestie gaat mank omdat aan iets dat niet in de geest doordringt, ook niets vastgehecht wordt. De tweede suggestie is onwaarschijnlijk omdat hij de symmetrie van de leerrede kapot maakt - ook geuren etc. zijn materiële vorm.
        Een andere interpretatie is denkbaar: de Boeddha kiest de formulering "aan het oog, oor, enz. waarneembaar " (viññātabbā) anders meestal in verband met de vijf strengen van zinnelijk genot. Daar gaat het om meer dan alleen het proces van zien dat de Boeddha, bijv. in verband met de controle van de zintuigen als "het oog ziet een vorm" formuleert. Men zou dus kunnen zeggen dat het opgeven van 'vorm' dezelfde betekenis heeft als niet-hechten aan het proces van zien, dat het opgeven van 'dingen' dezelfde betekenis heeft als niet-hechten aan het geziene en dat wat de geest ervan maakt.

« Laatst bewerkt op: 20-07-2018 14:49 door nico70+ »

Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
« Reactie #54 Gepost op: 10-07-2018 18:26 »
3. Soorten bevrijdingen

   De indeling van de heiligen in de vier of acht individuen gaat uit van het niveau dat de heilige bereikt heeft. De heilige wordt er ingedeeld naar aantal van afgelegde boeien, smetten, hindernissen. Er is nog een andere indeling, en wel naar soort van bevrijding. Bij de volgende zevenvoudige indeling van edelen (heiligen) staat hun geestelijke vaardigheid op de voorgrond.

   Er zijn bhikkhus die ijverig, met overleg gedaan hebben wat gedaan moet worden; en er zijn bhikkhus die nog niet gedaan hebben wat gedaan moet worden.
   De bhikkhus die in de hogere opleiding staan, wier geest het doel nog niet heeft bereikt, en die nog streven naar de hoogste zekerheid voor het geboeid zijn, zij hebben nog werk te vervullen, ijverig, met overleg. En wel om de volgende redenen. Wanneer die eerwaarden gebruik maken van passende ligplaatsen en omgang hebben met goede spirituele vrienden (kalyānamitta), en hun spirituele vermogens in evenwicht houden, dan kunnen zij door eigen ervaring met hogere geestelijke kracht intreden in het hoogste doel van het heilige leven, en daarin vertoeven.
   De bhikkhus die Arahants zijn, die de neigingen hebben vernietigd, die het heilige leven hebben geleefd, die gedaan hebben wat gedaan moest worden, die de last hebben afgelegd, die het ware doel hebben bereikt, die de boeien van het worden hebben vernietigd en door inzicht volledig zijn bevrijd, zij hebben hun werk ijverig, met overleg vervuld. Zij zijn niet meer in staat om nalatig te zijn.

   Er zijn zeven soorten van personen in de wereld, namelijk:
1. iemand die vol vertrouwen is.
2. iemand die de Dhamma toegewijd is;
3. iemand die door vertrouwen bevrijd is;
4. de lichaamsgetuige;
5. iemand die rijp is in visie, iemand die visie zal bereiken;
6. iemand die door wijsheid bevrijd is;
7. iemand die op beide soorten bevrijd is, die beiderzijds bevrijd is.
(Zie M.70)


Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
« Reactie #55 Gepost op: 11-07-2018 13:52 »
3.1 en 3.2. De vertrouwen-toegewijde en de waarheid-toegewijde - II

   De vertrouwen-toegewijde (saddhānusārī) is iemand die vertrouwen volgt, iemand die vol vertrouwen is.
   Iemand die vertrouwen volgt, is degene die niet met het lichaam contact opneemt met die bevrijdingen die vredig en vormloos zijn en vormen transcenderen, en er niet in vertoeft, en zijn neigingen zijn nog niet vernietigd doordat hij ze met wijsheid ziet; maar hij heeft voldoende vertrouwen in de Tathagata, voldoende liefde voor de Tathagata. Bovendien heeft hij de eigenschappen van vertrouwen, energie, oplettendheid, concentratie en wijsheid. - Deze persoon moet nog ijverig werk verrichten. Want hij kan, wanneer hij gebruik maakt van passende ligplaatsen en met goede vrienden omgang heeft, en zijn spirituele vermogens in evenwicht houdt, uit eigen ervaring het hoogste doel bereiken.*1] (M.70)

   De waarheid-toegewijde is iemand die de Dhamma toegewijd is, iemand die de Dhamma navolgt. Bij hem is wijsheid de voerende geestelijke vaardigheid.

   Iemand die de Dhamma volgt, is degene die niet met het lichaam contact opneemt met die bevrijdingen die vredig en vormloos zijn en vormen transcenderen, en er niet in vertoeft, en zijn neigingen zijn nog niet vernietigd doordat hij ze met wijsheid ziet; maar met wijsheid heeft hij de leringen die door de Tathagata verkondigd zijn, reflectief voldoende aangenomen. Bovendien bezit hij de eigenschappen van vertrouwen, energie, oplettendheid, concentratie en wijsheid. - Deze persoon moet nog ijverig werk verrichten. Want hij kan, wanneer hij gebruik maakt van passende ligplaatsen en met goede vrienden omgang heeft, en zijn spirituele vermogens in evenwicht houdt, uit eigen ervaring het hoogste doel bereiken. (M.70)

   Monniken, uiteindelijk inzicht wordt niet ineens verkregen. Integendeel, uiteindelijk inzicht wordt door trapsgewijze oefening, door stapsgewijze praktijk, door stapsgewijze vorderingen verkregen. En wel aldus:
   Iemand die vertrouwen heeft (in een leraar), zoekt hem op, bewijst hem eer, luistert oplettend, verneemt de Dhamma, onthoudt de Dhamma; hij onderzoekt de betekenis ervan, neemt die leringen reflectief aan; vlijt komt in hem op, hij gebruikt zijn wil; onderzoekt de Dhamma, hij spant zich in; wanneer hij zich vastbesloten inspant, verwerkelijkt hij met het lichaam*2] de uiteindelijke waarheid en ziet ze waarbij hij ze met wijsheid doordringt.
   Er is een vierdelige uitspraak, en wanneer ze gereciteerd wordt, kan een wijze ze vlug begrijpen.
   Een volgeling vol vertrouwen moet zich aldus gedragen: De Verhevene is de leraar, ik ben een leerling; de Verhevene weet, ik weet niet. De leer van de leraar is voedzaam en verfrissend. Al blijft van mij alleen nog mijn huid, pezen en beenderen over, en drogen vlees en bloed in mijn lichaam op, mijn energie zal niet minder worden zolang ik nog niet bereikt heb wat met mannelijke energie en vasthoudendheid bereikt kan worden. Door een volgeling met vertrouwen kan een van twee vruchten verwacht worden: ofwel uiteindelijk inzicht hier en nu, of, wanneer nog een rest van hechten over is, niet-wederkeer." (M.70)

   Over de vertrouwen-toegewijde en de waarheid-toegewijde sprak de Boeddha als volgt:

