Auteur Topic: Factoren van Verlichting  (gelezen 8225 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Factoren van Verlichting
« Gepost op: 24-02-2017 14:43 »
Factoren van Verlichting

   Er zijn meerder hindernissen, boeien, smetten van de geest die vooruitgang naar het hoge doel belemmeren. Maar er zijn ook factoren die gunstig zijn voor de vooruitgang. Zij zijn een steun op de weg naar de bevrijding. Zij bevleugelen het ontwaken.

   Er worden zeven speciale factoren van Verlichting genoemd, en dertig andere elementen van de Verlichting (bodhipakkhiya-dhamma) (A.I.35; A.I.18)

   De zeven factoren van Verlichting (bojjhanga) zijn: [1] oplettendheid, [2] het onderzoeken van de verschijnselen (dhammavicaya), [3] energie (viriya), [4] enthousiasme (pīti), [5] kalmte (passaddhi), [6] concentratie (samādhi), en [7] gelijkmoedigheid (upekkha).

   De andere dertig elementen van de Verlichting zijn:

[8-11] De vier grondslagen van oplettendheid (satipattana)
   [8] Men vertoeft in de beschouwing van het lichaam; [9] van de gevoelens; [10] van de toestanden van bewustzijn; [11] van de objecten van de geest.

[12-15] De vier juiste inspanningen (samma-ppadhana)
   Men spant zich in [12] om de niet ontstane slechte, onheilzame dingen niet te laten ontstaan; [13] om de ontstane slechte, onheilzame dingen te overwinnen; [14] om de niet ontstane heilzame dingen te laten ontstaan; [15] om de ontstane heilzame dingen te vestigen, niet te laten verdwijnen, maar ze tot groei en volle ontplooiing te brengen.

[16-19] De vier krachten (iddhi-pada)
   Of men ontplooit krachten die bestaan uit [16] de concentratie van gedachten; [17] de concentratie van de wilskracht; [18] de concentratie van de geest; [19] de concentratie van onderzoek.
 
[20-24]: De vijf vaardigheden (indriya)
   Of men ontplooit de geestelijke vaardigheden, namelijk:  [20] vertrouwen (saddhindriya), [21] energie (viriya-indriya), [22] oplettendheid (sati-indriya), [23] concentratie (samādhindriya) en [24] wijsheid (paññindriya).

[25-29] De vijf geestelijke krachten (bala)
   Of men ontplooit de geestelijke krachten, namelijk: [25] vertrouwen, [26] energie, [27] oplettendheid, [28] concentratie en [29] wijsheid.

(30-37]: Het achtvoudige pad (atthangika-magga)
   Of men ontplooit [30] juist inzicht, [31] juist denken, [32] juist spreken, [33] juist handelen, [34] juist levensonderhoud, [35] juiste inspanning, [36] juiste oplettendheid, [37] juiste ontwikkeling van de geest.

   De zeven factoren van Verlichting worden ook vermeld bij de andere dertig elementen van de Verlichting. Ik probeer die factoren en elementen hier iets nader uit te leggen.

Groeten
Nico
« Laatst bewerkt op: 24-02-2017 16:00 door nico70 »

Offline Marcel

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 3087
Re: Factoren van Verlichting
« Reactie #1 Gepost op: 24-02-2017 18:28 »
[8-11] De vier grondslagen van oplettendheid (satipattana)
   [8] Men vertoeft in de beschouwing van het lichaam; [9] van de gevoelens; [10] van de toestanden van bewustzijn; [11] van de objecten van de geest.

Dag Nico,

Wat bedoel je,of wat wordt er bedoeld, met:

''de toestanden van bewustzijn'' en
''de objecten van de geest''?
« Laatst bewerkt op: 24-02-2017 19:47 door DirkJan »
.......met een been in het graf,
het ander op een bananenschil

Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Factoren van Verlichting
« Reactie #2 Gepost op: 25-02-2017 06:07 »
De zeven factoren van Verlichting (1)

   De zeven factoren van Verlichting (satta bojjhanga) zijn:
1. Oplettendheid (sati).
2. Het onderzoeken van de verschijnselen (dhammavicaya).
3. Energie (viriya).
4. Enthousiasme, geestvervoering, extase (pīti).
5. Kalmte (passaddhi).
6. Concentratie (samādhi).
7. Gelijkmoedigheid (upekkha).

    Wanneer deze zeven factoren goed ontwikkeld worden, voeren ze naar volmaakte wijsheid en naar Nibbāna. Ze worden bevorderd door afzondering, ontzegging, onthechten. (M.77; M.118)
   De ontplooide en geoefende vier grondslagen van oplettendheid vervolmaken de zeven factoren van Verlichting. (M.118)

   “Degenen wier geest goed volmaakt is in de factoren van Verlichting, zij die zonder vurig verlangen zich verheugen in de ontzegging van gehechtheid, zij hebben Nibbāna al in dit leven bereikt.” (Dhp. 89).


1. Oplettendheid

   Men moet steeds oplettend zijn bij alle daden, zowel geestelijke, mondelinge en schriftelijke of lichamelijke activiteiten. Oplettendheid is hoger dan geleerdheid. Want zonder oplettendheid is men niet in staat om het geleerde in praktijk te brengen. Ook is men dan niet in staat om slechte gedachten te verdrijven en om ze te vervangen door goede.
   Oplettendheid is het belangrijkste instrument bij zelfdiscipline. Men beschouwt het lichaam, de gevoelens, de geest (de toestanden van bewustzijn), en men beschouwt de objecten van de geest, beschouwt geestelijke objecten.
(Dit wordt vermeld als de elementen van Verlichting nrs. 8-11, 22, 27, 36)

   Oplettendheid behoort tot de vijf vaardigheden of krachten; en is ook een deel van het achtvoudige pad.    De kracht van oplettendheid (sati-indriya) is te herkennen aan de vier grondslagen van oplettendheid. Ze bestaat hierin: men is oplettend, begiftigd met hoogste tegenwoordigheid van geest. Wat er ooit gedaan, gezegd werd, daaraan denkt men, daaraan herinnert men zich. Zo waakt men bij het lichaam over het lichaam, bij de gevoelens over de gevoelens, bij het gemoed over het gemoed, bij de verschijnselen over de verschijnselen, onvermoeibaar, helder bewust, oplettend, na het overwinnen van wereldse begeerte en droefenis.

   “Monniken, oplettendheid is zó krachtig dat erdoor goede gedachten ontstaan die nog niet ontstaan zijn, of dat erdoor slechte gedachten afnemen die al ontstaan zijn.” (Ang.Nik.)
   “Degene die behagen schept in oplettendheid en die met vrees onoplettendheid, onachtzaamheid beschouwt, die zal niet terugvallen. Hij of zij is in de nabijheid van Nibbāna.” (Dhp.32).

   De factor van Verlichting van oplettendheid is bij iemand verankerd en wordt bij hem voortgebracht wanneer hij het lichaam als een lichaam beschouwt, oplettend, na gehechtheid aan de wereld te hebben geëlimineerd.
   Of wanneer men gevoelens als gevoelens beschouwt, helder bewust, met onafgebroken oplettendheid.
   Of wanneer men de geest als geest beschouwt, oplettend en helder bewust.
   Of wanneer men objecten van de geest als objecten van de geest beschouwt. (M.118)

   Deze factor komt door ontplooiing in iemand tot volmaaktheid. (M.118)

   "Welnu, wanneer de verlichtingsfactor van oplettendheid aanwezig is, weet men met begrip: 'Ik heb de verlichtingsfactor van oplettendheid.' Of wanneer de verlichtingsfactor van oplettendheid afwezig is, weet men met begrip: 'Ik heb niet de verlichtingsfactor van oplettendheid.' En men begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane verlichtingsfactor van oplettendheid geschiedt en hoe het ontwikkelen en vervolmaken van de ontstane verlichtingsfactor van oplettendheid geschiedt." (M.10)

[Zie ook: De vier grondslagen van oplettendheid, nrs. 8-11].

Groeten
Nico

Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Factoren van Verlichting
« Reactie #3 Gepost op: 25-02-2017 18:16 »
 De zeven factoren van Verlichting (2 en 3)



2. Het onderzoeken van de verschijnselen
   
   Dit is het zien van de dingen zoals ze werkelijk zijn. Al wat samengesteld is, valt weer uiteen, verandert. Het is zonder blijvende kern, zonder zelfstandigheid. Alles is aan voorwaarden gebonden. Het is niet blijvend en daarom brengt het leed. Dit begrijpen van de wetten van vergankelijkheid, leed en niet-zelf is doordringend inzicht.
   “Wanneer men nadenkt over het ontstaan en vergaan van de verschijnselen, ondervindt men vreugde en geluk. Dit is het Doodloze, Nibbāna.” (Dhp.374).   

   De factor van Verlichting van onderzoek van de verschijnselen wordt voortgebracht wanneer iemand met wijsheid iets onderzoekt, doorgrondt en wanneer hij begint met exact navorsen ervan. En door ontplooiing komt die in hem tot volmaaktheid. (M.118)
   Wanneer de verlichtingsfactor van het onderzoeken van geestelijke objecten aanwezig is, weet men met begrip: 'Ik heb de verlichtingsfactor van het onderzoeken van geestelijke objecten.' Of wanneer de verlichtingsfactor van het onderzoeken van geestelijke objecten afwezig is, weet men met begrip: 'Ik heb niet de verlichtingsfactor van het onderzoeken van geestelijke objecten.' En men begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane verlichtingsfactor van het onderzoeken van geestelijke objecten geschiedt en hoe het ontwikkelen en vervolmaken van de ontstane verlichtingsfactor van het onderzoeken van geestelijke objecten geschiedt. (M.10)

   Deze factor wordt ook genoemd bij de vier krachten (iddhi-pada) [zie nr. 19], de concentratie van onderzoek. (M.77)

3. Energie
   
   Energie of juiste inspanning is een geestelijke eigenschap. Iedereen moet zelf streven naar zijn of haar eigen bevrijding. Anderen kunnen daarbij wel een hulp zijn, maar de uiteindelijke vrijheid van leed, van het onvoldane moet door ieder zelf bewerkstelligd worden.
   Energie heeft vier functies: (a) het kwade dat al in de geest is ontstaan, uit te roeien; (b) het kwade dat nog niet is ontstaan, te voorkomen; (c) het goede dat nog niet is ontstaan, te ontwikkelen; (d) het goede dat al is ontstaan, verder te ontplooien. (zie M.77)

   Die functies zijn de vier juiste inspanningen (sammappadhana) die als de elementen [12-15] vermeld zijn. Energie is ook een van de geestelijke vaardigheden of krachten, zie nrs. [21 en 26] energie (viriya-indriya). En energie maakt deel uit van het achtvoudige pad, [zie nr. 35].

   De kracht van energie is te herkennen aan de vier juiste inspanningen.
   
   De factor van Verlichting van energie wordt voortgebracht wanneer men met wijsheid iets onderzoekt, doorgrondt en begint met exact navorsen ervan. En door ontplooiing komt die in iemand tot volmaaktheid. (M.118)

   Wanneer de verlichtingsfactor van energie aanwezig is, weet men met begrip: 'Ik heb de verlichtingsfactor van energie.' Of wanneer de verlichtingsfactor van energie afwezig is, weet men met begrip: 'Ik heb niet de verlichtingsfactor van energie.' En men begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane verlichtingsfactor van energie geschiedt en hoe het ontwikkelen en vervolmaken van de ontstane verlichtingsfactor van energie geschiedt. (M.10)

   Gesteund op de wil verkrijgt men concentratie van het hart. Men wekt de wil op om niet ontstane slechte, onheilzame dingen niet te laten ontstaan. Men spant zich in, wekt energie op, versterkt het hart, maakt het gereed voor de strijd.
   Men wekt de wil op om ontstane slechte, onheilzame dingen te overwinnen. Men spant zich in, wekt energie op, versterkt het hart, maakt het gereed voor de strijd.
   Men wekt de wil op om niet ontstane heilzame dingen te laten ontstaan. Men spant zich in, wekt energie op, versterkt het hart, maakt het gereed voor de strijd.
   Men wekt de wil op om ontstane heilzame dingen te vestigen, niet te vervalsen, om ze verder te ontwikkelen, te vervullen, te ontplooien, tot bloei te laten komen. Men spant zich in, wekt energie op, versterkt het hart, maakt het gereed voor de strijd.
   Dat noemt men strijdformaties.

   Zo noemt men deze wil, deze concentratie van de wil en deze strijdformaties, de met de concentratie van de wil verworven geestelijke kracht.

   Op de energie, het hart, het onderzoeken gesteund verkrijgt men concentratie, verkrijgt men concentratie van het hart. Men wekt de wil op voor de vier juiste inspanningen. Dat noemt men strijdformaties.     Zo noemt men deze energie, deze concentratie van energie en deze strijdformaties, de met de concentratie van de energie verworven geestelijke kracht.
   Zo noemt men dit hart, deze concentratie van het hart en  deze strijdformaties, de met de concentratie van het hart verworven geestelijke kracht. 
   Zo noemt men dit onderzoeken, deze concentratie van onderzoeken en  deze strijdformaties, de met de concentratie van onderzoeken verworven geestelijke kracht. (S.51.13)

Groeten
Nico

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Re: Factoren van Verlichting
« Reactie #4 Gepost op: 25-02-2017 20:47 »
Zo waakt men bij het lichaam over het lichaam, bij de gevoelens over de gevoelens, bij het gemoed over het gemoed, bij de verschijnselen over de verschijnselen, onvermoeibaar, helder bewust, oplettend, na het overwinnen van wereldse begeerte en droefenis.

Hallo Nico,

Bedankt voor je berichten. Ik ben dat laatste zinnetje ook regelmatig tegengekomen...na het overwinnen van wereldse begeerte en droefenis...Ik begin steeds meer te zien dat dat een belangrijk zinnetje is, niet zomaar een bijzin. 

Hoe overwin je wereldse begeerte en droefenis?

groet,
Siebe






Offline Ujukarin

  • Actief Lid
  • Nieuwkomer
  • **
  • Berichten: 818
    • Triratna Boeddhistisch Centrum Amsterdam
Re: Factoren van Verlichting
« Reactie #5 Gepost op: 25-02-2017 21:40 »

Hallo Nico,

Bedankt voor je berichten. Ik ben dat laatste zinnetje ook regelmatig tegengekomen...na het overwinnen van wereldse begeerte en droefenis...Ik begin steeds meer te zien dat dat een belangrijk zinnetje is, niet zomaar een bijzin. 

Hoe overwin je wereldse begeerte en droefenis?

groet,
Siebe

Daar mogen jullie langdurig over soebatten ;-) Er is natuurlijk geen eenduidig antwoord op in de voor jou praktische zin, het is een pijnlijk en langdurig individueel Pad. Als je de vraag in algemene zin stelt dan is het antwoord om hem in andere theoretische formuleringen om te zetten.

In de studie met m'n Skypestudenten eerder deze week kwamen we voor een vergelijkbare HOE vraag uit op een bekend antwoord: 'Mind the gap'. Oftewel de overgang tussen Vedana (ervaren/sensatie) en Trishna (verlangen/grijpen) in het Levenswiel - de twaalf nidana-schakels.
Als je langzaam aan voor elkaar krijgt dat een sensatie níet direkt tot grijpen leidt, dan kun je de hechting aan het wereldse stap voor stap verminderen ...

With folded palms,

<Ujukarin>

Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Factoren van Verlichting
« Reactie #6 Gepost op: 26-02-2017 07:05 »
De zeven factoren van Verlichting (4 en 5)


4. Enthousiasme
   
   Enthousiasme, pīti wordt soms ook vertaald met: geluk (sukkha). Maar pīti is geen gevoel, het is vreugdevolle belangstelling, enthousiasme.    
   
   Wanneer men zichzelf vrij ziet van de vijf hindernissen ontstaat vreugde. In degene die vol vreugde is, ontstaat verrukking. Bij degene wiens geest vol verrukking is, is het lichaam gekalmeerd. Wanneer het lichaam tot bedaren is gekomen, voelt men geluk. En een gelukkige geest vindt concentratie. (D.2)

   Wanneer men over de leer leest en dan ziet dat de leer waar is, krijgt men enthousiasme voor de leer. Of men is enthousiast erover dat iemand de leer goed heeft uitgelegd (de Boeddha, een van zijn hoofddiscipelen of iemand anders). Men wil graag nog meer erover lezen of horen. "Geweldig hoe dat is uitgelegd," zo denkt men vol enthousiame.

   Deze factor van Verlichting, vervoering, enthousiasme en geluk doordringt zowel het lichaam als de geest. Tevredenheid is een eigenschap van de werkelijk gelukkige persoon.
   