   "Het oog is vergankelijk, veranderlijk. Het oor, de neus, de tong, het lichaam en de geest zijn vergankelijk en veranderlijk.
   Veranderlijk en vergankelijk zijn ook de vormen, geluiden, geuren, smaken, aanrakingen en gedachten.
   Het zien-bewustzijn, het hoor-bewustzijn, het ruik-bewustzijn, het smaak-bewustzijn, het tast-bewustzijn, en het geest-bewustzijn zijn eveneens veranderlijk en vergankelijk.
   Het contact door zien, horen, ruiken, proeven, aanraken en door de geest is veranderlijk en vergankelijk.
   Het gevoel dat ontstaat door de verschillende bovengenoemde contacten is veranderlijk en vergankelijk.
   De waarneming van vormen, geluiden, geuren, smaken, aanrakingen en van de geest is veranderlijk en vergankelijk.
   De wil naar vormen, geluiden, geuren, smaken, aanrakingen en naar geestelijke objecten is veranderlijk en vergankelijk.
   Het verlangen naar vormen, geluiden, geuren, smaken, aanrakingen en naar geestelijke objecten is veranderlijk en vergankelijk.
   Het aarde-element, het vloeibare element, het hitte-element, het lucht-element, het ruimte-element, het bewustzijn-element – ze zijn veranderlijk en vergankelijk.
   De lichamelijkheid, het gevoel, de waarneming, de formaties, het bewustzijn – dat alles is veranderlijk en vergankelijk.
   Wie aldus in deze dingen vertrouwen heeft, aldus ervan overtuigd is, die wordt een vertrouwen-toegewijde (saddhānusārī) genoemd; hij heeft de juiste weg betreden, hij heeft het bereik van hogere, edele mensen betreden; hij heeft het bereik van de wereldse mensen achter zich gelaten. Hij is niet in staat om een daad te verrichten ten gevolge waarvan hij in de hel, in de dierenwereld of in de wereld van de geesten wedergeboren zou kunnen worden. Hij is niet in staat om heen te gaan voordat hij het doel van de stroomintrede heeft verwerkelijkt.*3]
   Wie deze dingen zo begrepen heeft dat ze hem in zekere mate duidelijk worden, die wordt een waarheid-toegewijde (dhammānusārī) genoemd; hij heeft de juiste weg betreden, hij heeft het bereik van hogere, edele mensen betreden; hij heeft het bereik van de wereldse mensen achter zich gelaten. Hij is niet in staat om een daad te verrichten ten gevolge waarvan hij in de hel, in de dierenwereld of in de wereld van de geesten wedergeboren zou kunnen worden. Hij is niet in staat heen te gaan voordat hij het doel van de stroomintrede verwerkelijkt heeft.
   Wie deze dingen zo begrijpt en inziet, die wordt een in de stroom getredene genoemd. Hij kan niet meer terugvallen in lagere werelden van bestaan. Hij is veilig en gaat de Verlichting tegemoet.” (S.XXV.1-10)

   Degenen die de Dhamma navolgen, of die vol vertrouwen zijn, zij allen gaan de Verlichting tegemoet. (M.22; M.34)

   Beide toegewijden zijn geschenken waard, gastvrijheid waard, gaven waard, waard eerbiedig gegroet te worden; zij zijn het beste veld voor goede werken in de wereld. (A.X.16)   
_____
*1] Degenen die de Dhamma volgen en degenen die vertrouwen volgen zullen in de stroom intreden. Bij hen staat wijsheid respectievelijk vertrouwen op de eerste plaats.
*2] Het commentaar heeft een eenvoudige uitleg: 'met het geestelijke lichaam.' Misschien is ook de omschrijving 'in dit leven' toelaatbaar.
*3] Hier wordt met doel van stroomintrede bedoeld het verwerkelijken van de vrucht of vervulling van stroomintrede.

Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
« Reactie #56 Gepost op: 12-07-2018 13:01 »
3.3. door vertrouwen bevrijd

   De door vertrouwen bevrijde (saddhavimutto) bezit, zonder de verdiepingen bereikt te hebben, een sterk vertrouwen en een zekere mate aan inzicht. (Zie A.III.21)
   Iemand die door vertrouwen bevrijd is, is degene die niet met het lichaam contact opneemt met die bevrijdingen die vredig en vormloos zijn en vormen transcenderen, en hij vertoeft er niet in; maar enige van zijn neigingen zijn vernietigd doordat hij ze met wijsheid ziet, en hij heeft zijn vertrouwen in de Tathagata gesteld welk vertrouwen in hem geworteld en verankerd is. - Deze persoon moet nog ijverig werk verrichten. Want hij kan, wanneer hij gebruik maakt van passende ligplaatsen en met goede vrienden omgang heeft, en zijn spirituele vermogens in evenwicht houdt, uit eigen ervaring het hoogste doel bereiken.


Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
« Reactie #57 Gepost op: 13-07-2018 00:07 »
3.4a. De lichaamsgetuige

   Als 'lichaamsgetuige' (kāyasakkhi) geldt degene die een of meerdere van de verdiepingen helemaal beheerst, die dus in kalmte van geest (samatha) sterk ontwikkeld is, maar niet in inzicht (vipassanā). (Zie A.III.21 en A.IX.43)

   De lichaamsgetuige bezit een hoge mate aan concentratievermogen. (Zie A.III.21) Iemand verkrijgt de eerste meditatieve verdieping. En hoever dat gebied ook reikt, zover heeft hij het lichamelijk verwerkelijkt. In bepaalde opzichten wordt die persoon als lichaamsgetuige aangeduid.
   Iemand verkrijgt de tweede meditatieve verdieping. [etc tot aan] ... het gebied van noch waarneming noch niet waarneming. En hoever dat gebied ook reikt, zover heeft hij het lichamelijk verwerkelijkt. In bepaalde opzichten wordt die persoon als lichaamsgetuige aangeduid.
   Iemand verkrijgt na volledige overwinning van het gebied van noch waarneming noch niet waarneming de uitdoving van waarneming en gevoel. En hoever dat gebied ook reikt, zover heeft hij het lichamelijk verwerkelijkt. In elk opzicht wordt die persoon als lichaamsgetuige aangeduid. (A.IX.43; zie ook A.III.21).

   De lichaamsgetuige is degene die met het lichaam contact opneemt met die bevrijdingen die vredig en vormloos zijn en vormen transcenderen, en erin vertoeft, en enkele van zijn neigingen zijn vernietigd doordat hij ze met wijsheid ziet.*1] - Deze persoon moet nog werk verrichten. Want hij kan, wanneer hij gebruik maakt van passende ligplaatsen en met goede vrienden omgang heeft, en zijn spirituele vermogens in evenwicht houdt, uit eigen ervaring het hoogste doel bereiken. (M.70)
_____
*1] 'lichaamsgetuige'
(kayasakkhi). Deze en de beide volgende behoren tot de zes hogere leerlingen (sekha).


Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
« Reactie #58 Gepost op: 13-07-2018 15:03 »
3.4b. De door weten bevrijde

   De lichaamsgetuige wordt in de volgende leerrede genoemd iemand die door weten bevrijd is.