   In iemand die energie heeft voortgebracht, verschijnt bovennatuurlijke vervoering. Bij die gelegenheid wordt de factor van Verlichting van vervoering1 in hem voortgebracht. En hij ontplooit die factor en door ontplooiing komt die in hem tot volmaaktheid. (M.118)

   Wanneer de verlichtingsfactor van vreugde aanwezig is, weet men met begrip: 'Ik heb de verlichtingsfactor van vreugde.' Of wanneer de verlichtingsfactor van vreugde afwezig is, weet men met begrip: 'Ik heb niet de verlichtingsfactor van vreugde.' En men begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane verlichtingsfactor van vreugde geschiedt en hoe het ontwikkelen en vervolmaken van de ontstane verlichtingsfactor van vreugde geschiedt. (M.10)


5. Kalmte

   De factor van kalmte is tweevoudig: (a) kalmte van het lichaam, kalmte van de factoren van gevoelens, waarneming en willen; (b) kalmte van de geest, van bewustzijn.
   Met een onrustige geest kan concentratie niet met succes beoefend worden. Het is moeilijk om ook onder ongunstige omstandigheden kalm van geest te blijven. Systematische overdenking is een hulp om de onrustige geest tot rust te brengen. Als men een rustige geest heeft, kan men concentratie met succes ontwikkelen.
   Kalmte is geen slapheid. Het is moeilijk om een kalme houding te bewaren onder alle omstandigheden. 

   Bij iemand wiens lichaam kalm is en die geluk ondervindt, wordt de geest geconcentreerd. Steeds wanneer de geest kalm is in iemand wiens lichaam kalm is en die geluk ondervindt, bij die gelegenheid wordt de factor van Verlichting van concentratie in hem voortgebracht. En hij ontplooit die factor en door ontplooiing komt die factor in hem tot volmaaktheid.(M.118)

   Wanneer de verlichtingsfactor van kalmte aanwezig is, weet men met begrip: 'Ik heb de verlichtingsfactor van kalmte.' Of wanneer de verlichtingsfactor van kalmte afwezig is, weet men met begrip: ' Ik heb niet de verlichtingsfactor van kalmte.' En men begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane verlichtingsfactor van kalmte geschiedt en hoe het ontwikkelen en vervolmaken van de ontstane verlichtingsfactor van kalmte geschiedt. (M.10)

   De Boeddha adviseerde aan alle monniken om stil, zonder wens te zijn. Dit advies geldt ook voor leken. Hoewel de wereldling de uiteindelijke vrede nog niet heeft bereikt, kan hij of zij door een ijverige ontwikkeling van kalmte als het ware een schaduw van die stilheid ondervinden.
   Als de geest van alle zinnelijke gedachten gezuiverd is en op een onderwerp van concentratie is gericht, dan wordt ze volkomen stil. Ze wordt dan ook zeer krachtig, zó krachtig dat prestaties als levitatie, helderziendheid, helderhorendheid, gedachten lezen, herinnering aan vroegere levens enz. mogelijk worden. Stilheid, kalmte van geest voert tot diep, helder, waar inzicht.

Groeten
Nico

Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Factoren van Verlichting
« Reactie #7 Gepost op: 26-02-2017 10:55 »
De zeven factoren van Verlichting (6)

6. Concentratie

   Bij concentratie is de geest op één punt gericht en zwerft niet meer rond. Wanneer de geest kalm is, wordt ze krachtig. En ze ziet dan de dingen zoals ze werkelijk zijn. Door een kalme, rustige geest worden alle oppervlakkigheden en onbenulligheden vermeden.
   De geest kan iemand ziek maken; maar ze kan ook iemand gezond laten blijven. Iemand met een optimistische geest heeft meer kans om beter te worden dan een patiënt die (over)bezorgd is en ongelukkig.
   Concentratie (meditatie) is niet een denken over iets, maar het is de aandacht houden bij een onderwerp zodat de geest niet afdwaalt. Juiste concentratie verdrijft verlangens die de geest verstoren en brengt zuiverheid en kalmte van geest. Iemand die concentratie wil beoefenen, moet deugdzaam zijn. Want door deugdzaamheid wordt het geestelijke leven gevoed.
   Concentratie wordt gewoonlijk beoefend op een rustige plek. Want een rustige omgeving is bevorderlijk voor een rustige geest. Men moet een speciaal onderwerp voor concentratie nemen en dat met oplettendheid in de geest houden. Dan moet men de geest op dat onderwerp richten en ze niet laten rondzwerven. Vanzelfsprekend zal de geest rondzwerven, van de hak op de tak springen. Een kalf wordt aan een paal gebonden om te vermijden dat het vrij rondloopt zover als het kan. De paal en het touw verhinderen weglopen en tenslotte blijft het kalf in de buurt van de paal liggen. Evenzo is de geest: het touw is oplettendheid en de paal is het gekozen onderwerp van concentratie. Als de geest telkens teruggebracht wordt naar het onderwerp van concentratie, zullen wij geleidelijk de geest bedwingen en er meester over worden.
   Concentratie is een noodzakelijke basis voor inzicht en wel door het zuiveren van de geest van de mentale hindernissen. Daardoor wordt het lichaam kalm en ook de geest.
   De wijze zoekt niet het oppervlakkige, maar hij of zij zoekt dieper. En dan komt t.z.t. een flits van inzicht. Dan ziet men de waarheid niet door studie maar uit eigen ervaring. Dan is men in de stroom naar het Doodloze.

   Bij iemand wiens lichaam kalm is en die geluk ondervindt, wordt de geest geconcentreerd. Steeds wanneer de geest geconcentreerd wordt in iemand wiens lichaam kalm is en die geluk ondervindt, bij die gelegenheid wordt de factor van Verlichting van concentratie in hem voortgebracht. En hij ontplooit die factor, en door ontplooiing komt die in hem tot volmaaktheid.(M.118)

   Wanneer de verlichtingsfactor van concentratie aanwezig is, weet men met begrip: 'Ik heb de verlichtingsfactor van concentratie.' Of wanneer de verlichtingsfactor van concentratie afwezig is, weet men met begrip: 'Ik heb niet de verlichtingsfactor van concentratie.' En men begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane verlichtingsfactor van concentratie geschiedt en hoe het ontwikkelen en vervolmaken van de ontstane verlichtingsfactor van concentratie geschiedt. (M.10)

   De verlichtingsfactor van concentratie wordt ook vermeld bij de vier krachten, (iddhi-pada) [nrs. 16-19]. Ze wordt ook genoemd bij de vijf vaardigheden of krachten (indriya en bala), zie [23] samādhindriya, en [28]. Concentratie is als juiste ontwikkeling van de geest een deel van het achtvoudige pad. [zie 37]


Groeten
Nico

Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Factoren van Verlichting
« Reactie #8 Gepost op: 26-02-2017 19:06 »
De zeven factoren van Verlichting (7)

7.  Gelijkmoedigheid

   Gelijkmoedigheid is een ethische eigenschap en moet niet verward worden met onverschilligheid. Het is evenwicht van de geest. Het is moeilijk een gelijk gemoed te hebben onder alle omstandigheden. Gelijkmoedigheid is een gevolg van een kalme geconcentreerde geest. Men wordt niet meer geraakt door geluk noch door pijn, omdat men verlangen heeft opgegeven. (zie: Dhp.83)

   Door te begrijpen dat wilsacties (kamma) gevolgen hebben kan men eerder gelijkmoedigheid ontwikkelen. Men is dan in staat om een onthechte houding te hebben ten opzichte van alle wezens en om gelijkmoedig te zijn.
   Wij zijn zelf verantwoordelijk voor onze wilsacties. Dat betekent ook dat wij zelf verantwoordelijk zijn voor de gevolgen van die acties. Wij moeten dan ook niemand anders de schuld geven van iets dat we zelf veroorzaakt hebben.

   De factor van Verlichting van gelijkmoedigheid wordt voortgebracht bij iemand die de geconcentreerde geest met gelijkmoedigheid beschouwt. En door ontplooiing komt die factor in hem tot volmaaktheid. (M.118)

   Wanneer de verlichtingsfactor van gelijkmoedigheid aanwezig is, weet men met begrip: 'Ik heb de verlichtingsfactor van gelijkmoedigheid.' Of wanneer de verlichtingsfactor van gelijkmoedigheid afwezig is, weet men met begrip: 'Ik heb niet de verlichtingsfactor van gelijkmoedigheid.' En men begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane verlichtingsfactor van gelijkmoedigheid geschiedt en hoe het ontwikkelen en vervolmaken van de ontstane verlichtingsfactor van gelijkmoedigheid geschiedt. (M.10)

    Door de vier grondslagen van oplettendheid, ontplooid en ontwikkeld, worden de zeven factoren van Verlichting tot volmaaktheid gebracht. (S.54.13) En de zeven factoren van Verlichting, ontplooid en ontwikkeld, brengen weten en bevrijding tot volmaaktheid. (S.54.13)

   'Vol vreugde leeft degene die gelijkmoedigheid heeft en die oplettend is.'

Groeten
Nico

Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Factoren van Verlichting
« Reactie #9 Gepost op: 27-02-2017 05:06 »
Gevraagd werd wanneer blijdschap en droefenis eindigen.

In gelijkmoedigheid wordt men niet meer geraakt door geluk en niet meer door pijn. Er is dan geen voorkeur en geen afkeer. Er is dan geen blijdschap en geen droefenis.

   In gelijkmoedigheid treedt men binnen en verblijft men in de derde meditatieve verdieping. Maar die is nog vol lichamelijk ondervonden geluk en vreugde. (S.28.3; M.26; M.77; M.79; M.107, M.111; M.112; S.16.9; A.II.13; A.V.28)
   
   Gelijkmoedigheid zonder geluk en zonder vreugde, zonder angst en zonder leed, zonder droefenis is er als men binnentreedt en vertoeft in de vierde meditatieve verdieping. Ze is geheel gezuiverd door gelijkmoedigheid en oplettendheid. (S.28.4; M.26; M.43; M.44; M.77; M.79; M.107; M.111; M.112; S.16.9; A.II.13; A.V.28)

   Gelijkmoedigheid is de voornaamste geestelijke factor in de vierde jhana en ook in de vormloze meditatieve verdiepingen.

Groeten
Nico

Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Factoren van Verlichting
« Reactie #10 Gepost op: 27-02-2017 10:06 »


De overige elementen van Verlichting die vermeld worden, zijn:

[8-11] De vier grondslagen van oplettendheid, satipattana)

   [8] Men vertoeft in de beschouwing van het lichaam; [9] van de gevoelens; [10] van de toestanden
van bewustzijn; [11] van de objecten van de geest.

   Wat wordt hiermee bedoeld?

Ad 8]  Men beschouwt alleen het lichaam, en niet de gevoelens of gedachten die ontstaan tengevolge van lichamelijk contact. - En men identificeert zich niet met het lichaam, dus: "dit is een lichaam"; en niet: "dat ben ik." Idem met gevoelens e.d.

Ad 9] Er zijn drie soorten van gevoel, namelijk aangenaam gevoel, onaangenaam gevoel, neutraal gevoel. Om deze drie soorten van gevoel te doorzien moet men de vier grondslagen van oplettendheid ontplooien. (S.47.49)

ad 10] Hoe beschouwt men de geest bij de geest? - Men begrijpt de geest met begeerte als ze met begeerte is. En men begrijpt de geest zonder begeerte als ze zonder begeerte is. Men begrijpt de geest met afkeer als ze vol afkeer is, en men begrijpt de geest zonder afkeer als ze zonder afkeer is. Men begrijpt de geest met onwetendheid als ze vol onwetendheid is; en men begrijpt de geest zonder onwetendheid als ze zonder onwetendheid is. Hij begrijpt de bekrompen geestelijke staat als bekrompen, en de verstrooide geestelijke staat begrijpt men als verstrooid. Men begrijpt de ontwikkelde geestelijke staat als ontwikkeld; en men begrijpt de niet ontwikkelde geestelijke staat als niet ontwikkeld. De overtrefbare geestelijke staat begrijpt men als overtrefbaar; en de niet overtrefbare geestelijke staat begrijpt men als niet overtrefbaar. De geconcentreerde geestelijke staat begrijpt men als geconcentreerd; en de niet geconcentreerde geestelijke staat begrijpt men als niet geconcentreerd. De bevrijde geestelijke staat begrijpt men als bevrijd; en de niet bevrijde geestelijke staat begrijpt men als niet bevrijd.
   Zo beschouwt men de geest bij de geest. 

Ad 11] Men beschouwt de geestelijke objecten bij de geestelijke objecten van de vijf hindernissen op de volgende manier:
   Als zinnelijkheid aanwezig is, weet men met begrip: 'Ik heb zinnelijkheid.' Of, als zinnelijkheid afwezig is, weet men met begrip: 'Ik heb geen zinnelijkheid.' Men begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane zinnelijkheid geschiedt. Men begrijpt hoe het opgeven van de ontstane zinnelijkheid geschiedt. En men begrijpt hoe het toekomstig niet meer ontstaan van de opgegeven zinnelijkheid geschiedt.
   Als kwaadwil, afkeer aanwezig is, of afwezig, weet men met begrip: 'ik heb afkeer,' of 'ik heb geen afkeer.' Men begrijpt hoe akeer ontstaat; en men begrijpt hoe men afkeer kan opgeven. En men begrijpt hoe men kan voorkomen dat afkeer in de toekomst zal ontstaan..
   Evenzo met traagheid en starheid, rusteloosheid en gewetenswroeging, en twijfel.

   Men beschouwt voortdurend het ontstaan van de geestelijke objecten. Of men beschouwt voortdurend het vergaan van geestelijke objecten. Of men beschouwt voortdurend zowel het ontstaan als het vergaan van geestelijke objecten. Of de oplettendheid is gevestigd met de gedachte: 'Geestelijke objecten bestaan,’ juist zoveel als nodig is voor inzicht en oplettendheid.
   
   Bij het beschouwen van de geestelijke objecten gaat het niet alleen om een passief beschouwen, maar ook om het afnemen van onheilzame toestanden en het bevorderen van heilzame toestanden.
   Men weet wanneer de vijf hindernissen aanwezig zijn en wanneer ze afwezig zijn. Men weet ook hoe ze ontstaan, hoe men ze opgeeft en hoe men kan voorkomen dat ze weer ontstaan.

   Verder beschouwt men geestelijke objecten bij de geestelijke objecten van de vijf groeperingen van hechten. En hoe doet men dat?
   Men denkt: 'Zo is materiële vorm; zo is het ontstaan van materiële vorm; en zo is het verdwijnen van materiële vorm. Zo is gevoel; zo is het ontstaan van gevoel; en zo is het verdwijnen van gevoel. Zo is gewaarwording; zo is het ontstaan van gewaarwording; en zo is het verdwijnen van gewaarwording. Zo zijn de geestelijke formaties; zo is het ontstaan van de geestelijke formaties; en zo is het verdwijnen van de geestelijke formaties. Zo is bewustzijn, zo is het ontstaan van bewustzijn; en zo is het verdwijnen van bewustzijn.’
   De vijf groepen van bestaan waaraan men gehecht kan zijn, zijn vijf groepen van factoren die de individuele persoonlijkheid vormen: materiële vorm, gevoel, gewaarwording, geestelijke formaties en bewustzijn. Materiële vorm is niet alleen te zien als het eigen lichaam, maar ook uiterlijk omdat zij immers de beleveniswereld is waarop de ik-illusie zich baseert – "dit is van mij, dit behoort mij toe". 

   Verder beschouwt men geestelijke objecten bij de geestelijke objecten van de zes inwendige en de zes uitwendige zintuiglijke grondslagen. En hoe doet men dat?
   Men begrijpt het oog (gezichtsorgaan) en materiële vormen en de kluister die ontstaat afhankelijk van beide. Men begrijpt het oor (gehoororgaan) en de geluiden en de kluister die ontstaat afhankelijk van beide. Men begrijpt de neus (het reukorgaan) en geuren en de kluister die ontstaat afhankelijk van beide. Men begrijpt de tong (het smaakorgaan) en smaken en de kluister die ontstaat afhankelijk van beide. Men begrijpt het lichaam (het tastorgaan) en tastbare objecten en de kluister die ontstaat afhankelijk van beide. Men begrijpt bewustzijn (het besef-orgaan) en geestelijke objecten en de kluister die ontstaat afhankelijk van beide.
   Men begrijpt hoe het ontstaan van de niet ontstane kluister geschiedt. Men begrijpt hoe het opgeven van de ontstane kluister geschiedt. En men begrijpt hoe het toekomstig niet meer ontstaan van de opgegeven kluister geschiedt.

   Men weet hoe materiële vorm, gevoel, gewaarwording en gedachten en ideeën ontstaan en weer verdwijnen. Men begrijpt dat er via oog en voorwerp (object) oog-contact ontstaat en visueel bewustzijn. Men begrijpt dat op die manier begeerte naar iets kan ontstaan of afkeer van iets.
   Idem met de overige zintuigen, objecten en zintuiglijk bewustzijn.

   Verder beschouwt men geestelijke objecten bij de geestelijke objecten van de zeven factoren van Verlichting. En hoe doet men dat?
   Wanneer de verlichtingsfactoren van oplettendheid, van het onderzoeken van geestelijke objecten, van energie, van vreugde (enthousiasme), van concentratie en van gelijkmoedigheid aanwezig zijn, weet men met begrip dat men die factoren heeft. Wanneer ze afwezig zijn, weet men met begrip dat men die factoren niet heeft. Men begrijpt hoe die verlichtingsfactoren kunnen ontstaan en hoe ze ontwikkeld en vervolmaakt kunnen worden.