   "Broeder, men spreekt van 'door weten bevrijde'. In hoeverre echter wordt iemand door de Verhevene als 'door weten bevrijde' aangeduid?"
   "Broeder, daar verkrijgt een monnik de eerste verdieping, en in wijsheid doordringt hij die. In zoverre heeft de Verhevene iemand als 'door weten bevrijde' aangeduid, in bepaald opzicht.
   Broeder, verder verkrijgt de monnik de tweede verdieping ...[en verder tot en met] ... het gebied van noch waarneming noch niet waarneming; en in wijsheid doordringt hij dat. Ook in zoverre heeft de Verhevene iemand als 'door weten bevrijd' aangeduid, in bepaald opzicht.
   Broeder, verder verkrijgt de monnik na volledige overwinning van het gebied van noch waarneming noch niet waarneming de uitdoving van waarneming en gevoel. En wijs inziende komen de neigingen in hem tot uitdroging. In zoverre heeft de Verhevene iemand als 'door weten bevrijd' aangeduid, in elk opzicht." (A.IX.44)

   Ook de 'door weten bevrijde' (paññā-vimutta) kan – hoewel niet noodzakelijk – de verdiepingen gedeeltelijk of helemaal bereiken, maar hij beheerst ze geenszins op dat niveau zoals de lichaamsgetuige. Zijn voorkeur bestaat in inzicht.

« Laatst bewerkt op: 13-07-2018 15:06 door nico70+ »

Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
« Reactie #59 Gepost op: 14-07-2018 13:04 »
3.4.1. De uitweg uit de benauwdheid

   Te Kosambi in het Ghosita-klooster. De eerwaarde Udāyī*1] sprak er tot de eerwaarde Ananda:
   "Broeder, door Pañcālacanda, de godenzoon, werd het volgende gezegd:

   'De Machtige in weten heeft de uitweg
   uit de benauwdheid ingezien,
   de Boeddha, die de verdieping vond,
   de bevrijde, wijze held.'*2]

   Wat heeft hierbij de Verhevene als benauwdheid aangeduid en wat als de uitweg uit de benauwdheid?"

   "Broeder, de vijf zinnendingen heeft de Verhevene als benauwdheid aangeduid. Het zijn: de vormen, de geluiden, de geuren, de smaken, de lichamelijke indrukken – de begeerde, lieflijke, aangename, dierbare, zinnelijke, prikkelende. Broeder, deze vijf zinnendingen werden door de Verhevene als benauwdheid aangeduid.
   Broeder, daar verkrijgt de monnik, afgescheiden van de zinnendingen, afgescheiden van onheilzame geestelijke toestanden, de eerste verdieping. In zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, in een bepaald opzicht.*3] Maar ook hier is er benauwdheid, en wel: dat denken en overwegen nog niet zijn verdwenen, dat is daarbij de benauwdheid.
   Verder verkrijgt de monnik na uitdoving van denken en overwegen de tweede verdieping. Ook in zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, in een bepaald opzicht. Maar ook hier is er benauwdheid, en wel: dat de vervoering nog niet is verdwenen, dat is daarbij de benauwdheid.
   Verder verkrijgt de monnik na bevrijding van de vervoering de derde verdieping. Ook in zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, in een bepaald opzicht. Maar ook hier is er benauwdheid, en wel: dat daar het geluk van gelijkmoedigheid nog niet is verdwenen, dat is daarbij de benauwdheid.
   Verder verkrijgt de monnik na volledige overwinning van vreugde en leed de vierde verdieping. Ook in zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, in een bepaald opzicht.
   Hij verkrijgt na volledige overwinning van de lichamelijkheidswaarnemingen het gebied van de 'ruimte is oneindig'. Ook in zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, in een bepaald opzicht.
   Hij verkrijgt na volledige overwinning van het gebied 'ruimte is oneindig' het gebied van 'bewustzijn is oneindig'. Ook in zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, in een bepaald opzicht.   
   Hij verkrijgt na volledige overwinning van het gebied van 'bewustzijn is oneindig' het gebied van 'niets is er'. Ook in zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, in een bepaald opzicht.
   Hij verkrijgt na volledige overwinning van het gebied van 'niet is er' het gebied van 'noch waarneming noch niet waarneming'. Ook in zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, in een bepaald opzicht. Maar ook hier is er benauwdheid, en wel: dat daar de waarnemingen die verbonden zijn met het gebied van noch waarneming noch niet waarneming nog niet zijn verdwenen, dat is daarbij de benauwdheid.
   Verder verkrijgt de monnik na volledige overwinning van het gebied van noch waarneming noch niet waarneming de uitdoving van waarneming en gevoel. En wijze inziende komen in hem de neigingen tot opdroging. In zoverre heeft de Verhevene een uitweg uit de benauwdheid onderwezen, en wel in elk opzicht (nippariyāyena)." (A.IX.42)
_____
*1] hier is Kāludāyī bedoeld.
*2] Vergelijk S.I.7. Daar wijst de Boeddha op juiste oplettendheid, die zowel tot volmaakte concentratie als ook tot het hoogste doel, Nibbana, kan voeren.
*3] 'In bepaald opzicht'
(pariyāyena); vergelijk 'in zoverre' (tad-angena) in A.IX.33. Deze beperking wordt in beide teksten gemaakt omdat de verdiepingen slechts een tijdelijke bevrijding van de zinnendingen geven maar geen definitieve en restloze opdroging van alle neigingen. Die kan alleen door het doordringende inzicht (vipassanā) wat betreft de vergankelijkheid, het onvoldane en de onpersoonlijkheid van alle vormen van bestaan verwerkelijkt worden.


Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
« Reactie #60 Gepost op: 15-07-2018 10:08 »
3.5. door inzicht gerijpt; rijp in visie

   De door inzicht gerijpte (ditthippatto) heeft de weg van inzicht (vipassana) gevolgd, zonder de verdiepingen bereikt te hebben. Hij bezit een hoge mate aan wijsheidsvermogen. (Zie A.III.21)

   Iemand die rijp is in visie is degene die niet met het lichaam contact opneemt met die bevrijdingen die vredig en vormloos zijn [de vormloze verdiepingen] en die vorm transcenderen, en er niet in vertoeft, maar enige neigingen zijn vernietigd doordat hij ze met wijsheid ziet; en de leringen die door de Tathagata verkondigd zijn, worden door hem met wijsheid volledig ingezien en doordrongen. - Deze persoon moet nog ijverig werk verrichten. Want hij kan, wanneer hij gebruik maakt van passende ligplaatsen en met goede vrienden omgang heeft, en zijn spirituele vermogens in evenwicht houdt, uit eigen ervaring het hoogste doel bereiken.
                                                        -=-

   Degene die bevrijd is door vertrouwen bezit een hoge mate aan vermogen van vertrouwen.*1] Degene die een lichaamsgetuige is bezit een hoge mate aan concentratievermogen. En degene die door inzicht gerijpt is, bezit een hoge mate aan wijsheidsvermogen. (A.III.21)

   De lichaamsgetuige heeft de acht meditatieve verdiepingen of een ervan bereikt (vgl. A.IX.43). De door inzicht gerijpte (ditthippatto) heeft de weg van inzicht (vipassana) gevolgd, zonder de verdiepingen bereikt te hebben. De door vertrouwen bevrijde (saddhavimutto) bezit, zonder de verdiepingen bereikt te hebben, een sterk vertrouwen en een zekere mate aan inzicht. (Zie M.70; voetnoot bij A.III.21)