Groeten
Nico

Offline Marcel

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 3087
Re: Factoren van Verlichting
« Reactie #11 Gepost op: 27-02-2017 15:44 »
Dank je.
.......met een been in het graf,
het ander op een bananenschil

Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Factoren van Verlichting
« Reactie #12 Gepost op: 27-02-2017 15:56 »
Elementen van Verlichting (12-19)


[12-15] De vier juiste inspanningen, samma-ppadhana)
   Deze inspanningen zijn al genoemd bij nr. 3 energie.

[16-19] De vier krachten (iddhi-pada)
   
   Men ontplooit krachten die bestaan uit [16] de concentratie van gedachten; [17] de concentratie van de wilskracht; [18] de concentratie van de geest; [19] de concentratie van onderzoek. (M.77)
   Elders worden die krachten geoemd: de vier grondslagen van geestelijke kracht, namelijk 1) concentratie van de wil (chanda); 2) concentratie van energie (viriya) [zie ook Verlichtingsfactor nr. 3]; 3) concentratie van bewustzijn, van het gemoed (citta); 4) concentratie van onderzoek (vimamsā) [zie ook Verlichtingsfactor nr. 2]. (S.51.1)

   Door het ontwikkelen van deze vier krachten (iddhi-pada)  kunnen de bovennatuurlijke, magische krachten verkregen worden.
   Maar de hoofdzaak is dat zij, wanneer zij ontplooid en vaak geoefend worden, naar de andere oever voeren. (S.51.1)
   
   Die bovennatuurlijke krachten worden verdeeld in vijf wereldlijke krachten, en één boven-wereldlijke kracht. De vijf wereldlijke krachten kunnen verkregen worden door uiterste perfektie in geestelijke concentratie. Het zijn: (1) magische krachten; (2) goddelijk oor (helderhorendheid); (3) het doordringen van de geest van anderen (gedachten lezen); (4) goddelijk oog (helderziendheid); (5) herinnering aan voorgaande levens.    De bovenwereldlijke kracht bestaat erin dat men kennis heeft van de volmaakte bevrijding. Ze wordt verkregen door volledig inzicht, d.w.z. uitdoving van alle smetten. Dit is het verwerkelijken van arahantschap, volmaakte heiligheid. (S.16.12 voetnoot)
   
   Bovennatuurlijke krachten kunnen schadelijk zijn tenzij iemand de hogere niveaus van de paden van heiligheid heeft bereikt. (M.68)
   
Hoe verkrijgt men de bovennatuurlijke krachten?

   Er zijn vijf onreinheden van de geest waardoor de geest troebel wordt. Ze is dan niet soepel, niet vormbaar, is zonder helderheid, en ze concentreert zich niet juist om de neigingen tot uitdroging te brengen. Die vijf onreinheden [of vijf belemmeringen (nīvarana), zie. A.I.2] zijn:
   Genot der zintuigen, [zintuiglijk genot];
   boosheid;
   starheid en matheid;
   opgewondenheid en onrustig geweten;
   twijfel.
Maar is de geest vrij van deze onreinheden, dan is ze soepel en vormbaar, is stralend en concentreert zich goed tot uitdroging van de neigingen. Op welke door hogere geestelijke krachten bereikbare toestand men dan zijn geest richt, om die toestand door hogere geestelijke krachten te verwerkelijken, dan bereikt men daarbij steeds de kundigheid van de verwerkelijking, steeds wanneer aan de voorwaarden voldaan wordt.  (A.V.23)

   De vier grondslagen van geestelijke kracht, ontplooid en geoefend, brengen grote vrucht en grote zegen. (S.51.12, 20) En hoe brengen ze  grote vrucht en zegen? - De wil, de energie, het gemoed (bewustzijn) en het onderzoeken zijn niet te slap noch te strak gespannen. Ze zijn niet verstrooid noch star. Men neemt het vroegere en latere waar. Zo ontplooit men met open bewustzijn (gemoed) een zelflichtend bewustzijn (gemoed).  (S.51.20)

   Wie zo die vier grondslagen van geestelijke krachten heeft ontplooid en geoefend, die kan op veelvuldige manier de ontplooiing van die krachten ondervinden. (S.51.11)
   
   Men ontplooit de concentratie van de wil, van energie, van het hart en van het onderzoeken. En dat doet men door het edele achtvoudige pad. (S.51.19)
[Zie nrs. 30-37].

Groeten
Nico

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Re: Factoren van Verlichting
« Reactie #13 Gepost op: 27-02-2017 17:42 »
Als zinnelijkheid aanwezig is, weet men met begrip: 'Ik heb zinnelijkheid.' Of, als zinnelijkheid afwezig is, weet men met begrip: 'Ik heb geen zinnelijkheid.'

Hallo Nico,
Misschien wat overkritisch maar toch,
Staat 'ik heb zinnelijkheid' letterlijk zo in de tekst?

groet,
Siebe

Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Factoren van Verlichting
« Reactie #14 Gepost op: 28-02-2017 06:09 »
Hallo Siebe,

Misschien is de vertaling niet zoals in het origineel staat. Men kan ook omschrijven: als zinnelijkheid aanwezig is, weet men dat zinnelijkheid aanwezig is. Volgens mij is dat hetzelfde als: zinnelijkheid hebben.
Is een kwestie van vertalen.

Groeten
Nic

Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Factoren van Verlichting
« Reactie #15 Gepost op: 28-02-2017 06:13 »
Elementen van Verlichting (20-29)

[20-24]: De vijf vaardigheden of krachten (indriya)
   
   Men ontplooit de geestelijke vaardigheden, namelijk:  [20] vertrouwen (saddhindriya), [21] energie (viriya-indriya), [22] oplettendheid (sati-indriya), [23] concentratie (samādhindriya) en [24] wijsheid, inzicht (paññindriya). (S.48.1; S.48.11)
   [energie, zie factor nr. 3; oplettendheid, zie factor nr. 1; concentratie, zie factor nr. 6]

   Een godheid vroeg hoeveel belemmeringen er zijn* en door hoeveel [krachten] men gereinigd wordt. De Verhevene gaf ten antwoord dat er vijf belemmeringen zijn en dat men door vijf [krachten] bevrijd wordt. (S.I.6)

*   Commentaar: Bedoeld zijn de vijf belemmeringen (pañca nīvaranāni), nl. kāma [zinnelijke lust], vyāpāda [boosheid], thīna [traagheid], uddhacca [hoogmoed] en vicckicchā [twijfel].  En met de vijf krachten zijn bovengenoemde krachten bedoeld.

   Vijf vermogens, ontplooid en ontwikkeld, voeren naar het overwinnen van de boeien, naar het uitroeien van de verlangens, naar het doorschouwen van de tijd, naar uitdroging van de neigingen. Die vijf vermogens zijn vertrouwen, energie, oplettendheid, concentratie en wijsheid. (S.48.61-64)

   De kracht van vertrouwen is te herkennen aan de vier factoren van stroomintrede.
   De kracht van energie is te herkennen aan de vier juiste inspanningen.
   De kracht van oplettendheid is te herkennen aan de vier grondslagen van oplettendheid.
   De kracht van concentratie is te herkennen aan de vier jhanas.
   De kracht van wijsheid is te herkennen aan de vier edele waarheden. (S.48.8)

   De kracht van vertrouwen bestaat hierin: Men heeft vertrouwen in de Volmaakte, aldus:
'Waarlijk, de Verhevene is heilig, volledig verlicht, volmaakt in kennis en volmaakt in gedrag. Hij is gezegend, een kenner van de werelden. Hij is de onvergelijkbare leider van mensen die bedwongen moeten worden en van mensen die volgzaam zijn. Hij is de leraar van goden en van mensen. Hij is de Ontwaakte en Verhevene.' (S.48.10)

   De kracht van energie is besproken bij verlichtingsfactor nr. 3. Ze bestaat hierin: men spant zich in om onheilzame dingen te overwinnen en om heilzame dingen te verkrijgen. Men volhardt sterk en standvastig. Men geeft bij heilzame dingen de opgave niet op. Men spant zich in om niet ontstane, slechte, onheilzame dingen liet te laten ontstaan. Men spant zich in om ontstane slechte onheilzame dingen te overwinnen. Men spant zich in om niet ontstane heilzame dingen te laten ontstaan. Men spant zich in om ontstane heilzame dingen te vestigen, verder te ontwikkelen, te ontplooien en tot rijpheid te laten komen. (S.48.10)

   De kracht van oplettendheid bestaat hierin: men is oplettend, begiftigd met hoogste tegenwoordigheid van geest. Wat er ooit gedaan, gezegd werd, daaraan denkt men, daaraan herinnert men zich. Zo waakt men bij het lichaam over het lichaam, bij de gevoelens over de gevoelens, bij het hart over het hart, bij de verschijnselen over de verschijnselen, onvermoeibaar, helder bewust, oplettend, na het overwinnen van wereldse begeerte en droefenis. (S.48.10)
   [Zie ook verlichtingsfactor nr. 1].