   “Degene die bevrijd is door vertrouwen of degene die een lichaamsgetuige is of degene die door inzicht gerijpt is, - men kan niet zonder meer zeggen dat iemand van deze drie mensen hoger en verhevener is. Want degene die door vertrouwen bevrijd is, kan zich op het pad naar volmaakte heiligheid bevinden; degene die een lichaamsgetuige is, kan een eenmaal wederkerende of niet meer wederkerende zijn; of degene die een door inzicht gerijpte is, kan een eenmaal wederkerende of niet meer wederkerende zijn. Of het kan zijn dat degene die een lichaamsgetuige is, zich op het pad naar volmaakte heiligheid bevindt; dat de door vertrouwen bevrijde een eenmaal wederkerende of niet meer wederkerende is; dat de door inzicht gerijpte een eenmaal wederkerende of niet meer wederkerende is.
   Of het kan zijn dat de door inzicht gerijpte zich op het pad naar volmaakte heiligheid bevindt; dat de door vertrouwen bevrijde een eenmaal wederkerende of niet meer wederkerende is; dat de lichaamsgetuige een eenmaal wederkerende of een niet meer wederkerende is. (A.III.21)

   [Kortom, men kan niet zonder meer zeggen wie van hen de hogere en verhevenere is. De een kan zich op het pad naar volmaakte heiligheid bevinden, de ander kan een eenmaal wederkerende zijn en de derde kan een niet meer wederkerende zijn.
   Het hangt af van het niveau van heiligheid dat zij bereikt hebben.]
_____
*1] De vermogens van vertrouwen, concentratie en wijsheid (saddh'indriyam, samadh'-indriya, paññ'indriya) zijn drie van de vijf vermogens of geestelijke vaardigheden (indriya); de beide andere zijn energie en oplettendheid. (vgl. A.VI.55).

« Laatst bewerkt op: 15-07-2018 15:35 door nico70+ »

Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
« Reactie #61 Gepost op: 16-07-2018 13:37 »
3.6a. Bevrijding van het hart
   
   Van sommigen zegt men dat zij de bevrijding van het hart (van het gemoed) bereiken en van anderen dat zij de bevrijding door wijsheid bereiken. Het verschil ligt in de vaardigheden. (M.64)
   De bevrijding is in beide gevallen dezelfde. De manier waarop ze verkregen wordt, verschilt onderling, al naar gelang concentratie of wijsheid de overheersende vaardigheid is. In beide gevallen zijn zowel concentratie als wijsheid hoog ontwikkeld aanwezig.

   Voor het bereiken van de noch pijnlijke noch aangename bevrijding van het gemoed zijn er vier voorwaarden, namelijk: met het overwinnen van geluk en leed en met het reeds vroegere verdwijnen van vreugde en droefenis, treedt iemand binnen in de vierde jhana. Op grond van gelijkmoedigheid omvat die noch iets pijnlijks noch iets aangenaams, ze omvat zuiverheid van de oplettendheid. En hij vertoeft erin.

   Voor het bereiken van de bevrijding van het gemoed zonder kenmerken zijn er twee voorwaarden, namelijk het niet achtslaan op alle kenmerken en het acht slaan op het kenmerkvrije element. (M.43)

   Voor het voortduren van de kenmerkvrije bevrijding van het gemoed zijn er drie voorwaarden, namelijk het niet acht slaan op alle eigenschappen, het acht slaan op het kenmerkvrije element en de eerdere vastlegging (van de duur ervan). (M.43)

   Voor het uittreden uit de kenmerkvrije bevrijding van het gemoed zijn er twee voorwaarden, namelijk het acht slaan op alle kenmerken en het niet acht slaan op het kenmerkvrije element. (M.43)
   
   De onmeetbare bevrijding van het gemoed, de bevrijding van het gemoed door nietsheid, de bevrijding van het gemoed door leegheid en de kenmerkloze bevrijding van het gemoed,*1] – enerzijds zijn dat verschillende toestanden met verschillende kenmerken, anderzijds zijn ze één, alleen met verschillende kenmerken.
   En op welke manier zijn het verschillende toestanden met verschillende kenmerken? - Iemand doordringt een hemelrichting met een hart dat vervuld is van metta, en evenzo de tweede, derde en vierde hemelrichting, en ook opwaarts en neerwaarts, in alle richtingen. En hij vertoeft erin, tot allen evenveel metta als tot zichzelf. De hele wereld doordringt hij met een gemoed dat vol metta is, onuitputtelijk, verheven, onmetelijk, zonder vijandschap en zonder kwaadwil.
   Hij doordringt alle hemelrichtingen met een hart dat gevuld is van meegevoel, en ook naar boven en naar beneden, in alle richtingen. Hij heeft evenveel meegevoel tot anderen als tot zichzelf. Hij doordringt de hele wereld met een hart dat vervuld is van meegevoel, onuitputtelijk, verheven, onmetelijk, zonder vijandschap en zonder kwaadwil.
   Hij doordringt de ene hemelrichting met een hart dat vervuld is van medevreugde, en evenzo de tweede, derde en vierde hemelrichting. En ook naar boven en naar beneden, in alle richtingen, tot allen evenveel als tot zichzelf. Hij doordringt de hele wereld met een hart dat vervuld is van medevreugde, onuitputtelijk, verheven, onmetelijk, zonder vijandschap en zonder kwaadwil.
   Hij doordringt de ene hemelrichting met een hart dat vervuld is van gelijkmoedigheid, en evenzo de tweede, derde en vierde hemelrichting. En ook naar boven en naar beneden, in alle richtingen, tot allen evenveel als tot zichzelf. Hij doordringt de hele wereld met een hart dat vervuld is van gelijkmoedigheid, onuitputtelijk, verheven, onmetelijk, zonder vijandschap en zonder kwaadwil.
   Dit wordt de onmetelijke bevrijding van het hart genoemd. (M.43)

   De bevrijding van het hart door nietsheid is als volgt. Met het volledig overwinnen van het gebied van bewustzijnsoneindigheid, waarbij iemand zich voor de geest haalt 'daar is niets', treedt hij binnen in het gebied van de nietsheid en hij vertoeft erin.
   De bevrijding van het gemoed door leegheid is als volgt. Iemand overweegt: 'dit is leeg van een zelf of van iets dat tot een zelf behoort.'
   De kenmerkloze bevrijding van het hart is als volgt. Onder niet acht slaan op alle kenmerken treedt een bhikkhu binnen in de kenmerkloze concentratie van het hart en hij vertoeft erin.
   Op die manier zijn dat verschillende toestanden met verschillende kenmerken. (M.43)

   En op welke manier zijn deze toestanden één, alleen met verschillende kenmerken? - Begeerte legt maatstaven op, haat legt maatstaven op, onwetendheid legt maatstaven op. In iemand wiens neigingen vernietigd zijn, zijn deze maatstaven opgeheven, aan de wortel afgesneden, zodat ze niet meer kunnen ontstaan.
   Van alle soorten van de onmetelijke bevrijding van het hart wordt de onwrikbare bevrijding van het hart op de voorgrond geplaatst. Die onwrikbare bevrijding van het hart is leeg van begeerte, leeg van haat en leeg van onwetendheid.
   In iemand wiens neigingen vernietigd zijn, zijn begeerte, haat en onwetendheid opgeheven, verwijderd, zodat ze niet meer kunnen ontstaan. Van alle soorten van de bevrijding van het hart door nietsheid wordt de onwrikbare bevrijding van het hart op de voorgrond geplaatst. Die onwrikbare bevrijding van het hart is leeg van begeerte, leeg van haat, leeg van onwetendheid.
   Begeerte schept kenmerken, haat schept kenmerken, onwetendheid schept kenmerken.*2] In iemand wiens neigingen vernietigd zijn, zijn begeerte, haat en onwetendheid opgeheven, verwijderd, zodat ze niet meer kunnen ontstaan.
   Van alle soorten van de kenmerkvrije bevrijding van het gemoed wordt de onwrikbare bevrijding van het gemoed op de voorgrond geplaatst. Die onwrikbare bevrijding van het gemoed evenwel is leeg van begeerte, leeg van haat en leeg van onwetendheid.
   Op die manier zijn die toestanden één, alleen met verschillende kenmerken. (M.43)
_____
*1] De bevrijding van het gemoed is een toestand zonder lijden. Deze toestand kan tijdelijk door ontwikkeling van de geest / concentratie bereikt worden. Hij kan permanent bereikt worden door de vernietiging van de neigingen. De noch pijnlijke noch aangename bevrijding van het hart is de vierde jhana; de onmetelijke bevrijding van het hart is de praktijk van de Brahmaviharas, de goddelijke verblijven; de bevrijding van het hart door nietsheid is de derde vormloze meditatieve verdieping. De bevrijdingen van het hart worden 'onwrikbaar' genoemd wanneer ze verbonden zijn met de vernietiging van de neigingen.
*2] En wel juist die kenmerken of kentekenen
(nimitta), waarvan men zich bij de oefening van de beheersing van de zintuigen probeert te bevrijden.


Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
« Reactie #62 Gepost op: 17-07-2018 16:20 »
3.6b. bevrijding door wijsheid

   Iemand die door wijsheid bevrijd is, is degene die niet met het lichaam contact opneemt met die bevrijdingen die vredig en vormloos zijn en die vormen transcenderen, en hij vertoeft er niet in. Maar zijn neigingen zijn vernietigd doordat hij ze met wijsheid ziet. - Hij heeft zijn taak volbracht.*1] (M.70)

   Iemand is niet wijs als hij niet begrijpt wat dukkha is, wat de oorsprong ervan is, wat het beëindigen ervan is en wat de weg is die voert naar het beëindigen van dukkha.
   Iemand die wijs is begrijpt wat dukkha is, wat de oorsprong ervan is, wat het beëindigen ervan is en wat de weg is die voert naar het beëindigen van dukkha.
   Het bewustzijn ervaart; het ervaart 'aangenaam', het ervaart 'pijnlijk', het ervaart 'noch pijnlijk noch aangenaam'.
   Wijsheid en bewustzijn, deze twee toestanden van de geest zijn met elkaar verbonden, ze zijn niet gescheiden, en het is onmogelijk ze van elkaar te scheiden om het verschil ertussen te kunnen beschrijven. Want wat men begrijpt dat ervaart men, en wat men ervaart, dat begrijpt men.
   Het verschil tussen wijsheid en bewustzijn is dat wijsheid ontplooid moet worden en dat bewustzijn volledig doorschouwd moet worden. (M.43)

     Met gezuiverd geest-bewustzijn dat vrij is van de vijf zintuiglijke vermogens, kan het gebied van de ruimte-oneindigheid ontsloten worden: ruimte is oneindig. Het gebied van bewustzijnsoneindigheid kan zo ontsloten worden: bewustzijn is oneindig. Het gebied van nietsheid kan zo ontsloten worden: niets is er.
   Een ontsluitbare toestand begrijpt men met het oog der wijsheid.
   Het doel van wijsheid is direct inzicht met hogere kracht van geest; het doel is volledig doorzien;*2] het doel ervan is het overwinnen.

   Er zijn twee voorwaarden voor het ontstaan van juist inzicht, namelijk de uiting van iemand anders en juist overwegen.   
   Juiste visie wordt ondersteund door vijf factoren, wanneer ze de bevrijding van het gemoed als vrucht heeft, wanneer ze de bevrijding door wijsheid*3] als vrucht en nut heeft. Juiste visie wordt ondersteund door deugdzaamheid, leren, uitleg, rust en inzicht.
   Juiste visie die door deze vijf factoren ondersteund wordt, heeft de bevrijding van het gemoed als vrucht en nut, heeft de bevrijding door wijsheid als vrucht en nut.
   Er zijn drie soorten van worden, namelijk worden van de sferen der zinnen, worden van de (fijnstoffelijke) vorm en vormloos worden.
   Het vernieuwen van het worden in de toekomst komt tot stand doordat de wezens die door onwetendheid geremd en door begeerte geboeid zijn, zich vermaken aan het een en ander.
   Met het verdwijnen van de onwetendheid, met het verschijnen van waar weten, en met het ophouden van de begeerte komt de vernieuwing van het worden in de toekomst niet tot stand. (M.43)
_____
*1] Iemand die op beide soorten bevrijd is, is een Arahant, die bevrijding op basis van een vormloze meditatieve verdieping heeft verkregen, resp. een Arahant die de vormloze verdiepingen kan uitoefenen. Iemand die bevrijd is door wijsheid, is een Arahant in het algemeen.
2*] Het verschil tussen onmiddellijk inzicht met hogere geestelijke kracht en volledig inzicht bestaat hierin: Onmiddellijk inzicht hebben alle edelen vanaf stroomintrede gemeenschappelijk. Volledig inzicht is het geheel en al doordringen van de vier edele waarheden hetwelk naar de vernietiging van de neigingen, naar arahantschap voert.
*3] De bevrijding van het gemoed en de bevrijding door wijsheid zijn twee aspecten van arahantschap.


Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
« Reactie #63 Gepost op: 18-07-2018 11:15 »
3.7. Beiderzijds bevrijd   

   Iemand die op beide soorten bevrijd is (die tweevoudig bevrijd is), is degene die met het lichaam contact opneemt met die bevrijdingen die vredig en vormloos zijn en vormen transcenderen, en die daarin vertoeft; zijn neigingen zijn vernietigd doordat hij ze met wijsheid ziet. - Hij heeft de taak volbracht. (M.70)

   "Broeder, men spreekt van 'beiderzijds bevrijde'. In hoeverre echter wordt iemand door de Verhevene als een beiderzijds bevrijde aangeduid?"
   "Broeder, daar verkrijgt de monnik de eerste verdieping ...[en verder tot en met] ... het gebied van noch waarneming noch niet waarneming. En hoever dat gebied ook reikt, zover heeft hij het in eigen persoon verwerkelijkt; en in wijsheid doordringt hij het. In zoverre heeft de Verhevene iemand als een beiderzijds bevrijde aangeduid, in bepaald opzicht.
   Broeder, verder verkrijgt de monnik na volledige overwinning van het gebied van noch waarneming noch niet waarneming de uitdoving van waarneming en gevoel. En hoever dat gebied ook reikt, zover heeft hij het in eigen persoon verwerkelijkt; en in wijsheid doordringt hij het. In zoverre heeft de Verhevene iemand als beiderzijds bevrijde aangeduid, en wel in elk opzicht. (A.IX.45)

    In de 'beiderzijds bevrijde' (ubbhatobhāga-vimutta) zijn zowel de voortreffelijke eigenschappen van de lichaamsgetuige als ook die van de 'door wijsheid bevrijde' volmaakt vertegenwoordigd.


Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
« Reactie #64 Gepost op: 19-07-2018 12:15 »
4. Nibbāna

   Nibbâna schept niet noch is het geschapen, omdat het de beëindiging is van al het scheppen. Het bereiken van Nibbâna veronderstelt de volledige eliminatie van de verontreinigingen die de oorzaak zijn van alle onbevredigende geestelijke staten. Nibbâna ligt buiten de beperkingen van ruimte en tijd. Alle veroorzaakte verschijnselen houden er op te bestaan. Het is een toestand van vrijheid van alle boeien.*1]
   
   “We hoeven geen angst te hebben dat ons leven na het overwinnen van de geestelijke onzuiverheden dan droog en kleurloos wordt. De volledige vrijheid van begeerte maakt het denken en handelen niet onmogelijk. Integendeel, men staat dan als overwinnaar boven de dingen. Niets en niemand kan ons dan nog storen. Dat is echt geluk.”*3]
   “In de mens is een diep liggend deel dat niet naar begeerte zoekt. Het is het vrije reine element van de geest dat de vreugde van de ‘spirituele voeding’ zoekt. Dat deel wordt de bron van de tevredenheid van de Verlichte mens wiens geest door geen verontreiniging gestoord kan worden.”*4]

   “We moeten nergens aan hechten, niet aan het slechte noch aan het goede. In het begin moeten we het slechte vermijden en verwijderen. In het midden moeten we het goede aanleren en behouden. Tot slot moet noch het een noch het andere vastgehouden worden. Zo verkrijgt men ware vrijheid.”*5]
   Wie volkomen vrij is van begeren, wie niet meer door iets aangetrokken wordt noch ergens een afkeer van heeft, die heeft nibbana bereikt. Diens geest heeft blijvende vrijheid en onafhankelijkheid verkregen.
Iemand die de ware natuur der dingen ziet, die het hechten aan en het vasthouden van de dingen heeft opgegeven, die is een ware Boeddhist. Het waarnemen dat er geen zelf is, dat niets blijvend is en dat alles onvolkomen is, onbevredigend, dat is de ware weg om een goede Boeddhist te worden.*6]
   Door de kracht van helder inzicht bereikt de geest het niveau dat boven de wereld verheven is. Wij kunnen ons van dat niveau geen voorstelling maken. Nibbana is een toestand die met geen enkele andere vergeleken kan worden. Net zo min als een kikker die steeds in en rond dezelfde poel leeft, iets weet van de heuvels en bergtoppen en het mooie uitzicht, net zo min heeft de normale mens weet van het verheven niveau van de vrijheid van de geest.*7]
_____
*1] Ling, Trevor: A Dictionary of Buddhism. Indian and South-East Asian. Calcutta/New Delhi 1981, zie: nibbana; en: Buddhadasa Bhikkhu. Handbuch für die Menschheit, zum Verständnis des Buddhismus, s.a., p. 90.
*3] Buddhadasa Bhikkhu. Handbuch für die Menschheit, p. 9.
*4] idem, p. 9.
*5] idem, p. 16-18.
*6] idem, p. 29-30.
*7] idem, p. 77-91.


Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
« Reactie #65 Gepost op: 20-07-2018 15:03 »
5. De wortel van alle dingen M.1. (MN.1.1).
   
   Eens vertoefde de Verhevene te Ukkhattha in het Subhaga bosje, aan de voet van een koninklijke salaboom. Daar sprak hij tot de bhikkhus als volgt.
   "Bhikkhus,ik zal tot jullie spreken over de wortels van alle dingen. Luistert goed en opmerkzaam.” – “Jawel, heer.” *1]

(De wereldling)

   "Bhikkhus, een niet onderwezen wereldling,*2] die geen acht slaat op de edelen of op oprechte mensen, en de leer van hen niet navolgt, die er niet in geschoold is, hij neemt het aarde-element als aarde-element waar.*3] Hij maakt zich er een voorstelling van, is van mening dat het hem toebehoort, en schept er behagen in. De reden is dat hij het niet volledig heeft doorzien.
   Evenzo met het water-element, het vuur-element, het wind-element, wezens,*4] hemelse wezens,*5] Pajapati,*6] Brahma,*7] hemelse wezens van overstromende glans,*8] hemelse wezens van de stralende heerlijkheid,*9] hemelse wezens van het grote gevolg,*10] de overwinnaar, het gebied van oneindigheid van ruimte, het gebied van oneindigheid van bewustzijn, het gebied van nietsheid, en het gebied van noch waarneming noch niet waarneming.
   Hij neemt het geziene als het geziene waar, hij maakt zich er een voorstelling van, is van mening dat het hem toebehoort en schept er behagen in. De reden is dat hij het niet volledig heeft doorschouwd.
   Evenzo is het met het gehoorde, het ondervondene,*11] het vernomene, eenheid, veelvuldigheid, alles, Nibbana.”*12]

(Iemand in hogere scholing)

   "Bhikkhus, iemand in hogere scholing,*13] wiens geest het doel nog niet heeft bereikt en die nog streeft naar de hoogste zekerheid tegen het geboeid zijn, hij onderkent het aarde-element direct als aarde-element.*14] Als hij dat onderkent heeft, moet hij zich er geen voorstelling van maken.*15] Hij moet niet menen: 'Het is van mij.' Hij moet er geen behagen in scheppen. En waarom? Opdat hij het volledig moge doorschouwen.
   Evenzo met het water-element, het vuur-element, het wind-element, wezens, hemelse wezens, Pajapati, Brahma, hemelse wezens van overstromende glans, hemelse wezens van stralende heerlijkheid, hemelse wezens van het grote gevolg, de overwinnaar, het gebied van oneindigheid van ruimte, het gebied van oneindigheid van bewustzijn, het gebied van nietsheid, het gebied van noch waarneming noch niet waarneming.
   Hij neemt het geziene als het geziene waar, hij maakt zich er een voorstelling van, is van mening dat het hem toebehoort en schept er behagen in. De reden is dat hij het niet volledig heeft doorschouwd.
   Evenzo is het met het gehoorde, het ondervondene, het vernomene, eenheid, veelvuldigheid, alles, Nibbana.”

(De arahant – I)

   "Bhikkhus, iemand die een arahant is, met vernietigde neigingen, die het heilige leven heeft geleefd, die gedaan heeft wat gedaan moet worden, die de last heeft afgelegd, die het ware doel heeft bereikt, die de boeien van het bestaan heeft verwoest, en die door uiteindelijk inzicht volledig bevrijd is, hij onderkent het aarde-element direct als aarde-element. Hij maakt er zich geen voorstelling van,*16] hij is niet van mening 'het aarde-element is van mij,' hij schept er geen behagen in.
   En waarom? Omdat hij het volledig heeft doorschouwd.*17]
   Evenzo met het water-element, het vuur-element, het wind-element, wezens, hemelse wezens, Pajapati, Brahma, hemelse wezens van overstromende glans, hemelse wezens van de stralende heerlijkheid, hemelse wezens van het grote gevolg, de overwinnaar, het gebied van de oneindigheid van ruimte, het gebied van de oneindigheid van bewustzijn, het gebied van nietsheid, het gebied van noch waarneming noch niet waarneming, het geziene, het gehoorde, het ondervondene, het vernomene, eenheid, veelvuldigheid, alles, Nibbana.”

(De arahant -II)

   “Bhikkhus, een arahant maakt zich geen voorstelling van het aarde-element. Hij is niet van mening 'het aarde-element is van mij.' Hij schept er geen behagen in. En waarom? Omdat hij vrij is van begeerte, omdat begeerte vernietigd is.*18]
   Evenzo met het water-element, het vuur-element, het wind-element, wezens, hemelse wezens, Pajapati, Brahma, hemelse wezens van overstromende glans, hemelse wezens van de stralende heerlijkheid, hemelse wezens van het grote gevolg, de overwinnaar, het gebied van de oneindigheid van ruimte, het gebied van de oneindigheid van bewustzijn, het gebied van nietsheid, het gebied van noch waarneming noch niet waarneming, het geziene, het gehoorde, het ondervondene, het vernomene, eenheid, veelvuldigheid, alles, Nibbana.”