    De kracht van concentratie bestaat hierin: de edele volgeling heeft het loslaten, de onthechting, tot centraal beginpunt gemaakt, en zo verkrijgt hij concentratie en eenheid van het hart. Ver van begeerte, ver van onheilzame dingen vertoeft hij in de eerste , tweede, derde en vierde jhana. (S.48.10)
   [Zie ook verlichtingsfactor nr. 6].

   De kracht van wijsheid bestaat hierin: de edele volgeling is wijs, ziet opgang en verval, de wijsheid die edel is en doorborend, die voert naar volledige opdroging van lijden. Hij onderkent: dit is lijden, dat is de ontwikkeling van lijden, dat is de opheffing van lijden, dat is het pad dat voert naar de opheffing van lijden. (S.48.10)

   Iemand die in ernst gevestigd is, bij hem worden vijf vermogens ontwikkeld. Wat is ernst? – Hij bewaakt zijn hart voor de neigingen en de daarmee verbonden dingen. Wie het hart beschermt en op die manier bewaakt, bij hem komen ook de vermogens van vertrouwen, energie, oplettendheid, concentratie en wijsheid tot volle ontwikkeling. (S.48.56)

   Van de eigenschappen die het ontwaken bevleugelen is het vermogen van wijsheid de beste.
Vermogens die het ontwaken bevleugelen zijn: vertrouwen, energie, oplettendheid, concentratie, wijsheid. (S.48.67-70)

   Wanneer de vijf  krachten (balas), namelijk vertrouwen, energie, oplettendheid, concentratie en inzicht, goed zijn ontwikkeld, kunnen ook strenge regels met gemak nagevolgd worden. Het is belangrijk alle boeien en elk hechten te overwinnen hoe onnozel ze ook lijken. (M.66)

    Het vermogen van wijsheid geldt als het hoogste onder de eigenschappen voor ontwaking. Het vermogen van vertrouwen is een eigenschap die het ontwaken bevleugelt en die voert naar ontwaking. De vermogens van energie, van oplettendheid, van concentratie en van wijsheid zijn eigenschappen die het ontwaken bevleugelen en naar ontwaking voeren. (S.48.51; zie ook S.48.54-55)

   Kort na de ontwaking vertoefde de Boeddha te Uruvela aan de oever van de rivier Nerañjara onder de geitenhoedersboom. Bij hem kwam de volgende overweging op: vijf vermogens, ontplooid en ontwikkeld, hebben naar het Doodloze gevoerd, namelijk de vermogens van vertrouwen, energie, oplettendheid, concentratie en wijsheid. (S.48.57)

   Wie de vijf vermogens van vertrouwen, energie, oplettendheid, concentratie en wijsheid ontplooit en ontwikkelt, die kan een van twee vruchten verwachten: hoogste weten nog in dit leven, of, als er nog een rest van betrekkingen is, niet-wederkeer. Of deze voordelen zijn te verwachten: nog in dit leven bereikt hij hoogste weten; of hij bereikt het op het tijdstip van de dood; of hij komt na volledige opdroging van de vijf omlaag trekkende boeien onderweg tot uitdoving of op het einde van het bestaan daar. En wanneer dat niet het geval is, dan komt hij na opdroging van de vijf omlaag trekkende boeien zonder inspanning of met inspanning tot uitdoving. Wanneer ook dat niet het geval is, dan komt hij na de opdroging van de vijf omlaag trekkende boeien stroomopwaarts bij de Zuivere Verblijven. (S.48.65-66)

   Wanneer een edele volgeling het ontstaan en vergaan, verfrissing, ellende en ontkomen van de vijf krachten overeenkomstig de werkelijkheid inziet, dan noemt men hem een edele volgeling, een in de stroom getredene. Hij is ontkomen aan de neerwaartse weg. Doelbewust gaat hij naar de volledige ontwaking.
   Wanneer een edele volgeling het ontstaan en vergaan, verfrissing, ellende en ontkomen van de vijf krachten overeenkomstig de werkelijkheid inziet en zonder hechten verlost is, dan noemt men hem een heilige, iemand wiens neigingen opgedroogd zijn. Hij heeft het doel bereikt, gedaan wat gedaan moest worden. Hij is vrij van de last, heeft de boeien van het bestaan volledig doorgesneden. Hij is bevrijd in volmaakte wijsheid. (S.48.2.-5)

   Wie het ontstaan en vergaan, verfrissing, ellende en ontkomen van de vijf krachten overeenkomstig de werkelijkheid niet inzien, die zijn geen echte brahmanen en asceten.
   Maar wie het ontstaan en vergaan ervan wel inzien, die hebben het doel van het ascetendom al in dit leven verwerkelijkt. (S.48.6.-7)

   Wie de vijf krachten volledig heeft voltooid, die is een heilige. Als zij zwakker zijn, is iemand een niet meer wederkerende. Als zij nog zwakker zijn, is iemand een eenmaal wederkerende. Als zij nog zwakker zijn, is iemand een in de stroom getredene. Als zij nog zwakker zijn is iemand een volgeling van de leer. Als zij nog zwakker zijn, is men iemand die uit vertrouwen navolgt.
   Zo maakt het verschil van de krachten het verschil van de vruchten uit; het verschil van de krachten maakt het verschil van de personen.
   Zo wordt volmaakt succes bereikt door volmaakt werkzaam zijn; gedeeltelijk succes door gedeeltelijk werkzaam zijn. De vijf krachten zijn niet onvruchtbaar.
(S.48.12-14; zie ook S.48.15-18; S.48.24)

   Maar wie de vijf krachten helemaal niet heeft, die wordt door de Boeddha een buitenstaander genoemd, iemand die aan de kant van de gewone mensen is blijven staan. (S.48.18)
 
   Men is een meester in de vijf krachten als men vertrouwen ontplooit, een kracht die naar kalmering voert en naar ontwaking. En als men energie, oplettendheid, concentratie en wijsheid ontplooit als krachten die naar kalmering en naar ontwaking voeren. (S.48.19)
   Door het ontplooien en ontwikkelen van deze vijf krachten komt men door opdroging van de neigingen nog in dit leven tot de neigingsvrije bevrijding van het gemoed, tot de bevrijding door wijsheid, nadat men ze zelf verwerkelijkt en verkregen heeft. (S.48.20)

   "Zolang ik van deze vijf krachten het ontstaan en vergaan, lafenis, ellende en ontkomen niet overeenkomstig de werkelijkheid had ingezien, zolang had ik niet de zekerheid dat ik in deze wereld volledig ontwaakt was.
   Maar toen ik van deze vijf krachten het ontstaan en vergaan, lafenis, ellende en ontkomen overeenkomstig de werkelijkheid had ingezien, toen had ik de zekerheid dat ik in deze wereld volledig ontwaakt was.
   En het inzicht ontstond dat mijn bevrijding van het gemoed onwrikbaar was en dat dit mijn laatste geboorte was." (S.48.21)

    Te Apana, in het land van Anga. De Verhevene en de Eerwaarde Saripitta spraken er met elkaar.
   De eerwaarde Sariputta zei: "De edele volgeling die bij de Volmaakte vol vertrouwen is, kan niet meer twijfelen aan de Volmaakte of aan de leer. Want van hem is te verwachten dat hij energie aanwendt om onheilzame dingen te overwinnen en om heilzame dingen te verkrijgen. Hij volhardt sterk en standhaftig en geeft bij heilzame dingen de opgave niet op. Dat is de vaardigheid van energie.
   Verder is van hem te verwachten dat hij oplettend is, begiftigd met hoogste tegenwoordigheid van geest. Wat eens werd gedaan, eens werd gezegd, daaraan denkt hij, daaraan herinnert hij zich. Dat is de vaardigheid van oplettendheid.
   Van hem is verder te verwachten dat hij het loslaten als centraal beginpunt maakt en concentratie zal bereiken, de eenheid van het hart. Dat is de vaardigheid van concentratie.
   Verder is van hem te verwachten dat hij wijs inziet dat het bestaan zonder begin is; een eerste begin van de onwetende wezens is niet te onderkennen. De restloze ontprikkeling en opheffing van de onwetendheid, dat is het oord van rust, dat is het verheven oord, namelijk het tot rust komen van alle formaties, het loslaten van alle betrekkingen, de opdroging van de dorst, de ontprikkeling, de opheffing, het Nibbana. Dat is de vaardigheid van wijsheid.
   Degene die deze vijf vaardigheden heeft, verkrijgt hoogste vertrouwen. De dingen die hij voorheen alleen had gehoord, die weet hij dan uit eigen ervaring, met doorborende wijsheid. Dat is de vaardigheid van vertrouwen."
   De Verhevene gaf ten antwoord""Juist zo, Sariputta. Wie als edele volgeling bij de Volmaakte tot een eenduidig resultaat is gekomen, wie vol vertrouwen is, die kan niet meer twijfelen aan de Volmaakte of aan diens leer. Van hem is te verwachten dat hij de vijf vaardigheden op die manier zal verwerven." (S.48.50)



[25-29] De vijf geestelijke krachten (bala)
   
   Of men ontplooit de geestelijke krachten, namelijk: [25] vertrouwen, [26] energie, [27] oplettendheid, [28] concentratie en [29] wijsheid.