(De arahant – III en IV)

   “Bhikkhus, een arahant maakt zich geen voorstelling van het aarde-element. Hij is niet van mening 'het aarde-element is van mij.' Hij schept er geen behagen in. En waarom? Omdat hij vrij is van afkeer, omdat afkeer vernietigd is. En ook omdat hij vrij is van onwetendheid, omdat onwetendheid vernietigd is.”
   Evenzo met het water-element, het vuur-element, het wind-element, wezens, hemelse wezens, Pajapati, Brahma, hemelse wezens van overstromende glans, hemelse wezens van de stralende heerlijkheid, hemelse wezens van het grote gevolg, de overwinnaar, het gebied van de oneindigheid van ruimte, het gebied van de oneindigheid van bewustzijn, het gebied van nietsheid, het gebied van noch waarneming noch niet waarneming, het geziene, het gehoorde, het ondervondene, het vernomene, eenheid, veelvuldigheid, alles, Nibbana.”

(De Tathagata -I)

   "Bhikkhus, de Tathagata,*19] de Verlichte, de Volmaakt Ontwaakte, onderkent het aarde-element direct als aarde-element. Hij maakt zich er geen voorstelling van, is niet van mening 'het aarde-element is van mij.' Hij schept er geen behagen in. En waarom? Omdat de Tathagata het volledig tot aan het einde heeft doorschouwd.*20]
   Hij onderkent het water-element, het vuur-element, het wind-element, wezens, hemelse wezens, Pajapati, Brahma, hemelse wezens van overstromende glans, hemelse wezens van de stralende heerlijkheid, hemelse wezens van het grote gevolg, de overwinnaar, het gebied van de oneindigheid van ruimte, het gebied van de oneindigheid van bewustzijn, het gebied van nietsheid, het gebied van noch waarneming noch niet waarneming, het geziene, het gehoorde, het ondervondene, het vernomene, eenheid, veelvuldigheid, alles, Nibbana.”

(De Tathagata -II)

   "Bhikkhus, de Tathagata, de Verlichte, de Volmaakt Ontwaakte, onderkent het aarde-element direct als aarde-element. Hij maakt zich er geen voorstelling van, is niet van mening 'het aarde-element is van mij.' Hij schept er geen behagen in. En waarom? Omdat de Tathagata begrepen heeft dat behagen scheppen de wortel van dukkha is en dat er met worden (als voorwaarde) geboorte, en voor alles wat geworden is, ouderdom en dood zal zijn.*21] Daarom is de Tathagata door de volledige vernietiging en door het opgeven, het beëindigen en loslaten van begeerte tot de hoogste Verlichting ontwaakt.
   Evenzo met het water-element, het vuur-element, het wind-element, wezens, hemelse wezens, Pajapati, Brahma, hemelse wezens van overstromende glans, hemelse wezens van de stralende heerlijkheid, hemelse wezens van het grote gevolg, de overwinnaar, het gebied van de oneindigheid van ruimte, het gebied van de oneindigheid van bewustzijn, het gebied van nietsheid, het gebied van noch waarneming noch niet waarneming, het geziene, het gehoorde, het ondervondene, het vernomene, eenheid, veelvuldigheid, alles, Nibbana.
   Bhikkhus, de Tathagata, de Verlichte, de Volmaakt Ontwaakte, maakt zich er geen voorstelling van, is niet van mening 'dat alles is van mij.' Hij schept er geen behagen in. En waarom? Omdat de Tathagata begrepen heeft dat behagen scheppen de wortel van dukkha is en dat er met worden (als voorwaarde) geboorte, en voor alles wat geworden is, ouderdom en dood zal zijn. Daarom is de Tathagata door de volledige vernietiging en door het opgeven, het beëindigen en loslaten van begeerte tot de hoogste Verlichting ontwaakt.”

   Zo sprak de Verhevene. Maar die Bhikkhus waren niet blij met de woorden van de Verhevene.*22]

   Het sutta stelt dat alle termen slechts conventionele symbolen zijn. Zij onthullen de werkelijkheid niet. Er is geen verschil tussen de gewone mens van de wereld, de gedisciplineerde mens die nog moet leren, de in de stroom getredene en de arahant wat betreft het gebruik van woorden in de dagelijkse betekenis ervan. Het verschil ligt in het feit dat de mens van de wereld ze als werkelijkheid beschouwt, terwijl de arahant de ware natuur ervan heeft verwerkelijkt als leeg, verstoken van een eigenheid. En daarom is de eerste eraan gehecht, en de laatste niet. Ook de heiligen van de verschillende niveaus zijn in staat er niet aan gehecht te zijn in overeenstemming met de graad van hun geestelijke ontwikkeling.*23]
_____
*1] Volgens het commentaar is deze leerrede gericht tot een grote groep van voormalige Brahmanen, die erg gehecht waren aan hun uitsluitend theoretisch begrip van de leer.
*2] Een wereldling is iemand die nog geen niveau van heiligheid bereikt heeft. Hij bevindt zich nog volledig in de sfeer van verkeerde opvattingen.
*3] Het werkwoord
sañjanati heeft niet betrekking op het "directe inzien overeenkomstig de werkelijkheid", maar op de waarneming van de wereldling die door onwetendheid gevormd is, het “als waar aannemen” dat de basis is voor de vorming van een concept, waardoor de scheiding tussen subject en object gevestigd wordt, en zo de ik-illusie.
*4] Volgens het commentaar zijn daarmee de wezens tot en met de sfeer van de mensen bedoeld. De hogere sferen worden aansluitend behandeld.
*5] Devas van de zinnelijke sferen.
*6] Naam van een Vedische god.

*7] Dit heeft betrekking op de hemelse wezens wier sfeer van bestaan overeenkomt met de geestelijke toestand van de eerste jhana.
*8] De wezens op het niveau overeenkomend met de 2e jhana.
*9] De wezens overeenkomend met de 3e jhana.
*10] De wezens overeenkomend met de 4e jhana.

*11] Het ondervondene omvat datgene wat geproefd, gesmaakt, geroken en aangeraakt is.
*12] Enige commentatoren zijn van mening dat de Boeddha hier spreekt over verkeerde voorstellingen van Nibbana. Maar Bhikkhu Ñanananda wijst erop dat deze begrenzing van de betekenis niet overeenkomt met de geest van de leerrede. Het zou een poging zijn om de “heiligheid” van Nibbana te redden. Maar aan het concept van Nibbana moet geen bijzondere plaats gegeven worden. Een Verlichte hecht aan geen enkel concept, ook niet aan Nibbana.
*13] Een in de stroom getredene, een eenmaal wederkerende, een niet meer wederkerende: op deze niveaus van heiligheid is verkeerde opvatting al overwonnen, maar nog niet de basis-onwetendheid.
*14] Het werkwoord
abhijanati beschrijft een onderkennen, letterlijk een erboven staan, dat vrij is van verkeerde opvatting.
*15] De oefenende, die al een bovenwereldlijk niveau bereikt heeft, maar nog niet volledig bevrijd is, is nog niet vrij van de waan "ik ben". Hij weet echter op grond van zijn juiste zienswijze dat dit ik-idee niet overeenkomt met de waarheid. Hij werkt daarom aan de volledige bevrijding.
*16] De arahant heeft niet alleen de mening van een persoonlijkheid overwonnen, maar ook begeerte en ik-waan. De oorzaak voor conceptuele voorstellingen is bij hem niet meer aanwezig.

*17] Hij heeft de vier edele waarheden in deze objecten doorschouwd. Tevens heeft hij die vier edele waarheden in zich verwerkelijkt en heeft hij het einde van dukkha bereikt.
*18] In de volgenden drie paragrafen wordt duidelijk gemaakt dat het volledige doorschouwen van de arahant samengaat met de vernietiging van de drie onheilzame wortels: begeerte, afkeer, onwetendheid. De merkwaardige formulering "vrij van begeerte door de vernietiging van de begeerte" betekent dat hij niet alleen tijdelijk vrij is van begeerte, maar dat ze aan de wortel afgesneden is.
*19] Een aanduiding voor de Boeddha die deze term vaak gebruikte als hij over zichzelf sprak.
*20] "Tot aan het einde" heeft betrekking op de eigenschap die Boeddhas van arahants onderscheidt. Beiden zijn op gelijk niveau wat betreft de vernietiging van de neigingen. Maar het volledige doorschouwen van alle verschijnselen is alleen aan Boeddhas voorbehouden.
*21] Een korte samenvatting van de keten van oorzakelijk ontstaan. Die keten had de Boeddha in de nacht van zijn Verlichting ingezien. Hier sluit de Boeddha de kring door erop te wijzen dat het behagen scheppen uiteindelijk oorzakelijk met dukkha verbonden is.

*22] Volgens een commentaar waren de Bhikkhus niet verheugd over de woorden van de Boeddha omdat zij de moeilijke leerrede niet hadden begrepen. Maar vermoedelijk hadden zij de woorden juist heel goed begrepen en voelden zij zich in hun hoogmoed betrapt. De PTS-uitgave heeft een ander einde. Daar zijn de Bhikkhus zoals gewoonlijk blij met de leerrede.
*23] Bapat, P.V. (Ed.)
: The Majhima Nikāya (1. Mūla pannāsakam). [s.l.] 1958, p. ix.

« Laatst bewerkt op: 07-08-2018 17:44 door nico70+ »

Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Smetten van de geest, niveaus van heiligheid, soorten van bevrijding
« Reactie #66 Gepost op: 21-07-2018 12:01 »
6. Tot besluit
   
   In het Boeddhisme kent men vier niveaus van heiligheid. Iedereen kan een heilige worden. Maar meerdere hindernissen belemmeren de vooruitgang op het pad van de edelen, het pad naar de bevrijding van lijden. Meerdere smetten verontreinigen de geest waardoor men de waarheid niet of niet duidelijk kan zien. Tien boeien kluisteren iemand aan het leven van lijden, frustratie en onvoldaanheid. Door geleidelijk die hindernissen, smetten en boeien te verwijderen, bereikt men achtereenvolgend de vier niveaus van heiligheid.
   De sotapanna, de in de stroom getredene, heeft de drie lagere boeien opgeheven. Voor hem of haar is er hoogstens nog zeven keer een wedergeboorte onder de goden of mensen. Wie het eerste niveau van heiligheid bereikt heeft, is in de stroom naar het hoge doel, Nibbana. Dan is geen terugkeer in de lagere werelden van bestaan meer mogelijk. Met zekerheid gaat men in de richting van volledige vrijheid van lijden, naar volmaakte heiligheid. Men heeft dan de garantie dat het hoogste geluk dat er bestaat bereikt zal worden.
   De sakadagami, de eenmaal wederkerende, heeft ook de drie lagere boeien overwonnen. En verder zijn in hem of haar bepaalde soorten van begeerte, afkeer en onwetendheid verminderd. Hij of zij komt nog één keer in deze wereld terug en maakt daarna een einde aan het lijden.
   De anagami, de niet meer wederkerende, heeft de vijf lagere boeien opgeheven, zonder overblijfsel ervan. Daarom keert hij of zij nooit meer terug naar deze wereld van lijden.
   De Arahant, de volmaakte heilige, heeft niet alleen de vijf lagere boeien overwonnen, maar ook zijn bij hem of haar de vijf hogere boeien opgeheven. Begeerte is helemaal overwonnen, helemaal verdreven; haat, afkeer is totaal verdwenen; en aan onwetendheid is geheel en al een einde gemaakt. Het hoge doel is bereikt. Verder is er niets meer te doen.
   Van het lichaam is afstand gedaan. Van de zintuigen is afstand gedaan. Van het bewustzijn is afstand gedaan. Dit wil zeggen dat de Arahant het lichaam niet meer beschouwt als tot hem behorende, als een zelf. Het weten, het inzicht is er dat het lichaam ontstaan is en weer zal vergaan. Het behoort hem of haar niet toe. Het is zonder zelf, zonder een ik. Er is geen enkele reden waarom hij of zij aan het lichaam zou hechten.
   Evenmin beschouwt hij of zij de zintuigen als een zelf. Het weten, het inzicht is er dat de zintuigen ontstaan zijn en weer zullen vergaan. Ze behoren hem of haar niet toe. Ze zijn zonder zelf, zonder een ik. Er is geen enkele reden waarom hij of zij aan de zintuigen zou hechten.
   Er is geen ik die ziet of hoort of ruikt of proeft of aanraakt of denkt, maar door oorzaken ontstaat zien-bewustzijn, ruik-bewustzijn, smaak-bewustzijn, aanraak-bewustzijn, denk-bewustzijn. En die soorten bewustzijn zijn veroorzaakt door contact. Wat veroorzaakt is, zal weer vergaan. Ze behoren hem of haar niet toe. Ze zijn zonder zelf, zonder een ik. Er is geen enkele reden waarom hij of zij aan die soorten bewustzijn zou hechten.
   Zo heeft de Arahant afstand genomen van het lichaam, van de zintuigen en van het bewustzijn. Met bewustzijn is hier bedoeld het ik-bewustzijn. In de plaats daarvan is door volledige opheffing van onwetendheid gekomen het zo-bewustzijn: zo is het ontstaan, zo is het vergaan. Dat zo-bewustzijn, het weten, de citta, hecht zich nergens meer aan. Het is vrij, onbegrensd.
   Dat is het doel van het pad van de edelen: te komen tot een citta, een bewustzijn, een weten dat zich nergens meer aan hecht, dat vrij is, helder en stralend.

   De uiteindelijke bevrijding van alle lijden bestaat in onthechting, het loslaten, zich nergens aan hechten. Ze bestaat in het doven van het vuur van verlangen naar iets of het vuur van afkeer van iets. Door het opheffen van alle onwetendheid komt de waarheid in ons aan het licht. Daardoor zien wij dat er geen enkele reden is om ons ergens aan te hechten: alles is immers veranderlijk, vergankelijk, veroorzaakt, niet alleen ‘het andere’ maar ook wijzelf.    
   Als men in overeenkomst met de leer handelt, als de geest bedwongen is, kan men deel hebben aan de vruchten van het heilige leven. Vredig en kalm is men dan, met een stralend uiterlijk. Een groot geluk vervult iemand dan. En zo'n toestand is ook tegenwoordig mogelijk. (zie A.I.4)


Met vriendelijke groet
Nico