   Deze vijf geestelijke krachten zijn gelijk aan de vijf geestelijke vaardigheden. [Zie nrs. 20-24].

Groeten
Nico

Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Factoren van Verlichting
« Reactie #16 Gepost op: 28-02-2017 08:41 »
Elementen van Verlichting (30-37)

[30-37]: Het achtvoudige pad (atthangika-magga)
   
   Of men ontplooit [30] juist inzicht, [31] juist denken, [32] juist spreken, [33] juist handelen, [34] juist levensonderhoud, [35] juiste inspanning, [36] juiste oplettendheid, [37] juiste ontwikkeling van de geest.

   Deze verlichtingselementen zijn het ontplooien van het achtvoudige pad. Dat edele achtvoudige pad wordt ook het Middenpad genoemd. (S.56.11)
   Twee uitersten moeten niet gedaan worden: 1) Hechten aan zingenot; dat is laag, heilloos, onedel. 2) Zelfkwelling; dat is pijnlijk, heilloos, onedel. Het middenpad voert naar rust, ontwaking, Nibbâna (S.56.11)

[30] juist inzicht

   Het is dit weten van lijden, weten van het ontstaan van lijden, weten van het verdwijnen van lijden, weten van het pad dat voert naar het beëindigen van lijden. (M.141) Kortom, het is het inzien van de vier edele waarheden.
Juist inzicht gaat vooraf aan het inzien van de vier edele waarheden. (S.56.37)

   Als men het onheilzame onderkent en de wortel ervan, als men het heilzame onderkent en de wortel ervan, in zoverre heeft men juist inzicht.
   Wat is het onheilzame, wat is de wortel ervan, wat is het heilzame en wat is de wortel ervan?
   Onheilzaam is doden, stelen, seksueel verkeerd gedrag, liegen, lasteren, ruwe taal, kletspraat, begeerte, kwaadwil, verkeerde visie.
   De wortel van het onheilzame is begeerte, haat,
onwetendheid.

   Heilzaam is afzien van doden, afzien van stelen, afzien van verkeerd seksueel gedrag, afzien van lasteren, afzien van ruwe taal, afzien van geklets; heilzaam is begeerteloosheid, welwillendheid, juiste visie.

   Wie het lijden onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en het pad dat voert naar de opheffing ervan, in zoverre heeft de edele volgeling juist inzicht, in zoverre behoort hij tot de edele leer.
   Wat nu is het lijden, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en het pad dat voert naar de opheffing ervan? – Geboorte is lijden; ouder worden is lijden; ziekte is lijden; sterven is lijden; verdriet, geweeklaag, pijn, leed en wanhoop zijn lijden; het verenigd zijn met wie of waarmee men een afkeer heeft, is lijden; het gescheiden zijn van wie of van wat men liefheeft, is lijden; niet te krijgen wat men graag heeft, is lijden; kortom de vijf groeperingen van hechten zijn lijden.
   Het ontstaan van lijden is als volgt: het is de begeerte (tanha) die wedergeboorte doet ontstaan, die vergezeld gaat van genoegen en lust en die nu eens hier en dan weer daar steeds nieuw behagen schept. Met andere woorden, het is het verlangen naar zinnelijke begeerten, het verlangen naar bestaan en het verlangen naar niet-bestaan.
   De opheffing van lijden is als volgt: het is het volledig wegebben en het volledig uitdoven van die begeerte, het verwerpen, het opgeven en het achterlaten ervan; het is de bevrijding ervan en het zich losmaken ervan.
   Het pad dat voert naar de opheffing van lijden, is niets anders dan het edele achtvoudige pad.

   Verder, wanneer de edele volgeling de neigingen (asava) onderkent, de ontwikkeling ervan, de opheffing ervan en het pad dat voert naar de opheffing ervan, in zoverre heeft hij juist inzicht.
   Er zijn drie soorten van neigingen: neiging tot zinnelijkheid, neiging tot bestaan, neiging tot onwetendheid.
   De ontwikkeling van de onwetendheid is oorzaak voor de ontwikkeling van de neigingen. De opheffing van de onwetendheid is oorzaak voor de opheffing van de neigingen. Het pad dat voert naar de opheffing van de neigingen is het edele achtvoudige pad.
(M.9. (M.I.9) Sammāditthi sutta).


[31] juist denken

Het is denken aan verzaking, denken aan welwillendheid, denken aan niet-kwaaddoen. (M.141) Het is het hebben van een onthoudende, vredige, geweldloze gezindheid.

[32] juist spreken

   Het is afzien van onjuiste taal, afzien van geroddel, afzien van harde, ruwe taal, afzien van ijdel geklets. (M.141) Juist spreken is het gebruiken van ware, verzoenende, milde en wijze taal (ook in geschrift). (A.IV.145-148).


[33] juist handelen

   Dit is afzien van doden, van stelen, en van ongeoorloofd seksueel gedrag. (M.141).
    Volgens het Boeddhisme is verkeerd seksueel gedrag: seksuele omgang met iemand die onder de hoede staat van ouder(s), broer, zuster, verwanten, of met personen die tot een religieuze orde behoren. Ook verkeerd is seksuele omgang met degenen die een echtgenoot (-genote) hebben, met personen die verloofd zijn of met lieden die gevangen zijn. Tot deze laatsten behoren krijgsgevangenen, slaven, gegijzelden en onderhorigen.


[34] juist levensonderhoud,

   Ze bestaat hierin dat een edele volgeling(e) verkeerd levensonderhoud vermijdt en in zijn of haar levensbehoeften voorziet op de juiste manier; (M.141) dit is zodanig in levensonderhoud voorzien dat men anderen geen schade of nadeel of letsel toebrengt. 1

[35] juiste inspanning,

ze bestaat erin dat men het onheilzame niet laat opkomen, dat het reeds opgekomen onheilzame overwonnen wordt, dat het reeds ontstane heilzame behouden wordt en dat het heilzame dan tot ontwikkeling gebracht wordt. (M.141)

[36] juiste oplettendheid,

   Die bestaat in het voortdurend beschouwen van het lichaam, van de gevoelens, van de geest en van de geestelijke objecten. (M.141).

[37] juiste ontwikkeling van de geest.

   Juiste ontwikkeling van de geest of juiste concentratie is het vertoeven in de vier meditatieve verdiepingen (jhanas). (M.141; S.56.11)
   Het op één punt gericht zijn van de geest die met deze zeven voorgaande factoren is uitgerust, noemt men de edele juiste concentratie met de ondersteunende factoren en de uitrusting ervan." (M. 117)

Groeten
Nico
« Laatst bewerkt op: 14-10-2017 15:06 door nico70 »

Offline nico70+

  • Eerwaarde
  • Nieuwkomer
  • ******
  • Berichten: 1060
    • facetten van het boeddhisme
Re: Factoren van Verlichting
« Reactie #17 Gepost op: 28-02-2017 09:01 »
Elementen van Verlichting

   Er zijn tien contemplaties die door de Boeddha aanbevolen werden. Die tien contemplaties zijn:

1) Contemplatie over niet-bestendigheid.
2) Contemplatie over niet-zelf.
3) Contemplatie over walgelijkheid, onzuiverheid.
4) Contemplatie over nadeel (gevaar).
5) Contemplatie over het opgeven (het afzien).
6) Contemplatie over onthechting (zich afzonderen).
7) Contemplatie over beëindiging.
8 ) Contemplatie over afkeer van de hele wereld.
9) Contemplatie over niet-blijvendheid van alle samengestelde dingen.
10) Oplettendheid bij het in- en uitademen.
 
    (1 Bij contemplatie over niet-bestendigheid overweegt men aldus: “Materie (vorm) is niet bestendig; gevoel of gewaarwording is niet bestendig; waarneming is niet bestendig; geestelijke formaties zijn niet bestendig; bewustzijn is niet bestendig.”
 
   (2) Bij contemplatie over niet-zelf overweegt men aldus: “Het oog is niet-zelf, zichtbare objecten zijn niet-zelf; het oor is niet-zelf; geluiden zijn niet-zelf; de neus is niet-zelf, geuren zijn niet-zelf; de tong is niet-zelf, smaken zijn niet-zelf; het lichaam is niet-zelf, lichamelijke contacten (tastbare objecten) zijn niet-zelf; de geest is niet-zelf, mentale objecten zijn niet-zelf.”
 
   (3) Bij contemplatie over walgelijkheid, onzuiverheid beschouwt men dit lichaam van top tot teen, vanaf de voetzolen opwaarts, vanaf de punten van het hoofdhaar neerwaarts. Men beschouwt dit lichaam dat met huid overgoten is, zoals het vol is van vele soorten onzuiverheden. “Dit lichaam bestaat uit: hoofdharen, lichaamsharen, nagels, tanden, huid, vlees, pezen, beenderen, merg, nieren, hart, lever, borstvlies, milt, longen, darmen, buikvlies, maag, uitwerpselen, gal, slijm, etter, bloed, zweet, vet, tranen, bloedwater, speeksel, neusslijm, gewrichtsvloeistof, urine en de hersenen.”
 
   (4) Bij contemplatie over nadeel (gevaar) overweegt men aldus: “Talrijk zijn de kwalen, talrijk zijn de nadelen (gevaren) van dit lichaam. Want in dit lichaam ontstaan verscheidene ziektes, zoals oogziekte, oorziekte, neusziekte, tongziekte, lichaamsziekte, hoofdpijn, de bof, mondziekte, tandpijn, hoest, astma, verkoudheid, brandend maagzuur, koorts, maagkwalen, flauwte, dysenterie, gezwel, koliek, melaatsheid, steenpuist, klierziekte, tuberculose, vallende ziekte, ringworm, jeuk, huiduitslag, roos op het hoofd, puistjes, oververzadigdheid, suikerziekte, aambeien, kanker, etterkanaal (fistel), en ziektes ontstaan uit gal, uit slijm, uit winden, uit conflicten van de lichaamsvochten, uit weersveranderingen, uit ongunstige omstandigheden (onjuist gedrag), ziektes ontstaan door opzet van anderen, ziektes ontstaan door eigen schuld, en verder koude, hitte, honger, dorst, uitwerpsels en urine.”
 
   (5) Bij contemplatie over opgeven (vernietiging van de smetten) staat men geen gedachte van zinsverlangen toe die in iemand is ontstaan. Maar men geeft ze op, verdrijft ze, maakt er een einde aan en vernietigt ze. Men staat geen gedachte van kwaadwil toe die in iemand is ontstaan. Maar men geeft ze op, verdrijft ze, maakt er een einde aan en vernietigt ze. Men staat geen gedachte van wreedheid toe die in iemand is ontstaan. Maar men geeft ze op, verdrijft ze, maakt er een einde aan en vernietigt ze. Men staat geen euvele, onheilzame gemoedstoestanden toe die in iemand van tijd tot tijd ontstaan. Maar men geeft ze op, verdrijft ze, maakt er een einde aan en vernietigt ze.
 
   (6) Bij contemplatie over onthechting overweegt men aldus: “Dit is vredig, dit is verheven, namelijk het tot stilstand komen van alle grondslagen van bestaan, de uitdoving van begeerte, onthechting, Nibbāna.”
 
   (7) Contemplatie over beëindiging is aldus: men gaat naar een vredige plek en overweegt er aldus: “Dit is vredig, dit is verheven, namelijk het tot stilstand komen van alle samengestelde dingen, het opgeven van alle grondslagen van bestaan, de uitdoving van begeerte, beëindiging, Nibbāna.”
 
   (8 ) Contemplatie over afkeer van de hele wereld bestaat hierin: doordat men geeft de betrokkenheid met deze wereld op. Men geeft het hechten aan deze wereld op. Men geeft geestelijke vooroordelen, verkeerde meningen en verborgen neigingen betreffende deze wereld op. En doordat men er niet naar verlangt maar ze opgeeft, daardoor wordt men onthecht (vrij).
 
   (9) Contemplatie over niet-blijvendheid van alle samengestelde geestelijke dingen bestaat hierin: men is teleurgesteld en misselijk van alle samengestelde geestelijke dingen, men is ze beu.
 
   (10) Oplettendheid bij het in- en uitademen bestaat hierin: Men gaat naar een rustige plek en zit er rechtop neer. De oplettendheid houdt men levendig. En oplettend ademt men in, oplettend ademt men uit.
   Wanneer men lang inademt, weet men: “Ik adem lang in.” Wanneer men lang uitademt, weet men: “Ik adem lang uit.” Wanneer men kort inademt, weet men: “Ik adem kort in.” Wanneer men kort uitademt, weet men: “Ik adem kort uit.”
   “Bewust van het hele ademhalingsproces zal ik inademen,” aldus oefent men zich. “Bewust van het hele ademhalingsproces zal ik uitademen,” aldus oefent men zich.
   “Het hele ademhalingsproces tot rust brengend, zal ik inademen,” aldus oefent men zich. “Het hele ademhalingsproces tot rust brengend, zal ik uitademen,” aldus oefent men zich.
   “Vervoering ondervindend, zal ik inademen,” aldus oefent men zich. “Vervoering ondervindend, zal ik uitademen,” aldus oefent men zich.
   “Zaligheid ondervindend, zal ik inademen,” aldus oefent men zich. “Zaligheid ondervindend, zal ik uitademen,” aldus oefent men zich.
   “De geestelijke formaties ondervindend, zal ik inademen,” aldus oefent men zich. “De geestelijke formaties ondervindend, zal ik uitademen,” aldus oefent men zich.
   “De geestelijke formaties tot rust brengend, zal ik inademen,” aldus oefent men zich. “De geestelijke formaties tot rust brengend, zal ik uitademen,” aldus oefent men zich.
   “De geest ondervindend zal ik inademen,” aldus oefent men zich. “De geest ondervindend, zal ik uitademen,” aldus oefent men zich.
   “De geest buitengewoon blij makend, zal ik inademen,” aldus oefent men zich. “De geest buitengewoon blij makend, zal ik uitademen,” aldus oefent men zich.
   “De geest concentrerend, zal ik inademen,” aldus oefent men zich. “De geest concentrerend, zal ik uitademen,” aldus oefent men zich.
   “De geest bevrijdend (van de hindernissen), zal ik inademen,” aldus oefent men zich. “De geest bevrijdend, zal ik uitademen,” aldus oefent men zich.
   “Nadenkend over niet-blijvendheid, zal ik inademen,” aldus oefent men zich. “Nadenkend over niet-blijvendheid, zal ik uitademen,” aldus oefent men zich.
   “Nadenkend over onthechting, zal ik inademen,” aldus oefent men zich. “Nadenkend over onthechting, zal ik uitademen,” aldus oefent men zich.
   “Nadenkend over beëindiging, zal ik inademen,” aldus oefent men zich. “Nadenkend over beëindiging, zal ik uitademen,” aldus oefent men zich.
   “Nadenkend over het opgeven, zal ik inademen,” aldus oefent men zich. “Nadenkend over het opgeven, zal ik uitademen,” aldus oefent men zich. (A.V.108).
 
En verder wordt nog aanbevolen:
    Of men ontplooit de vaardigheden en krachten die verbonden zijn met de bevrijding van het gemoed, namelijk liefdevolle vriendelijkheid, mededogen, medevreugde of gelijkmoedigheid.  (Zie ook A.III.64)
   Door de bevrijding van het gemoed kan men het niveau van niet meer wederkeer bereiken.


        Bovengenoemde factoren en elementen zijn een grote steun op de weg naar de Verlichting.

   Wanneer men op zo'n manier ook maar een ogenblik oefent, dan oefent men niet tevergeefs. Men volgt de regels van de Meester en men handelt in overeenkomst met zijn instructies. (A.I.35)

Groeten
Nico
« Laatst bewerkt op: 14-10-2017 15:11 door nico70 »

Offline teksten Siebe

  • aanvraag voor lidmaatschap
  • Nieuwkomer
  • *
  • Berichten: 5273
Re: Factoren van Verlichting
« Reactie #18 Gepost op: 28-02-2017 10:32 »
Hallo Siebe,

Misschien is de vertaling niet zoals in het origineel staat. Men kan ook omschrijven: als zinnelijkheid aanwezig is, weet men dat zinnelijkheid aanwezig is. Volgens mij is dat hetzelfde als: zinnelijkheid hebben.
Is een kwestie van vertalen.

Groeten
Nic

Hallo Nico,

Ja, ik denk dat die eerste formulering beter aansluit bij die andere instructie van de Boeddha om verschijnselen ook op de juiste wijze te zien, namelijk, 'dit ben ik niet, dit is niet van-mij, niet mijn zelf'.

groet,
Siebe